on line gezet “het meest gevaarlijke ( bij ) geloof !

HET MEEST GEVAARLIJKE BIJGELOOF
Larken Rose
Oorspronkelijke titel: The Most Dangerous Superstition
Auteur: Larken Rose, 2011
Nederlandse vertaling: Joris Meedendorp, 2014
ISBN: 978-94-91164-72-9
Druk: Pumbo.nl
Voorbereiding van de lezer
Wat je in dit boek aantreft gaat, naar alle waarschijnlijkheid, direct in tegen wat je is
geleerd door je ouders en je leraren, wat je is verteld door de kerken, de media en de
regering, en veel van wat jij, je familie en je vrienden altijd hebben geloofd. Ondanks dat,
is het de waarheid, zoals je zult ontdekken als je jezelf toestaat het onderwerp objectief te
overwegen. Niet alleen is het de waarheid, het kan wel eens de meest belangrijke waarheid
zijn die je ooit zult horen.
Meer en meer mensen ontdekken deze waarheid, maar daarvoor is het noodzakelijk verder
te kijken dan vele eerder aangenomen overtuigingen en diepgeworteld bijgeloof, om de
levenslange indoctrinatie opzij te zetten en een aantal nieuwe ideeën open en eerlijk te
onderzoeken. Als je dit doet, zul je een dramatische verandering ervaren van hoe je de
wereld ziet. Dat zal in het begin vrijwel zeker ongemakkelijk voelen, maar op de lange
termijn is het de moeite zeker waard. En als genoeg mensen ervoor kiezen om deze
waarheid te zien, en die omarmen, zal het niet alleen het wereldbeeld van die mensen
drastisch veranderen, maar het zal de wereld zelf drastisch veranderen, ten goede.
Maar als zo’n simpele waarheid de wereld kan veranderen, zouden we het dan niet allang
weten, en zou dat nog niet allang werkelijkheid zijn geworden? Als mensen puur een ras
van denkende, objectieve wezens waren, ja. Maar de geschiedenis leert ons dat de meeste
mensen letterlijk liever doodgaan dan de geloofssystemen waarin ze zijn opgegroeid
objectief te heroverwegen. De gemiddelde man die in de krant leest over onrecht, oorlog,
en onderdrukking vraagt zich af waarom zoveel pijn en lijden bestaat, en wenst dat er een
eind aan komt. Echter, als iemand oppert dat zijn eigen overtuigingen aan de ellende
bijdragen, zal hij zo’n suggestie bijna zeker zonder enige twijfel van de hand wijzen, en
zal misschien zelfs degene aanvallen die dat suggereert.
Dus, lezer, als jou overtuigingen en bijgeloven – die je vaak niet voor jezelf gekozen hebt,
maar hebt overgenomen als onbetwiste “voorgekauwde” overtuigingen – belangrijker voor
je zijn dan waarheid en recht, stop dan nu alsjeblieft met lezen en geef dit boek aan iemand
anders. Mocht je, aan de andere kant, bereid zijn om vraagtekens te zetten bij je lang
gekoesterde vooroordelen als dat kan bijdragen om het lijden van anderen te verminderen,
lees dan dit boek. En geef het daarna aan iemand anders.
5
Deel 1
Het meest gevaarlijke bijgeloof
Meteen naar de kern
Hoeveel mensen hebben al naar de wrede verschrikkingen van de geschiedenis zitten
staren, met zijn talloze voorbeelden van de menselijke onmenselijkheden tegen mensen, en
zich hardop afgevraagd hoe zulke dingen hebben kunnen gebeuren. De waarheid is, dat de
meesten niet eens willen weten hoe het gebeurt, omdat ze zelf religieus verbonden zijn aan
exact dat geloof dat dit mogelijk maakt. Het overgrote deel van lijden en onrecht in de
wereld, al duizenden jaren en tot op vandaag, kan direct worden toegeschreven aan één
enkel idee. Het is geen geldzucht of haat, of enige andere van de emoties of ideeën die
meestal de schuld krijgen van het kwaad in de wereld. Integendeel, het meeste geweld,
diefstal, mishandeling en moord in de wereld is het resultaat van een louter bijgeloof – een
geloof dat, hoewel bijna universeel gedeeld, in strijd is met alle bewijzen en rede (hoewel
degene die dat geloof aanhangen dat natuurlijk niet op die manier zien). De clou van dit
boek is gemakkelijk te vertellen, maar voor de meeste mensen moeilijk te accepteren, of
zelfs moeilijk om kalm en rationeel te overdenken:
Het geloof in “gezag”, inclusief elk geloof in “regering”, is irrationeel en tegenstrijdig in
zichzelf; het is tegengesteld aan beschaving en moraliteit en vertegenwoordigt het meest
gevaarlijke, destructieve bijgeloof dat ooit bestaan heeft. In plaats van een kracht voor
orde en recht, is het geloof in “gezag” de aartsvijand van het mensdom.
Natuurlijk is bijna iedereen opgevoed met het geloof in precies het omgekeerde: dat
gehoorzaamheid aan “gezag” een deugd is (in de meeste gevallen in elk geval), dat respect
en naleven van de “wetten” van de “regering” hetgeen is wat ons beschaafd maakt, en dat
disrespect voor “gezag” alleen maar tot chaos en geweld leidt. In feite, zijn mensen zo
grondig getraind om gehoorzaamheid te associëren met “een goed mens zijn”, dat een
aanval op het concept “gezag”, voor de meeste mensen klinkt als suggereren dat er geen
goed en kwaad bestaat, dat er geen noodzaak is je te houden aan enige gedragsnorm, dat er
geen behoefte is aan wat voor moraal dan ook. Dat is niet wat hier bepleit wordt, juist het
tegenovergestelde.
Juist daarom. De reden dat de mythe van “gezag” neergehaald moet worden is omdat er
wel zoiets is als goed en kwaad, het maakt uit hoe mensen elkaar behandelen en mensen
behoren altijd te streven naar een moreel leven. Ondanks de constante autoritaire
propaganda die het tegendeel beweert, sluiten het respecteren van “gezag” en het
respecteren van menselijkheid elkaar uit en staan lijnrecht tegenover elkaar. De reden om
geen respect te hebben voor “gezag” is, dat we respect kunnen hebben voor menselijkheid
en recht.
Er is een scherpe lijn tussen wat ons geleerd wordt dat het doel is van “gezag” (het creëren
van een vreedzame en beschaafde samenleving) en de werkelijke resultaten van “gezag” in
de praktijk. Blader door een willekeurig geschiedenisboek en je zult zien dat het meeste
6
onrecht en de verwoesting die in de wereld is voorgevallen niet kwam door de mensen
“die de wet overtraden”, maar veeleer door mensen die wetten van verschillende
“regeringen” gehoorzaamden en handhaafden. Het kwaad dat ondanks het “gezag” is
gepleegd, is onbeduidend ten opzichte van het kwaad dat namens het “gezag” is gepleegd.
Ondanks dat wordt kinderen nog steeds geleerd dat vrede en recht komt door autoritaire
controle en dat ze, ondanks de flagrante kwaadaardigheden door autoritaire regimes over
de hele wereld door de hele geschiedenis gepleegd, nog steeds moreel verplicht zijn om de
huidige “regering” van hun eigen land te respecteren en te gehoorzamen. Hen wordt
geleerd dat “doen wat je gezegd wordt” synoniem is aan een goed mens zijn, en dat “regels
volgen” synoniem is aan het goede doen. Integendeel, een moreel mens zijn vereist het
nemen van persoonlijke verantwoordelijkheid, het onderscheiden van goed en kwaad en
het volgen van je eigen geweten, het tegenovergestelde van respecteren en gehoorzamen
van “gezag”.
De reden dat het zo belangrijk is dat mensen dit feit begrijpen, is dat het primaire gevaar
dat huist in de mythe van “gezag” niet leeft in het hoofd van de heersers in de regering
maar in het hoofd van hen die worden overheerst. Eén kwaadaardig individu die graag de
baas speelt is een onbeduidende bedreiging voor de mensheid behalve als een meute
mensen zulke overheersing als legitiem beschouwen omdat het is verkregen door “wetten”
van de “regering”. De zieke gedachten van Adolf Hitler op zichzelf, brachten weinig of
geen bedreiging voor de mensheid. Het waren de miljoenen mensen die Hitler als “gezag”
zagen en zich daarom verplicht voelden om zijn geboden te gehoorzamen en zijn orders uit
te voeren, die in werkelijkheid de schade van het Derde Rijk veroorzaakten. In andere
woorden, het probleem is niet dat slechte mensen in “gezag” geloven; het probleem is dat
op zichzelf goede mensen in “gezag” geloven en als gevolg, eindigen als voorstanders van,
en zelfs plegers van agressie, onrecht, onderdrukking en zelfs moord.
De gemiddelde staatist (iemand die in “regering” gelooft), klagend over al de manieren
waarop “gezag” wordt gebruikt als gereedschap voor het kwaad, zelfs in eigen land, blijft
steeds vasthouden aan het idee dat het mogelijk is voor de “regering” om een macht voor
het goede te zijn en houdt zich steeds voor, dat “gezag” het pad naar vrede en recht kan en
moet leveren.
Mensen geloven ten onrechte dat veel van de nuttige en legitieme dingen die voordeel
voor de menselijke samenleving opleveren het bestaan van “regering” noodzakelijk
maken. Zo is het goed als mensen zich organiseren voor gezamenlijke defensie, hun
krachten bundelen om gezamenlijke doelen te bereiken, manieren vinden om samen te
werken en vreedzaam met elkaar om te gaan, overeenkomsten en plannen maken die het
menselijk bestaan beter mogelijk maken en te streven naar wederzijdse voordelen en een
geweldloze samenleving. Maar dat is niet wat “regering” is. Ondanks het feit dat “over–
heden” altijd claimen te werken ten voordele van de burger en het algemeen belang, is de
waarheid dat “regering” in zijn hele aard, altijd lijnrecht tegenover de belangen van de
mensheid staat. “Gezag” is niet een nobel idee dat soms fout gaat, noch is het een in
principe geldig concept waar soms iets aan mankeert. Van boven tot onder, van begin tot
eind, is het hele concept “gezag” in zichzelf antimenselijk en verschrikkelijk destructief.
7
Uiteraard vinden de meeste mensen zo’n bewering moeilijk te slikken. Is de regering niet
een essentieel deel van de menselijke samenleving? Is het niet het mechanisme waardoor
de samenleving mogelijk wordt gemaakt, omdat het imperfecte mensen dwingt om zich
ordelijk en vreedzaam te gedragen? Is niet het stellen van algemene regels en wetten wat
het ons mogelijk maakt om met elkaar overweg te kunnen, om op een beschaafde manier
geschillen te beslechten, handel te drijven en op andere wijze te communiceren op een
eerlijke geweldloze manier? Hebben we niet altijd gehoord dat zonder “rechtstaat” en
algemeen respect voor “gezag”, we niet beter zouden zijn dan een bende domme,
gewelddadige beesten, levend in een staat van oneindige conflicten en chaos?
Ja, dat is ons verteld. En nee, niets daarvan is waar. Maar proberen onze geest te
ontworstelen van eeuwenoude leugens, proberen de waarheid te filteren uit een jungle van
diepgewortelde onwaarheden, kan buitengewoon moeilijk zijn, om maar niet te spreken
van oncomfortabel.
Overzicht
In de volgende hoofdstukken wordt de lezer meegenomen door verschillende stadia, met
als doel een volledig inzicht te krijgen waarom geloof in “gezag” werkelijk het meest
gevaarlijke bijgeloof in de geschiedenis van de wereld is. Als eerste, zal het concept
“gezag” worden teruggebracht naar z’n meest fundamentele inhoud, zodat het kan worden
gedefinieerd en objectief worden onderzocht.
In deel 2, zal aangetoond worden dat het concept in zichzelf dodelijk onvolkomen is, dat
de onderliggende aanname van elke “regering” overduidelijk onverenigbaar is met logica
en moraliteit. In feite zullen we zien dat “regering” een puur religieus geloof is – een op
geloof gebaseerde acceptatie van een bovennatuurlijk, mythologische entiteit, welke nooit
bestaan heeft en nooit zal bestaan. (Van de lezer wordt niet verwacht zo’n wonderlijke
bewering te accepteren zonder overvloedig bewijs en degelijke onderbouwing, dit zal
worden geleverd.)
In deel 3, zal worden aangetoond waarom het geloof in “gezag”, inclusief alle geloof in
“regering”, zo verschrikkelijk gevaarlijk en destructief is. In het bijzonder wordt uitgelegd
hoe het geloof in “gezag” een dramatische uitwerking heeft op zowel de perceptie als op
het doen en laten van verschillende categorieën mensen, hoe dat er voor zorgt dat
miljarden verder goede, vreedzame mensen, gewelddadige acties en immorele agressie
door goedpraten of plegen. Werkelijk, iedereen die in “regering” gelooft doet dit, terwijl
de grote meerderheid het zich niet realiseert, en het zelfs stellig zou ontkennen.
Als laatste in deel 4, krijgt de lezer een glimp te zien van hoe het leven er zonder geloof in
“gezag” uit zou kunnen zien. In tegenstelling tot de gebruikelijke aanname dat afwezigheid
van “regering” chaos en verwoesting betekent, zullen we zien dat wanneer de mythe van
“gezag” is opgeheven, veel zal veranderen, maar veel ook hetzelfde zal blijven. We zullen
zien waarom geloof in “regering” niet bijdraagt aan, of nodig is voor een vreedzame
samenleving, zoals iedereen geleerd wordt, maar integendeel juist het grootste obstakel is
8
voor gezamenlijke voordelige organisatie, samenwerking, en vreedzaam samenleven.
Samenvattend zal worden aangetoond waarom echte beschaving pas kan en zal bestaan
wanneer de mythe van “gezag” uitgeroeid is.
Identificatie van de vijand
Voor we het begrip “gezag” beoordelen, en de invloed ervan bepalen, moeten we eerst
duidelijk omschrijven wat het inhoudt en wat het betekent.
Van onze vroege kindertijd af aan is ons geleerd te luisteren naar “gezag”, om gehoorzaam
te zijn aan de regels van hen, die op welke manier dan ook, op posities van macht en
controle gesteld zijn. Van meet af aan, wordt de goedheid van een kind afgemeten,
impliciet of expliciet, eerst naar hoe goed hij naar zijn ouders luistert, dan hoe goed hij
naar de leraren luistert, en dan hoe gehoorzaam hij is aan de “wetten” van de regering.
Impliciet en expliciet, is de samenleving doordrenkt met de boodschap dat
gehoorzaamheid een deugd is, en dat de goede mensen degenen zijn die doen wat het
“gezag” zegt dat ze moeten doen. Als gevolg van die boodschap zijn de begrippen
moraliteit en gehoorzaamheid zo’n warboel in het hoofd van de meeste mensen dat elke
aanval op het idee van “gezag”, voor de meeste mensen, zal voelen als een aanval op de
moraliteit zelf. Elke suggestie dat “regering” in zijn aard onrechtmatig is, zal klinken alsof
ieder mens zich zou moeten gedragen als onverschillige, gewelddadige beesten, levend
naar het recht van de sterkste.
Het probleem is dat het geloofssysteem van de gemiddelde mens is gebaseerd op een
ratjetoe van vage, vaak tegenstrijdige, concepten en aannames. Termen zoals moraliteit en
gehoorzaamheid, wetten en wetgevers, leiders en burgers worden constant gebezigd door
mensen die zulke concepten nog nooit rationeel hebben onderzocht. De eerste stap om
helderheid te krijgen in het wezen van “gezag” (of “regering”) is definiëren wat het woord
betekent, wat is dit ding genaamd “regering”?
“Regering” vertelt mensen wat te doen. Maar dat op zichzelf geeft ons geen duidelijke
definitie, omdat ook allerlei andere individuen en organisaties ons vertellen wat te doen.
“regering” daarentegen, vraagt niet, of suggereert niet simpelweg wat te doen; het beveelt.
Maar van een reclameman die zegt “Koop nu!” of een dominee die zegt wat zijn gemeente
moet doen, zou ook gezegd kunnen worden dat ze bevelen, maar dat maakt hen nog geen
“regering”.
In tegenstelling tot de “bevelen” van dominees en reclamemensen, gaan de bevelen van de
“regering” gepaard met dreigementen van straf, het gebruik van geweld tegen hen die niet
meewerken, zij die gepakt worden de “wet te overtreden”. Maar zelfs dat geeft ons nog
geen complete definitie, omdat straattuig en bandieten hun bevelen ook kracht bij zetten,
maar ze zijn geen “regering”. Het onderscheidende kenmerk van “gezag” is dat het geacht
wordt het recht te hebben bevelen te geven en opvolging af te dwingen. In het geval van
“regering” heten bevelen “wetten”, en ongehoorzaamheid daaraan noemt men “misdaad”.
9
“Gezag” kan worden samengevat als het recht om te heersen. Het is niet zozeer de
mogelijkheid om controle over anderen uit te oefenen, wat iedereen tot op zekere hoogte
heeft. Het is het vermeende morele recht om controle over anderen uit te oefenen. Het
verschil tussen een straatbende en de “regering” is hoe ze worden beschouwd door de
mensen die onder hun controle zijn. De inbreuken, berovingen, uitbuiting, aanvallen en
moorden die worden gepleegd door gewone boeven, worden door bijna iedereen
beschouwd als immoreel, onrechtmatig en misdadig. Hun slachtoffers werken misschien
mee aan hun eisen, maar niet uit een gevoel van morele verplichting om te gehoorzamen,
eerder uit angst. Als de gekozen doelwitten van de straatbende het idee zouden hebben
zich te kunnen verzetten zonder zelf gevaar te lopen, dan zouden ze dat doen, zonder het
minste schuldgevoel. Ze zien straattuig niet als een soort van legitieme, rechtmatige
heerser; ze denken niet aan hen als “gezag”. De buit die boeven ophalen wordt geen
“belasting” genoemd, en zijn dreigementen heten geen “wetten”.
In het verleden hebben sommige kerken het recht geclaimd ketters en ander zondaars te
straffen, maar in de westerse wereld van vandaag, is het concept van “gezag” bijna altijd
verbonden met “regering”. In feite kunnen die twee termen bijna als synoniem worden
gebruikt, aangezien, vandaag de dag, het één het ander impliceert: “gezag” komt voort uit
“wetten” ingesteld door de “regering”, en de “regering” is de organisatie die geacht wordt
het recht te hebben om te regeren, en dat is “gezag”.
Het is essentieel om onderscheid te maken tussen een bevel dat wordt gerechtvaardigd
door de situatie en een bevel dat wordt gerechtvaardigd door wie het bevel geeft. Alleen
over dat laatste type gaat het in dit boek, alhoewel de term soms ook wordt gebruikt in een
andere zin waardoor hier verwarring over kan ontstaan. Wanneer, bijvoorbeeld, iemand
betoogd dat hij “gezag” had om een overvaller tegen te houden om het tasje van een oude
vrouw terug te krijgen, of hij zegt dat hij “bevoegd” was om een indringer van zijn erf te
jagen, dan claimt hij niet een speciaal recht te hebben dat een ander niet bezit. Hij zegt
simpelweg dat hij gelooft dat er bepaalde situaties zijn die het geven van een bevel of het
gebruiken van geweld rechtvaardigen.
In tegenstelling tot het concept “regering” wat betekent dat bepaalde mensen zekere
speciale rechten hebben om te regeren. En dat idee, het denkbeeld dat sommige mensen –
als gevolg van verkiezingen of andere politieke rituelen – het morele recht hebben om
anderen te commanderen, in situaties waar de meeste mensen dat niet zouden hebben, is
het begrip waarover we het hier hebben. Alleen degenen van de “regering” worden geacht
recht te hebben om “wetten” uit te vaardigen; alleen zij worden geacht het recht te hebben
“belasting” te heffen; alleen zij worden geacht oorlog te voeren, bepaalde zaken te regelen,
vergunningen te verlenen voor allerlei dingen, enzovoort, enzovoort. Wanneer “het geloof
in gezag” ter discussie wordt gesteld in dit boek, is dat de betekenis waarover we het
hebben: het idee dat sommige mensen het morele recht hebben om anderen dwangmatig
dingen op te leggen, en dat, daaruit voortvloeiend, die anderen de morele plicht hebben om
te gehoorzamen.
Het moet worden benadrukt dat “gezag” altijd plaatsvindt in de ogen van de toeschouwer,
als degene die wordt bevolen gelooft dat degene die hem beveelt dat recht heeft, dan ziet
10
hij de bevelgever als “gezag”. Als degene die wordt bevolen dat bevel niet als gerecht–
vaardigd ziet, dan wordt degene die beveelt niet als “gezag” gezien, maar als een eikel of
een boef. De tentakels van het geloof in “gezag” reiken tot in elk aspect van het leven,
maar de gemeenschappelijke deler is altijd de vermeende rechtmatigheid van de controle
die wordt uitgeoefend over het leven van anderen. Elke “wet” en “belasting” (nationaal,
provinciaal, en gemeentelijk), elke verkiezing en campagne, elke vergunning en licentie,
elk politiek debat en beweging – kortweg, alles wat te maken heeft met “regering”, van een
onbeduidend gemeenteraadsbesluit tot een “wereldoorlog” – is geheel en al gebaseerd op
het idee dat bepaalde mensen het morele recht hebben verkregen – op welke manier dan
ook – om over anderen te regeren.
We hebben het hier niet alleen over misbruik van “gezag” of een discussie over een goede
“regering” tegenover een slechte “regering”, maar over het onderzoeken van het
fundamentele onderliggende concept van “gezag”. Of een bepaald “gezag” gezien wordt
als absoluut of als voorwaardelijk of als gelimiteerd, is misschien van invloed op hoeveel
schade dat “gezag”doet, maar heeft geen invloed op de vraag of het onderliggende concept
rationeel is. De Amerikaanse grondwet bijvoorbeeld, werd verondersteld een “regering” te
scheppen die, in elk geval theoretisch, beperkte rechten had om te regeren. Maar ondanks
dat werd het een soort “gezag” met het recht om dingen te doen (bijv. “belasting” en
“regulatie”) waar een normale burger zelf geen recht toe heeft. Ondanks dat het
pretendeerde alleen bepaalde specifieke zaken te regelen, claimde het toch bepaald
“gezag” te verlenen aan een heersende klasse, en daarom, is het net zo goed onderwerp van
de volgende kritiek op “gezag” alsof dit het “gezag” van de grootste dictator zou zijn.
(De term “gezag” wordt soms op een manier gebruikt die niets met het onderwerp van dit
boek te maken heeft. Zo wordt iemand die op een bepaald gebied een expert is vaak
aangeduid met “gezag”, ook lijken bepaalde relaties op “gezag” maar is er geen werkelijk
recht op overheersen. De werkgever – werknemer verhouding wordt vaak gezien alsof er
een “baas” is en een “onderdaan”. Hoe dan ook, hoe dominerend en aanmatigend de
werkgever ook is, hij kan werknemers geen dwangarbeid laten doen, of ze opsluiten voor
ongehoorzaamheid. De enige werkelijke macht die hij heeft is de overeenkomst te
beëindigen door de werknemer te ontslaan, en de werknemer heeft dezelfde macht, omdat
hij ontslag kan nemen. Datzelfde geldt voor relaties die op “gezag” lijken, zoals een
vakman en zijn leerling, een vechtsportleraar en zijn leerling, of een trainer en de atleet die
hij traint. Zulke samenwerking vereist overeenkomsten gebaseerd op wederzijds
goedvinden, en vrijwillige deelname, waarbij elke partij vrij is om op te zeggen. Een
relatie, waarin de ene persoon de andere toestaat hem opdrachten te geven in de hoop zelf
beter te worden van de ander zijn kennis of vaardigheid, is niet het type “gezag” waarop
dit boek zich baseert, als het sowieso al tot “gezag” gerekend zou moeten worden.)
11
Regering bestaat niet
De meeste mensen geloven dat “regering” noodzakelijk is, hoewel ze ook erkennen dat
“gezag” vaak tot corruptie en machtsmisbruik leidt. Ze weten dat de “regering” inefficiënt,
oneerlijk, onredelijk en onderdrukkend kan zijn, maar geloven toch dat “gezag” een kracht
ten goede kan zijn. Waar men zich vergist, is dat het probleem niet alleen is dat de
“regering” slechte resultaten boekt, of dat “gezag” vaak wordt misbruikt. Het probleem is
dat het concept zelf volstrekt irrationeel is en tegenstrijdig in zichzelf. Het is niet meer dan
een bijgeloof, verstoken van enige logica of ondersteunend bewijs, waar mensen alleen
aan vasthouden als gevolg van een constante sekteachtige indoctrinatie, ontworpen om hen
het zicht op de logische absurditeit van het concept te ontnemen. Het zit hem niet in de
mate, of hoe het wordt gebruikt; de waarheid is dat “gezag” niet bestaat en in het geheel
niet kan bestaan, en het niet erkennen van dat feit, heeft miljarden mensen gebracht tot het
geloven van dingen, en doen van dingen die gruwelijk destructief zijn. Er kan niet zoiets
bestaan als goed “gezag” – in feite, een ding als “gezag” bestaat gewoon helemaal niet.
Hoe vreemd dat ook mag klinken, het kan gemakkelijk worden bewezen.
Kortom, regering bestaat niet. Het heeft nooit bestaan en zal nooit bestaan. De politici zijn
echt, de soldaten en politieagenten die de wil van de politici uitvoeren zijn echt, de
gebouwen waar ze in zitten zijn echt, de wapens die ze dragen zijn heel echt, maar hun
vermeende “gezag” niet. En zonder dat “gezag”, zonder het “recht” om te doen wat ze
doen, zijn ze niets anders dan een bende boeven. De term “regering” impliceert legitimiteit
– het betekent het uitoefenen van “gezag” over bepaalde mensen of een bepaalde plek. De
manier waarop mensen over machtsdragers praten, hun bevelen “wetten” noemen,
ongehoorzaamheid aan hen “misdaad”, enzovoort, impliceert het recht van de “regering”
om te heersen, en de daarbij behorende morele verplichting van hun onderdanen om te
gehoorzamen. Zonder het recht om te heersen (“gezag”), is er geen reden om de entiteit
“regering” te noemen, en zijn alle politici en hun huurlingen volstrekt niet meer van een
gigantisch georganiseerd misdaadsyndicaat te onderscheiden, en zijn hun wetten niet meer
waard dan de dreigementen van overvallers en struikrovers. En dat, in de realiteit, is wat
elke “regering” is: een onrechtmatige bende boeven, dieven en moordenaars, die zich
voordoen als een rechtmatig heersend lichaam.
(De reden waarom de termen “regering” en “gezag” in dit boek tussen aanhalingstekens
worden weergegeven, is omdat er nooit een rechtmatige reden is om te regeren, vandaar
dat regering en gezag in werkelijkheid niet bestaan. In dit boek refereren zulke termen
slechts naar personen en bendes het ten onrechte ingebeelde recht hebben om te regeren.)
Alle breed uitgemeten politieke discussies – elk debat over wat “legaal” en “illegaal” zou
moeten zijn, wie de macht zou moeten hebben, wat voor nationaal “beleid” er moet zijn,
hoe de “regering” allerlei zaken zou moeten aanpakken – is allemaal volkomen irrationeel
en complete tijdverspilling, aangezien het allemaal op de onjuiste veronderstelling is
gebaseerd dat de ene persoon het recht kan hebben om over een ander te heersen, dat
“gezag” zelfs maar bestaat. De hele discussie over hoe “gezag” moet worden aangewend,
en wat de “regering” zou moeten doen, heeft precies zo veel nut als discussiëren over hoe
de kerstman het kerstfeest zou moeten aanpakken. Maar het is oneindig veel gevaarlijker.
12
Het goede nieuws is, dat het wegnemen van dat gevaar – de grootste bedreiging die de
mensheid ooit heeft gekend, in feite – niet het veranderen van de fundamentele aard van de
mens, of het omzetten van alle haat in liefde, of het uitvoeren van een ingrijpende
wijziging in de toestand van het universum vereist. Integendeel, het vereist alleen maar dat
mensen één enkel bijgeloof herkennen en dan één rationele leugen die bijna iedereen heeft
leren geloven loslaten. Samengevat, zouden de meeste wereldproblemen als sneeuw voor
de zon worden opgelost als iedereen iets deed dat vergelijkbaar is met het opgeven van het
geloof in Sinterklaas.
Het probleem met wijdverbreide misvattingen is alleen, dat ze wijdverbreid zijn. Wanneer
een geloof – zelfs het meest belachelijke, onlogische geloof – door de meeste mensen
aangehangen wordt, zal het voor de gelovigen niet onredelijk voelen. Vasthouden aan het
geloof zal gemakkelijk en veilig voelen, terwijl het ter discussie stellen oncomfortabel en
erg moeilijk, zo niet onmogelijk zal voelen. Zelfs een overvloed aan bewijs van de
afschuwelijk vernietigende kracht van de mythe van “gezag”, op een bijna niet te bevatten
schaal die zich uitstrekt over duizenden jaren, was nog niet voldoende om meer dan een
handvol mensen ook maar te laten beginnen vraagtekens te zetten bij het fundamentele
concept. En zo, zich inbeeldend verlicht en wijs te zijn, gaat de mensheid voort, vallend in
de ene kolossale ramp na de andere, als resultaat van hun onvermogen om het meest
gevaarlijke bijgeloof van zich af te schudden; het geloof in “gezag”.
Uitlopers van het bijgeloof
Er is een grote verzameling van terminologie die voortkomt uit het concept “gezag”. Wat
al zulke termen gemeen hebben is dat ze een zekere legitimiteit impliceren voor een groep
mensen die macht uitoefent over een andere groep. Hier zijn slechts een paar voorbeelden:
“Regering”: Zoals eerder gesteld, is “regering” simpelweg de term voor de organisatie of
groep mensen die het vermeende recht hebben om te regeren. Veel andere termen,
beschrijven delen van de “regering” (zoals “premier”, “lid van het kabinet”, “rechter”,
“wetgever”) en geven kracht aan de ingebeelde legitimiteit van de heersende klasse.
“Wet”: De termen “wet” en “regelgeving” klinken heel anders dan de woorden “dreiging”
en “bevel”. Het verschil zit hem in de vraag of degenen die zulke “wetten” afgeven en
opleggen ingebeeld worden het recht daartoe te hebben, als een straatbende iedereen in de
buurt loopt te commanderen, noemt niemand zulke bevelen “wetten”. Maar als de
“regering” iets opdraagt via het “wetgevend” proces, noemt bijna iedereen dat “wetten”. In
werkelijkheid is elke autoritaire “wet” een bevel met de achterliggende dreiging van
represailles tegen hen die niet meewerken. Het maakt dan niet uit of die “wet” gaat over
moord of over het plaatsen van een dakkapel zonder vergunning, het is noch een richtlijn,
noch een verzoek, maar een bevel, ondersteund door de dreiging van geweld, of dat nu is
door in beslag nemen van bezit (boete) of door kidnappen van een mens (opsluiting). Wat
normaalgesproken wordt gezien als lastigvallen, overval, kidnapping, en andere aanvallen
wordt als “regelgeving” en “wetshandhaving” gezien wanneer het uitgevoerd wordt door
degenen die namens een “gezag” beweren te werken.
13
Natuurlijk, heeft het gebruik van de term “wet” om de inherente eigenschappen van het
universum te beschrijven, zoals de wetten van de fysica en wiskunde, niets met het concept
van “gezag” te maken. Verder is er een ander concept, genaamd “natuurlijke wet”, dat erg
afwijkt van de juridische “wet” (“wetgeving”). Het concept van de natuurlijke wet is dat er
normen zijn van goed en kwaad inherent aan de mensheid die niet afhankelijk zijn van
menselijk “gezag”, en die in feite alle menselijk “gezag” overstijgt. Hoewel dit concept in
het recente verleden het onderwerp was van vele discussies, is het tegenwoordig zeldzaam
om westerlingen de term “wet” in die context te horen gebruiken, en dat concept is niet
wat wordt bedoeld met “wet” in dit boek.
“Misdaad”: De keerzijde van het begrip “wet” is het begrip “misdaad”: de daad van
ongehoorzaamheid aan de “wet”. De zinsnede “het plegen van een misdrijf” heeft een
overduidelijke negatieve bijklank. Het idee dat “de wet overtreden” moreel verwerpelijk is
impliceert dat het niet opgevolgde bevel inherent legitiem is, uitsluitend gebaseerd op wie
het bevel gaf. Als een straatbende een winkeleigenaar opdraagt, “geef ons de helft van je
winst of anders….”, zou niemand de eigenaar van de winkel een “misdadiger” vinden als
hij zich tegen afpersing verzette. Maar als hetzelfde wordt geëist door degenen met het
label van de “regering”, en de eis “wet” en “belasting” genoemd wordt, dan zou bijna
iedereen diezelfde winkeleigenaar als een “misdadiger” bekijken als hij weigerde te
voldoen.
De termen “misdaad” en “crimineel” geven op zichzelf niet aan welke “wet” overtreden
wordt. Het is een “misdaad” om rustig door rood te rijden op een leeg kruispunt, en het is
een “misdaad” om je buren te vermoorden. Honderd jaar geleden was het een “misdaad”
om een slaaf te leren lezen; in 1940 was het in Duitsland een “misdaad” om Joden te
verbergen voor de SS. In Pennsylvania is het een “misdaad” om buiten op een koelkast te
slapen. Letterlijk betekent het plegen van een “misdaad” ongehoorzaamheid aan de
bevelen van de politici, en iedereen die dat doet is een “misdadiger”. Nogmaals, zulke
termen hebben een duidelijk negatieve connotatie, de meeste mensen willen geen
“crimineel” worden genoemd en bedoelen het als een belediging als ze iemand anders zo
noemen. Ook dit impliceert dat het “gezag” die de “wetten” uitgeeft en handhaaft het recht
heeft om dit te doen.
“Wetgevers”: Er zit een vreemde tegenstrijdigheid in het concept “wetgevers”, daarin dat
ze worden geacht het recht te hebben om over anderen te beslissen, “belastingen” op te
leggen, gedrag te reguleren en mensen anderszins onder dwang te besturen, maar dan
alleen als ze dat via het “wetgevende” proces doen. De mensen in de “regering”,
wetgevers, worden gezien alsof ze het recht hebben om te regeren, maar alleen als ze hun
vermeend “gezag” uitoefenen door middel van bepaalde aanvaarde politieke rituelen.
Wanneer ze dat doen, wordt de “wetgevers” het recht toegedicht om over anderen te
beslissen en mensen in te huren om dat af te dwingen, in situaties waarin normale mensen
dat recht niet zouden hebben. Om het anders te zeggen, het publiek gelooft in alle
eerlijkheid dat de moraal voor “wetgevers” verschilt van de moraal voor ieder ander. Geld
eisen onder bedreiging van geweld is immorele diefstal wanneer de meeste mensen het
doen, maar wordt gezien als “belasting” als politici het doen. Mensen commanderen en het
onder dwang beheersen van hun handelen wordt gezien als lastigvallen, intimidatie en
14
geweldpleging als de meeste mensen het doen, maar wordt gezien als “regelgeving” en
“rechtshandhaving” als politici het doen. Ze heten “wetgevers”, in plaats van “bedreigers”,
omdat hun opdrachten – indien het via bepaalde “wetgevende” procedures wordt gedaan –
als inherent legitiem worden gezien, met andere woorden, ze worden gezien als “gezag” en
gehoorzaamheid aan hun wetgevende besluiten wordt gezien als een morele verplichting.
“Wetshandhavers”: Een van de meest voorkomende voorbeelden van “gezag”, die veel
mensen in het dagelijks leven tegenkomen, zijn de mensen die het uniform van “politie” of
“rechtshandhaving” dragen. Uit het gedrag van deze “wetshandhavers”, en uit de manier
waarop ze worden bekeken en behandeld door anderen, blijkt heel duidelijk dat ze niet
simpelweg als mensen worden gezien, maar als vertegenwoordigers van het “gezag”,
waarop heel andere normen van moraal van toepassing schijnen te zijn. Stel bijvoorbeeld
dat iemand door de straat rijdt niet wetende dat een van zijn remlichten stuk is. Als een
gemiddelde burger de chauffeur zou dwingen te stoppen en vervolgens geld van hem eiste,
zou de bestuurder verontwaardigd worden, het zou worden gezien als afpersing,
intimidatie, en eventueel mishandeling en ontvoering. Maar als men beweert te handelen
namens “regering” en precies hetzelfde doet, door een bordje stop politie (en hem
klemrijdt als hij niet stopt) en vervolgens een “boete” geeft, worden dergelijke acties door
de meeste mensen als volkomen legitiem gezien.
In zeer reële zin, worden de mensen die emblemen en uniformen dragen niet als louter
mensen gezien. Ze worden gezien als de arm van een abstract ding genaamd “gezag”. Als
gevolg daarvan, wordt bij een “politieagent” de betamelijkheid van zijn gedrag en de
rechtvaardigheid van zijn handelen met een heel ander maatstaf gemeten dan het gedrag
van iedereen. Ze worden beoordeeld op hoe goed ze de “wet” handhaven in plaats van op
de vraag of hun individuele acties stroken met de standaard normen van goed en kwaad
die voor iedereen gelden. Het verschil wordt door de “wetshandhavers” zelf uitgesproken,
die hun handelen vaak verdedigen door dingen te zeggen als “Ik maak de wetten niet, ik
voer ze alleen maar uit”. Overduidelijk verwachten ze alleen te worden beoordeeld op hoe
trouw zij de wil van de “wetgevers” uitvoeren, eerder dan door de vraag of ze zich als een
beschaafd, rationeel menselijk wezen gedragen.
“Landen” en “Naties”: De begrippen “wet” en “misdaad” zijn voor de hand liggende
uitlopers van de begrippen “regering” en “gezag”, maar veel andere woorden zijn ofwel
door het geloof in “gezag” veranderd, of bestaan geheel en al vanwege dat geloof. Zo is
een “land” of “natie” een zuiver politiek concept. De lijn rond een “land” is, per definitie,
de lijn die het gebied markeert waarover een bepaalde “regering” het recht claimt om te
regeren, en die locatie van gebieden waarover andere “regeringen” het recht claimen om te
regeren onderscheidt.
Geografische locaties zijn natuurlijk heel echt, maar de term “land” verwijst niet alleen
naar een plek. Het verwijst altijd naar een politieke “jurisdictie” (een andere term als
gevolg van het geloof in “gezag”). Wanneer mensen zeggen “ik hou van mijn land”,
kunnen ze zelden goed uitleggen wat dat betekent, maar uiteindelijk is het enige wat het
woord “land” kan betekenen, niet de plaats, of de mensen, of een abstract principe of
concept, maar slechts de grasmat waarover een bepaalde bende het recht claimt om te
15
regeren. In het licht van dat feit, is het begrip je land liefhebben maar een raar idee; het
zegt meer over een psychologische gehechtheid aan de andere onderdanen die door
dezelfde heersende klasse worden bestuurd – en dat is helemaal niet wat de meesten zich
voorstellen bij het gevoel van nationale loyaliteit en vaderlandsliefde. Mensen kunnen
liefde voelen voor een bepaalde cultuur of een bepaalde locatie en de mensen die er
wonen, of om een filosofisch ideaal, en verwarren die met liefde voor het land, maar
uiteindelijk is een “land” gewoon het gebied waarover een bepaalde “regering” het recht
claimt om te regeren. Dat is wat de grenzen bepaald, en het zijn die grenzen die het “land”
definiëren.
Proberen het irrationele te rationaliseren
Mensen die zichzelf als goed opgeleid, ruimdenkend en vooruitstrevend beschouwen,
willen zichzelf niet als slaven, of zelfs als onderdanen van een heersende klasse zien. Als
gevolg hiervan is veel gestroomlijnd en weggemoffeld om te proberen de fundamentele
aard van de “regering” als heersende klasse te ontkennen. Er is veel verbale gymnastiek,
misleidende terminologie en mythologie geproduceerd om de echte relatie tussen de
“regering” en hun onderdanen te verdoezelen. Deze mythologie wordt aan kinderen
onderwezen als “maatschappijleer”, hoewel het meeste hiervan volledig onlogisch is en
verdampt wanneer je naar al de tegenbewijzen kijkt. Het volgende geeft een beeld van een
paar van de populaire vormen van propaganda die gebruikt worden om de ware aard van
“gezag” te verduisteren.
De mythe van instemming
In de moderne wereld, wordt slavernij bijna universeel veroordeeld. Maar de relatie van
een hedendaagse “gezagspersoon” tot zijn onderdaan is precies zoals de relatie van een
slavenhouder (eigenaar) tot een slaaf (eigendom). Zonder dat ze dat willen toegeven, en
zonder dat ze willen goedpraten wat tot slavernij leidt, zijn degenen die in “gezag” geloven
getraind om onmiskenbaar onjuiste retoriek te onthouden en na te praten, die ontworpen is
om de ware aard van de situatie toe te dekken. Een voorbeeld hiervan is de uitdrukking
“met instemming van het volk”.
Er zijn twee basismanieren waarop mensen een overeenkomst kunnen aangaan: in
onderling overleg of doordat de één onder dreiging van geweld, zijn wil aan een ander
oplegt. Het eerste kan als “instemming” worden aangeduid – beide zijden zijn gewillig en
vrijwillig overeen gekomen wat er gedaan moet worden. Het tweede kan worden
aangeduid als “afgedwongen”. Eén persoon dwingt de andere, aangezien deze twee – met
instemming of opgelegd – tegenpolen zijn, is het begrip “met instemming van het volk”
een contradictie. Bij onderlinge toestemming, is het geen “regeren”; indien het is opgelegd,
is er geen instemming. Sommigen zullen beweren dat de meerderheid; of het volk als
geheel, heeft ingestemd te worden geregeerd, zelfs terwijl veel mensen niet hebben
ingestemd. Maar een dergelijk argument zet het begrip instemming op zijn kop. Niemand,
individueel of als groep, kan instemming geven om iemand anders iets aan te doen. Dat is
16
gewoon niet wat “instemming” betekent. Het gaat tegen alle logica in om te zeggen, “Ik
geef mijn instemming dat jij wordt beroofd”. Maar toch is dat de basis van de cultus van
“democratie”: Het idee dat een meerderheid in kan stemmen namens een minderheid. Dat
is geen “instemming van de burger”, het is gedwongen beheersing van de burger, met de
“instemming” van een derde partij.
Zelfs als iemand dom genoeg is om daadwerkelijk tegen een ander te zeggen, “Ik ga er
mee akkoord dat je me onder dwang regeert”, is er op het moment dat de bewindvoerder
de “geregeerde” moet dwingen iets te doen, uiteraard niet langer “instemming”. Vooraf–
gaand aan dat moment, is er geen “regeren” – slechts vrijwillige samenwerking. Als we het
concept nauwkeuriger beschrijven wordt de inherente schizofrenie vanzelf duidelijk: “Ik
stem er mee in dat je geweld tegen mij mag gebruiken, of ik er nu mee instem of niet”.
Maar in werkelijkheid gaat niemand er ooit mee akkoord dat degenen in de “regering”
mogen doen wat ze maar willen. En dus, om “instemming” te fabriceren waar die er niet is,
komen gelovigen in “gezag” met een andere, nog verdergaande, stap richting mythologie:
het idee van “stilzwijgende instemming”. De bewering is dat, door alleen maar in een stad
te wonen, of in een provincie, of in een land, er een “overeenkomst” bestaat zich te houden
aan de regels die toevallig zijn uitgevaardigd door de mensen die claimen het recht te
hebben om die stad, die provincie of dat land te regeren. Het idee is, dat als iemand de
regels niet aanstaat, hij vrij is om de stad, de provincie of het land te verlaten, en als hij
ervoor kiest die niet te verlaten, dan geeft hij daarmee zijn toestemming te worden
geregeerd door de heersers van dat rechtsgebied.
Hoewel dit constant als een evangelie wordt nagepraat, tart het idee het gezond verstand.
Het is niet logischer dan dat een autodief op een zondag een bestuurder tegenhoudt en
tegen hem zegt, “Door op zondag in deze buurt een auto te besturen, ga je ermee akkoord
dat ik jou auto neem”. Een beslissing van de ene persoon kan natuurlijk niet gelden alsof
een andere persoon dat “overeengekomen” zou zijn. Een overeenkomst is wanneer twee of
meer mensen een wederzijdse bereidheid uitspreken om een regeling te sluiten. Gewoon
ergens worden geboren is niet akkoord gaan met iets, noch wonen in je eigen huis op het
moment dat een koning of politicus verklaart dat dit binnen het domein valt waar hij
regeert. Het is één ding als iemand zegt: “Als jij in mijn auto wilt rijden, mag je niet
roken”, of “Je mag alleen in mijn huis komen als je je schoenen uitdoet”. Het is iets heel
anders wanneer je andere mensen probeert te vertellen wat ze op hun eigen terrein kunnen
doen. Wie het recht heeft om voor een bepaalde plaats de regels te maken is, per definitie,
de eigenaar daarvan. Dat is de basis van het idee van privé-eigendom: dat er een
“eigenaar” kan bestaan die het exclusieve recht heeft om te beslissen wat er met, en binnen
dat eigendom gebeurt. De eigenaar van een woning heeft het recht om anderen buiten te
houden en, in het verlengde daarvan, het recht om bezoekers te vertellen wat ze wel en niet
kunnen doen, zolang ze in zijn huis zijn.
En dat werpt enig licht op de onderliggende aanname, achter het idee van “stilzwijgende
instemming”. Zeggen dat de enige geldige keuzes die iemand heeft zijn; om het “land” te
verlaten of zich te houden aan wat de politici bevelen, impliceert logischerwijs dat alles in
het “land” eigendom is van de politici. Als een persoon jaar na jaar kan doorbrengen met
17
betalen voor zijn huis, of zelfs het zelf bouwen ervan, en zijn keuzes zijn nog steeds om
ofwel te gehoorzamen aan de politici of eruit te trekken, wil dat zeggen dat zijn huis en de
tijd en moeite die hij erin investeerde het eigendom van de politici zijn. En als iemands tijd
en moeite van rechtswege aan een ander toebehoort valt dat onder de definitie van
slavernij. Dat is precies wat de “stilzwijgende instemming” theorie betekent: dat ieder
“land” een enorme slavenplantage is, en dat alles en iedereen er eigendom is van de
politici. En, natuurlijk, heeft de meester geen toestemming van zijn slaaf nodig.
Degenen die in “regering” geloven, leggen nooit uit hoe het komt dat een paar politici het
recht verkregen kunnen hebben om eenzijdig het exclusieve eigendom te claimen op een
heel land, waar al andere mensen woonden, als hun grondgebied, om te regeren en te
exploiteren zoals hun goeddunkt. Het zou hetzelfde zijn als dat een krankzinnige zegt: “Ik
verklaar hierbij heel Europa als mijn rechtmatige domein, dus iedereen die hier woont
heeft te doen wat ik zeg, als het je niet bevalt, kun je vertrekken”. Er is ook een praktisch
probleem met de “gehoorzaam of vertrek” houding, dat is dat door te vertrekken iemand
alleen maar zou verhuizen naar een andere gigantische slavenplantage, een ander “land”.
Het eindresultaat is dat iedereen op aarde een slaaf is, met als enige keuze welke meester
om onder te leven. Dit sluit werkelijke vrijheid volledig uit. Meer precies, dat is gewoon
niet wat “instemming” betekent.
De overtuiging dat politici alles bezitten wordt nog dramatischer gedemonstreerd in het
concept van de immigratie “wetten”. Het idee dat een mens toestemming van politici nodig
heeft om ergens een voet in een heel land te zetten – Het idee dat het een “misdaad” voor
iemand kan zijn om over een onzichtbare lijn te stappen tussen de ene autoritaire
jurisdictie en een andere – houdt in dat het hele land eigendom is van de heersende klasse.
Als een burger niet toegestaan is om een “illegale vreemdeling” in te huren, niet toegestaan
is om met hem te handelen, zelfs niet toegestaan is om een “illegale vreemdeling” uit te
nodigen in zijn eigen huis, dan bezit de individuele burger niets, en de politici bezitten
alles.
Niet alleen is de theorie van de “stilzwijgende instemming” logisch onjuist, maar het
beschrijft ook duidelijk niet de werkelijkheid. Elke “regering” die de toestemming van de
burgers had zou geen “wets” handhavers nodig hebben, en ook niet hebben. Handhaving
gebeurt alleen als iemand ergens niet mee instemt. Iedereen die zijn ogen open heeft kan
zien dat “de regering”, continu, een heleboel mensen tegen hun wil dingen aandoet. Wie
zich bewust is van de talloze belastinginners, oproerpolitie, inspecteurs en toezicht–
houders, grenswachten, narcotica agenten, officieren van justitie, rechters, soldaten, en alle
andere huurlingen van de staat, en nog steeds beweert dat “de regering” doet wat het doet
met instemming van de “onderdanen”, maakt zich volkomen belachelijk. Elk individu
weet, als hij ook maar enigszins eerlijk is tegenover zichzelf, dat het de machthebbers niets
kan schelen of hij instemt met zich te houden aan hun “wetten”. De bevelen van politici
zullen, indien nodig door brute kracht worden uitgevoerd, met of zonder individuele
instemming.
18
Meer mythologie
In aanvulling op de mythe van “instemming van de onderdanen”, worden andere
slagzinnen en dogma’s ook vaak herhaald, ondanks het feit dat ze volledig onjuist zijn. Zo
leren mensen ideeën als: “wij zijn de regering” en “de regering werkt voor ons” en “de
regering vertegenwoordigt ons” en praten dat vervolgens trouw na. Zulke aforismen zijn
schaamteloos en overduidelijk onwaar, ondanks het feit dat ze voortdurend worden
nagepraat door zowel heersers als onderdanen.
Een van de meest bizarre en misleidende (maar erg ingeburgerde) beweringen is dat “Wij,
het volk, zijn de regering”. Schoolkinderen wordt geleerd om deze absurditeit te herhalen,
hoewel iedereen zich ervan bewust is dat politici bevelen en eisen opleggen, en iedereen
anders ofwel meewerkt of wordt gestraft. In het westen is er een heersende klasse en een
burgerklasse, en de verschillen tussen hen zijn talrijk en overduidelijk. Eén groep beveelt,
de ander gehoorzaamt. Eén groep eist grote sommen geld, de andere groep betaalt. Eén
groep vertelt de andere groep waar ze kunnen leven, waar ze kunnen werken, wat ze
mogen eten, wat ze kunnen drinken, waarin ze kunnen rijden, voor wie ze kunnen werken,
welk werk ze kunnen doen, enzovoort. De ene groep neemt en geeft miljarden uit van wat
de andere groep verdient. De ene groep bestaat volledig uit economische parasieten,
terwijl de inspanningen van de andere groep alle rijkdom produceert.
In dit systeem, is het overduidelijk wie de bevelen geeft en wie gehoorzaamt. De mensen
zijn niet de “regering” in geen enkel opzicht, en het vereist diepgaande ontkenning anders
te geloven. Maar ook andere mythen worden gebruikt in een poging die leugen rationeel te
laten klinken. Zo is ook beweerd dat “de regering voor ons werkt; onze dienaar is”. Ook
een dergelijke verklaring komt zelfs in de verste verte niet overeen met de voor de hand
liggende realiteit van de situatie; het is weinig meer dan een sekte mantra, een waanidee
opzettelijk geprogrammeerd in de bevolking om hun kijk op de werkelijkheid te
verdraaien. En de meeste mensen zetten er niet eens vraagtekens bij. De meesten vragen
zich nooit eens af, als de “regering” voor ons werkt, als het onze werknemer is, waarom
bepalen zij dan hoeveel wij betalen? Waarom heeft onze “werknemer” te beslissen wat het
voor ons zal doen? Waarom heeft onze “werknemer” ons te vertellen hoe we ons leven
leiden? Waarom eist onze “werknemer” onze gehoorzaamheid voor elk willekeurig
regeltje dat hij bedenkt, gewapende handhavers achter ons aan sturend als we
ongehoorzaam zijn? Het is onmogelijk voor de “regering” ooit dienaar te zijn, door
hetgeen de “regering” is. Om het in eenvoudige, persoonlijke termen te zeggen, als iemand
je kan commanderen en je geld afpakken, is hij niet je dienaar; en als hij die dingen niet
kan doen, is hij geen “regering”. Hoewel gelimiteerd, “regering” is de organisatie
toegedacht het recht te hebben om met geweld het gedrag van haar onderdanen te bepalen
via “wetten”. Als je goed kijkt naar de algemeen geaccepteerd retoriek van “openbare
dienstverleners”, is het volkomen belachelijk. Denken dat een heerser ooit dienaar zou
kunnen zijn van degenen over wie hij heerst is absurd. Toch wordt die onmogelijkheid
geïnjecteerd als onbetwistbaar evangelie in de “maatschappijleer” klassen.
19
Een nog meer voorkomende leugen, die wordt gebruikt om de meester-slaaf relatie tussen
de “regering” en het publiek te verdoezelen, is het begrip “representatieve regering”. Men
beweert dat mensen, via verkiezingen bepaalde individuen machtsposities geven, “hun
leiders kiezen” en dat zij die in functie zijn slechts de wil van het volk vertegenwoordigen.
Niet alleen benadert deze bewering in de verste verte niet de werkelijkheid, maar de
onderliggende abstracte theorie klopt in zichzelf ook niet.
In de echte wereld, zijn zogenaamde “representatieve regeringen” voortdurend dingen aan
het doen die hun onderdanen niet willen dat ze doen: het verhogen van “belastingen”, zich
bezig houden met oorlogshitserij, doorverkopen van macht en invloed aan de hoogste
bieder, en ga zo maar door. Elke belastingbetaler kan gemakkelijk voorbeelden bedenken
van dingen gefinancierd met zijn geld, waar hij bezwaar tegen heeft, of het nu subsidies
zijn aan grote bedrijven, uitkeringen aan bepaalde personen, regeringsmaatregelen die
inbreuk maken op de individuele rechten, of alleen de algemene verspillende, corrupte,
inefficiënte bureaucratische machine van de “regering” op zichzelf. Er is niemand die in
eerlijkheid kan zeggen dat de “regering” alles doet wat hij wil en niets dat hij niet wil.
Zelfs in theorie, is het begrip “representatieve regering” per definitie onjuist, omdat de
“regering” onmogelijk het volk als geheel kan vertegenwoordigen, tenzij iedereen precies
hetzelfde wil. Omdat verschillende mensen de “regering” verschillende dingen willen laten
doen, zal de “regering” altijd ingaan tegen de wil van ten minste een minderheid van de
mensen. Zelfs als een “regering” precies deed wat een meerderheid van zijn onderdanen
zou willen (wat eigenlijk nooit gebeurt), zou het niet de mensen als geheel dienen; het zou
kleinere groepen met geweld opofferen ten behoeve van grotere groepen.
Bovendien, degene die iemand anders vertegenwoordigt, kan niet meer rechten hebben
dan degene die hij vertegenwoordigt. Namelijk, als een persoon geen recht heeft in te
breken in het huis van zijn buurman en zijn kostbaarheden te stelen, dan heeft hij ook geen
recht om een vertegenwoordiger aan te wijzen om dat voor hem te doen. Iemand
vertegenwoordigen is om op te treden in zijn plaats, en een echte vertegenwoordiger kan
alleen doen wat de persoon die hij representeert rechtmatig kan doen. Maar in het geval
van de “regering”, hebben de mensen die politici zeggen te vertegenwoordigen geen recht
om ook maar iets te doen van wat politici doen: “belastingen” opleggen, “wetten”
vervaardigen, enz. Gemiddelde burgers hebben geen recht om met geweld de keuzes van
hun buren af te dwingen, hen te vertellen hoe ze hun leven moeten leiden, en ze te straffen
als ze ongehoorzaam zijn. Dus als een “regering” zulke dingen doet, vertegenwoordigd zij
niet het volk, maar alleen zichzelf.
Het is interessant om te zien dat zelfs degenen die praten over “representatieve regering”
zelf weigeren enige persoonlijke verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de acties van
degenen op wie ze gestemd hebben. Als hun kandidaat naar keuze een schadelijke “wet”
uitvaardigt of “belastingen” verhoogt, of oorlog voert, zouden kiezers nooit dezelfde
schuld of schaamte voelen als wanneer ze zulke dingen persoonlijk gedaan zouden
hebben, of iemand hadden ingehuurd of geïnstrueerd om zulke dingen te doen. Dit feit
toont aan dat zelfs de meest enthousiaste kiezers eigenlijk niet geloven in het verhaal van
“representatieve regering”, en politici niet als hun vertegenwoordigers zien.
20
De terminologie klopt niet met de werkelijkheid, en het enige doel van de retoriek is te
verduisteren dat de relatie tussen elke “regering” en zijn “onderdanen” gelijk is aan de
verhouding tussen meester en slaaf. De ene meester kan zijn slaven minder ernstig met de
zweep slaan dan de andere; een andere meester kan zijn slaven toestaan meer te houden
van wat zij produceren; een andere meester kan beter voor zijn slaven zorgen – maar niets
daarvan verandert de fundamentele, onderliggende aard van de meester-slaaf relatie.
Degene met het recht om te regeren is de meester; degene met de verplichting om te
gehoorzamen is de slaaf. En dat geldt zelfs wanneer mensen ervoor kiezen om de situatie
te beschrijven met behulp van onjuiste en bedrieglijke retorische verzachtende termen,
zoals “representatieve regering”, “instemming van de onderdanen”, en “wil van het volk”.
Het begrip “een regering van het volk, door het volk en voor het volk” is een mooi
klinkend politiek praatje wat goed voelt, maar het is een logische onmogelijkheid. Een
heersende klasse kan zijn onderdanen niet dienen of vertegenwoordigen, zoals een
slaafeigenaar zijn slaven niet kan dienen of vertegenwoordigen. De enige manier waarop
hij dat zou kunnen doen is door op te houden te een slaafeigenaar zijn, en zijn slaven vrij
te laten. Op dezelfde manier is de enige mogelijkheid waarop een heersende klasse een
dienaar van het volk kan worden, is door op te houden een heersende klasse te zijn, door
afstand te doen van al haar macht. De “regering” kan de mensen niet dienen, tenzij het
ophoudt “regering” te zijn.
Een ander voorbeeld van irrationele staatsleer is het concept van de “rechtsstaat”. Het idee
is dat regeren door gewone mensen slecht is, omdat het degenen met een kwaadaardige
machtshonger aantrekt, terwijl in de “rechtsstaat”, zoals de theorie gaat, alles draait om
objectieve, redelijke bepalingen die aan de hele mensheid gelijkelijk worden opgelegd.
Eén moment nadenken onthult de absurditeit van deze mythe. Ondanks het feit dat de
“wet” vaak wordt gezien als een heilig onfeilbaar pakket regels die spontaan voortvloeit uit
de aard van het universum, is de “wet” in werkelijkheid simpelweg een verzameling van
bevelen uitgegeven en afgedwongen door mensen in de “regering”. Er zou pas verschil zijn
tussen “wettelijk recht” en “menselijk recht” als de zogenaamde “wetten” werden
geschreven door iets anders dan mensen.
Het heilige ingrediënt
In hun pogingen het bestaan van een heersende klasse (“regering”) te rechtvaardigen,
beschrijven staatisten vaak heel redelijke, legitieme, nuttige dingen, om dat vervolgens
“regering” te noemen. Zo beweren ze, “Als mensen samenwerken aan een georganiseerd
systeem van gezamenlijke verdediging, is dat regering”. Of ze claimen, “Als mensen
gezamenlijk beslissen over de manier waarop dingen zoals wegen en handel en
eigendomsrechten moeten werken in hun stad, is dat regering”. Of ze zeggen, “Als mensen
hun krachten bundelen om dingen collectief te doen, in plaats van ieder voor zich, is dat
regering.” Geen van deze uitspraken zijn waar.
Dergelijke beweringen zijn bedoeld om de “regering” te laten klinken als een natuurlijk,
legitiem en nuttig onderdeel van de menselijke samenleving. Maar ze gaan allemaal
21
voorbij aan de fundamentele aard van de “regering”. De “regering” is geen organisatie,
samenwerking, of onderlinge overeenkomst. Talloze groepen en organisaties –
supermarkten, voetbalteams, autobedrijven, korfbalclubs, etc. – werken samen, met voor
beide partijen gunstige gezamenlijke acties, maar ze zijn geen “regering”, omdat ze niet
het ingebeelde recht om te regeren hebben. En dat is het heilige ingrediënt dat iets “gezag”
maakt: het vermeende recht om anderen met geweld te overheersen.
“Regeringen” zijn niet zomaar een uitwas van supermarkten of voetbalteams, noch komen
ze voort uit mensen die hun gezamenlijke verdediging opzetten. Er is een fundamenteel
verschil tussen “Hoe kunnen we onszelf verdedigen?” en “Ik heb het recht om je te
commanderen!” In tegenstelling tot wat de maatschappijleerboeken beweren, zijn
“overheden” niet het gevolg van economische of basale menselijke samenwerking. Ze
gebeuren niet zomaar als gevolg van dingen die beschaafde en georganiseerde mensen
doen. Ze zijn volledig het product van de mythe dat “iemand de leiding moet hebben”.
Zonder het bijgeloof van “gezag”, zou geen enkele mate van samenwerking of organisatie
ooit tot “regering” uitgroeien. Het vereist een drastische verandering in de publieke opinie
om een dienstverlener, die voedsel, onderdak, informatie, bescherming, of iets anders
levert, te transformeren in een rechtmatige heerser. Een georganiseerd systeem verandert
net zomin vanzelf in “regering” dan dat een bewaker vanzelf een koning wordt.
En dat feit leidt ons naar een andere bewering van staatisten: dat het afschaffen van de
“regering” er simpelweg toe zou leiden dat gewelddadige bendes de macht verwerven, wat
op zijn beurt zou leiden tot een nieuwe “regering”. Maar gewelddadige overname leidt van
nature niet eerder tot een “regering” dan vreedzame samenwerking daartoe leidt. Tenzij de
nieuwe bende vermeend wordt het recht om te regeren te hebben, zal het niet worden
gezien als “regering”. In feite hangt het vermogen een moderne populatie te controleren –
vooral gewapende bevolking – volledig af van de ingebeelde legitimiteit van de heersers in
spe. Om in deze tijd een populatie van significante omvang te regeren door brute kracht
alleen, zou een enorme hoeveelheid middelen (wapens, spionnen, huurlingen, etc.)
vereisen, zelfs zoveel, dat het bijna onmogelijk zou zijn. Het schrikbeeld van een bende
meedogenloze misdadigers die een land overnemen is stof voor een leuke film, maar het
kan niet werkelijk gebeuren in een land met ook maar de meest elementaire communicatie
en vuurwapens. De enige manier om in deze tijd een grote bevolking te regeren is voor de
would-be heerser om eerst de mensen te overtuigen dat hij het morele recht heeft om
“gezag” over hen uit te oefenen; hij kan alleen heerschappij verwerven als hij eerst de
mythe van “gezag” in de hoofden van zijn beoogde slachtoffers kan inprenten, en daarmee
zijn slachtoffers ervan weet te overtuigen dat hij een legitieme en goede “regering” is. En
als hij dat kan bereiken, zal er voor hem maar heel weinig werkelijk geweld vereist zijn
om de macht te verwerven en te onderhouden. Maar als zijn regime ooit die legitimiteit
verliest in de ogen van zijn slachtoffers, of als hij dat om mee te beginnen niet weet te
bereiken, zal bruut geweld alleen hem geen blijvende macht opleveren.
Samenvattend, noch bendes noch coöperaties worden ooit “regering”, tenzij de mensen
geloven dat ze het recht hebben om te regeren. En wanneer het volk als geheel zich weet te
bevrijden van de mythe van “gezag”, is er geen revolutie nodig om vrij te zijn; “regering”
zal gewoon ophouden te bestaan, omdat de enige plek waar het ooit bestaan heeft, is in de
22
verbeelding van hen die het bijgeloof van “gezag” aanhangen. Nogmaals, de politici en de
huurlingen die hun bedreigingen uitvoeren, zijn zeer reëel, maar zonder vermeende
legitimiteit worden ze gezien voor wat ze zijn, een bende machtswellustige misdadigers,
en niet een “regering”.
Verder wordt beweerd (b.v. door Thomas Jefferson, in de onafhankelijkheidsverklaring)
dat het mogelijk en wenselijk is, om een “regering” te hebben die niets doet behalve de
rechten van het individu beschermen. Maar een organisatie die alleen dat doet is geen
“regering”. Ieder individu heeft het recht om zichzelf en anderen te verdedigen tegen
aanvallers. Dat recht uitoefenen, zelfs via een zeer georganiseerde, grootschalige operatie,
vormt net zozeer geen “regering”, dan dat georganiseerde, grootschalige voedselproductie
“regering” vormt. Voordat iets “regering” is, moet het, per definitie, iets doen waar
doorsnee mensen geen recht toe hebben, een “regering” met dezelfde rechten als ieder
ander is net zozeer geen “regering” dan de doorsnee man op straat “regering” is.
Het excuus van de noodzaak
Het excuus waar staatisten (mensen die in “regering” geloven) uiteindelijk vaak hun
toevlucht in zoeken is dat de mensheid “regering” vereist, dat de samenleving heersers
nodig heeft, dat iemand de leiding moet hebben, of er zouden constant chaos en bloederige
onlusten zijn. Maar noodzaak, hetzij echt of ingebeeld, kan niet een mythische entiteit tot
realiteit maken. Een recht om te regeren zal niet ontstaan, alleen maar omdat we het
zogenaamd “nodig” hebben voor een vreedzame samenleving. Niemand zal beweren dat
de kerstman echt moet zijn, omdat we hem nodig hebben om kerst te laten werken. Als
“gezag” niet bestaat en niet kan bestaan, zoals hieronder zal worden aangetoond, is zeggen
dat we het “nodig hebben” niet alleen zinloos, maar vanzelfsprekend onwaar. We kunnen
niet iets in het leven roepen door pure wilskracht. Als je uit een vliegtuig springt zonder
parachute, maakt je “noodzaak” voor een parachute niet dat er één zal verschijnen. Op
dezelfde manier, als het onmogelijk is dat een persoon het recht verwerft om te heersen
over anderen, en het onmogelijk is dat een persoon de verplichting verkrijgt om zich te
onderwerpen aan een ander (zoals hieronder bewezen), dan is beweren dat zulke dingen uit
“noodzaak” gebeuren een leeg argument.
23
Deel 2
De tegenbewijzen voor gezag
Loslaten van de mythe
Een groeiend aantal mensen vindt tegenwoordig dat “regering” niet noodzakelijk is en dat
de menselijke samenleving, op een praktisch niveau, zonder “regering” een stuk beter zou
werken. Anderen beweren dat ongeacht wat beter “werkt”, een samenleving zonder
dwingende staat de enige morele keuze is, want het is de enige keuze die geen steun geeft
aan de initiatie van geweld tegen onschuldige mensen. Hoewel dergelijke argumenten
zowel geldig als waardevol zijn, is er eigenlijk een meer fundamenteel punt dat dergelijke
discussies betwistbaar maakt: “gezag”… moreel of niet, en of het nu “werkt” of niet, kan
niet bestaan. Dit is niet alleen een statement van wat zou moeten zijn, het is een
beschrijving van wat is. Als “gezag” niet kan bestaan – zoals hieronder logisch zal worden
bewezen – is elk debat over de vraag of we het “nodig” hebben, of hoe goed het werkt op
een praktisch niveau, zinloos.
Daarom, het punt van dit boek is niet dat “regering” moet worden afgeschaft, maar dat
“regering” – een legitieme heersende klasse – niet bestaat en niet kan bestaan, en dat het
verzuim om dit feit te erkennen heeft geleid tot onmetelijk lijden en onrecht. Zelfs de
meeste van hen die “regering” herkennen als een enorme bedreiging voor de mensheid
spreken over het afschaffen ervan, alsof het werkelijk bestaat. Ze spreken alsof er een
keuze is tussen het hebben van een “regering” en niet hebben van een “regering”. Het is er
niet. “Regering” is een logische onmogelijkheid. Het probleem is feitelijk niet “regering”,
maar het geloof in “regering”. Ter vergelijking, iemand die beseft dat de kerstman niet echt
is begint geen kruistocht om de kerstman af te schaffen, of om hem te verdrijven van de
Noordpool. Hij stopt gewoon in hem te geloven. Het verschil is dat het geloof in de
kerstman weinig kwaad doet, terwijl het geloof in het mythische beest, genaamd
“regering” heeft geleid tot onvoorstelbaar pijn en lijden, onderdrukking en onrecht.
De boodschap hier is niet dat we moeten proberen om een wereld te creëren zonder
“gezag”, maar de boodschap is dat het de mens zou betamen het feit te accepteren dat een
wereld zonder “gezag” alles is wat ooit heeft bestaan, en dat de mensheid veel beter af zou
zijn, en mensen zouden zich op een veel meer rationele, morele en beschaafde manier
gedragen, als dat feit op grote schaal werd begrepen.
Waarom is de mythe zo verleidelijk
Alvorens aan te tonen dat “gezag” niet kan bestaan, moet kort worden genoemd waarom
iemand zou willen dat zoiets bestaat. Het is duidelijk waarom zij die heerschappij over
anderen zoeken, willen dat “regering” bestaat: het geeft hen een gemakkelijk, zogenaamd
legitiem mechanisme waardoor ze anderen onder dwang kunnen beheersen. Maar waarom
zouden anderen – waarom zouden zij die worden overheerst – willen dat het bestaat?
24
De denkwijze van staatisten begint gewoonlijk met een redelijke zorg, maar eindigt met
een krankzinnige “oplossing”. De gemiddelde persoon die de wereld beschouwt, wetende
dat er miljarden mensen rondlopen, van wie velen dom zijn of vijandig, wil van nature een
soort zekerheid dat hij zal worden beschermd tegen alle ondoordachte en kwaadaardige
dingen die anderen kunnen doen. De meesten die in “regering” geloven beschrijven
openlijk dat “regering” nodig is: omdat mensen niet te vertrouwen zijn, omdat het in de
menselijke natuur zit om te stelen, te vechten, etc. Staatisten beweren vaak dat zonder een
regulerend “gezag”, zonder een “regering” die de regels van de samenleving maakt en
handhaaft voor iedereen, elk geschil zou eindigen in bloedvergieten, er weinig of geen
samenwerking zou zijn, de handel helemaal zou ophouden, het “ieder voor zich” zou
worden, en de mensheid zou degraderen tot Neanderthalers of een holbewonerachtig
bestaan.
Als gevolg hiervan wordt het debat tussen staatisme en anarchisme vaak ten onrechte
gevoerd over de vraag of mensen van nature goed en betrouwbaar zijn, en er daarom geen
“regering” nodig is. Of dat ze van nature slecht en onbetrouwbaar zijn, en daarom een
“regering” nodig hebben om ze te besturen. Werkelijk, of mensen nu allemaal goed,
allemaal slecht, of iets daar tussenin zijn, het geloof in “gezag” is en blijft een irrationeel
bijgeloof, maar het populairste excuus voor de “regering” is – dat mensen slecht zijn en
moeten worden aangestuurd, – onopzettelijk onthult dit de waanzin inherent aan alle
staatisme.
Als mensen namelijk zo onverschillig zijn, zo dom en kwaadaardig dat ze niet te
vertrouwen zijn om op eigen kracht het juiste te doen, hoe zou het de situatie dan
verbeteren door een deel van diezelfde onzorgvuldige, domme en slechte mensen te
nemen, en hen publieke toestemming te geven om onder dwang alle anderen te regeren?
Waarom zou iemand denken dat het herschikken en reorganiseren van een groep
gevaarlijke beesten hen beschaafd zou maken? Het antwoord duidt op het mythologische
karakter van het geloof in “gezag”. Het is niet alleen een andere menselijke machtsverhouding
die autoritairen zoeken, maar er wordt een soort bovenmenselijke entiteit in
betrokken, met rechten die mensen niet hebben, en met deugden die menselijke wezens
niet hebben, die zouden kunnen worden gebruikt om alle onbetrouwbare mensen in het
gareel te houden. Zeggen dat mensen zo gebrekkig zijn dat ze moeten worden aangestuurd
– een gemeenschappelijke refrein onder staatisten – impliceert dat de mens iets anders
nodig heeft dan mensen om de aansturing te doen. Maar het maakt niet uit hoe hard je de
“regering” bestudeert, je zult ontdekken dat het altijd volledig door mensen wordt gerund.
Zeggen dat de “regering” nodig is omdat mensen onbetrouwbaar zijn is net zo irrationeel
als zeggen dat als iemand wordt aangevallen door een zwerm bijen, je dat op kunt lossen
door een autoritaire hiërarchie onder de bijen te maken, een deel van de bijen de plicht
toewijzen om de andere bijen kwaaddoen te verhinderen, Hoe ook gevaarlijk de bijen
kunnen ook zijn, zo’n “oplossing” is belachelijk.
Wat staatisten werkelijk willen van een “regering” is een enorme, niet te stoppen macht die
het goede doet. Maar er bestaat geen tovertruc, politiek of anderszins, die bij machte is te
garanderen dat recht zal plaatsvinden, dat de “goeden” zullen winnen of dat onschuldigen
zullen worden beschermd en verzorgd. De reusachtige, bovenmenselijke, magische redder
25
die staatisten denken nodig te hebben om de mensheid van zichzelf te redden bestaat niet.
In elk geval op deze planeet, staat de mens bovenaan – er is niet iets hogers dat hen
bestuurt zodat ze zich netjes gedragen, en hallucineren maakt zo’n bovenmenselijke entiteit
niet echt, en helpt de situatie ook niet.
De religie genaamd “regering”
“Regering” is geen wetenschappelijk concept, noch een rationele sociologische con–
structie; noch een logische, praktische methode van menselijke organisatie en
samenwerking. Het geloof in de “regering” is niet gebaseerd op de rede; het is gebaseerd
op geloof. Werkelijk, het geloof in “regering” is een religie, die bestaat uit een set van
dogmatische leerstellingen en irrationele doctrines die wegsmelten in aanwezigheid van
zowel bewijs als logica, en die methodisch worden onthouden en nagepraat door de
gelovigen. Net als andere godsdiensten, beschrijft het evangelie genaamd “regering” een
bovenmenselijke, bovennatuurlijke entiteit, boven gewone stervelingen, die geboden geeft
aan de arbeiders, voor wie onvoorwaardelijke gehoorzaamheid een morele plicht is.
Ongehoorzaamheid aan de geboden (“de wet te overtreden”) wordt gezien als een zonde,
en de gelovigen scheppen behagen in de straf van de ongelovigen en zondaars
(“criminelen”), terwijl men op hetzelfde moment erg trots is op hun eigen loyaliteit en
nederige dienstbaarheid aan hun god (als “gezagsgetrouwe belastingbetalers”). En terwijl
de stervelingen hun heer nederig mogen smeken om gunsten, en om toestemming bepaalde
dingen te doen, wordt het als godslasterlijk en schandalig beschouwd wanneer een van de
nederige arbeiders zichzelf geschikt acht om te beslissen welke “wetten” van de “regering”
/ god hij zou moeten volgen en welke oké zijn om te negeren. Hun mantra is: “Je kunt je
best doen om de wet te veranderen, maar zolang het de wet is, hebben we die allemaal te
volgen!”
Het religieuze karakter van het geloof in “gezag” zie je duidelijk op het moment dat
mensen plechtig, met hun hand op hun hart staan, en religieus hun onsterfelijke geloof in,
en trouw aan een vlag en een “regering” verkondigen. Het dringt zelden door bij degenen
die met een gevoel van diepe trots de Belofte van Trouw opdreunen, dat ze daarmee in
werkelijkheid trouw zweren aan een systeem van onderdrukking en autoritaire controle.
Kortom, ze beloven te doen wat ze wordt opgedragen, en gedragen zich als trouwe
onderdanen aan hun meesters. Afgezien van de kennelijk onjuiste zinsnede aan het einde
over “vrijheid en rechtvaardigheid voor allen”, gaat de hele belofte over dienstbaarheid aan
de “regering” die beweert het collectief vertegenwoordigen, alsof dat op zich een goed en
edel doel is, De belofte, en de mentaliteit en emoties die dat oproept, zouden net zo goed
van toepassing kunnen zijn op elk ander tiranniek regime in de geschiedenis. Het is een
belofte om gehoorzaam te zijn en makkelijk te besturen, om zich te onderwerpen aan de
“staat” in plaats van een belofte om rechtvaardig te zijn. Veel andere vaderlandslievende
rituelen en liederen, evenals de openlijk religieuze eerbied gegeven aan twee stukken
perkament – de Verklaring van Onafhankelijkheid en de Amerikaanse grondwet – tonen
ook aan dat mensen de “regering” niet alleen niet zien als een praktische noodzaak: ze
bekijken het als een god, die moet worden geprezen en aanbeden, geëerd en gehoorzaamd.
26
De belangrijkste factor die het geloof in de “regering” van andere hedendaagse religies
onderscheidt, is dat mensen in de god die “regering” genoemd wordt, daadwerkelijk
geloven. In vergelijking daarmee, is de god waarin mensen beweren te geloven, en de kerk
die ze bezoeken, tegenwoordig weinig meer dan lege rituelen en halfslachtig nagepraat
bijgeloof. Als het gaat om het dagelijks leven, is de god waar mensen daadwerkelijk toe
bidden, om hen te beschermen tegen ongeluk, om hun vijanden te verslaan, en om hen te
zegenen, de “regering”. Het zijn de geboden van de “regering”, die de mensen het meest
respecteren en gehoorzamen, wanneer er een conflict ontstaat tussen de “regering” en de
leer van hun god – zoals “betaal jou eerlijke deel” (belasting) versus “Gij zult niet stelen”
of “het land dienen” (militaire dienst) versus “Gij zult niet doden” – overstijgen de geboden
van de “regering” alle leer van de andere religies. Politici, de hoge priesters van de kerk
van de “regering” – de woordvoerders en vertegenwoordigers van de “regering”, die de
heilige “wet” uit de hoge brengen – en die zelfs openlijk verklaren dat het mensen is
toegestaan om welke religie ze maar willen te praktiseren, zolang ze maar niet ingaan
tegen de hoogste religie ongehoorzaam te zijn aan de “wet” – dat is: de voorschriften van
de god genaamd “regering”.
Misschien wel het meest veelzeggend is, dat als je een doorsnee iemand voorstelt dat God
misschien niet bestaat, hij waarschijnlijk met minder emotie en vijandigheid zal reageren
dan wanneer je het idee oppert van het leven zonder “regering”. Dit is een indicatie aan
welke religie mensen dieper emotioneel gehecht zijn, en in welke religie ze daadwerkelijk
vaster geloven. In feite geloven ze zo diep in de “regering” dat ze het helemaal niet eens
herkennen als zijnde een geloof. De reden waarom zoveel mensen reageren op het idee
van een staatloze samenleving (“anarchie”) met beledigingen, apocalyptische voorspellingen
en emotionele woedeaanvallen, in plaats van met rustig redeneren, is omdat hun
geloof in “regering” niet het resultaat is van een zorgvuldige, rationele afweging van
bewijs en logica. Maar het is, in alle opzichten, een religieus geloof, alleen geloofd
vanwege langdurige indoctrinatie. En er is bijna niets dat aanbidders van regering een
grotere bedreiging van het bestaan vinden, dan de mogelijkheid overwegen dat de
“regering” – hun redder en beschermer, leraar en meester – eigenlijk niet bestaat, en nooit
heeft bestaan.
Veel politieke rituelen hebben een openlijk religieuze ondertoon. De grandioze,
kathedraalachtige gebouwen, de pracht en praal bij inhuldigingen en andere “regerings”
plechtigheden, de traditionele kledij en eeuwenoude rituelen, de manier waarop de leden
van de heersende klasse worden behandeld en beschreven (b.v. “eerbare”), dit alles geeft
aan dergelijke procedures een sfeer van heiligheid en eerbied, het is veel meer een
indicatie van godsdienstige riten dan van een praktisch middel van gemeenschappelijke
organisatie.
Het zou leuk zijn om een meer morele, almachtige godheid te hebben om de onschuldigen
te beschermen en om onrechtvaardigheid te voorkomen. En dat is wat staatisten hopen dat
de “regering” zal zijn: een verstandige, onbevooroordeelde, alwetende en almachtige
“uiteindelijke beslisser” die de gebrekkige, kortzichtige en egoïstische grillen van de
mensheid overstijgt en overtreft, en feilloos rechtvaardigheid en eerlijkheid uitdeelt.
Helaas, zoiets is er niet, en zoiets kan er niet zijn, en er zijn vele redenen waarom het
27
volkomen dwaas is om naar de “regering” te kijken als de oplossing voor de menselijke
onvolmaaktheid. Zo wil bijna elke staatist, dat de “regering” objectieve regels van
beschaafd gedrag afdwingt, of preciezer, ieder individu wil dat zijn eigen perceptie van
rechtvaardigheid en moraliteit ten uitvoer wordt gebracht door de “regering”, zonder dat
men doorheeft dat op het moment dat er een “gezag” is, het niet meer aan dat individu is
om te beslissen wat rechtvaardig en moreel is, het “gezag” neemt het recht om dat te
beslissen voor zichzelf. En zo, keer op keer, hebben gelovigen in “gezag” geprobeerd om
een almachtige macht ten goede te creëren door sommige mensen tot heersers te zalven,
alleen om snel te leren dat zodra de meester op de troon zit, het hem niet meer kan schelen
wat zijn slaven hadden gehoopt dat hij zou gaan doen met de macht die ze hem gaven.
En dit is allerlei staatisten overkomen, met zeer verschillende opvattingen en agenda’s.
socialisten denken dat de “regering” nodig is om rijkdom “eerlijk” te herverdelen;
objectivisten denken dat de “regering” nodig is om de individuele rechten te beschermen;
constitutionelen denken dat de “regering” nodig is om alleen de in de grondwet genoemde
taken uit te voeren; mensen die in democratie geloven denken dat de “regering” nodig is
om de wil van de meerderheid uit te voeren; veel christenen denken dat de “regering”
nodig is om Gods wetten af te dwingen; enzovoort. En in alle gevallen raken mensen
teleurgesteld, omdat het “gezag” altijd het plan verandert om de agenda van de
machthebbers te dienen. Zodra een nieuwe lichting heersers “de baas” is geworden, kan
het hen niet meer schelen wat de massa wilde dat ze met hun macht zouden doen. Dat feit
is door elke “regering” in de geschiedenis opnieuw aangetoond, zodra mensen een meester
creëren, hebben die mensen, per definitie, geen enkele zeggenschap meer.
Anders te verwachten, zelfs zonder alle historische voorbeelden, is absurd. Verwachten dat
een meester zijn slaven dient – verwachten dat macht uitsluitend wordt gebruikt ten gunste
van de ondergeschikten, boven hen die de macht hebben – is belachelijk. Wat het nog
gekker maakt is dat staatisten beweren dat het aanwijzen van heersers de enige manier is
om de onvolkomenheid en onbetrouwbaarheid van de mensheid te overwinnen. Staatisten
zien een wereld vol vreemden met twijfelachtige motieven en dubieuze moraal, en zijn
bang voor wat sommige van die mensen zouden kunnen doen. Dat, in en op zichzelf, is
een volkomen redelijke bezorgdheid. Maar dan, als bescherming tegen wat sommige van
die mensen zouden kunnen doen, pleiten de staatisten ervoor om een deel van diezelfde
mensen van twijfelachtige deugd, een enorme hoeveelheid macht en bevoegdheid toe te
staan, om over alle anderen te heersen, in de ijdele hoop dat, als door een wonder, deze
mensen opeens wel zullen besluiten om hun nieuwe macht alleen voor het goede aan te
wenden. Met andere woorden, de staatist kijkt naar zijn medemens en denkt, “ik vertrouw
je niet als buurman, maar ik vertrouw je wel als mijn meester”.
Bizar genoeg, geeft bijna elke staatist toe dat politici nog oneerlijker, corrupter,
achterbakser en egoïstischer zijn dan de meeste mensen, maar men blijft toch volhouden
dat de beschaving alleen kan bestaan als zulke uitzonderlijk onbetrouwbare mensen zowel
de macht als het recht krijgen om iedereen met geweld te regeren. Degenen die in de
“regering” geloven, denken werkelijk dat het enige dat ze tegen de gebreken van de
menselijke natuur kan beschermen, is om een deel van die gebrekkig mensen te nemen –
het meest gebrekkige deel in feite – en hen als goden te benoemen, met het recht de hele
28
mensheid te domineren, in de absurde hoop dat, als ze zo’n enorme macht krijgen, deze
mensen het alleen voor het goede zullen gebruiken. En het feit dat dit in de geschiedenis
van de wereld nog nooit is gebeurd, weerhoudt staatisten niet vol te houden dat het
“nodig” is om vreedzame beschaving te waarborgen.
(Persoonlijke noot van de auteur: Ik zeg dit alles als een voormalige toegewijde staatist,
die zelf het grootste deel van mijn leven niet alleen de tegenstrijdigheden en misleidende
redenaties achter de “regerings” mythe accepteerde, maar die mythologie zelf ook vurig
verspreidde. Ik ben niet snel of gemakkelijk ontsnapt aan mijn eigen autoritaire
indoctrinatie, maar heb het bijgeloof traag en aarzelend losgelaten, en gedurende die tijd
veel geworsteld met mijn gedachten. Ik noem dit alleen zodat kan worden begrepen dat
wanneer ik verwijs naar het geloof in “gezag” als volkomen irrationeel en krankzinnig, ik
mijn eigen eerdere overtuigingen net zozeer aanval als die van iemand anders.)
Een andere manier om ernaar te kijken is dat staatisten bang zijn dat verschillende mensen
verschillende overtuigingen, verschillende standpunten, en een verschillende moraal
hebben. Ze benoemen problemen, als: “Wat als er geen regering is en iemand denkt dat het
goed is om mij te doden en mijn spullen te stelen?” Ja, als er tegenstrijdige opvattingen
zijn – zoals er altijd zijn geweest en altijd zullen zijn – kunnen die tot conflicten leiden. De
autoritaire “oplossing” is dat, in plaats van dat ieder voor zichzelf beslist wat goed is en
wat hij zou moeten doen, er een centraal “gezag” moet zijn, die de regels maakt die
iedereen worden opgelegd. Staatisten hopen uiteraard dat het “gezag” de juiste regels zal
stellen en handhaven, maar ze leggen nooit uit hoe of waarom dit zo zou gaan. Nu de
bevelschriften van de “regering” door louter menselijke wezens worden geschreven –
meestal door uitzonderlijk machtsbeluste, corrupte mensen – is het de vraag waarom
iemand zou verwachten dat hun “regels” beter zijn dan de “regels” die elk individu voor
zichzelf zou kiezen.
Het geloof in de “regering” maakt niet dat iedereen het eens wordt; het creëert alleen een
mogelijkheid om persoonlijke meningsverschillen drastisch te escaleren tot grootschalige
oorlogen en massale onderdrukking. Evenmin geeft afwikkeling van een geschil door een
“gezag” iets van garantie dat de “goede” kant wint. Toch praten staatisten alsof de
“regering” eerlijk, redelijk en rationeel is, in situaties waarin individuen dat niet zouden
zijn. Opnieuw laat dit zien dat gelovigen in “gezag”, een “regering” bovenmenselijke
deugden toedicht die vertrouwd moet worden boven de deugden van gewone stervelingen.
De geschiedenis leert anders, een verwrongen gevoel voor moraal in één persoon, of in een
paar, kan leiden tot de moord op één persoon, of zelfs tientallen, maar datzelfde
verwrongen gevoel voor moraal kan in slechts een paar mensen, als ze bezit krijgen van de
machine genaamd de “regering”, resulteren in de moord op miljoenen. De staatist wil dat
zijn idee van de “goede regels” aan iedereen wordt opdrongen door een centraal “gezag”,
maar heeft geen manier om dat te laten gebeuren en geen reden om te verwachten dat het
zal gebeuren. In hun zoektocht naar een almachtige “goederik” om de dag te redden,
creëren staatisten uiteindelijk altijd almachtige slechteriken. Keer op keer, bouwen ze
gigantische, niet te stoppen “regerings” monsters in de hoop dat zij de onschuldige zullen
verdedigen, alleen om te ontdekken dat de monsters uitgroeien tot een veel grotere
29
bedreiging voor de onschuldige dan de oorspronkelijke bedreigingen waartegen zij ze
hadden moeten beschermen.
Ironisch genoeg, waar staatisten eigenlijk voor pleiten in hun pogingen om gerechtigheid
voor iedereen te garanderen, de legitimatie van het kwaad is. De waarheid is dat alles wat
geloof in “gezag” ooit doet, en alles wat het ooit kan doen, is om meer immoreel geweld te
introduceren in de samenleving. Dit is niet een ongelukkig toeval, of de bijwerking van
een in principe goed idee. Het is een onwrikbare waarheid gebaseerd op de aard van het
geloof in “gezag” en dit is gemakkelijk logisch bewijzen.
“Gezag” = immoreel geweld
Bijna iedereen is het erover eens dat fysiek geweld soms gerechtvaardigd is, en soms niet.
Hoewel er een groot, discutabel grijs gebied is, wordt algemeen aangenomen dat agressief
geweld – de initiatie van geweld tegen een andere persoon – ongerechtvaardigd is en
immoreel. Dit omvat diefstal, mishandeling en moord, maar ook meer indirecte vormen
van agressie zoals vandalisme en fraude. Aan de andere kant, is het gebruik van geweld ter
verdediging van de onschuldige algemeen aanvaard als gerechtvaardigd en moreel, zelfs
nobel. De legitimiteit van dergelijke geweld wordt bepaald door de situatie waarin het
wordt gebruikt, niet door wie het gebruikt. Om het eenvoudig te maken, kunnen de soorten
van geweld, waartoe iedereen het recht heeft, worden aangeduid als “goed geweld”, en alle
daden van geweld waartoe normale mensen niet het recht hebben, worden aangeduid als
“slecht geweld”. (De lezer kan zijn eigen normen toepassen, en de logica zal hier blijven
gelden.)
Echter, agenten van de “staat” worden het recht toegedacht om geweld te gebruiken niet
alleen in de situaties waarin iedereen een dergelijk recht zou hebben, maar in andere
situaties ook. Het spreekt voor zich dat als iedereen het recht heeft om inherent
gerechtvaardigd “goed geweld” te gebruiken, en de “wet” agenten van de “regering”
machtigt om in andere situaties evengoed geweld te gebruiken, dan de “wet” een poging is
om slecht geweld te legitimeren, kortom, “gezag” is toestemming om kwaad te doen – om
dingen te doen die zouden worden herkend als immoreel en ongerechtvaardigd als iemand
anders ze deed.
Uiteraard begrijpen noch de enthousiaste kiezer die trots een poster voor zijn raam plakt,
noch de goedbedoelende burger die verkozen probeert te worden dit feit. Als ze dat wel
deden, snapten ze ook dat “democratie” niets meer is dan door-de-meerderheidgoedgekeurd
immoreel geweld en dat dit onmogelijk de samenleving kan fiksen of een
instrument voor vrijheid en rechtvaardigheid kan zijn. Ondanks de mythologie die beweert
dat men door te stemmen “zeggenschap” heeft, en dat stemrecht mensen vrijmaakt, is de
waarheid dat alles wat “democratie” doet, het legitimeren is van agressie en ongerecht–
vaardigd geweld. De logica hiervan is zo simpel en voor de hand liggend dat een enorme
hoeveelheid propaganda nodig is om mensen te trainen dit niet te zien. Als iedereen het
recht heeft om inherent rechtvaardig geweld te gebruiken, en “regerings” agenten ook in
30
andere situaties “geweld” mogen gebruiken, dan, uit zijn aard, is hetgeen de “regering”
aan de samenleving bijdraagt niets anders dan immoreel geweld.
Het probleem is dat de mensen geleerd hebben dat wanneer het geweld “legaal” is gemaakt
en wordt gepleegd door de “regering”, het van immoreel geweld verandert in rechtvaardige
“rechtshandhaving”. De fundamentele aanname waarop alle “regering” is gebaseerd is het
idee dat wat moreel verkeerd zou zijn als de gemiddelde persoon het doet, moreel juist kan
zijn wanneer het gedaan wordt door agenten van de “regering”, wat impliceert dat de
normen van moreel gedrag, van toepassing op de mensen, niet van toepassing is op
agenten van “regering” (opnieuw, er op zinspelend dat het ding genaamd “regering”
bovenmenselijk is). Van nature gerechtvaardigd geweld, waarover de meeste mensen het
normaal gesproken eens zijn, is beperkt tot defensief geweld, wat geen “wet” of speciaal
“gezag” vereist om het geldig te maken. Het enige waar “wet” en “regering” voor nodig
zijn is om te proberen immoreel geweld te legitimeren. En dat is precies wat “de regering”
toevoegt, en het enige wat het bijdraagt aan de samenleving, meer inherent onrechtvaardig
geweld. Niemand die deze eenvoudige waarheid begrijpt zou ooit beweren dat de
“regering” essentieel is voor de menselijke beschaving.
Het idee dat een door de mens gemaakte “wet” de gangbare regels van beschaafd gedrag
kan tenietdoen heeft een aantal tamelijk beangstigende gevolgen. Als de “regering” niet
wordt beperkt door de natuurlijke menselijke moraal, wat het begrip “gezag” met zich mee
brengt, welke normen of beginselen beperken het handelen van de “regering” dan nog? Als
30% “belasting” valide is waarom zou 100% “belastingen” niet valide zijn? Als “legale”
diefstal legitiem en rechtvaardig is, waarom kan “gelegaliseerde” marteling en moord dan
niet legitiem en rechtvaardig zijn? Als een “collectieve noodzaak” de samenleving vereist
een instituut uit te zonderen van een bepaalde moraal, waarom zou er dan enige grens zijn
aan wat het kan doen? Als het uitroeien van een heel ras, of het verbod op een religie, of
het met geweld tot slaaf maken van miljoenen noodzakelijk is voor het fictieve “algemeen
belang”, met welke morele standaarden kan wie dan ook zich nog beklagen, als men
eenmaal het uitgangspunt van “gezag” heeft aanvaard? Alle geloof in “regering” is
gebouwd op het idee dat het “algemeen belang” de “legale” initiatie van geweld tegen
onschuldigen in meer of mindere mate rechtvaardigt. En zodra dat uitgangspunt is
geaccepteerd, is er geen objectieve morele standaard meer over om het gedrag van de
“regering” te beperken. De geschiedenis laat dat maar al te duidelijk zien. Bijna iedereen
aanvaardt de mythe dat de mens niet betrouwbaar genoeg, niet moreel genoeg en niet wijs
genoeg is om in alle rust te bestaan zonder een “regering” om ze in het gareel te houden.
Zelfs velen die het erover eens zijn dat in een ideale samenleving er geen heersers zouden
zijn, menen vaak dat de mens niet “klaar” is voor een dergelijke samenleving. Dergelijke
sentimenten zijn gebaseerd op een fundamenteel verkeerde interpretatie van wat “gezag” is
en wat het toevoegt aan de samenleving. Het idee van de “regering” als een “noodzakelijk
kwaad” (zoals Patrick Henry beschreef) impliceert dat het bestaan van de “regering”
beperkingen oplegt aan de gewelddadige agressieve aard van de mens, terwijl het in
werkelijkheid precies het tegenovergestelde doet: het geloof in “gezag” legitimeert en
“legaliseert” agressie.
31
Ongeacht hoe dwaas of wijs de mens is, of hoe kwaadaardig of deugdzaam ze ook mogen
zijn, om te zeggen dat mensheid niet “klaar” is voor een staatloze samenleving, of niet
“vertrouwd kan worden” te bestaan zonder een “gezag” waarvoor zij buigen, wil zeggen
dat een vreedzame beschaving alleen kan bestaan als er een grote, krachtige machine is die
een enorme hoeveelheid immoreel geweld introduceert in de samenleving. Natuurlijk,
herkennen staatisten het geweld niet als immoreel, omdat voor hen, het geen gewone
stervelingen zijn die het geweld begaan, maar vertegenwoordigers van de godheid bekend
als “regering”, en godheden hebben het recht om dingen te doen die stervelingen niet
mogen. Wanneer dit bijna universeel gekoesterde geloof beschreven wordt in accurate,
letterlijke termen – dat het noodzakelijk is om immoreel geweld in de samenleving in te
voeren teneinde mensen te weerhouden van immoreel geweld – kunnen we het
ontmaskeren als de ronduit absurde mythe die het is. Maar iedereen die in de mythe van de
“regering” gelooft, kan niet anders dan precies dat te geloven. Ze geloven dat niet als
gevolg van rationeel denken en logica; ze accepteren het als een geloofsartikel, omdat het
deel uitmaakt van de onbetwistbare leer van de kerk der “regering”.
Wie gaf hen het recht?
Er zijn verschillende manieren om aan te tonen dat de mythologie die het publiek wordt
geleerd over de “regering” met zichzelf in tegenspraak en irrationeel is. Een van de
eenvoudigste manieren is om de vraag te stellen: Hoe kan iemand het recht om een ander
te regeren verwerven? Het oude bijgeloof verklaard dat bepaalde mensen specifiek gewijd
werden door een god, of een groep van goden, om over anderen te heersen. Verschillende
legenden vertellen van bovennatuurlijke gebeurtenissen (de Dame van het Meer, het
Zwaard in de Steen, enz.) die bepaalden wie het recht zou hebben om over anderen te
regeren. Gelukkig is de mensheid, voor het grootste deel, dit dwaze bijgeloof ontgroeid.
Helaas hebben ze het vervangen door een nieuw bijgeloof dat nog minder rationeel is.
De oude mythen schreven tenminste de taak van de benoeming van bepaalde personen als
heersers over anderen nog toe aan een mysterieuze “hogere macht” – iets wat een godheid
tenminste in theorie kon doen. De nieuwe rechtvaardigingen voor “gezag”, beweren
echter, dat het dezelfde geweldige prestatie kan bereiken, maar nu zonder bovennatuurlijke
hulp. Kortweg, ondanks alle complexe rituelen en gecompliceerde redenaties, berust al het
moderne geloof in “regering” op de gedachte dat gewone stervelingen, door middel van
bepaalde politieke procedures, aan sommige mensen hogere rechten kunnen geven die
niemand van de mensen om te beginnen bezat. De inherente waanzin van een dergelijk
idee zou iedereen duidelijk moeten zijn. Er is geen ritueel of document, waardoor een
groep mensen aan iemand anders een recht kan delegeren dat niemand in die groep bezit,
en die vanzelfsprekende waarheid, geheel op zichzelf, vernietigt elke mogelijkheid van
legitieme “regering”.
De gemiddelde mens gelooft dat de “regering” het recht heeft om tal van dingen te doen,
terwijl de gemiddelde persoon niet beschikt over het recht om die zelf te doen. De voor de
hand liggende vraag is dan, hoe en van wie, hebben degenen in de “regering” dergelijke
rechten verkregen? Hoe bijvoorbeeld – of je het nu “diefstal” of “belasting” noemt –
32
zouden degenen in de “regering” het recht verwerven om onder dwang het eigendom te
nemen van degenen die het hebben verdiend? Geen kiezer heeft een dergelijk recht. Dus
hoe kunnen kiezers de mogelijkheid hebben een dergelijk recht aan politici te geven? Alle
moderne staatisme is volledig gebaseerd op de veronderstelling dat mensen rechten die ze
niet hebben kunnen delegeren. Zelfs de Amerikaanse grondwet pretendeert aan het
“parlement” het recht te geven “belasting” te heffen en bepaalde dingen te “reguleren”,
hoewel de auteurs van die grondwet daar zelf geen recht toe hadden en daarom onmogelijk
een dergelijk recht aan iemand anders konden geven.
Omdat elke persoon het recht heeft om zichzelf te “regeren” (zo schizofreen als dat idee
kan zijn), kan hij, althans in theorie, iemand anders machtigen om zichzelf te regeren.
Maar een recht dat hij niet bezit, en daarom niet kan delegeren aan iemand anders, is het
recht om iemand anders te regeren. En als de “regering” alleen die individuen regeerde die
elk hun recht om zichzelf te regeren vrijwillig hadden afgestaan, zou het niet langer
regering zijn.
En het aantal betrokken personen heeft geen invloed op de logica. De bewering dat een
meerderheid iemand een recht kan schenken dat geen van de individuen in die
meerderheid bezit, is net zo irrationeel als beweren dat drie personen, die geen van allen
een auto hebben of geld om samen een auto te kopen, een auto kan geven aan iemand
anders. In de eenvoudigste termen, je kunt niet iemand iets geven wat je niet hebt. En die
simpele waarheid, geheel op zichzelf, sluit alle “regering” uit, want als mensen in de
“regering” alleen die rechten hebben, bezeten door die hen verkozen, dan verliest de
“regering” het ene ingrediënt dat het “regering” maakt: het recht om over anderen te
regeren (“gezag”). Als het dezelfde rechten en bevoegdheden als ieder ander heeft, is er
geen reden om te spreken van “regering”. Als de politici niet meer rechten heeft dan jij
hebt, hebben al hun eisen en bevelen, al hun politieke rituelen, “wet” boeken, rechtbanken,
enzovoort, niet meer waarde dan de symptomen van een ernstige psychotische waanvoorstelling.
Niets van wat ze doen kan enige legitimiteit hebben, net zomin als je het
zelfde ding alleen deed, tenzij ze op één of andere manier rechten hebben verkregen die jij
niet hebt. En dat is onmogelijk, omdat niemand op aarde, en geen enkele groep mensen op
aarde, ze zulke bovenmenselijke rechten gegeven zou kunnen hebben.
Geen enkel politiek ritueel kan moraal veranderen. Geen verkiezing kan een slechte daad
veranderen in een goede daad. Als het slecht is voor jou om iets te doen, dan is het ook
slecht voor degenen in de “regering” om het te doen. En als dezelfde moraal die voor jou
geldt ook geldt voor hen in de “regering”, als mensen in een “openbaar ambt” dezelfde
rechten hebben als jij hebt, en niet meer dan dat – houdt “regering” op regering te zijn.
Indien gemeten naar dezelfde maatstaven als andere stervelingen, zijn degene die het
embleem van de “regering” dragen niets anders dan een bende tuig, terroristen, dieven en
moordenaars, en ontberen hun acties elke legitimiteit, elke geldigheid, elk “gezag”. Zij zijn
niets anders dan een bende oplichters die volhouden dat bepaalde documenten en rituelen
hen het recht hebben gegeven om schurken te zijn. Helaas, geloven zelfs de meeste van
hun slachtoffers hen.
33
Veranderen van moraal
Het begrip “gezag” hangt af van de begrippen goed en kwaad (d.w.z. moraal). Te weten,
“gezag” hebben betekent niet enkel de mogelijkheid hebben om andere mensen te
dwingen, iets wat talloze misdadigers, dieven en bendes ook hebben die niet worden
aangeduid als “gezag”, maar het betekent het recht te hebben om andere mensen te
commanderen, wat impliceert dat degenen die worden gecommandeerd een morele
verplichting hebben om te gehoorzamen, niet alleen om straf te vermijden, maar ook
omdat zulke gehoorzaamheid (“gezagsgetrouw zijn”) moreel goed is en omdat ongehoorzaamheid
(“de wet overtreden”) moreel slecht is. Dus, voor het bestaan van zoiets als
“gezag”, moet er zoiets zijn als goed en kwaad. (Hoe men goed en kwaad definieert, of wat
men gelooft dat de bron van moraal is, maakt niet veel uit voor de toepassing van deze
discussie. Gebruik je eigen definities, en de logica zal nog steeds gelden.) Maar hoewel het
concept van “gezag” het bestaan van goed en kwaad vereist, sluit het ook volledig het
bestaan van goed en kwaad uit. Een eenvoudige vergelijking zal die schijnbaar vreemde
bewering bewijzen.
Wiskundewetten zijn een objectief en onveranderlijke deel van de werkelijkheid. Als je
twee appels bij twee appels doet, heb je vier appels. Degenen die wiskunde studeren willen
meer over de werkelijkheid begrijpen, om te leren over wat er al is. Iemand die het
wiskundeveld betreedt met de uitgesproken doelstelling de wiskundewetten te veranderen
zou als krankzinnig worden gezien, en terecht. Stel je voor hoe absurd het is als een
wiskundeprofessor zou verkondigen, “ik verklaar hierbij dat voortaan, twee plus twee
gelijk is aan vijf”. Maar zulke gekkigheid gebeurt elke keer als politici “wetgeving”
uitvaardigen. Ze zijn niet alleen bezig om de wereld te observeren, en om zo goed
mogelijk vast te stellen wat goed is en wat verkeerd is – iets wat ieder individu voor
zichzelf zou, en moet doen. Nee, ze beweren de moraal te veranderen, door het
uitvaardigen van een nieuw bevelschrift, met andere woorden, zoals de krankzinnige
wiskunde professor denkt dat hij, door een enkele verklaring, twee plus twee gelijk aan
vijf kan maken, spreken en handelen politici alsof ze de bron van moraliteit zijn alsof ze
de macht hebben om te corrigeren (via “wetgeving”) wat goed en fout is, alsof een daad
slecht kan worden simpelweg omdat zij die “illegaal” verklaren.
Of het nu gaat om wiskunde, moraal, of iets anders, er is een groot verschil tussen
proberen vast te stellen wat waar is en proberen te bepalen wat waar is. Het eerste is
nuttig, het laatste is krankzinnig. En dat laatste is wat degenen in de “regering” elke dag
pretenderen te doen. Door hun “wetgeving”, geven politici niet slechts aan hoe ze denken
dat mensen zich moeten gedragen, gebaseerd op universele normen van moraal. Iedereen
heeft het recht om te zeggen, “Ik denk dat het doen van dit ding slecht is, en dat ding doen
goed is”, maar niemand zou zulke adviezen “wetten” noemen. Integendeel, de boodschap
van de politici is: “We maken dit ding slecht, en maken dat ding goed”. In het kort, elke
“wetgever” lijdt aan een diep misleidend god-complex, dat hem doet geloven dat, via
politieke rituelen, hij feitelijk de macht heeft, om samen met zijn collega “wetgevers” goed
en kwaad te veranderen, door louter bevelschrift.
34
Stervelingen kunnen geen moraal veranderen, niet meer dan zij de wiskundewetten kunnen
veranderen. Hun inzicht in iets kan veranderen, maar ze kunnen niet, bij decreet, de aard
van het universum veranderen. Evenmin zou een geestelijk gezond iemand dat proberen.
Toch is dat wat iedere nieuwe “wet” die wordt aangenomen door politici pretendeert te
zijn: een verandering in de grondslag van moreel gedrag. Hoe idioot dat idee ook is, het is
een noodzakelijk element voor het geloof in de “regering”: het idee dat de massa moreel
verplicht is om “wetgevers” te gehoorzamen – dat ongehoorzaamheid (“de wet overtreden”)
moreel verkeerd is – niet omdat de geboden van de politici toevallig stroken met
de objectieve regels van moraal, maar omdat hun bevelen dicteren en bepalen wat moreel
is en wat niet.
Het begrijpen van het simpele feit dat gewone stervelingen van goed geen kwaad kunnen
maken, of kwaad in goed kunnen veranderen, geheel op zichzelf, doet de mythe van
“regering” instorten. Iedereen die deze simpele waarheid volledig begrijpt kan niet blijven
geloven in “regering”, want als de politici zo’n bovennatuurlijke kracht ontbreekt, hebben
hun geboden geen inherente legitimiteit, en houden zij op “gezag” te zijn. Tenzij wat de
politici zeggen het goede is – tenzij goed en kwaad eigenlijk afkomstig zijn van de grillen
van de politicus-goden – maar dan kan niemand enige morele verplichting hebben om de
bevelen van de politici te respecteren of te gehoorzamen, en worden hun “wetten”
volkomen ongeldig en irrelevant.
In het kort, of er nu een vaste standaard voor goed en kwaad bestaat, of dat je die zelf wilt
definiëren, in beide gevallen zijn de “wetten” van de “regering” altijd onwettig en
waardeloos. Ieder mens is (per definitie) moreel verplicht om te doen hetgeen hij voelt dat
goed is. Als een “wet” hem vertelt om anders te doen, is die “wet” inherent onrechtmatig
en moet niet worden gehoorzaamd. En als een “wet” toevallig wel samenvalt met wat juist
is, dan is die “wet” gewoon niet relevant. Zo is de reden om af te zien van het plegen van
moord, dat moord inherent verkeerd is. Ongeacht of politici “wetgeving” hebben
aangenomen die verklaard dat moord verkeerd is – het al dan niet “verboden” zijn – heeft
geen enkel effect op de moraal van de daad. “Wetgeving”, ongeacht wat het zegt, is nooit
de reden dat iets goed of slecht is. Als gevolg hiervan, zijn zelfs “wetten” die slechte
daden verbieden, zoals mishandeling, moord en diefstal, onwettig. Terwijl mensen
dergelijke handelingen niet zouden moeten plegen, is dat omdat de daden zelf intrinsiek
kwaad zijn, niet omdat de door mensen gemaakte “wetten”, zeggen dat ze verkeerd zijn.
En als er geen verplichting is om de “wetten” van politici te gehoorzamen, dan hebben ze,
per definitie, geen “gezag”.
Terugkerend naar de vergelijking van de wiskundeprofessor, wanneer de professor als
gezaghebbende had verklaard dat, louter door zijn bevelschrift, hij twee plus twee gelijk
aan vijf gemaakt heeft, zou ieder weldenkend individu dat bevelschrift als onjuist en
misleidend zien. Als, aan de andere kant, de professor verklaarde dat hij twee plus twee
gelijk aan vier heeft gemaakt, zou een dergelijke bevelschrift nog steeds dom en zinloos
zijn ook al is twee plus twee vier. Het bevelschrift van de professor is niet de reden
waarom het vier is. Hoe dan ook, de verklaring van de professor moet en mag geen
invloed hebben op het vermogen van mensen om twee en twee op te tellen. En zo is het
ook met de “wetten” van de politici: ongeacht of ze daadwerkelijk samenvallen met
35
objectief goed en kwaad, ze hebben nooit “gezag”, want ze zijn nooit de bron van goed en
kwaad, ze creëren nooit een verplichting voor iedereen om zich op een bepaalde manier te
gedragen, en moeten en mogen dus geen invloed hebben op wat iedere individu als moreel
of immoreel beoordeeld.
Zo ook de anti-drugs “wetten”. Geloven dat het slecht is om geweld te gebruiken tegen
iemand voor het hebben van een biertje (wat “legaal” is), maar goed voor
“wetshandhavers” om geweld te gebruiken tegen iemand die cannabis heeft (omdat het
“illegaal” is), impliceert logischerwijs dat politici in feite de mogelijkheid hebben om
moraal te veranderen – om twee in wezen identieke gedragingen te nemen en één daarvan
een immorele daad te maken die zelfs gewelddadige bestraffing rechtvaardigt. Bovendien,
als men de legitimiteit van “wetten” (politieke bevelen) accepteert, moet men ook
accepteren dat het drinken van alcohol op één dag perfect moreel was, maar de volgende
dag immoreel was – de dag waarop het “verbod” is vastgesteld. Dan, niet vele jaren later,
was het één dag immoreel, en de volgende dag moreel – de dag waarop het verbod werd
ingetrokken. Zelfs de goden van de meeste religies claimen niet de bevoegdheid om hun
geboden voortdurend te wijzigen en te herzien, om regelmatig te veranderen wat goed en
fout is. Alleen politici claimen een dergelijke bevoegdheid. Elke daad van “wetgeving”
impliceert zulke krankzinnigheid: het idee dat op de ene dag een daad volkomen
geoorloofd zou zijn, en de volgende dag – de dag dat het werd “verboden” – hetzelfde
immoreel zou zijn.
De onvermijdelijkheid om te oordelen
Bijna iedereen wordt geleerd dat respect voor de “wet” van cruciaal belang is voor
beschaving, en dat de goede mensen degenen zijn die “volgens de regels” spelen, hetgeen
betekent dat ze mee werken aan de regels van de “regering”. Maar in werkelijkheid, zijn
moraal en gehoorzaamheid vaak directe tegenstellingen. Onnadenkende naleving van elk
“gezag” vormt het grootste verraad aan de mensheid dat maar mogelijk is, aangezien het
probeert om de vrije wil en het persoonlijk oordeel wat ons menselijk maakt en ons in staat
stelt moreel te zijn te verwerpen, ten voordele van blinde gehoorzaamheid, wat menselijke
wezens reduceert tot onverantwoordelijke robots. Het geloof in “gezag” – het idee dat een
individu ooit een verplichting heeft om zijn eigen oordeel en besluitvormingsproces te
negeren ten gunste van gehoorzaamheid aan iemand anders – is niet alleen een slecht idee.
Het is innerlijk tegenstrijdig en absurd. De diepe waanzin hiervan kan als volgt worden
samengevat:
“Ik geloof dat het goed is om de wet te gehoorzamen. Met andere woorden, ik oordeel dat
ik moet doen zoals de wetgever beveelt. Met andere woorden, ik oordeel dat, in plaats van
zelf te beslissen over wat ik moet doen, ik mezelf moet onderwerpen aan de wil van de
mensen in de regering. Met andere woorden, ik oordeel dat het beter is dat mijn daden
worden bepaald door het oordeel van de mensen aan de macht in plaats van door mijn
eigen persoonlijke oordeel, met andere woorden, ik oordeel dat het goed voor mij is het
oordeel van anderen volgen, en slecht voor mij om mijn eigen oordeel te volgen. Met
andere woorden, ik oordeel, dat ik zelf niet mag oordelen”.
36
In elke situatie waarin sprake is van een conflict tussen iemands eigen geweten en wat de
“wet” beveelt, zijn er slechts twee opties: ofwel de persoon moet zijn eigen geweten
volgen, ongeacht wat de zogenaamde “wet” zegt, of hij is verplicht om de “wet” te
gehoorzamen, ook al betekent dat doen wat hij persoonlijk fout acht. Ongeacht of het
individuele oordeel gebrekkig is of niet, het is schizofrene waanzin voor iemand om te
geloven dat het voor hem goed is om iets te doen waarvan hij gelooft dat slecht is. Maar
toch is dat de basis van het geloof in “gezag”. Als men het feit begrijpt dat elk individu
verplicht is, om altijd en overal, te doen wat hij denkt dat goed is, dan kan hij geen enkele
morele verplichting hebben om een extern “gezag” te gehoorzamen. Nog eens, als een
“wet” samenvalt met het oordeel van het individu, is de “wet” niet relevant. Als, aan de
andere kant, de “wet” in strijd is met zijn persoonlijke oordeel, dan moet de “wet” worden
beschouwd als onwettig. Hoe dan ook, de “wet” heeft geen “gezag”.
Bot gezegd, dient het geloof in “gezag” als een mentale wandelstok voor mensen die
proberen om aan de verantwoordelijkheid die bij een denkend mens hoort te ontsnappen.
Het is een poging de verantwoordelijkheid voor de besluitvorming over te laten aan
iemand anders – hen die claimen “gezag” te zijn. Maar het streven om verantwoordelijkheid
te vermijden door “gewoon bevelen op te volgen” is dom, want het vereist de
persoon te kiezen om te doen wat hem gezegd wordt. Zelfs wat lijkt op blinde
gehoorzaamheid is nog steeds het resultaat van de individuele keuze om gehoorzaam te
zijn. Niets te kiezen is niet mogelijk, of zoals de band Rush het in hun lied “Free Will”
stelt, “Als je ervoor kiest niet te beslissen, heb je nog steeds een keuze gemaakt”.
Het excuus “ik volgde alleen orders”, ontwijkt netjes het feit dat de persoon eerst heeft
moeten besluiten dat hij dat “gezag” zou gehoorzamen. Ook als een “gezag” verkondigt:
“Je moet me gehoorzamen”, zoals talloze tegenstrijdige “autoriteiten” hebben beweerd,
moet het individu nog steeds kiezen of en welke hij zal geloven. Het feit dat de meeste
mensen heel weinig aandacht aan dergelijke dingen geven verandert niets aan het feit dat
ze de optie hebben om niet te gehoorzamen, en daarom dus volledig verantwoordelijk zijn
voor hun daden – precies de verantwoordelijkheid waarvan zij wilden dat het “gezag” hen
zou verlossen. Het is onmogelijk om niet te oordelen; het is onmogelijk om geen keuzes te
maken. Een persoon die beweert dat iemand of iets anders zijn keuzes voor hem maakte –
dat hij geen rol heeft gespeeld in het besluit, en dus geen verantwoordelijkheid draagt voor
het resultaat – is volkomen krankzinnig. Trouwe gehoorzaamheid aan een “autoriteit”,
hoewel door velen geschilderd als een grote deugd, is eigenlijk niets meer dan een zielige
poging de verantwoordelijkheid van het menszijn te ontvluchten en zichzelf te reduceren
tot een gedachteloze, amorele, programmeerbare machine.
Iedereen maakt altijd zijn eigen keuzes en is persoonlijk verantwoordelijk voor die keuzes.
Zelfs degenen die zich een “gezag” inbeelden, kiezen er nog steeds voor om te geloven, en
kiezen er nog steeds voor om te gehoorzamen, en zijn daarvoor nog steeds verantwoordelijk.
“Gezag” is slechts een waanidee waarbij mensen zich voorstellen dat het
mogelijk is om verantwoordelijkheid te vermijden door alleen maar te doen wat ze word
gezegd. Of, om het op een meer persoonlijke manier uit te drukken:
37
Je daden worden altijd volledig door je eigen oordeel bepaald, en door je eigen keuzes.
Proberen om je gedrag toe te schrijven aan een externe macht, zoals “gezag” is laf en
oneerlijk. Jij maakte de keuze, en jij bent verantwoordelijk. Zelfs als je gewoon domweg
een zelfverklaard “gezag” gehoorzaamde, heb jij besloten om dat te doen. Het argument
dat er iets buiten jezelf was, wat de keuzes voor jou maakte – het argument dat je geen
keus had; dat je het “gezag” moest gehoorzamen – is een laffe leugen.
Er is geen korte route om de waarheid vast te stellen, of het nu over moraal gaat of iets
anders. Maar al te vaak komt de basis van het menselijk geloofssysteem op het volgende
neer: “Om te weten wat waar is, hoef ik dat alleen maar te vragen aan mijn onfeilbare
autoriteit; en ik weet dat mijn autoriteit altijd gelijk heeft, want het zegt dat het altijd gelijk
heeft”. Nu zullen er altijd talloze concurrerende, elkaar tegensprekende “autoriteiten”
blijven bestaan, en ieder zal zichzelf als de bron van waarheid presenteren. Het is daarom
niet alleen een goed idee voor mensen om zelf beoordelen wat waar is en wat niet; het is
volledig onvermijdelijk. Zelfs degenen die het als een grote deugd beschouwen om een
systeem te hebben – politiek, religieus of iets anders – dat op “geloof” gebaseerd is,
realiseren zich niet dat alleen een individu zelf kan beslissen waarop hij zijn vertrouwen
stelt. Of hij het wil toegeven of niet, hij is altijd zelf de uiteindelijke beslisser; hij gebruikt
altijd zijn eigen oordeel om te beslissen wat te geloven en wat te doen.
38
Deel 3
De effecten van het bijgeloof
Effecten van de mythe
Door de eeuwen heen heeft de mens allerlei bijgeloof en valse aannames aangehangen,
waarvan velen relatief onschuldig. Zo geloofde men vroeger dat de aarde plat was, maar
dat feitelijk onjuiste begrip had weinig of geen invloed op de manier waarop mensen hun
dagelijks leven leefden, of hoe ze elkaar behandelden. Ook als kinderen geloven in de
tandenfee, of dat ooievaars de nieuwe baby’s brengen, worden ze als gevolg van het
aanvaarden van dergelijke mythen geen verspreiders van het kwaad. Aan de andere kant,
zijn door de jaren heen andere valse aannames en mythen reële gevaren voor de mensheid
geweest. Het kan een simpel misverstand onder artsen zijn, die hen leidde tot
“geneeswijzen” die een grotere bedreiging voor hun patiënten waren dan de kwalen die ze
probeerden te behandelen. Een meer drastisch voorbeeld, is het brengen van mensenoffers
in sommige culturen, in de hoop daarmee de gunst van denkbeeldige goden te winnen.
Maar niets anders over de hele wereld, en door de hele geschreven geschiedenis heen,
komt zo dicht bij het niveau van vernietiging, – mentaal, emotioneel en fysiek – dan het
gevolg van het geloof in “gezag”. Door drastisch de manier waarop mensen de wereld
waarnemen te veranderen, verandert de mythe van “gezag” hun gedachten en daden. In
feite, leidt geloof in de legitimiteit van een heersende klasse (“regering”) bijna iedereen
ertoe om ofwel het kwaad goed te praten of om het te plegen, zelfs zonder zich dit te
realiseren. Na ervan overtuigd te zijn dat “gezag” echt is en dat door middel daarvan,
enkele mensen het morele recht hebben verkregen om geweld te initiëren en agressie tegen
anderen te plegen (via zogenaamde “wetten”), is elke linkse stemmer, elke rechtse
stemmer, elke midden stemmer, en elke andere kiezer, net als iedereen die “regering”
bepleit in welke vorm dan ook, een voorstander van geweld en onrecht. Natuurlijk, zien ze
het niet op die manier, omdat hun geloof in “gezag” hun perceptie van de werkelijkheid
heeft verwrongen en verdraaid.
Het probleem is dat wanneer iets de perceptie van de realiteit van een persoon verandert,
de persoon zelf zelden merkt dat het gebeurt. Zo ziet de wereld er heel anders uit voor
iemand met gekleurde contactlenzen, hoewel hij de lenzen zelf niet kan zien. Hetzelfde
geldt voor psychische “lenzen”. Elke persoon denkt dat de wereld echt is op de manier
waarop hij het ziet. Iedereen kan naar anderen wijzen en beweren dat ze het contact met de
werkelijkheid kwijt zijn, maar bijna niemand denkt dat zijn eigen perceptie vertekend is,
zelfs wanneer anderen hem dat vertellen. Het resultaat is dat miljarden mensen met de
vingers naar elkaar wijzen, elkaar vertellen hoe verward en misleid ze zijn, met bijna geen
van hen bereid, of zelfs in staat, om eerlijk de “lenzen” te onderzoeken die hun eigen
waarneming verstoren.
Alles waaraan een persoon is blootgesteld, vooral op jonge leeftijd, heeft een invloed op
hoe hij de wereld ziet. Wat zijn ouders hem hebben geleerd, wat hij op school heeft
geleerd, hoe hij mensen zich heeft zien gedragen, de cultuur waarin hij opgroeide, de
39
religie waarin hij opgroeide, creëerden allemaal een langdurige reeks van psychische
“lenzen” die invloed hebben op hoe hij de wereld ziet. Er zijn talloze voorbeelden hoe
louter verschillen in perspectief hebben geleid tot gruwelijke gevolgen. Een zelfmoordterrorist
die opzettelijk tientallen onbekende burgers doodt stelt zich voor dat hij het goede
doet. Bijna iedereen aan beide zijden van elke oorlog verbeeld zich in zijn recht te staan.
Niemand stelt zich voor de slechte kerel zijn. Militaire conflicten zijn geheel en al het
gevolg van verschillen in perspectief als gevolg van psychische “lenzen” die in de soldaten
zijn getraind aan beide kanten. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat als duizenden in
principe goede mensen allemaal de wereld zien zoals die is, ze niet wanhopig zouden
proberen om elkaar te doden. In de meeste gevallen, is het probleem geen werkelijke
kwaadaardigheid of kwaadwilligheid, maar gewoon een onvermogen om dingen te zien
zoals ze zijn.
Stel dat, ter vergelijking, iemand een sterk hallucinerend middel heeft ingenomen en die,
als gevolg daarvan, ervan overtuigd raakt dat zijn beste vriend eigenlijk een kwaadaardig
buitenaards monster in vermomming is. Vanuit het perspectief van degene met
hallucinaties, is zijn vriend met geweld aanvallen volkomen redelijk en gerechtvaardigd.
Het probleem, in het geval van iemand wiens perceptie van de werkelijkheid zo is
vervormd, is niet dat hij immoreel is, of dat hij dom is, of dat hij kwaadaardig is. Het
probleem is dat hij de dingen niet ziet zoals ze werkelijk zijn, en als gevolg daarvan, zijn
de besluiten en handelingen die perfect passend voor hem lijken, in werkelijkheid vreselijk
destructief. Als dergelijke hallucinaties worden gedeeld door velen, worden de resultaten
veel erger.
Als iedereen hetzelfde verkeerde beeld van de werkelijkheid heeft – als iedereen iets
onwaars gelooft, zelfs iets absurds – voelt het voor hen niet onwaar of absurd. Wanneer
een onjuiste of onlogische gedachte voortdurend wordt herhaald en versterkt door bijna
iedereen, komt het zelden voor dat ook maar iemand zelfs maar begint te twijfelen. In feite
zijn de meeste mensen even later letterlijk niet eens meer in staat om vraagtekens te zetten,
want na verloop van tijd stolt het in hun gedachten als een gegeven – een veronderstelling
die geen rationele basis nodig heeft en niet hoeft te worden geanalyseerd of heroverwogen,
omdat iedereen weet dat het waar is. In werkelijkheid echter, veronderstelt elke persoon
gewoon dat het waar is, omdat hij zich niet kan voorstellen dat alle anderen – inclusief al
de respectabele, welbekende, goed opgeleide mensen op radio en tv – allemaal iets onjuist
kunnen geloven. Wat levert het een gemiddelde persoon op iets te betwijfelen wat iedereen
volkomen comfortabel als onbetwistbare waarheid lijkt aanvaarden? Een dergelijke
diepgewortelde overtuiging is onzichtbaar voor hen die geloven. Wanneer een geest altijd
op een bepaalde manier over iets gedacht heeft, zal zo’n geest zich bewijs inbeelden en
ervaring hallucineren die het idee ondersteunen. Duizend jaar geleden, zouden de mensen
vol vertrouwen hebben verkondigd dat het een bewezen feit was dat de aarde plat is, en ze
zouden het met evenveel zekerheid en eerlijkheid hebben gezegd als we nu verkondigen
dat die rond is. Voor hen was het idee van de wereld als een gigantisch bolvormig ding,
rondzwevend in de ruimte en aan niets hangend, overduidelijk belachelijk. En hun
volkomen verkeerde aanname over de platte wereld zou voor hen hebben geleken als een
wetenschappelijk, vanzelfsprekend feit.
40
Zo is het ook met het geloof in “gezag” en “regering”. Voor de meeste mensen, voelt
“regering” als een voor de hand liggende realiteit, even rationeel en vanzelfsprekend als de
zwaartekracht. Weinig mensen hebben het concept ooit objectief overwogen, omdat ze
nooit een reden hebben gehad. “Iedereen weet” dat de “regering” echt is, en noodzakelijk
en legitiem, en onvermijdelijk. Iedereen gaat ervan uit dat het zo is, en praat alsof het zo
is, dus waarom zou iemand het zich afvragen? Niet alleen wordt mensen zelden een reden
gegeven om het concept “regering”, te onderzoeken maar ze hebben een zeer dwingende
psychologische stimulans om het niet te doen. Het is buitengewoon ongemakkelijk en
verontrustend, en zelfs existentieel angstaanjagend, voor iemand, om één van de
fundamentele aannames waarop zijn hele kijk op de werkelijkheid, en zijn hele morele
gedragscode, voor zijn hele staat van leven, ter discussie te stellen. Iemand wiens perceptie
en oordeel is vervormd door het bijgeloof van “gezag” (en dat is bijna iedereen) zal het
niet gemakkelijk of prettig vinden om de mogelijkheid te overwegen dat zijn hele
geloofssysteem is gebaseerd op een leugen, en dat veel van wat hij zijn hele leven heeft
gedaan, als gevolg van het geloof in die leugen, schadelijk is voor zichzelf, zijn vrienden
en familie, en de mensheid in het algemeen.
Kortom, het geloof in “gezag” en “regering” vervormt de perceptie van bijna iedereen,
trekt hun oordeel scheef, en leidt hen ertoe dingen te zeggen en te doen die vaak
irrationeel, zinloos, contraproductief, hypocriet, of zelfs verschrikkelijk destructief en
barbaars slecht zijn. Natuurlijk zien de gelovigen in de mythe dat niet op die manier,
omdat ze het helemaal niet als een geloof zien. Ze zijn er vast van overtuigd dat het
“gezag” echt is, en op basis van die verkeerde veronderstelling, concluderen ze dat de
daaruit voortvloeiende percepties, gedachten, meningen en daden volkomen redelijk,
gerechtvaardigd en juist zijn, net zoals de Azteken zonder twijfel geloofden dat hun
menselijke offers redelijk, verantwoord en gepast waren. Een bijgeloof dat in staat is om
verder fatsoenlijke mensen goed als kwaad, en kwaad als goed te laten zien – dat is precies
wat het geloof in “gezag” doet – is wat de echte bedreiging voor de mensheid vormt.
Het bijgeloof in “gezag” heeft invloed op de percepties en daden van verschillende mensen
op verschillende manieren, of het nu de “wetgevers” zijn, die denken dat ze het recht om te
regeren hebben, de “ordehandhavers” die denken dat ze aan het recht en de plicht hebben
om de bevelen van de “wetgevers” te handhaven, de onderdanen die denken dat ze de
morele plicht hebben om te gehoorzamen, of de loutere toeschouwers die toekijken als
neutrale waarnemers. Het effect van het geloof in “gezag” op deze verschillende groepen,
leidt samengenomen, tot een mate van onderdrukking, onrecht, diefstal en moord die
anders simpelweg niet kon en niet zou bestaan.
41
Deel 3a
Het effect van de mythe op de meesters
Het goddelijke recht van de politici
In Amerika zijn aan de top van de bende genaamd “regering” de congresleden, presidenten
en “rechters”. (In andere landen zijn de heersers bekend onder andere namen, zoals
“koning” “ministers” of “leden van het kabinet”). Hoewel ze aan de top van de autoritaire
organisatie staan, worden ze als persoon niet beschouwd als “gezag” (zoals een koning).
Ze worden nog steeds geacht op te treden namens iets anders dan zichzelf – een abstracte
entiteit genaamd “regering”. Als gevolg van het geloof in “gezag”, worden ze voorgesteld
rechten te hebben om dingen te doen in de naam van de “regering”, waartoe geen van hen
het recht heeft om te doen als individu. De legitimiteit van hun acties wordt niet afgemeten
naar wat ze doen, maar naar hoe ze het doen. In de ogen van de meeste mensen, worden de
dingen die politici in hun “officiële functie” doen, en de bevelen die zij uitgeven door de
“aanvaarde” politieke rituelen, op een heel ander niveau beoordeeld dan hun daden als
particulieren.
Als een lid van het kabinet inbreekt in het huis van zijn buurman en een geldbedrag
wegneemt, wordt hij gezien als een crimineel. Als hij, aan de andere kant, samen met zijn
collega-politici, een “belasting” oplegt, en van dezelfde buurman hetzelfde bedrag eist, ziet
men dat als legitiem. Wat een gewapende overval zou zijn geweest, zou dan door bijna
iedereen worden gezien als legitieme “belastingheffing”. Niet alleen zou het kabinetslid
niet als een boef worden bekeken, maar elke “belastingontduiker” die de eisen van zijn
afpersers weerstond zou worden beschouwd als “misdadiger”.
Maar het geloof in “gezag” verandert niet alleen de manier waarop “wetgevers” door de
massa worden gezien; het verandert ook hoe “wetgevers” zichzelf zien. Het zal duidelijk
zijn dat als een persoon ervan overtuigd raakt dat hij het morele recht heeft om over
anderen te heersen, dat geloof een belangrijke invloed op zijn gedrag zal hebben. Als hij
gelooft dat hij het recht heeft om een deel van ieders inkomen te eisen, onder dreiging van
straf (op voorwaarde dat hij het doet via geaccepteerde “juridische procedures”), zal hij dat
vrijwel zeker doen. Als hij ervan overtuigd is dat hij het recht heeft om met dwang de
zaken van zijn buren te regelen – dat het moreel en legitiem voor hem is – zal hij dat
vrijwel zeker doen. En, zeker in het begin, misschien wel met de beste bedoelingen.
Een eenvoudige denkoefening geeft een kijkje in hoe en waarom politici handelen zoals ze
doen. Denk na wat jij zou doen als je koning van de wereld zou zijn. Als jij de leiding had,
hoe zou jij dingen beter maken? Overdenk de vraag zorgvuldig voordat je verder leest.
Wanneer gevraagd wordt wat mensen zouden doen als ze de leiding hebben, antwoordt
bijna niemand: “Ik zou mensen gewoon met rust laten”. Integendeel, de meeste mensen
beginnen zich voor te stellen op welke manier zij de mogelijkheid om mensen te besturen
ten goede kunnen gebruiken, voor de verbetering van de mensheid. Als men eerst
veronderstelt dat een dergelijke heerschappij legitiem en rechtvaardig kan zijn, zijn de
42
mogelijkheden bijna eindeloos. Men zou het land gezonder maken door mensen te
dwingen meer voedzaam voedsel te eten en regelmatiger te bewegen. Men zou de armen
helpen door de rijken te dwingen hun geld te geven. Men zou het land veiliger maken door
mensen te dwingen te betalen voor een sterk defensie systeem. Men zou dingen
rechtvaardiger maken, en de samenleving barmhartiger, door mensen te dwingen om zich
te gedragen zoals het hoort.
Maar, hoewel veel positieve effecten voor de samenleving kunnen worden voorgesteld, al
was het maar dat de macht van de “regering” voor het goede zou worden gebruikt, het
potentieel voor tirannie en onderdrukking – in feite de onvermijdelijkheid van tirannie en
onderdrukking – is net zo gemakkelijk voor te stellen. Zodra iemand gelooft dat hij het
recht heeft om anderen te regeren, is er weinig kans dat hij ervoor zal kiezen om die macht
niet te gebruiken. En, ongeacht de goede bedoelingen die hij in het begin kan hebben
gehad, wat hij uiteindelijk daadwerkelijk zal doen, is geweld en dreiging van geweld
gebruiken, om zijn wil aan anderen op te leggen. Zelfs ogenschijnlijk welwillende
bedoelingen zoals “geven aan de armen” eist als eerste van de “regering” om welvaart
gedwongen van een ander af te nemen. Zodra iemand – hoe deugdzaam en goedwillend hij
ook mag zijn – het uitgangspunt aanvaardt dat “legale” agressie legitiem is, en zodra hij de
teugels van de macht krijgt, en het daarbijbehorende vermeende recht om te regeren, is de
kans dat die persoon kiest zijn buren niet onder dwang te besturen bijna nihil. De mate van
dwang en geweld dat hij toebrengt aan anderen kan variëren, maar op één of andere
manier, zal hij een tiran worden, want zodra iemand werkelijk gelooft dat hij het recht
heeft om te regeren (al is het maar op een “beperkte” manier), zal hij anderen niet meer als
gelijken zien, of behandelen. Hij zal ze bekijken, en behandelen, als onderdanen.
En dat is als die persoon begon met goede bedoelingen. Veel van degenen die op zoek zijn
naar “een hoog ambt” doen het vanaf het begin om puur egoïstische redenen, omdat ze
rijkdom en macht voor zichzelf verlangen, en vreugde vinden in het domineren van andere
mensen. Natuurlijk, is voor deze mensen, het verwerven van een positie van “gezag”, een
middel om een enorme hoeveelheid macht te vergaren die zij anders niet zouden hebben.
De voorbeelden over de hele wereld en door de geschiedenis heen, van megalomanen die
onder het masker van “gezag” gruwelijke wreedheden plegen, zijn zo veelvoorkomend en
welbekend dat ze bijna niet eens meer opgenoemd hoeven worden. Slechte mensen
posities van “gezag” geven (bv. Stalin, Lenin, Mao, Hitler, Mussolini, Pol Pot) heeft
geresulteerd in diefstal, geweldpleging, intimidatie, terreur, marteling en massamoord op
een bijna onbevattelijk aantal mensen. Het is zo vanzelfsprekend dat het haast dom wordt
om te zeggen: het geven van macht aan slechte mensen vormt een gevaar voor de
mensheid.
Maar macht geven aan goede mensen – mensen die, althans aanvankelijk, voornemens zijn
hun macht voor het goede te gebruiken – kan net zo gevaarlijk zijn. Omdat wanneer
iemand gelooft dat hij het recht heeft om te regeren dit logischerwijs ook vereist dat hij
gelooft vrijgesteld te zijn van de fundamentele menselijke moraliteit. Wanneer iemand
zich inbeeldt een legitieme “wetgever” te zijn, zal hij proberen om de macht van de “wet”
te gebruiken om zijn buren te besturen, en hij zal zich niet schuldig voelen wanneer hij dat
doet.
43
Ironisch genoeg, al staan “wetgevers” aan de top van de autoritaire hiërarchie, zelfs zij
accepteren geen persoonlijke verantwoordelijkheid voor wat de “regering” doet. Ze praten
zelfs alsof de “wet” iets anders is dan de bevelen die zij uitgeven. Zo is het zeer
onwaarschijnlijk dat een politicus zich gerechtvaardigd zou voelen gewapend tuig in te
huren om het huis van de buren binnen te vallen, en zijn buurman weg te slepen en hem in
een hok te zetten, voor de vermeende zonde van het bezitten van wietplanten. Toch hebben
veel politici precies dat bepleit, via antidrugs “wetgeving”. Ze lijken geen schaamte of
schuldgevoel te hebben over het feit dat hun “wetten” hebben geresulteerd in het
gewelddadig weghalen van miljoenen niet-gewelddadige mensen bij hun vrienden en
familie om jarenlang gedwongen in hokken te leven – soms voor de rest van hun leven. Als
ze spreken over de gewelddaden waarvoor zij direct verantwoordelijk zijn – en “antidrugs
wetten” zijn slechts een voorbeeld – gebruiken “wetgevers” termen als “landelijke
wetgeving”, alsof ze zelf slechts toeschouwers zijn en “de staat” of “het land” of “het volk”
degenen zijn die zulk geweld hebben doen plaatsvinden.
Sterker nog, het niveau van psychologische ontkenning bij politici van wat ze persoonlijk
en direct hebben veroorzaakt via hun “wetten” grenst aan krankzinnigheid. Zij bevelen
legers van “belastinginners” om onder dwang de rijkdom verdiend door honderden
miljoenen mensen in beslag te nemen. Zij vaardigen de ene opdringerige “wet” na de
andere uit, onder dreiging van geweld om elk aspect van het leven van miljoenen mensen
die ze nooit hebben ontmoet en waar ze niets over weten te beheersen. En nadat zij direct
verantwoordelijk zijn voor het doorlopend initiëren van geweld, tegen bijna iedereen in
een straal van honderden of duizenden kilometers om hen heen, zijn ze oprecht geschokt
en beledigd als een van hun slachtoffers dreigt om geweld tegen hen te gebruiken. Ze
beschouwen het als verachtelijk voor een luttele arbeider om zelfs maar te dreigen om te
doen wat zij, de politici, miljoenen mensen per dag aandoen. Tegelijkertijd, lijken ze de
miljoenen mensen die gevangen zitten niet eens op te merken, wiens eigendom gestolen is,
wiens financiële levens zijn geruïneerd, wiens vrijheid en waardigheid zijn geschonden,
wie lastig zijn gevallen, aangevallen en soms vermoord door “regerings” tuig, als direct
gevolg van precies de “wetten” die deze politici hebben gecreëerd.
Wanneer jonge mannen en vrouwen bij duizenden sterven, in een door politici gevoerd
oorlogsspel, spreken politici daarover als “een offer voor de vrijheid”, wat het helemaal
niet is. De politici maken zelfs gebruik van scènes van soldaten in kisten – een direct
toerekenbare consequentie van wat die politici deden – als fotomoment om aan het publiek
te laten zien hoe betrokken en medelevend ze zijn. Dezelfde mensen die de jongelui
uitgestuurd hebben om te doden of gedood te worden, praten dan over wat er gebeurd is
alsof ze zelf slechts toeschouwers waren, met praat als “ze zijn voor hun land gestorven”
en “er zijn slachtoffers in elke oorlog”, alsof de oorlog gewoon vanzelf gebeurde.
En, natuurlijk, de duizenden en duizenden mensen aan “de andere kant” – de onderdanen
van een ander “gezag”, de inwoners van een ander “land” – die worden gedood in de door
politici gevoerde oorlogen, worden nauwelijks nog genoemd. Ze zijn een incidentele
statistiek gerapporteerd in het avondnieuws. En nooit accepteren politici ook maar het
kleinste greintje verantwoordelijkheid voor het wijdverbreide, grootschalige, langdurige
pijn en lijden, zowel geestelijk als lichamelijk, die hun oorlogszucht heeft toegebracht aan
44
duizenden of miljoenen mensen. Ook kan de diepte van hun ontkenning en complete
ontduiking van persoonlijke verantwoordelijkheid worden gezien in het feit dat, indien één
van de slachtoffers van hun oorlogsspelletjes besluit de bron aan te vallen, door zich direct
te richten op degenen die de bevelen gaf om aan te vallen, alle politici, zelfs degene die
beweren dat ze tegen de oorlog zijn, en al de praathoofden op televisie, geschokt en
verontwaardigd zullen zijn dat iemand zoiets verachtelijks kan doen. Dit is, omdat in de
ogen van “wetgevers” – doordat de ongelofelijke macht van de mythe van “gezag” hun
perceptie van de werkelijkheid volledig verdraait en verstoort – wanneer ze dingen doen
die resulteren in de dood van duizenden onschuldigen, dat “de onfortuinlijke prijs van de
oorlog” is, maar wanneer één van hun slachtoffers probeert terug te slaan bij de bron, is het
“terrorisme”.
Het is al erg genoeg dat degenen die alleen orders opvolgen hun persoonlijke verant–
woordelijkheid voor hun daden ontkennen (wat hieronder wordt uitgelegd), maar voor
degenen die de orders daadwerkelijk geven en de besluiten nemen, is het ontkennen van
verantwoordelijkheid voor wat hun orders direct veroorzaken pure waanzin. Toch is dat
wat “wetgevers” altijd doen, op elk niveau. Ongeacht of het de landelijke regering, de
lokale gemeenteraad of de stadsdeelraad is, elke keer dat een “wetgevende macht” een
“belasting” oplegt, of een nieuwe “legale” beperking oplegt, zijn de politici mensen aan het
besturen onder dreiging van geweld. Maar, als gevolg van hun onsterfelijk geloof in de
mythe van “gezag”, kunnen zij niet zien dat dit is wat ze doen, en nemen ze nooit
persoonlijke verantwoordelijkheid voor het bedreigen en afpersen van hun buren.
45
Deel 3b
De effecten van de mythe op handhavers
Opvolgen van orders
“Wetgevers” geven de opdrachten, maar het zijn hun trouwe handhavers die ze uitvoeren.
Miljoenen en miljoenen anderszins fatsoenlijke, beschaafde mensen besteden dag na dag
met anderen lastigvallen, bedreigen, afpersen, betuttelen, intimideren en anderszins
onderdrukken, terwijl diegenen niemand hebben benadeeld of bedreigd. Maar omdat de
daden van deze “wetshandhavers” worden aangemerkt als “legaal”, en omdat ze denken
dat ze optreden namens een “gezag”, denken zij dat ze geen verantwoordelijkheid voor
hun daden dragen. Erger nog, ze zien hun eigen daden niet eens als zijnde hun eigen
daden. Zij spreken en handelen alsof hun geest en lichaam op de één of andere manier is
overgenomen door een onzichtbare entiteit genaamd de “wet” of de “regering”. Ze zeggen
dingen als: “He, ik heb de wetten niet gemaakt, ik handhaaf ze alleen maar; het is niet aan
mij”. Zij spreken en handelen alsof het onmogelijk voor hen is iets anders te doen dan
hulpeloos de wil uit te voeren van een macht genaamd “gezag”, en dat ze daarom net
zomin persoonlijk verantwoordelijk zijn voor hun daden als een marionet verantwoordelijk
is voor wat de poppenspeler hem laat doen.
Opererend in hun “officiële” hoedanigheid, en ondertussen schijnbaar hulpeloos bezeten
door de geest van “gezag”, gedragen “wetshandhavers” zich op een manier waarop zij zich
anders nooit zouden gedragen, en doen dingen die ze zelf als onbeschaafd, gewelddadig en
kwaad zouden herkennen als ze zulke dingen uit eigen beweging deden, zonder dat een
“autoriteit” het ze opdraagt. Voorbeelden hiervan gebeuren wereldwijd, elk uur van de
dag, op allerlei manieren. Een soldaat kan een complete vreemde neerschieten, wiens
enige zonde was om buiten te wandelen in een militair bezette zone na een afgegeven
avondklok. Een groep zwaarbewapende mannen zouden een deur van iemand kunnen
intrappen en hem meesleuren, of een man ten overstaan van zijn vrouw en kinderen
neerschieten, omdat de man planten kweekte die politici verboden hebben verklaard
(“illegaal”). Een ambtenaar kan papierwerk indienen dat een financiële instelling instrueert
om een enorm bedrag van iemands bankrekening over te maken op naam van de
“belastingdienst”. Een andere ambtenaar kan gewapend tuig sturen na ontdekt te hebben
dat iemand het lef had om een terras te bouwen aan zijn eigen pand, met goedkeuring van
zijn buren, maar zonder “regerings” toestemming (in de vorm van een “bouwvergunning”).
Een verkeersagent kan iemand aanhouden en afpersen (via een “boete”) voor het niet
dragen van een autogordel. Een douanier kan door persoonlijke bezittingen van iemand
snuffelen, zonder de minste reden om te vermoeden dat de persoon iets verkeerds heeft
gedaan of gaat doen. Een “rechter” kan gewapend tuig opdracht geven om iemand in een
hok te zetten, weken, maanden, of jaren, voor van alles en nog wat, van minachting van
een rechter tot het rijden zonder de schriftelijke toestemming van de politici (“rijbewijs”)
tot deelname aan elk type wederzijds vrijwillig, maar niet door politici bekrachtigde
(“illegale”) handel.
46
Deze voorbeelden, en letterlijk miljoenen andere die zouden kunnen worden gegeven, zijn
daden van agressie, gepleegd door daders die ze niet zouden hebben begaan als zij niet
door een vermeend “gezag” geleid waren om dit te doen. Kortom, de meeste gevallen van
diefstal, mishandeling en moord gebeuren alleen omdat het “gezag” zegt iemand te
bestelen, aan te vallen, of te doden. In de meeste gevallen, zouden de mensen die zulke
orders uitvoeren dergelijke misdrijven niet uit zichzelf doen. Hoeveel van de mensen die
werken voor de belastingdienst, zouden zich al bezig hebben gehouden met intimidatie,
afpersing en diefstal voordat ze bij de belastingdienst werkten? Weinig of geen. Hoeveel
soldaten liepen rond onbekenden te intimideren, te bedreigen, of te doden voordat ze in het
leger gingen? Weinig of geen. Hoeveel politieagenten waren voortdurend ongewelddadige
mensen aan het tegenhouden, ondervragen, en ontvoeren voordat ze “wetshandhaver”
werden? Weinig of geen. Hoeveel “rechters” hadden mensen opgesloten voor geweldloos
gedrag voordat ze tot “rechter” werden benoemd? Waarschijnlijk geen.
Wanneer zulke daden van agressie “legaal” worden, en in naam van “wetshandhaving”
worden gedaan, zullen degenen die zulke daden begaan zich inbeelden dat ze per definitie
legitiem en geldig zijn, hoewel zij erkennen dat, als ze precies dezelfde daden uit zichzelf
hadden gepleegd, in plaats van namens een ingebeeld “gezag”, die daden misdrijven
zouden zijn, en immoreel zou zijn geweest. Hoewel er natuurlijk belangrijkere en minder
belangrijke radertjes zijn in de regerings” machine, van laaggeplaatste papierschuivers tot
gewapende huurlingen, hebben ze allemaal twee dingen gemeen: 1) ze berokkenen
onplezierige dingen aan anderen op een manier die ze uit zichzelf niet zouden hebben
gedaan, en 2) ze accepteren geen persoonlijke verantwoordelijkheid voor hun daden,
tijdens hun “wetshandhaver” functie. Niets maakt dit duidelijker dan het feit dat, wanneer
de betrouwbaarheid of de moraal van hun acties in twijfel wordt getrokken, hun reactie
bijna altijd een variant is op: “Ik doe gewoon mijn werk”. De duidelijke implicatie in al
deze uitspraken is dit. “Ik ben niet verantwoordelijk voor mijn daden, omdat een “gezag”
me opdroeg om dit te doen”. Dat klopt alleen een beetje, als de persoon letterlijk niet in
staat is te weigeren wat het vermeende “gezag” hem opdraagt. Helaas, de gruwelijke
waarheid is dat de meesten, als gevolg van hun autoritaire indoctrinatie, psychologisch ook
niet in staat lijken om ongehoorzaam te zijn aan de bevelen van een ingebeeld “gezag”. De
meeste mensen, die de keuze krijgen tussen doen wat ze weten dat goed is, of doen wat ze
weten dat verkeerd is, zullen wanneer ze worden bevolen door een vermeend “gezag”, het
tweede doen. Niets toont dit duidelijker aan dan het resultaat van de psychologie
experimenten van Dr. Stanley Milgram in de jaren 1960.
De Milgram experimenten
In het kort werden de Milgram studies ontworpen om te bepalen in welke mate gewone
mensen pijn zouden toebrengen aan vreemden, simpelweg omdat een “gezag” figuur hen
dat zegt. Voor de volledige beschrijving van de experimenten en de resultaten, zie Dr.
Milgram’s boek, Obedience to Authority. Het volgende is een korte samenvatting van zijn
experimenten en bevindingen.
47
Proefpersonen werden gevraagd als vrijwilliger, wat zij te horen kregen was dat het een
experiment betrof, het testen van het menselijk geheugen. Onder begeleiding van een
wetenschapper (de “gezag” figuur), werd één persoon vastgebonden in een stoel en
bedraad met elektroden, en de andere – het eigenlijke onderwerp van de studie – zat achter
een schokgenererende machine. De persoon achter de “zapper” machine werd verteld dat
het doel was om te testen of de andere persoon door schokken, wanneer hij een verkeerd
antwoord gaf op een onthoudvraag, zijn vermogen om dingen te onthouden zou
verbeteren. Het ware doel was echter om te testen in hoeverre de persoon achter de
“zapper” machine pijn zou toebrengen aan een onschuldige vreemde, gewoon omdat
iemand in de rol van “gezag” hem dat zei. De “zapper” machine had een reeks schakelaars,
oplopend tot 450 volt, en de “zapper” werd verondersteld om telkens als de “gezapte” een
verkeerd antwoord gaf, de spanning te verhogen en een volgende schok toe te dienen. In
werkelijkheid, was de “gezapte” bij de proeven een acteur, die helemaal geen schokken
kreeg, maar bij bepaalde voltages kreten van pijn zou slaken, zou protesteren over
hartproblemen, zou vragen om het experiment te stoppen, en schreeuwen om genade, en
zich uiteindelijk stilhouden (bewusteloosheid of de dood veinzend). Bovendien was de
“zapper” machine duidelijk gemarkeerd met gevaarsetiketten boven de reeks schakelaars.
Zelfs Dr. Milgram was geschokt door de resultaten van het experiment. Samengevat, een
aanzienlijke meerderheid van de proefpersonen, bijna twee op de drie, ging helemaal door
tot het einde van de proef, onder toebrengen van, wat ze dachten, ondraaglijk pijnlijke – zo
niet dodelijke – schokken aan een complete vreemde ondanks de kreten van pijn, smeken
om genade, en zelfs de bewusteloosheid of de dood van het (veinzende) slachtoffer. Dr.
Milgram geeft zelf bondig weer welke conclusie moet worden getrokken:
“Met verbijsterende regelmaat werden goede mensen gezien zich uitslovend voor de eisen
van het gezag door handelingen te verrichten die hardvochtig en wreed waren …. Een
aanzienlijk deel van de mensen doet wat ze gezegd wordt te doen, ongeacht de inhoud van
de handeling en zonder beperking van het geweten, zolang zij denken dat het commando
afkomstig is van een legitiem gezag”.
Opmerking, in de experimenten was er geen gevaar dat de “zapper” zouden worden
gestraft voor het niet gehoorzamen, noch was er een speciale beloning beloofd voor
gehoorzaamheid. Dus de resultaten hebben niet alleen aangetoond dat een gewoon mens
iemand anders pijn kan doen om “zijn eigen huid te redden”, of iemand anders pijn zou
kunnen doen als hij er zelf op één of andere manier van profiteert. In plaats daarvan,
toonden de resultaten aan dat de meeste mensen ondraaglijke pijn, zelfs de dood, zullen
toebrengen aan een onschuldige vreemde om geen andere reden dan dat hem opgedragen
wordt dat te doen door een vermeend “gezag”.
Dit punt kan niet genoeg worden benadrukt: er is een bepaald geloof dat in principe goede
mensen leidt tot het doen van slechte dingen, zelfs weerzinwekkend slechte dingen. Zelfs
de gruweldaden van Hitlers Derde Rijk waren niet het resultaat van miljoenen slechte
mensen, maar van een zeer kleine handvol echt slechte mensen die posities van “gezag”
hadden verworven, en miljoenen gehoorzame mensen die alleen maar deden wat het
vermeende “gezag” hen vertelde te doen. In haar boek over de top bureaucraat van Hitler,
48
Adolf Eichmann (ook wel “de architect van de holocaust”), gebruikte de auteur Hannah
Arendt de uitdrukking “de banaliteit van het kwaad” om te verwijzen naar het feit dat het
meeste kwaad niet het gevolg is van persoonlijke opzet of haat, maar slechts het resultaat
van blinde gehoorzaamheid – mensen die hun eigen vrije wil en besluitvorming opgeven
ten behoeve van gedachteloze onderwerping aan een ingebeeld “gezag”.
Interessant is dat zowel Arendt’s boek en Milgram’s experimenten veel mensen hebben
beledigd. De reden is simpel: mensen die geleerd hebben “gezag” te respecteren; en
geleerd hebben dat gehoorzaamheid een deugd is en dat de samenwerking met “gezag”
hetgeen is dat ons beschaafd maakt, willen niet graag de waarheid horen, dat echt slechte
mensen, met al hun kwaadaardigheid en haat, veel minder een bedreiging vormen voor de
mensheid, dan op zichzelf goede mensen die in “gezag” geloven. Iedereen die eerlijk de
resultaten van de Milgram experimenten onderzoekt, kan niet ontsnappen aan dat aspect
van de werkelijkheid. Maar afgezien van de algemeen te leren les uit de Milgram
experimenten – dat de meeste mensen anderen opzettelijk pijn doen als een ingebeelde
“autoriteit” hun dat zegt, zijn een aantal andere bevindingen van Milgram’s werk het
vermelden waard:
1) Veel van de proefpersonen in de experimenten toonden tekenen van stress, schuld en
angst tijdens het toebrengen van pijn aan anderen, en toch bleven ze het doen. Dit feit
toont aan dat dit niet simpelweg gemene sadisten waren die wachtten op een excuus om
anderen pijn te doen; ze vonden het niet leuk om te doen. Verder laat het zien dat de
mensen wisten dat ze iets verkeerds deden, en het toch deden omdat de “autoriteit” het hen
zei. Sommige personen protesteerden, smeekten om te mogen stoppen, beefden
oncontroleerbaar; huilden zelfs, en toch bleven de meeste tot het einde van de proef. De
conclusie kan nauwelijks meer voor de hand liggen: Het geloof in “gezag” maakt dat
goede mensen kwaad plegen.
2) Het inkomen, opleidingsniveau, leeftijd, geslacht, en andere demografische factoren van
de proefpersonen, leek weinig of geen invloed op de resultaten te hebben. Statistisch
gezien, zal een rijke, beschaafde, goed opgeleide jonge vrouw net zo gemakkelijk een
autoritair bevel om iemand anders pijn te doen gehoorzamen, als een ongeletterde, arme,
mannelijke handarbeider dat zal doen. De enige gemeenschappelijke factor die door al
degenen die tot het einde van de proef bleven gedeeld werd is dat zij geloofden in “gezag”
(uiteraard). Nogmaals, de boodschap die moet worden geleerd, hoe verontrustend het ook
mag zijn, is logisch onontkoombaar: Ongeacht bijna alle andere factoren, verandert het
geloof in “gezag” goede mensen in vertegenwoordigers van het kwaad.
3) De gemiddelde persoon vermoedt, wanneer het experiment aan hem wordt beschreven,
met uitzondering van de resultaten, dat de compassie en het geweten van de meeste
mensen hen zou verhinderen door te gaan tot het einde van het experiment. Professionele
psychiaters voorspelden dat slechts een op de duizend zou gehoorzamen tot het einde van
het experiment, terwijl dat in werkelijkheid ongeveer 65% is. En als de gemiddelde
persoon, die niet daadwerkelijk getest is, wordt gevraagd of hij persoonlijk zou doorgaan
tot het einde van het onderzoek, indien hij getest zou zijn, houdt hij gewoonlijk vol dat hij
het niet zou hebben gedaan. Toch zal het merendeel het doen. Nogmaals, de boodschap is
49
verontrustend, maar onbetwistbaar: Bijna iedereen onderschat enorm de mate waarin het
geloof in “gezag”, zelfs bij zichzelf, kan worden gebruikt om goede mensen te overtuigen
om kwaad te begaan.
4) Dr. Milgram stelde ook vast dat enkele proefpersonen, alle rede tartten, en vastbesloten
waren om de schuld van de resultaten van hun eigen blinde gehoorzaamheid op het
slachtoffer af te wenden: degene die de schokken kreeg. Met andere woorden, ongeacht
wat voor verwrongen mentaliteit nodig was, een aantal van hen beelden zich in dat degene
die de schokken kreeg op één of andere manier schuld had aan zijn eigen lijden. Met dat in
het achterhoofd, zou het geen verrassing moeten zijn wanneer de politie wordt betrapt
onschuldige burgers aan te vallen, of als soldaten worden betrapt burgers te terroriseren of
te vermoorden, of als gevangenisbewakers gevangenen martelen, hun verdediging is vaak,
het slachtoffer de schuld geven, ongeacht hoezeer autoritaire agressors de waarheid en
logica daarvoor geweld aan moeten doen.
Interessant is ook dat hoewel bij de Neurenberg processen “gewoon opvolgen van orders”
niet werd geaccepteerd als geldig excuus voor wat de nazi’s deden, het nog steeds de
standaard reactie is van talloze militairen, politieagenten, belastinginners, ambtenaren, en
andere vertegenwoordigers van het “gezag” wanneer de moraliteit van hun gedrag in het
geding komt. Zowel in de Milgram experimenten als in talloos echt machtsmisbruik,
vallen degenen die anderen opzettelijk pijn doen simpelweg terug op het standaard excuus,
het beweren dat ze niet persoonlijk verantwoordelijk zijn omdat ze alleen maar orders
opvolgen. In de Milgram experimenten, vroegen diverse proefpersonen zelfs rechtstreeks
aan het “gezag” figuur wie van hen verantwoordelijk was voor wat er gebeurde. Wanneer
het “gezag” figuur zei dat hij de verantwoordelijke was, gingen de meeste proefpersonen
door zonder verdere vragen, ogenschijnlijk comfortabel met het idee dat wat er ook zou
gebeuren het vanaf dat moment niet hun schuld was en ze niet aansprakelijk zouden
worden gesteld. Nogmaals, aan de boodschap is moeilijk te ontkomen: Het geloof in
“gezag” zorgt ervoor dat in principe goede mensen zichzelf distantiëren van de kwade
handelingen die ze zelf plegen, het ontdoet hen van elk gevoel van persoonlijke
verantwoordelijkheid.
5) Wanneer het aan de “zapper” werd overgelaten welke spanning te gebruiken, zou hij
slechts zeer zelden boven 150 volt gaan, het punt waarop de “gezapte” zei dat hij niet
wilde doorgaan. Het is erg belangrijk op te merken dat tot op dat moment – en bijna alle
proefpersonen haalden het tot dat moment – de “gezapte” wel kreunde van pijn, maar niet
heeft gevraagd om het experiment te stoppen. Als gevolg daarvan kon degene die het
“zappen” deed in alle redelijkheid zeggen dat de “gezapte” had ingestemd met de
proefopstelling en tot op dat moment nog een vrijwillige deelnemer was. Interessant is dat
van de weinige proefpersonen die niet helemaal tot het einde doorgingen, er veel stopten
zodra de “gezapte” zei dat hij wilde stoppen. Dit kan worden gezien als de “libertarische
regel”, omdat zodra de “gezapte” wenste te worden losgemaakt, doorgaan voor de
“zapper” sowieso het initiëren van geweld tegen een ander betekent – het exacte ding waar
libertariërs zich tegen verzetten. Jammer genoeg, zijn degenen die stoppen bij de
“libertarische regel” slechts een kleine minderheid van de bevolking. Voor het overige,
zijn de bevindingen verontrustend duidelijk: van de mensen die, op verzoek van “gezag”
50
schokken toebrengen aan iemand die rustig zegt: “Ik wil dit niet meer doen”, de meesten
doorgaan met pijnigen zelfs als het slachtoffer het uitschreeuwt van de pijn. Is dit omdat
de meeste mensen slecht zijn? Nee, het is omdat ze zijn geconditioneerd om te doen wat ze
wordt opgedragen en geïndoctrineerd in het meest gevaarlijke bijgeloof van alles: het
geloof in “gezag”.
Het moet opgemerkt worden dat zelfs Dr. Milgram niet kon ontsnappen aan zijn eigen
indoctrinatie in de cultus van “gezag” aanbidding. Langs de neus weg, en met zeer weinig
commentaar, meende zelfs hij: “we kunnen geen samenleving hebben zonder enige
gezagstructuur”. Hij deed een zwakke poging om het onderwijs in gehoorzaamheid aan
“gezag” te verdedigen door te zeggen: “Gehoorzaamheid is vaak rationeel. Het is zeer
verstandig om de dokter’s orders op te volgen, om verkeersborden te gehoorzamen, en om
het gebouw te ontruimen als de politie ons informeert over een bommelding”. Maar geen
van deze voorbeelden vereist of rechtvaardigt daadwerkelijk geloof in “gezag”. Ondanks
de manier waarop mensen vaak praten, geven artsen geen “orders”. Ze hebben “autoriteit”
in de zin dat ze deskundig zijn op het gebied van de geneeskunde, maar niet in de zin van
het hebben van enig recht om te regeren. Zoals ook geldt voor de andere voorbeelden, de
belangrijkste reden om de verkeersregels te volgen of om een gebouw met een bom erin te
verlaten, is niet omdat het zo goed is om gehoorzaam te zijn aan “gezag”, maar omdat het
alternatief letsel of de dood is. Als er een onbevoegde in een theater een bom onder zijn
stoel uittrok, het voor iedereen zichtbaar omhoog hield, en zei: “Een bom! Wegwezen!”
Zou iedereen dan blijven waar ze waren omdat de persoon niet werd gezien als “gezag”?
Natuurlijk niet. En als de “regering” de “wet” schrapt die zegt aan welke kant van de weg
iedereen moet rijden, zouden de mensen dan willekeurig rond beginnen te slingeren?
Natuurlijk niet. Ze zouden rechts blijven rijden, omdat ze niet tegen elkaar aan willen
botsen. Dus, hoewel zelfs Dr. Milgram zich vastklampte aan het idee dat het geloof in
“gezag” soms noodzakelijk en goed is, gaf hij geen rationele argumenten om een
dergelijke bewering te onderbouwen. Het bewijst de kracht van de mythe van “gezag”,
omdat zelfs iemand die had meegemaakt wat Dr. Milgram meegemaakt had, nog steeds
niet in staat is om het bijgeloof volledig op te geven.
Nadat Dr. Milgram zijn bevindingen publiceerde, waren velen geschokt en verbijsterd
door de mate waarin normale mensen bereid waren om pijn of de dood toe te brengen aan
onschuldige vreemden als ze daartoe worden geïnstrueerd door een vermeend “gezag”.
Vergelijkbare tests uitgevoerd sedert de Dr. Milgram experimenten hebben vergelijkbare
resultaten opgeleverd, die nog altijd sommige mensen shockeren. Echter, de resultaten
zouden niet echt verrassend moeten zijn voor een ieder die een blik heeft geworpen op hoe
de meeste mensen worden opgevoed.
51
Onderwijzen van blinde gehoorzaamheid
Het veronderstelde doel van scholen is om lezen, schrijven, rekenen, en andere
kennisgebieden van denken te leren. Maar de boodschap die “onderwijs” instellingen
eigenlijk onderwijzen, veel effectiever dan alle nuttige kennis of vaardigheden, is het idee
dat onderdanigheid en blinde gehoorzaamheid aan “gezag” deugden zijn. Overweeg
simpelweg eens de omgeving waarin de meerderheid van de mensen het grootste deel van
hun vormende jaren doorbrengen. Jaar na jaar, leven leerlingen in een wereld waarin:
• Ze goedkeuring, lof en beloning ontvangen als ze zijn waar “gezag” hen vertelt te zijn,
wanneer “gezag” hen vertelt daar te zijn. Ze ontvangen afkeuring, verwijten en straf als ze
ergens anders zijn. (Dit omvat het feit dat zij om te beginnen verplicht op school zijn.)
• Ze ontvangen goedkeuring, lof en beloning als ze doen van wat “gezag” hen vertelt te
doen. Ze ontvangen afkeuring, verwijten en straf als ze iets anders doen, of als ze niet te
doen wat “gezag” hen vertelt te doen.
• Ze ontvangen goedkeuring, lof en beloning als ze spreken wanneer en hoe “gezag” hen
vertelt te spreken. Ze ontvangen afkeuring, verwijten en straf als ze spreken op een ander
moment, op een andere manier, of over elk ander onderwerp dan wat “gezag” hen vertelt
over te spreken, of als ze niet spreken wanneer “gezag” hen vertelt te spreken.
• Ze ontvangen goedkeuring, lof en beloning als ze elk willekeurig idee herhalen waarvan
“gezag” verklaart dat ze waar en belangrijk zijn. Ze ontvangen afkeuring, verwijten en
straf als ze het oneens zijn met de meningen van hen die beweren “gezag” te zijn, hetzij
mondeling of in een schriftelijke toets, of als ze nadenken of schrijven over andere
onderwerpen dan waarover “gezag” hen vertelt na te denken of te schrijven.
• Ze ontvangen goedkeuring, lof en beloning als ze onmiddellijk eventuele problemen of
persoonlijke conflicten die ze tegenkomen aan het “gezag” vertellen. Ze ontvangen
afkeuring, verwijten en straf als ze proberen om zulke problemen zelf op te lossen of
meningsverschillen zelf te beslechten.
• Ze ontvangen goedkeuring, lof en beloning als ze ongeacht welke regel naleven, echter
willekeurig, “gezag” beslist welke wordt opgelegd. Ze ontvangen afkeuring, verwijten en
straf als ze ongehoorzaam zijn aan dergelijke regels. Deze regels kunnen over bijna alles
gaan, inclusief welke kleren ze dragen, welke kapsels ze hebben, welke gezichtsuitdrukking
ze hebben, hoe ze in een stoel zitten, wat ze op het bureau hebben, welke
richting ze op kijken, en welke woorden ze gebruiken.
• Ze ontvangen goedkeuring, lof en beloning als ze aan het “gezag” vertellen wanneer een
andere leerling ongehoorzaam is aan de “regels”, en ze ontvangen afkeuring, verwijten en
straf als ze dat niet doen.
De kinderen zien duidelijk en onmiddellijk dat, in hun wereld, er twee verschillende
klassen van mensen zijn, de meesters (“leraren”) en de onderdanen (“leerlingen”), en dat
52
de regels van goed gedrag drastisch verschillen voor die twee groepen. De meesters doen
voortdurend dingen die ze de onderdanen vertellen niet te doen: mensen commanderen,
anderen overheersen door dreigementen, bezit van anderen afnemen, enz. Deze
voortdurende en overduidelijke dubbele standaard leert de onderdanen dat er een heel
andere morele standaard is voor de meesters dan er is voor de onderdanen. De onderdanen
moeten doen wat de meesters zeggen dat ze moeten doen, en ook alleen maar wat de
meesters hen opdragen te doen, terwijl de meesters vrijwel alles doen wat ze willen. Niet
zo lang geleden, zouden de meesters zelfs routinematig fysiek geweld plegen (d.w.z.
“lijfstraffen”) tegen personen die niet snel en onvoorwaardelijk deden wat hen werd
opgedragen, terwijl ze de onderdanen leerden dat het voor hen volstrekt onaanvaardbaar
was om ooit fysiek geweld te gebruiken, zelfs als zelfverdediging, vooral als zelfverdediging
tegen de meesters. Gelukkig is het gebruik van regulier, openlijk fysiek
geweld door “leraren” ongewoon geworden. Echter, hoewel de macht minder duidelijk is
geworden, blijven de basismethoden van autoritaire controle en straf bestaan.
In het klaslokaal, kan het “gezag” de regels naar believen veranderen, kan het de hele
groep straffen voor wat één leerling doet, en kan het elke leerling – of alle leerlingen – op
elk gewenst moment ondervragen of doorzoeken. Het “gezag” wordt nooit geacht verplicht
te zijn om de regels die hij maakt, of iets anders dat hij doet, te rechtvaardigen of aan de
leerlingen uit te leggen. En het is niet de zorg van het “gezag” of een leerling een goede
reden heeft om te denken dat zijn tijd ergens anders beter besteed zou zijn, of door iets
anders te doen, of door over iets anders na te denken. De “cijfers” die de leerling krijgt, de
manier waarop hij wordt behandeld, de signalen die hij ontvangt – schriftelijk, mondeling,
en anders – zijn allemaal afhankelijk van één enkele factor: zijn vermogen en bereidheid
om zijn eigen verlangens, oordeel en besluitvorming onvoorwaardelijk te onderwerpen aan
die van het “gezag”. Als hij dat doet, wordt hij beschouwd als “goed”, als hij dat niet doet
wordt hij beschouwd als “slecht”.
Deze methode van indoctrinatie was niet toevallig. Scholing in Amerika, en in feite in het
grootste deel van de wereld, was opzettelijk gemodelleerd naar het Pruisische systeem van
“onderwijs”, dat werd ontworpen met het uitdrukkelijke doel om mensen te trainen tot
gehoorzame instrumenten van de heersende klasse, eenvoudig te besturen en snel om
gedachteloos te gehoorzamen, vooral voor militaire doeleinden. Zoals werd uitgelegd door
Johann Fichte, een van de ontwerpers van het Pruisische systeem, was het doel van deze
methode om de leerling op een zodanige wijze te “modelleren” dat hij “gewoon niet anders
kan willen” dan wat degene in “gezag” hem wil te willen. In die tijd werd het systeem
openlijk aanvaard als een middel om het gewone volk psychologisch te onderwerpen aan
de wil van de heersende klasse. En het blijft precies dat opleveren, in Amerika en over de
hele wereld.
De reden dat de meeste mensen doen wat het “gezag” hen vertelt, ongeacht of de opdracht
moreel of redelijk is, komt omdat dit precies is wat ze werden getraind te doen. Alles in
autoritair “onderwijs” (en autoritaire opvoeding), zelfs de moderne versie die pretendeert
zorgzaam en ruimdenkend te zijn, hamert voortdurend het idee in de hoofden van jongeren
dat hun succes, hun goedheid, hun hele waarde als mens, wordt gemeten door hoe goed ze
“gezag” gehoorzamen. Is het dan een wonder, dat in plaats van dat ze logica op bewijzen
53
toepassen om tot hun eigen conclusies te komen, de meeste volwassenen een “autoriteit”
opzoeken om hen te vertellen wat ze moeten denken? Is het een wonder dat wanneer een
politieagent orders begint te blaffen, de meeste volwassenen schuchter gehoorzamen
zonder vragen te stellen, zelfs als ze niets verkeerd hebben gedaan? Is het een wonder dat
de meeste volwassenen zich schaapachtig onderwerpen aan elke ondervraging en
onderzoeking die “wetshandhavers” hen willen opdringen? Is het een wonder dat veel
volwassenen naar het dichtstbijzijnde “gezag” zullen lopen voor een oplossing voor elk
probleem of elk geschil? Is het een wonder dat de meeste volwassenen elke order zullen
gehoorzamen, hoe onredelijk, oneerlijk of immoreel het ook mag zijn, als ze zich
inbeelden dat degene die opdracht geeft “gezag” heeft? Is iets hiervan verwonderlijk in het
licht van het feit dat bijna iedereen door vele jaren van doelbewuste training is gegaan om
zich op die manier gedragen?
De Milgram experimenten maakten heel duidelijk dat zelfs het soort mensen geproduceerd
door onze moderne, zogenaamd verlichte samenleving, voor het allergrootste deel,
ongevoelige, onverantwoordelijke, onnadenkende instrumenten zijn, voor om het even
welke megalomaan die het recht claimt om hen te regeren. Wanneer mensen opzettelijk
getraind worden om zich nederig te onderwerpen aan het beest genaamd “gezag” –
wanneer ze geleerd wordt dat het belangrijker is om te gehoorzamen dan om te oordelen –
waarom zouden we dan zo verbaasd zijn over de afpersing, onderdrukking, terrorisme en
massamoord die begaan zijn alleen omdat een zelfbenoemd “gezag” het bevolen heeft? De
hele menselijke geschiedenis maakt de dodelijke formule zo duidelijk als maar zou
kunnen: Een paar slechte heersers + vele gehoorzame onderdanen = grootschalige
onrechtvaardigheid en onderdrukking.
Maken van monsters
Ook moet er hier op zijn minst iets vermeld worden over de psychologische studie
uitgevoerd aan de Stanford Universiteit in 1971, waarin een soort nepgevangenis werd
opgericht, met tientallen studenten aangesteld als nepgevangenen en anderen als
nepcipiers. Het experiment moest voortijdig moet worden gestaakt, na slechts zes dagen,
omdat degenen die “gezag” hadden gekregen (de bewakers) schrikbarend harteloos,
mishandelend en sadistisch jegens hun gevangenen waren geworden.
Opgemerkt moet worden dat het misbruik gepleegd door de “bewakers” zelfs verder ging
dan wat ze werd opgedragen door de leiders van het experiment, dat werd ontworpen om
de gevangenen te vernederen en te breken. Dit laat zien dat de persoonlijke kwaadaardige
of sadistische neigingen in een individu een belangrijke factor is die bijdraagt aan
dergelijk misbruik, maar ook dat de meeste mensen zulke neigingen alleen openlijk
uitleven wanneer ze een positie van “gezag” krijgen, waarvan zij geloven dat dit hen
toestemming geeft om dat te doen. Hetzelfde fenomeen is te zien in allerlei ander
machtsmisbruik, hetzij door een ambtenaar in een power trip, een soldaat of politieagent
die graag burgers intimideert of mishandelt, of een of andere functionaris die geniet van
zijn macht om over anderen te heersen. Deze dingen tonen aan dat het geloof in “gezag”
niet alleen in principe goede mensen toestaat om instrumenten van onderdrukking en
54
onrechtvaardigheid te worden, maar het ook slechte neigingen naar buiten brengt en die
drastisch versterkt, ongeacht wat voor potentieel voor boosaardigheid, haat, sadisme en
machtswellust mensen kunnen bezitten. Het bijgeloof van “gezag” begint met het
veranderen van gewone mensen in werktuigen van het kwaad (zoals Arendt omschreef als
de “banaliteit van het kwaad”), maar gaat dan verder met deze mensen persoonlijk slecht te
maken, door ze te overtuigen dat ze het recht hebben, of zelfs de plicht, andere mensen te
misbruiken en onderdrukken. Dit kan worden gezien in het gedrag van militairen, politie,
officieren van justitie, rechters, en zelfs lagere ambtenaren. Iemand wiens taak bestaat uit
intimideren, afpersen, bedreigen, dwingen en controleren van fatsoenlijke mensen zal,
vroeg of laat, minimaal harteloos worden, zo niet ronduit sadistisch. Men kan zich niet
voortdurend gedragen als een monster zonder er uiteindelijk één te worden.
Een ander belangrijk punt is, zoals blijkt uit talloze voorbeelden van machtsmisbruik, dat
het geloof in “gezag” mensen wel kan leiden tot het schaden van anderen, maar datzelfde
geloof de mate waarin de vertegenwoordigers van “gezag” andere mensen schaden vaak
niet kan beperken. Zo worden veel mensen die uit zichzelf nooit een onschuldig persoon
zouden onderdrukken “politieagenten”, waardoor ze “legale” macht verwerven om een
zekere mate van onderdrukking te plegen. Toch gaan ze, in vele gevallen, uiteindelijk veel
verder dan de “legale” onderdrukking waartoe ze “bevoegd” zijn, en worden sadistische,
machtswellustelingen. Hetzelfde geldt, misschien nog wel meer, voor soldaten. Misschien
is de reden waarom zo veel veteranen uiteindelijk diep emotioneel getraumatiseerd raken
niet zozeer een gevolg van nadenken over wat ze hebben gezien, maar meer een gevolg
van nadenken over wat ze hebben gedaan. Het hoge zelfmoordpercentage onder veteranen
ondersteunt deze veronderstelling. Het heeft voor iemand weinig zin zijn eigen dood te
wensen alleen maar omdat hij iets verschrikkelijks heeft gezien. Het heeft voor iemand
veel meer zin zijn eigen dood te wensen omdat hij zelf iets verschrikkelijks heeft gedaan,
en in feite iets vreselijks is geworden.
De reden dat het geloof in “gezag” mensen wel kan leiden om kwaad te begaan, maar
uiteindelijk het kwaad dat ze begaan niet kan beperken, is eenvoudig. Afgezien van enige
“technische” beperking die er behoort te zijn voor een vertegenwoordiger van het “gezag”
is het primaire concept dat de handhaver wordt geleerd, en het primaire concept dat hij
moet accepteren om zijn werk te kunnen doen, dat hij, als vertegenwoordiger van het
“gezag”, boven het gewone volk staat en het morele recht heeft om ze met geweld te
besturen. Kortom, hij heeft geleerd dat zijn uniform en zijn positie hem de rechtmatige
meester maakt van al de “doorsnee” mensen. Zodra hij is overtuigd van die leugen, mag
worden verwacht dat hij de gemiddelde burger zal verachten en hem met minachting zal
behandelen, op dezelfde manier – en om dezelfde reden – als een slaafeigenaar zijn slaven
niet als menselijke wezens zal behandelen, maar als eigendom, van wie de gevoelens en
meningen niet meer betekenen dan de gevoelens en meningen van zijn vee of van zijn
meubels.
Het is veelzeggend dat veel “wetshandhavers” tegenwoordig snel boos worden, en zelfs
gewelddadig, als een gemiddelde burger de “agent” gewoon te woord staat als gelijke, in
plaats van de toon en houding aan te nemen van een onderworpen ondergeschikte. Ook
deze reactie is precies hetzelfde – en heeft ook dezelfde oorzaak – als de reactie van een
55
slavenmeester tegenover een “arrogante” slaaf die hem zou antwoorden als gelijke. Er zijn
vele voorbeelden gepubliceerd in tal van video’s met politiegeweld op het internet, van
vermeende vertegenwoordigers van het “gezag” die in woede hun toevlucht nemen tot
openlijk geweld, alleen maar omdat iemand die ze benaderden hen te woord stond als de
ene volwassene tegenover de andere, in plaats van te spreken als een onderdaan tegenover
een meester. De huurlingen van de staat verwijzen naar dit gebrek aan kruipen als iemand
met een “houding”. Iemand die hen behandeld als gewone stervelingen, en ze op hetzelfde
niveau zet als iedereen, geldt in hun ogen als iemand die minachting toont voor hun
vermeende “gezag”.
Zo wordt ook iemand die er niet mee instemt te worden vastgehouden, ondervraagd, of
doorzocht door “dienaren van de wet” automatisch beschouwd, als een soort lastpak die
iets te verbergen heeft. De werkelijke reden waarom zulk gebrek aan “medewerking”
autoritaire handhavers ergert, is omdat dit betekent dat mensen hen behandelen als louter
menselijk in plaats van hen te behandelen alsof ze superieure wezens zijn, wat ze zich
verbeelden te zijn. Ter vergelijk, als iemand werd aangesproken door een onbekende
(zonder uniform) en die onbekende begon te ondervragen op een duidelijk beschuldigende
manier en de onbekende vroeg vervolgens of hij zijn zakken mocht doorzoeken, zijn auto
en zijn huis, zou de persoon die lastig gevallen werd niet alleen bijna zeker weigeren, hij
zou waarschijnlijk ook woedend worden door zo’n verzoek. “Natuurlijk mag je mijn
spullen niet doorzoeken! Wie denk je wel dat je bent? “Maar als onbekenden in uniformen
zulke verzoeken doen, zijn zij zelf degenen die beledigd zijn wanneer de doelwitten van
hun opdringerige, ongerechtvaardigde intimidaties, beschuldigingen en doorzoekingen
bezwaar maken, en weigeren om “mee te werken”. Zelfs wanneer “ambtenaren” heel goed
weten dat ze helemaal geen wettige gronden hebben. Er is geen plicht om vragen te
beantwoorden of toestemming te geven voor doorzoekingen. Zulk “gebrek aan
medewerking” – oftewel. het niet onvoorwaardelijk buigen voor elk gril of vraag van de
handhaver – wordt door de “politie” nog steeds gezien als een teken dat de persoon een
soort van misdadiger en vijand van de staat moet zijn. Vanuit het perspectief van
“wetshandhavers” zou alleen een verachtelijk zwerver vertegenwoordigers van het “gezag”
ooit op dezelfde manier behandelen als hij iedereen anders behandelt.
Nogmaals, dit is niet hoe de meeste van deze mensen de wereld bekijken voordat ze
“dienaren van de wet” worden. In hun autoritaire politieopleiding, wordt ze specifiek
geleerd om mensen te behandelen als ondergeschikten, om altijd te proberen om over alles
en iedereen controle te krijgen op het moment ze aankomen bij een situatie, iedereen
vertellen waar te gaan, wat te doen, wanneer te spreken, en ga zo maar door. Hen wordt
niet alleen verteld dat ze het recht hebben om iedereen te commanderen, wat gevaarlijk
genoeg zou zijn; ze zijn ervoor opgeleid dat ze, in elke situatie, alles moeten gebruiken wat
nodig is – bevelen, intimidatie, of regelrecht geweld – om alle aanwezigen te laten buigen
voor hun “gezag” en hen wordt geleerd dat het voor iedereen een misdaad is om niet
voetstoots te buigen voor hun wil, wat zij typeren als “ongehoorzaamheid aan een wettig
bevel”.
Het is ook zeer belangrijk dat het gebruikelijk is voor de politie, zodra ze bij een situatie
aankomen, ervoor te zorgen dat niemand anders gewapend is met welk wapen dan ook, en
56
iedereen te ontwapenen die dat wel is, voordat er wordt gevraagd wie de mensen zijn of
wat er gaande is, en zelfs ongeacht of de mensen “legaal” gewapend zijn. Het voor de hand
liggende doel hiervan is om meteen een grote machtsongelijkheid te creëren, waar alleen
de “wetshandhavers” de mogelijkheid hebben om hun wil met geweld aan anderen op te
leggen. Stel je de arrogantie voor die nodig is voor een gemiddelde burger om ergens aan
te komen, onbekend met de situatie en de betrokken personen, en de eerste gedachte zou
zijn: “Niemand mag een wapen hebben, behalve ik”. Kortom, “wetshandhavers” worden
getraind om onderdrukkende megalomanen te zijn en iedereen als vee te behandelen. En,
zoals de menselijke natuur is, iedereen die routinematig anderen op die manier behandeld –
de manier waarop “wetshandhavers” verplicht zijn om iedereen te behandelen – zal leren
om anderen te verachten en ze met minachting, disrespect en vijandigheid te bejegenen.
Hoe goed of slecht van hart een individu in het begin ook is, de manier om het slechtste in
hem naar boven te halen is door hem “gezag” over anderen te geven.
(Persoonlijke noot van de auteur: Meerdere voormalige politieagenten hebben me
persoonlijk verteld te stoppen met hun werk nadat ze merkten dat die baan, en hun
vermeende “gezag”, ze langzaam veranderde in monsters – een van hen gebruikte dat
exacte woord.)
In alle eerlijkheid, veel “wetshandhavers” doen een poging om “goeie gasten” te zijn, en
proberen anderen ten minste met respect te behandelen. Maar uiteindelijk kunnen ze
anderen niet als gelijken behandelen, en nog steeds “wetshandhavers” zijn. Ze kunnen
vriendelijk zijn, en zich zelfs verontschuldigen (“Sorry, maar ik moet je vragen om …”),
maar hun werk verplicht hen nog steeds om onder dwang anderen te beheersen en af te
persen, en niet alleen degenen die daadwerkelijk iemand geschaad hebben. Een agent kan
anderen niet als gelijken behandelen zonder zijn baan te verliezen. Stel je een agent voor
die alleen verkeerscontroles, huiszoekingen, aanhoudingen, ondervragingen, of gebruik
van fysiek geweld zou uitvoeren tegen iemand, in situaties waarin jij zelf je ook
gerechtvaardigd zou voelen zulke dingen te doen, zonder een uniform of “wet” die je dat
toestaat.
Hetzelfde geldt voor rechercheurs, officieren van justitie en rechters van de “regering”.
Een werknemer van de “regering” die iemand voor een slachtofferloze “misdaad” weigert
te onderzoeken, te vervolgen of te veroordelen zou al snel zijn baan verliezen. Het is niet
aan een agent van het “gezag” om te beslissen welke “wetten” hij moet handhaven. Als er
moreel onrechtmatige “wetten” zijn (zoals er altijd zijn), is toch elke afdeling van
autoritaire “rechtshandhaving” verplicht ze af te dwingen, en daarmee bij te dragen aan de
afpersing en onderdrukking van onschuldige mensen. Zelfs als veel van wat iemand doet
gericht is op werkelijke misdadigers – degenen die agressie hebben gepleegd tegen anderen
– is elke “wetshandhaver”, als onderdeel van zijn werk, verplicht om zelf agressie te
begaan. Er zijn mensen die bijna niets anders doen dan het initiëren van geweld, zoals
“belastinginners”, douaniers, en immigratieambtenaren. Dit maakt het in bijna alle
gevallen, letterlijk onmogelijk, om voor de “regering” te werken zonder immorele daden
van agressie te begaan. Een “wetshandhaver” zijn, en een moreel persoon zijn, sluit elkaar
vrijwel altijd uit.
57
Hoe beleefd ze hun werk ook mogen doen, en ondanks het feit dat ze ook achter
werkelijke misdadigers aan gaan (het soort dat slachtoffers heeft), zijn “wetshandhavers”
altijd professionele agressors, die de mensen door middel van geweld en onder dreiging
van geweld onderwerpen aan de wil van de politici. En iedereen die dat doet, zal als hij
niet al een zekere mate van minachting en haat voor zijn medemens heeft, dit vrijwel zeker
ontwikkelen. Om het anders te zeggen, zelfs de aardigste, meest vriendelijke slaafeigenaar,
zal, als hij blijft geloven in de legitimiteit van slavernij en het blijft praktiseren, kwaad
begaan en schade toebrengen aan de mensen die hij veronderstelt zijn rechtmatige
eigendom te zijn. En hij zal natuurlijkerwijs een zekere minachting naar de slachtoffers
van zijn agressie ontwikkelen, en zich minachtend gaan gedragen tegenover hen.
De macht van het geloof in “gezag” om schade te creëren, en de gelijktijdige onmacht
ervan om de schade te beperken, zodra de meester zich het recht inbeeldt om te heersen
over zijn “ondergeschikten”, kan niet alleen op individuele basis worden gezien, maar ook
op grote schaal. Het merendeel van de debatten en geschriften die leidden tot de ratificatie
van de Amerikaanse grondwet waren gericht op het beperken van de bevoegdheden die de
federale regering zou hebben, en op het bespreken van alle van de dingen die het niet
mocht doen. De “Bill of Rights” bijvoorbeeld, is een lijst van dingen die de Amerikaanse
regering grondwettelijk verboden is te doen. In feite maken het negende en tiende
amendement er een niet afgesloten lijst van, zodat de federale “regering”, in theorie, niets
anders mocht doen dan wat de grondwet uitdrukkelijk heeft “geautoriseerd” te doen.
Niettemin, met de mogelijke uitzondering van het derde amendement, is de “Bill of
Rights” nu ook een lijst van rechten die federale agenten, elke dag opnieuw, in elke staat
van de unie, schenden. De werkelijkheid is dat zeggen, zowel op individueel als op
nationaal niveau: “Je hebt het recht om anderen te regeren, maar alleen binnen deze
grenzen”, er vroeg of laat toe zal leiden dat diegene de anderen zal overheersen, zonder
enige beperking aan zijn macht te erkennen.
Op de lange termijn, is er niet zoiets, en kan niet zoiets zijn als een “beperkte regering”,
want zodra iemand door anderen wordt geaccepteerd als een rechtmatige meester, en hij
gelooft dat hij het morele recht heeft om te regeren, er niets en niemand “boven” hem zal
zijn, met de macht om hem te beteugelen. Binnen een “regering” kan een hoger “gezag”
kiezen om een lager “gezag” te beperken, maar logica en ervaring hebben uitgewezen dat
een autoritaire hiërarchie, als geheel, zich nooit voor lang zal beperken. Waarom zou het
ook? Waarom zou een meester zijn eigen belangen ooit onder de belangen van zijn slaven
stellen? De grondwet is hier een perfect voorbeeld van: een stuk perkament dat
verondersteld werd een zeer beperkt “gezag” te verlenen aan bepaalde mensen, maar dat
volkomen gefaald heeft die mensen te weerhouden verder te gaan dan die beperkingen.
Het heeft iets gecreëerd dat uiteindelijk is uitgegroeid tot het machtigste autoritaire
imperium in de geschiedenis. En het probleem kan niet worden opgelost door het
aanstellen van een ander stel meesters (b.v. een “gerechtelijk systeem”) binnen dezelfde
autoritaire structuur, met het vermeende doel de beperkingen op het eerste stel meesters te
handhaven. “Scheiding der machten” en “controles en waarborgen” en “eerlijke
rechtsgang” zijn zinloos als de meesters en degenen die zijn toegewezen om hen te
beperken beide deel uitmaken van dezelfde autoritaire organisatie.
58
Demoniseren van het slachtoffer
Het moet benadrukt worden dat in de Milgram experimenten, de proefpersonen dachten
dat ze onschuldige vreemden schokken gaven. Er was geen indicatie dat degene die de
schokken kreeg een slecht persoon was, of iets immoreels gedaan had. Het moet duidelijk
zijn dat als de gewone man, in opdracht van “gezag” pijn zal toebrengen aan een
onschuldige, hij zulke pijn ook zal toebrengen – zelfs met minder aarzeling en minder
schuldgevoel – aan iemand waarvan hij aanneemt dat die zulke pijn te verdient.
Het Amerikaanse leger (en waarschijnlijk vele andere legers) heeft veel onderzoek gedaan
om te proberen de natuurlijke afkeer tot doden bij een soldaat te overwinnen, zodat hij op
commando zal doden. Een van de meest effectieve manieren om dit te bereiken is om de
mensen van de andere partij te demoniseren en te ontmenselijken. In moderne oorlogen,
voeren “regeringen” van beide kanten hun soldaten constant propaganda, bedoeld om de
“vijand” af te schilderen als een stelletje harteloze, wrede, sadistische, onmenselijke
monsters. Ironisch genoeg wordt dit een zichzelf vervullende profetie, omdat dergelijke
propaganda beide kanten verandert in bendes harteloze monsters, die fanatiek proberen om
“vijanden” die ze niet als volledig menselijk zien uit te roeien.
Soortgelijke tactieken worden ook gebruikt in “de rechtshandhaving”. De huurlingen van
de “regering” zullen veel eerder onrecht en onderdrukking toebrengen aan personen die
eerst zijn ontmenselijkt en gedemoniseerd. Alleen al de gebruikte terminologie – door de
meesters, de handhavers, en iedereen – is een zeer effectieve vorm van hersenspoeling, die
de waargenomen werkelijkheid van zowel handhavers als hun doelwitten verandert, en het
gedrag van beide groepen beïnvloedt. Zulke conditionering versterkt de veronderstelling
dat gehoorzaamheid aan “gezag” een deugd is, en dat ongehoorzaamheid een zonde is.
Wat letterlijk gebeurt is dat één groep mensen een opdracht geeft en hun handhavers
leggen het op aan de massa’s, door ongehoorzaamheid te bestraffen. Dit is ook wat de
mafia doet, wat straatbendes doen, wat pestkoppen op school doen, en wat alle
“regeringen” doen. Het verschil is dat wanneer de “regering” het doet, het niet alleen
bedreigingen gebruikt, maar ook indoctrinatie, van zowel de handhavers als het publiek,
waar de boodschap van de meeste misdadigers meestal direct en eerlijk is (“Doe wat ik zeg
of ik doe je pijn”), gaat de boodschap van de “regering” veel meer de kant op van de
psychologie en hersenspoeling. Die is essentieel om ervoor te zorgen dat staatshuurlingen
zich gerechtvaardigd voelen anderen te onderdrukken. De bestuurders in de “regering”
kleuren zichzelf in als “wetgevers” die het recht hebben om te “regeren”, de samenleving
kleurt hun bevelen in als “wetten” en schilderen ieder die ongehoorzaam is af als
“misdadigers”. En, in tegenstelling tot de zware jongens van de mafia, worden degenen die
een straf opleggen aan wie ongehoorzaam is aan de politici, niet als louter huurlingen
afgeschilderd, maar als nobele “wetshandhavers”, die de samenleving rechtvaardig zullen
beschermen tegen al die onbeschaafde, verachtelijke “wetsovertreders”.
Zulke propaganda voert ver, niet alleen maakt het dat autoritaire handhavers geweld
toepassen tegen onschuldige mensen, maar ook maakt het dat ze er trots op zijn. Door
middel van hun autoritaire indoctrinatie, zijn ze ervan overtuigd dat ze “misdadigers” voor
59
het “gerecht” brengen, en daardoor de “openbare orde” bewaren in het belang van de
samenleving. Maar wat ze eigenlijk doen, vaker wel dan niet, is het gebruik van geweld
om iedereen te dwingen de bevelen van politici te gehoorzamen, ongeacht de kwestie, hoe
immoreel, willekeurig, sociaal of economisch destructief, of ronduit idioot die bevelen ook
mogen zijn.
Er is een groot verschil in bijklank van de twee termen “wetshandhaver” en “tuig van de
politici”. Er is echter geen verschil in de letterlijke betekenis. Maar door de handhavers te
laten geloven dat het geweld dat zij gebruiken natuurlijke, rechtvaardige en nobele
“rechtshandhaving” vormt, kan hun perceptie op zo’n manier worden aangepast dat ze
graag en met trots de wil de heersende klasse aan hun medemens op zullen leggen. Hier
zijn evenveel voorbeelden van als er “wetten” zijn, maar ze vallen allemaal in één van
twee categorieën: verboden (waarbij politici verklaren dat hun onderdanen niet toegelaten
wordt om een bepaald iets te doen) en geboden (waarbij politici verklaren dat hun
onderdanen een bepaald iets moeten doen). Eén voorbeeld van elk van die twee zal
volstaan om het punt te tonen.
Verbod: De politici geven bevel dat hun onderdanen geen cannabis mogen bezitten. Dit
verbod wordt afgekondigd als “wet”, en ieder die niet gehoorzaamd wordt beschouwd als
“misdadiger”. De bestuurders spenderen dan enorme sommen geld (van hun onderdanen
via een andere “wet”) aan huurlingen, wapens, pantservoertuigen, gevangenissen, enz.,
met als enig doel iedereen gevangen te nemen die wordt gepakt hun “wet” te overtreden.
Overweeg nu het gezichtspunt van de “politieagent” die de plicht tot handhaving van die
“wet” is toegewezen, en ontdekt dat iemand cannabis verkocht heeft aan vrijwillige
klanten. Als de “agent” de situatie objectief zou kunnen overwegen, zonder dat de mythe
van “gezag” zijn waarneming vervormt, zou hij onmiddellijk zien dat zijn “taak” niet
alleen immoreel is, maar ook volkomen idioot en hypocriet – zijn “baan” is om lichamelijk
iemand te overmeesteren met het doel die persoon voor lange tijd in een hok te stoppen,
voor iets dat noch frauduleus noch gewelddadig is. In feite, totdat de agent kwam, gingen
alle mensen die betrokken waren – kweker, handelaar, verkoper, koper, gebruiker –
vreedzaam en vrijwillig met elkaar om. Bovendien, als de agent ooit alcohol heeft
gedronken, zou hij schuldig zijn aan iets dat moreel identiek is aan wat de “misdadiger”
heeft gedaan. Toch zal hij zichzelf beschouwen als een dappere, rechtschapen, nobele
“wetshandhaver” als hij deelneemt aan een paramilitaire gewapende inval in het huis van
diegene en hem met geweld overmeestert, en de “schoft” wegsleept bij zijn vrienden en
familie. Na het werk gaat hij naar huis en neemt een biertje, en hij zou natuurlijk niet zo
vriendelijk reageren als iemand probeerde hem daar met geweld van te weerhouden. Het
enige verschil – wat helemaal geen echt verschil is – is dat politici een bevel hebben
gegeven over de ene bewustzijnsveranderde stof (cannabis) en niet over de andere
(alcohol). Als gevolg hiervan zal de “agent” werkelijk geloven dat het gebruik van de ene
geestveranderende stof een goed, gezond, alledaags nationaal gebruik is, terwijl het
gebruik van dat andere, schimmig, immoreel en “misdadig” is en zelfs gewelddadige
mishandeling en ontvoering van de “daders” rechtvaardigt.
Gebod: De politici maken een “wet” die zegt dat elk van hun onderdanen die een eigen
woning heeft de politici elk jaar, een vergoeding ten bedrage van twee procent van de
60
waarde van hun vastgoed moeten geven. Die eis wordt “onroerende zaakbelasting”
genoemd en is afgekondigd als “wet”, en iedereen die ongehoorzaam is, zal een
“misdadiger” en “belastingontduiker” genoemd worden. De politici zetten vervolgens een
organisatie van “belastinginners” op om iedereen op te sporen die ongehoorzaam is, om
ofwel onder dwang geld van hen af te nemen of hen met geweld uit hun woning te zetten
en hun huizen in beslag te nemen en aan de politici te geven.
Als iemand dat deed zonder al de autoritaire propaganda, zou het natuurlijk afpersing
heten: “Je moet me een hoop geld betalen, ieder jaar, of ik laat je niet in je eigen huis
wonen”. En heel weinig mensen, inclusief degenen die nu werken als “belastinginners”,
zouden deel willen uitmaken van zo’n afpersingsmafia. Maar wanneer precies hetzelfde
“legaal” gebeurt, zal de gemiddelde mens niet alleen een baan accepteren als onderdeel
van een dergelijke afpersingsclub, maar ze zullen minachting tonen voor ieder die
tegenstribbelt. Ieder die dan probeert niet te worden beroofd wordt gezien als hebzuchtige
“belastingontduiker” die zijn “eerlijk aandeel” niet wil betalen. En degenen wier taak het is
om met geweld geld of goederen te incasseren van een dergelijke “belastingontduiker”
doen dat meestal met een gevoel van rechtvaardigheid, omdat ze oprecht geloven dat het
“gezag” van de “wet” kan zorgen dat iets, wat meestal een immorele daad is – diefstal,
afpersing en chantage – wordt omgezet in iets rechtvaardigs en legitiems. Dus ze plegen
massaberoving, met een goed gevoel, en voelen minachting voor hun slachtoffers. Dat is
de kracht van het meest gevaarlijke bijgeloof.
Staatisten beweren vaak dat belastingheffing geen diefstal is omdat “overheden” belasting
inkomsten gebruiken voor dingen die het “algemeen belang” dienen, en het dus gewoon
een kwestie is van mensen die betalen voor goederen en diensten die zij ontvangen. Een
dergelijk argument gaat voorbij aan het fundamentele karakter van de situatie. Een
eenvoudig voorbeeld maakt de dubbele standaard duidelijk. Stel dat een vreemde naar je
toe kwam en zei dat hij je gazon heeft gemaaid, of een artikel voor je bij je huis heeft
achtergelaten, en dan eiste dat je hem een bepaald bedrag geeft, hoewel je nooit iets
dergelijks hebt afgesproken. Uiteraard zou dat afpersing zijn, en jij zou niet verplicht zijn
om te betalen, zelfs als hij echt je gazon had gemaaid of iets voor je had achtergelaten.
Niemand heeft het recht, om zonder jouw toestemming, je een product te leveren of een
dienst te verlenen – als je er niet om vraagt en het niet wilde kopen – en dan daarna met
geweld van je af te nemen wat hij maar verklaart dat het artikel of de dienst waard zou
zijn. En toch is dat precies wat iedere “regering”, op elk niveau, altijd doet.
Wanneer de doelwitten van autoritaire agressie succesvol zijn gedemoniseerd en
ontmenselijkt, zijn er in wezen geen grenzen meer aan de mate van geweld en onrecht die
de mensen die in “gezag” geloven zullen plegen. Voor hen die misschien nog hopen dat
het geweten de mate, van de onrechtvaardigheid die soldaten en “wetshandhavers” bereid
zijn toe te brengen aan volslagen vreemden beperkt, zijn er tal van voorbeelden uit de
echte wereld die het tegendeel bewijzen. Eén van de meest bekende is het bloedbad in My
Lai tijdens de Vietnamoorlog, waar Amerikaanse troepen niet alleen honderden
ongewapende burgers, vooral vrouwen en kinderen, hebben vermoord, maar sommigen
ook seksueel misbruikt en gemarteld hebben. En sommige soldaten hadden openlijk
genoegen in het lijden en de dood van hun slachtoffers, volgens eigen getuigenissen van
61
de soldaten. Dit is wat Amerikaanse soldaten deden, als resultaat van hun loyaliteit aan de
mythe van “gezag”, in combinatie met de demonisering en ontmenselijking van hun
slachtoffers. De soldaten stellen het zelf botweg, de ene zegt dat ze “gewoon orders
opvolgden” een ander zegt dat de meeste soldaten “de Vietnamezen niet als menselijk
beschouwden” (Opgemerkt moet worden dat er een aantal soldaten waren die, met weinig
succes, de slachting probeerden te stoppen of te beperken.) Hoewel dit één van meest
bekende voorbeelden zou kunnen zijn van de oorlogswreedheden begaan door
Amerikaanse troepen, is het zeker niet het enige. In feite blijven nieuwe voorbeelden van
sadisme van soldaten aan het licht komen. Terwijl in de Milgram experimenten sommige
proefpersonen – mondeling of door hun gedrag – nog toonden dat ze zich slecht voelden
over het toebrengen van pijn bij een onschuldige onbekende, gehoorzamen “wetshandhavers”
en soldaten die voor het eerst wordt geleerd een “vijand” te verachten,
autoritaire bevelen nog gretiger, vaak op een manier die laat zien dat ze genieten van
toebrengen van pijn en dood op hun slachtoffers.
Dit is duidelijk aangetoond in de beelden die uit de Abu Ghraib gevangenis in Irak
kwamen, die laten zien dat soldaten, mannen en vrouwen, niet alleen mentale en fysieke
marteling uitvoerden, maar ook genoegen en vermaak vertoonden over het lijden van hun
slachtoffers, ze poseerden zelfs vrolijk voor de camera tijdens het vernederen, aanvallen,
martelen en verkrachten hun gevangenen. (Zowel de Bush als de Obama regering hebben
voorkomen dat veel van het fotografisch bewijs van deze martelingen openbaar werd
gemaakt, uit angst voor het effect dat die beelden zouden hebben op de publieke opinie
over het leger en het “land” in zowel Amerika als in het buitenland). Ook hier, hoewel het
bewijsmateriaal aantoont dat zulke martelingen worden uitgevoerd in opdracht van de
hoogste niveaus in de “regering”, is het belangrijk te onderstrepen dat degenen, die deze
opdracht van het “gezag” uitvoerden duidelijk tonen een sadistisch plezier te hebben in de
pijn en het lijden dat zij aan andere mensen toebrengen. Hen was verteld, door iemand die
ze als “gezag” beschouwden, dat het nobel en rechtvaardig was de “vijand” te haten en te
kwetsen. Dus deden ze het, en ze genoten.
Dezelfde houding en mentaliteit is te zien in diverse acties van “rechtshandhaving”, zoals
de aanval op Ruby Ridge in 1992 en de overval, impasse, en het uiteindelijke bloedbad
nabij Waco, Texas, in 1993. In geen van beide gevallen zat het “gezag” achter iemand aan
die werkelijk iemand anders had geschaad of bedreigd. Beide acties betroffen paramilitaire
aanvallen gebaseerd op het vermeende bezit van “illegale” vuurwapens. In het Waco
incident stierven uiteindelijk tachtig mensen, met inbegrip van mannen, vrouwen en
kinderen, nadat ze mentaal en fysiek wekenlang waren gemarteld met slaaptekort en
traangas, en anderszins. De slachtoffers werden gedemoniseerd, voor zowel het publiek als
degenen in de “rechtshandhaving”, en de “regerings” agressors toonden zowel minachting
voor hun slachtoffers als enthousiasme bij de gedachte ze te doden. Dezelfde algemene
houding is te zien in tientallen “politiegeweld” video’s waarop de politie enthousiast
intimideert en zelfs mensen fysiek mishandelt die geen bedreiging vormen voor wie dan
ook, en die niet eens terugvechten of tegenstribbelen. Dit is het directe resultaat van het
overtuigen van “wetshandhavers” dat iedereen onderschikt aan hen is, en dat ze als
agenten van het “gezag”, het recht hebben dat iedereen hen behandeld als superieuren,
62
door voor hen te kruipen en hun bevelen onvoorwaardelijk te gehoorzamen. Hetzelfde
patroon is ook te zien bij “belastinginners” en andere ambtenaren.
In hoeverre het geloof in “gezag” daadwerkelijk sadistische neigingen creëert, en in
hoeverre het simpelweg neigingen oproept die er al waren, doet nauwelijks terzake. Het
punt is dat, door te pretenderen het individu te ontlasten van verantwoordelijkheid voor
zijn eigen daden, en door hem op te dragen om schade toe te brengen aan anderen en hem
te vertellen dat het niet alleen is toegestaan, maar deugdzaam om een bepaald doelwit te
schaden, transformeert de mythe van “gezag” miljoenen doorsnee, verder fatsoenlijke
mensen tot monsters en sadistische agenten van het kwaad. Ongeacht welke factoren
mensen normaalgesproken dwingt om zich beleefd en geweldloos te gedragen – of het nu
interne deugden van het individu zijn, of zijn toewijding aan morele principes of zijn
religieuze overtuiging, of gewoon zijn bezorgdheid over wat anderen van hem zouden
kunnen denken of hem zouden kunnen aandoen – het wordt gemakkelijk verslagen en
overschreven door het geloof in “gezag”. Kortom, de effectiefste manier om de menselijkheid
en het fatsoen van elk individu uit te schakelen is om hem te leren “gezag” te
respecteren en te gehoorzamen.
Wat het uniform betekent
Degenen die het handwerk voor een vermeend “gezag” doen hebben meestal hun manieren
om duidelijk te maken dat ze dit doen. Wanneer een soldaat zijn militaire kleding draagt,
in formatie loopt, of in een militair voertuig stapt; wanneer een agent zijn uniform draagt
en in de “politie” auto stapt; wanneer een “regerings” agent in burger zijn “ID” toont en
zijn “officiële” titel aankondigt, doet hij een zeer specifieke mededeling, die als volgt kan
worden samengevat:
“Ik functioneer niet als een denkend, verantwoordelijk en onafhankelijk mens, en dien niet
als zodanig te worden behandeld. Ik ben niet persoonlijk verantwoordelijk voor mijn
daden, want ik handel niet vanuit mijn eigen vrije wil of mijn eigen oordeel over goed en
kwaad. Ik ben, in plaats daarvan, het instrument van iets bovenmenselijke, iets met het
recht om jou te regeren en je te controleren. Als zodanig kan ik dingen die jij niet kunt. Ik
heb rechten die jij niet hebt. Jij moet doen wat ik zeg, onderwerp je aan mijn bevelen en
behandel me als je meerdere, want ik ben niet zomaar een mens. Ik ben daarboven
uitgestegen. Door mijn onvoorwaardelijke gehoorzaamheid en trouw aan mijn meesters,
ben ik een deel geworden van de bovenmenselijke entiteit genaamd “gezag” Daardoor zijn
de regels van de menselijke moraal niet op mij van toepassing, en mijn acties moeten niet
beoordeeld worden door de gebruikelijke normen van het menselijk gedrag”.
Dit bizarre, mystieke, cult-achtige geloof wordt door elke “wetshandhaver” in de wereld
aangehangen. Het is vreselijk gevaarlijk voor wie dan ook om zich te in te beelden een
vrijstelling te hebben van de basisregels van goed en kwaad, maar dat is exact wat elke
agent van de “regering” zich verbeeldt. Ondanks het feit dat soldaten en “wetshandhavers”
meestal hun “officiële” uniformen met grote trots tonen, is hetgeen ze eigenlijk doen, in
het openbaar het feit showen dat ze waanvoorstellingen hebben, een compleet verwrongen
63
en demente kijk op de werkelijkheid hebben, en ze het specifieke ding dat hen mens maakt
verraden hebben: hun vrije wil en persoonlijke verantwoordelijkheid die daarmee gepaard
gaat. Elke persoon die beweert in naam van het “gezag” te handelen laat zien dat hij een
volkomen belachelijke leugen heeft geaccepteerd: zijn positie, zijn functie, zijn werk
verandert drastisch welke gedragingen moreel zijn en welke gedragingen immoreel zijn.
Het idee is overduidelijk krankzinnig, maar wordt zelden als zodanig herkend omdat zelfs
de slachtoffers van de handhavers in deze waan delen.
Nobele motieven, Slechte daden
Het moet opnieuw benadrukt worden dat, van degenen die “wetshandhavers” en soldaten
worden, de meeste dit doen uit een verlangen om te vechten voor gerechtigheid. Echter,
vanwege hun geloof in “gezag”, worden hun nobele bedoelingen uiteindelijk vaak gebruikt
om de onschuldige te beschadigen en de schuldige te beschermen. Omdat een politieagent
de “wet” behoort te handhaven, en een soldaat orders behoort op te volgen, raken hun
eigen principes en intenties overheerst door de agenda’s van degenen die de orders geven.
Niettegenstaande, moedigt de militaire wervingspropaganda jonge mannen en vrouwen
aan om te vechten voor waarheid en rechtvaardigheid. Maar de echte taak van een soldaat
is om diegenen te doden, die de meesters hem zeggen te doden. Het is zo simpel als dat.
Hoeveel soldaten zouden er uit zichzelf voor kiezen om naar vreemde landen te gaan en
volslagen onbekenden te doden? Zeer weinig. Hoeveel soldaten zouden als ze op zichzelf
in een vreemd land waren, zich gerechtvaardigd voelen de deuren langs te gaan,
onbekenden te ondervragen onder dreiging van een geweer, hun huizen binnen te dringen
en die te doorzoeken, omdat er misschien sommige echt slechte mensen in het gebied zijn?
Zeer weinig. Dit zijn acties die tegen bijna ieders geweten ingaan. Maar wanneer iemand
vrijwillig toetreedt tot een autoritair leger, schakelt hij bewust zijn eigen oordeel en
geweten uit om liever simpelweg te doen wat hem wordt opgedragen.
Al is het geweld dat soldaten gebruiken soms legitiem, zoals bestrijding van aanvallers en
indringers, treden ze ook zelf routinematig op als agressors en indringers. Het zou
onmogelijk zijn voor een “regerings” leger om op een andere manier te functioneren. Stel
je voor dat een leger van deur tot deur gaat, en elke huiseigenaar beleefd vraagt om
toestemming om zijn land over te steken. Als je gewoon de “oorlog” uitroept zorgt dat
ervoor dat de gelovigen in “regering” zich inbeelden dat de gebruikelijke normen van
menselijk gedrag niet meer van toepassing zijn. Onder het excuus van noodzaak; kunnen
soldaten binnendringen, stelen, intimideren, bedreigen, mishandelen, ondervragen,
martelen en moorden. En ze doen dit zelfs tegen mensen die ze als hun bondgenoten
beschouwen. De militaire invasie en bezetting van Irak door huurlingen van de
Amerikaanse “regering”, die zogenaamd werd gedaan om de bevolking van Irak te
beschermen, was een voorbeeld van grootschalige agressie en dwang – en was dus
immoreel – zelfs als het afgezette regime schuldig was aan een nog grotere mate van
intimidatie en moord (het regime van Saddam Hoessein). Maar het vermeende kwaad van
de vijand wordt vaak aangehaald als rechtvaardiging voor autoritaire onderdrukking. In
waarheid, nu en door de geschiedenis heen, werd grootschalig geweld tegen onschuldigen
altijd al gedaan in de naam van “vechten voor vrijheid” of “vechten tegen onrecht”. Zelfs
64
toen de nazi’s Polen binnenvielen, hebben zij eerst een reeks van valse-vlag voorvallen en
propaganda stunts geënsceneerd, algemeen bekend als “Operatie Himmler”, zodat ze
konden doen alsof de invasie een gerechtvaardigde daad van zelfverdediging was. De
waarheid is dat, zelfs als het kwaad van een vijandelijk regime gemakkelijk te zien is,
waardoor de algehele strijd aan één kant rechtvaardig lijkt, is het door autoritaire legers
gepleegde geweld nooit enkel gericht op de werkelijke agressors aan de andere kant. De
structuur en de methodologie van hiërarchische legers maken het zo dat onschuldigen
altijd op één of andere manier de dupe zijn, en niet alleen door toeval, maar door het
ontwerp. Doordat kuddementaliteit zo’n groot onderdeel uitmaakt van vaderlandsliefde is
dit onvermijdelijk.
In de Tweede Wereldoorlog, zagen Amerikaanse troepen “de moffen” en “de jappen” als
de vijand, in plaats van de vijand te zien als die personen die daadwerkelijk daden van
agressie pleegden tegen onschuldige mensen – een concept dat elke soldaat zou vereisen
om voortdurend zijn eigen individuele perceptie en moreel oordeel te gebruiken en elke
situatie waarmee hij werd geconfronteerd te beoordelen, wat onverenigbaar is met een
autoritaire commandostructuur. Natuurlijk hebben veel van de mensen die onder de
definitie van “de moffen” of “de jappen” vallen, geen rol gespeeld in het conflict (afgezien
van de financiering ervan door het betalen van “belastingen”, zoals hieronder besproken).
Maar aan beide kanten in elke oorlog benoemen en demoniseren “regerings” legers, en hun
propaganda, altijd een algemene categorie van mensen in plaats van alleen de personen die
daadwerkelijk met geweld zijn begonnen. Het resultaat is dat enorme demografische
groepen uiteindelijk worden veroordeeld tot het onderwerpen of uitroeien van elkaar,
waardoor geen van beide partijen ooit de “goede partij” is in een oorlog tussen “volkeren”,
aangezien beide legers altijd gebruik maken van geweld tegen onschuldige mensen, zoals
ook tegen andere soldaten.
Wellicht één van de meest gruwelijke voorbeelden hiervan was het laten vallen van
kernbommen op Nagasaki en Hiroshima, die veruit de twee slechtste individuele daden
van terrorisme en massamoord in de geschiedenis vormen. Samen hebben ze geleid tot de
dood van ongeveer tweehonderdduizend burgers – ongeveer zeventig keer erger dan het
aantal doden als gevolg van de aanslagen op het World Trade Center in 2001. Het
toegegeven doel was om angst, pijn en dood toe te brengen aan de bevolking van een heel
land, om de heersende klasse van dat land te dwingen om te buigen voor de wil van een
andere heersende klasse. Ironisch genoeg, past dit perfect in de Amerikaanse eigen
definitie van “terrorisme”, met dien verstande dat die definitie handig handelingen die
“legaal” en / of begaan worden door “regeringen” uitzondert. Als degenen in de “regering”
gewelddadige activiteiten bepleiten en verrichten die bedoeld zijn voor het “intimideren of
dwingen van een burger bevolking” of voor het “beïnvloeden van het beleid van een
regering door intimidatie of dwang”, dan wordt het beschouwd als legitiem en
rechtvaardig. Als iemand anders precies hetzelfde doet, is het “terrorisme” (par. 2331 art.
18 van USC).
Even terzijde, het bestaan van kernwapens is volledig het resultaat van het geloof in
“gezag”. In tegenstelling tot veel andere wapens, is het onmogelijk om ze te gebruiken
voor louter defensieve doeleinden. De enige reden dat de atoombom in de eerste plaats
65
werd uitgevonden en geproduceerd was vanwege het autoritaire, nationalistische,
kuddementaliteits idee dat het mogelijk en rechtvaardig is, om oorlog te voeren met een
heel land, en daarom het zonder onderscheid uitroeien van duizenden mensen tegelijk
gerechtvaardigd kan zijn.
Lid zijn van een “regerings” leger vereist dat iemand bijdraagt aan inhumaan handelen, al
was het maar indirect, ongeacht welke edele motieven het individu ook kan hebben gehad
om bij het leger te gaan. De reden is simpel: handelen op basis van eigen waarneming en
oordeel, en met inachtneming van het eigen geweten en het eigen gevoel van goed en
kwaad, is volstrekt onverenigbaar met onderdeel zijn van een “regerings” leger. Het
treurige resultaat is dat beide kanten van elke oorlog verkeerd zijn, omdat ze beide geweld
initiëren tegen onschuldigen. Tegelijk, hebben beide partijen van elke oorlog ook gelijk,
omdat ze allebei de andere kant veroordelen voor het initiëren van geweld tegen
onschuldigen. Kortom, zolang er soldaten bereid zijn om zich te onderwerpen aan een
vermeend “gezag”, en zelfs moord plegen wanneer die hen dat opdraagt, is duurzame
vrede onmogelijk. Degenen die vechten voor een “regering”, zelfs als ze geloven te
“vechten voor hun land”, kunnen nooit vrijheid en rechtvaardigheid voortbrengen, omdat
een heersende klasse, naar haar aard, nooit vrijheid en rechtvaardigheid wil, zelfs niet voor
zijn eigen onderdanen , anders zou het ophouden te bestaan. Hoe nobel hun motieven ook
zijn, en hoe moedig hun daden ook zijn, uiteindelijk is het enige wat “regerings” soldaten
ooit kunnen voortbrengen, onderwerping en overheersing.
Ironisch genoeg, en waarschijnlijk in een poging om het inherent slechte karakter van elk
“regerings” leger te verbergen en zijn eigen huurlingen te onderscheiden van de huurlingen
van andere tirannieke regimes, beweert het Amerikaanse leger dat de soldaten het recht en
de plicht hebben om elke order die zij “illegaal” of immoreel achten, niet op te volgen.
Echter, niet alleen komt elke soldaat die doet dat waarschijnlijk voor de krijgsraad, maar
een dergelijk principe – dat op zichzelf heel goed zou zijn – gaat rechtstreeks in tegen het
hele concept van “gezag”, en tegen de specifieke methoden die worden gebruikt om
soldaten te trainen als onnadenkende, gehoorzame instrumenten van het regime dat zij
dienen. In een oorlog, is bijna alles wat elk “regerings” leger doet agressief terrorisme, en
bijna elke order die een soldaat ontvangt is een immorele order, of het nu gaat om inbreuk
op andermans eigendom, het opblazen van een brug, het blokkeren van een weg, het
ontwapenen van burgers, het zonder rechtvaardiging vasthouden en ondervragen van
mensen, of het doden van volslagen vreemden, om geen andere reden dan dat een
zogenaamd “gezag” het zegt.
In feite, zelfs als de regels voor de inzet zeggen: alleen schieten wanneer je wordt
beschoten, is dat vaak nog onterecht. Wanneer iemand de agressor is, individueel of
handelend namens een “gezag”, heeft het doelwit van die agressie het recht om zoveel
geweld als nodig is te gebruiken om de agressor te stoppen. Met andere woorden, in veel
situaties, is schieten op soldaten inherent gerechtvaardigd. Het doden van iemand die
zichzelf verdedigt tegen aanvallers is moord, zelfs als de agressors soldaten zijn. En bijna
elke soldaat pleegt routinematig immorele daden van agressie, in de overtuiging dat de
opdrachten van het “gezag” het voor hem oké maakt om dat te doen. Als een soldaat het
66
idee werkelijk serieus nam dat hij de plicht had om een immoreel bevel niet op te volgen,
zou hij meteen het leger uitgaan.
Degenen die als huurlingen voor een “regering” optreden, zelfs als ze dat met de beste
intenties doen, zullen altijd deel uitmaken van een machine die agressie pleegt zo vaak, of
vaker dan zij de onschuldigen beschermen. In dat geval, doet bijna elke gevechtssoldaat
dingen die het gebruik van defensief geweld tegen hem zou rechtvaardigen. Echter, zoals
veroverende bezetters altijd doen, benoemen de Amerikaanse militaire bevelhebbers
iedereen die hun daden van agressie weerstaat als een “vijandelijke strijder”, een
“opstandeling”, of een “terrorist”. Als agressie wordt gepleegd in de naam van “gezag”
beschouwen velen elke daad van zelfverdediging tegen zulke agressie als een zonde. Hoe
verontwaardigd Amerikaanse gezagsgetrouwen misschien ook zijn door die suggestie, de
waarheid is dat vele duizenden mensen over de hele wereld goede reden hebben gehad om
op Amerikaanse soldaten te schieten.
Wanneer een persoon niemand heeft benadeeld of bedreigd en in zijn eigen huis is, met
zijn eigen zaken bezig, en zwaarbewapend tuig zijn deur openbreekt, machine geweren op
hem en zijn familie richt, en hen dreigend lopen te bevelen, heeft de huiseigenaar het
absolute recht om zichzelf en zijn familie te beschermen met alle middelen die nodig zijn,
met inbegrip van het doden van de gewapende indringers. De gemiddelde Amerikaan, zou
als hij het slachtoffer van zo’n aanval door buitenlandse huurlingen was, zich volkomen
gerechtvaardigd voelen, om alle geweld dat nodig was om de aanvallers af te weren te
gebruiken, maar als zijn mede-Amerikanen degenen zijn die dergelijke aanvallen plegen in
een vreemd land, zullen diezelfde Amerikanen, doordrenkt van “gezags” aanbidding en
groepsmentaliteit, “de troepen steunen” en juichen als Amerikaanse soldaten een
huiseigenaar vermoorden die dergelijke agressie en gewelddadigheid met geweld probeert
te weerstaan.
Autoritaire militaire acties zijn nooit puur defensief. Wanneer “overheden” de oorlog
verklaren, is het nooit om de onschuldigen te verdedigen of om de vrijheid te behouden, al
is dat altijd het verklaarde doel. Wanneer “overheden” in oorlog gaan, is het altijd om
grondgebied of andere hulpbronnen van die “regering” te beschermen of uit te breiden. De
heersende klasse wil, van nature, niet eens dat zijn eigen onderdanen vrij zijn, laat staan de
onderdanen van een buitenlandse heerser. Hoewel van iemand die in een oorlog sterft vaak
wordt gezegd dat hij voor zijn land is gestorven, zijn ze in werkelijkheid gewoon
hulpmiddelen besteed door tirannen, in de vele bendeoorlogen met andere, concurrerende
bendes van tirannen. De mensen worden volgepropt met propaganda over heldendom en
sterven voor de vlag, om het feit te verbloemen dat “regeringen” oorlogen nooit voor de
gerechtigheid of vrijheid voeren. Ze doen het om hun eigen macht te dienen. Een objectief
onderzoek van de geschiedenis maakt dit duidelijk.
Zelfs één van de ogenschijnlijk meest gerechtvaardigde militaire inspanningen in de
geschiedenis – de geallieerden die in de Tweede Wereldoorlog tegen de As-mogendheden
vochten – hoewel het resulteerde in de nederlaag van de derde slechtste massamoordenaar
uit de geschiedenis (Adolf Hitler), heeft het er ook toe geleid dat de ergste massa
moordenaar in de geschiedenis (Josef Stalin) in wezen half Europa gegeven werd door de
67
heersers van de geallieerde naties. Het motief van de meeste geallieerde soldaten die in de
oorlog vochten was ongetwijfeld de bescherming van het goede tegen het kwaad; maar de
motieven van degenen die hen commandeerden, en daarom de werkelijke resultaten waren
van de inspanningen van de dappere soldaten, was niets meer dan autoritaire verovering en
macht.
De trieste ironie is dat de Amerikaanse heersende klasse, de enige bende is die
daadwerkelijk in staat is het Amerikaanse volk te veroveren en te onderwerpen, vanwege
de legitimiteit die zijn slachtoffers hen toeschrijven. De gigantische militaire machine, en
alle oorlogen waarin het betrokken is, hebben geen greintje echte bescherming voor het
Amerikaanse publiek opgeleverd, maar creëerde in plaats daarvan het merendeel van de
bestaande buitenlandse bedreigingen. En toch wordt die bescherming nog steeds als
excuus gebruikt om de onderdrukking van de Amerikanen door hun eigen “regering” te
rechtvaardigen, onder andere via de Orwelliaans genaamde “Patriot Act”. De populaire
bumpersticker die zegt: “Als je van je vrijheid houdt, dank een veteraan” is een
aanhoudend symptoom van de kuddementaliteit, staatsaanbiddende propaganda die de
heersende klassen aan hun onderdanen voeren, zodat de meesters pionnen blijven houden
om hun sadistische, vernietigende machtsspelletjes te spelen. Zelfs wanneer een
slavenmeester vecht om te voorkomen dat een andere slavenmeester zijn slaven steelt, is
hij nog steeds geen vriend van de slaven zelf.
Het is heel begrijpelijk dat iemand die zijn leven riskeerde, door een hel is gegaan, andere
mensen heeft geschaad of gedood, eventueel met inbegrip van onschuldigen, en als gevolg
daarvan fysieke of emotionele trauma’s heeft geleden, terughoudend zou zijn om te
accepteren dat al zijn moed, zijn lijden, en de schade die hij aan anderen toebracht
uiteindelijk alleen agenda’s van megalomanen gediend heeft. Echter, zelfs enkele van de
beroemdste militaire persoonlijkheden in de geschiedenis zijn uiteindelijk tot erkenning
gekomen dat “overheden” niet voor een nobel doel, in oorlog gaan, maar voor winst en
macht. Generaal-majoor Smedley Butler, die op het tijdstip van zijn dood in 1940 de meest
gedecoreerde Amerikaanse marinier in de geschiedenis was, schreef een boek met de titel
“War is a Racket” dat het militair-industrieel complex bekritiseerd, door te zeggen dat
oorlog “wordt uitgevoerd ten bate van de zeer weinige, ten koste van de zeer vele”, hij ging
zelfs zo ver om zijn eigen militaire “dienst” te beschrijven als het optreden van “een
krachtpatser van de hogere klasse”, een “oplichter” en een “gangster”. Evenzo meende
generaal Douglas MacArthur dat militaire expansie wordt gedreven door een “kunstmatig
veroorzaakte psychose van oorlogshysterie” en “een onophoudelijke propaganda van
angst”. En generaal MacArthur zei ook het volgende: “de regerende machten houden ons
in een voortdurende staat van angst – houden ons in een voortdurende maalstroom van
vaderlandslievende ijver met de kreet ernstige nationale noodsituatie. Altijd was er een
verschrikkelijk kwaad om ons op te slokken als we daar niet blindelings achteraan
jaagden door het verstrekken van de exorbitante bedragen die werden geëist. Toch,
achteraf gezien, lijken deze rampen nooit gebeurd te zijn, en lijken ze nooit helemaal echt
geweest te zijn”.
Het bekritiseren van oorlog als oplichting waarvan alleen de heersende klasse profiteert
wil niet zeggen dat de heersende klasse van de andere partij ook niet slecht is, of niet moet
68
worden weerstaan. De wreedheden begaan door de handhavers van de regimes van Stalin,
Mao, Hitler, Lenin, Pol Pot, en vele anderen waren zeer ernstig, en het gebruik van
defensief geweld tegen de agressie begaan door vertegenwoordigers van dergelijke
regimes was zeker gerechtvaardigd. Maar autoritaire oorlogsvoering schuiven pion
tegenover pion, in grootschalige bloedige gevechten die enorme geografische gebieden
bestrijken, altijd de burgerbevolking duperend in het proces, terwijl de heersende klassen
aan beide kanten vanaf een veilige afstand toekijken. Verder bewijs dat oorlog nooit over
idealen of principes gaat, is het feit dat de Amerikaanse “regering” vaak oorlog heeft
gevoerd tegen tirannen die ze zelf aan de macht heeft gebracht, zoals Manuel Noriega en
Saddam Hoessein. Een nog flagranter voorbeeld van hoe oorlog niet over principes gaat, is
het feit dat aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, Josef Stalin en zijn Sovjet-Unie
gezworen vijanden van de Amerikanen waren. Tegen het einde van de oorlog werd de
psychotische massamoordenaar aangeduid als “Uncle Joe” door de Amerikaanse
“regerings” propagandisten, en werd hij behandeld als een nobele bondgenoot. Stalins
misdaden tegen de menselijkheid resulterend in tientallen miljoenen doden, waren
grotendeels onvermeld in Amerika op dat moment. In het licht van dat feit, is het absurd
om te beweren dat de Amerikaanse “regering” besloot zich in de Tweede Wereldoorlog te
mengen op basis van een moreel principe, of om het kwaad te verslaan.
Het is belangrijk op te merken wat wel en wat niet voorkomt in de traditionele inter–
nationale oorlogsvoering. Concurrerende heersende klassen, waaronder de Amerikaanse
machthebbers, zijn tevreden wanneer hun respectievelijke pionnen elkaar bij duizenden
afslachten, maar het is al lange tijd het officiële beleid van vele “regeringen” niet te
proberen buitenlandse “heersers” te doden, oftewel, hen die het meest verantwoordelijk
zijn voor het oorlogsgebeuren. In waarheid, de meest morele, de meest rationele, en de
meest kosteneffectieve manier van bescherming tegen elk binnenvallend “gezag” is het
vermoorden van degenen die het bevel voeren. Richten op “regeringen”, in plaats van hun
trouwe handhavers, zou de mensheid geweldig dienen, niet alleen eindigen de meeste
gewelddadige conflicten een stuk sneller, maar het creëert in de eerste plaats een enorm
afschrikmiddel voor elke grootheidswaanzinnige die geneigd is om conflicten te starten.
Toch is er een openlijke, wederzijdse, permanente overeenkomst tussen de meeste tirannen
op hoog niveau dat, terwijl het goed is om spelletjes te spelen met de levens van hun
onderdanen, ze zich zelden zullen richten op elkaar.
En dus, keer op keer, trekken enorme aantallen soldaten naar slagvelden om elkaar te
doden terwijl de echte vijanden van de mensheid, de heersers, aan beide kanten uit de
gevarenzone blijven. Dus het leven van de goedbedoelende soldaten, de dappere
“regerings” handhavers die trouw orders volgen tot het bittere einde, zijn volkomen
verspild aan een streven dat, door het ontwerp, uiteindelijk voor niemand echte vrijheid en
rechtvaardigheid oplevert. En als een soldaat degenen weet te herkennen en zich te richten
op hen die het meest verantwoordelijk zijn voor onrecht en onderdrukking – degenen die
het etiket van “regering” dragen aan beide zijden van elke oorlog – wordt hij veroordeeld
als een verrader en een terrorist.
69
Trots kwaad plegen
Of het nu een soldaat of een lagere ambtenaar betreft, de taak van alle “wetshandhavers” is
het onder dwang opleggen van de wil van de heersende klasse aan het grote publiek. Toch
denken de meesten dat wanneer zij dat doen ze “de mensen dienen”. Vanzelfsprekend, is
het idee iemand te “dienen” door geweld tegen hem te initiëren belachelijk. (Denk aan de
tegenstrijdigheid in de absurde naam “belastingdienst”, die niets anders doet dan miljoenen
mensen te beroven van miljarden per jaar.) In plaats van ooit de mogelijkheid te
overwegen dat wat ze dagelijks doen – het deelnemen aan een systeem van agressie en
dwang – immoreel en barbaars is, zeggen de meeste staatshuurlingen, van papierschuiver
tot huurmoordenaar, simpelweg dat ze “gewoon hun werk doen”, en beelden zich in dat dit
hen vrijwaart van alle persoonlijke verantwoordelijkheid voor hun daden en de resultaten
daarvan.
Dit, boven alles, is de ondergang van de menselijke samenleving. Het merendeel van het
kwaad en onrecht dat door mensen wordt begaan is niet het gevolg van hebzucht, of opzet,
of haat. Het is het resultaat van mensen die doen wat ze verteld wordt, mensen die bevelen
opvolgen, mensen die “gewoon hun werk doen”. In het kort, het meeste van de menselijke
onmenselijkheid tegen de medemens is een direct gevolg van het geloof in “gezag”. De
schade die door de louter gehoorzamen wordt aangericht is net zo echt, en net zo
destructief, alsof ze het ieder voor zich, uit persoonlijke boosaardigheid gedaan zouden
hebben. Of een oude dame nu wordt beroofd door gewapend straattuig of door een goed
geklede, goed opgeleide “belastingdeurwaarder” maakt geen verschil, moreel of praktisch
gezien. Of een familie in Irak nu wordt gedood door soldaten van Saddam Hussein of door
soldaten van de Amerikaanse “regering” maakt geen verschil, moreel of praktisch gezien.
Of iemands persoonlijke keuzes dwingend worden geregeld door buurttuig of door de
“politie” maakt geen verschil, moreel of praktisch gezien.
Het enige verschil is dat het autoritaire tuig, als gevolg van hun waangeloof in de
mythische entiteit genaamd “regering”, weigeren persoonlijke verantwoordelijkheid voor
hun eigen daden te accepteren. Hun geloof in het meest gevaarlijke bijgeloof stelt hen niet
in staat om het kwaad te herkennen als kwaad. In feite zullen zij zich trots voelen over hun
trouwe gehoorzaamheid aan hun meesters, terwijl zij dag na dag besteden met het
toebrengen van moeilijkheden en lijden aan onschuldige mensen, want ze hebben geleerd,
hun leven lang, dat als het kwaad “wet” wordt, het ophoudt kwaad te zijn en verandert in
goed.
In waarheid, als er iets een zonde is, dan is het blinde gehoorzaamheid aan “gezag”.
Optreden als een handhaver voor de “regering” geldt als geestelijke zelfmoord – En is
eigenlijk erger dan fysieke zelfmoord, omdat elke autoritaire “handhaver” niet alleen de
vrije wil en het vermogen om te oordelen, wat hem menselijk maakt, uitschakelt (dus zijn
eigen menselijkheid “doodt”), maar ook zijn lichaam intact laat, om door tirannen te
worden gebruikt als een instrument voor onderdrukking. Een “wetshandhaver” zijn, is
gelijk aan zichzelf vrijwillig van een persoon in een robot te veranderen – een robot die
vervolgens wordt gegeven aan enkele van de kwaadaardigste mensen in de wereld, om te
worden gebruikt voor het domineren en het onderwerpen van het menselijk ras. Het dragen
70
van het uniform van een soldaat of van een “wetshandhaver” is geen reden om trots te zijn;
het zou reden tot grote schande moeten zijn, om de eigen menselijkheid te hebben verlaten
om een pion van onderdrukkers te worden.
71
Deel 3c
De effecten van de mythe op de doelwitten
Trots om te worden beroofd
Een van de meer bizarre resultaten van het geloof in “gezag” is dat slachtoffers van
“regerings” agressie zich verplicht gaan voelen om slachtoffer te worden, en zich slecht
gaan voelen als ze vermijden slachtoffer te zijn. Een goed voorbeeld is de burger die
verkondigt dat hij is er trots op is zijn “belastingen” te betalen. Zelfs als men gelooft dat
een deel van wat hij afstaat wordt gebruikt om nuttige dingen te financieren (wegen,
armenzorg, enz.), is trots voelen om bedreigd en gedwongen te zijn om zulke dingen te
financieren, nog steeds vreemd. Het trotse gevoel een “gezagsgetrouwe belastingbetaler”
te zijn, is niet het resultaat van het helpen van mensen, wat de persoon zelf op basis van
vrijwilligheid veel effectiever zou hebben gedaan; de trots komt voort uit het trouw
opvolgen van de bevelen van een vermeend “gezag”. Zo kan een mens zich goed voelen
over het vrijwillig geven aan iemand in nood, maar hij zou er niet trots op zijn te worden
beroofd door een arme man. De enige situatie waarin iemand opschept over iets onder
dwang te hebben gedaan, is waarschijnlijk wanneer diegene gelooft dat hij verplicht is om
een vermeend “gezag” te gehoorzamen.
Na te zijn getraind om gehoorzaamheid als een deugd te zien, willen mensen zich goed
voelen over het inleveren van hun loon aan de “regering”. En zo, met behulp van politieke
propaganda, hallucineren ze, dat hun “bijdragen” de samenleving als geheel werkelijk
helpen. Ze spreken alsof “belasting” betalen hetzelfde is als “teruggeven aan de
maatschappij” of “investeren in het land”. Dergelijke retoriek, al hoor je het nog zo vaak,
is logisch onzinnig, omdat dit betekent dat elke persoon die deel uitmaakt van “de
samenleving” en “het land” op een of andere manier een schuld heeft aan de groep als
geheel, maar niets te vorderen heeft. Wat mensen eigenlijk doen wanneer ze “belastingen”
betalen is geld geven, niet aan “de samenleving” of aan “het land”, maar aan de politici die
deel uitmaken van de heersende klasse, die het kunnen besteden naar hen goeddunkt. De
implicatie is, hoe vreemd het ook is, dat “het volk” als geheel kan profiteren, door iedereen
van “het volk” individueel te beroven. Het idee dat het “algemeen belang” beter wordt
gediend door politici ieders geld te laten uitgeven, dan dat het zou worden gediend door
elke persoon zijn eigen geld uit te laten geven, is op zijn zachtst gezegd vreemd. De laatste
tijd is de leugen dat “belastingen” het algemeen belang dienen steeds doorzichtiger
geworden, doordat “regeringen” astronomische bedragen hebben uitgegeven aan dingen
die duidelijk de elite dienen ten koste van de samenleving en de mensheid. Ondermeer
voortdurende oorlogsvoering, toewijzen van vele miljarden aan de rijkste mensen in de
wereld (“bailouts”), en “regerings” overnames van verschillende segmenten van de
economie (b.v. de gezondheidszorgindustrie), enz.
In feite is er bijna niets minder nuttig voor de samenleving en de mensheid in het
algemeen waaraan doorsnee mensen financieel kunnen bijdragen, dan het betalen van
“belasting”. Welke dingen iemand ook als waardevol beschouwt – scholen, wegen,
defensie, helpen van de armen, enz. – hij zou die net zo goed kunnen ondersteunen zonder
72
dat het via politici en “regering” gaat. Toch zijn er veel mensen die specifiek hun trots
uitten over het feit dat ze de opbrengst van hun arbeid hebben ingeleverd aan hun
meesters, door “hun belasting te betalen”. Denk je eens in hoe iemand zou worden
bekeken die vol trots verkondigt, “ik heb gelogen over mijn aangifte, en een bepaald
bedrag aan de regering ontdoken, en in plaats daarvan dat bedrag aan een goed doel
gegeven”. Veel mensen zouden zo’n persoon nog steeds veroordelen voor zijn “misdadige”
ontrouw aan de meesters, zelfs als dit de mensheid beter diende dan “het betalen van zijn
belasting”. Dit komt omdat de trots die veel mensen uitspreken niet afkomstig is van het
helpen van de mensheid, maar van het gehoorzamen van “gezag”. Er is weinig of geen
kans dat iemand vrijwillig zijn eigen rijkdom zou bijdragen aan iedereen die nu door de
programma’s en regelingen van de “regering” worden gefinancierd. En als iemand alleen
geld betaalt omdat een “wet” of een ander “gezag” hem er toe dwong, en dan trots zegt dat
te hebben gedaan, is hij er in wezen trots op met geweld te zijn overheerst, precies de
manier waarop een grondig geïndoctrineerde slaaf trots zou zijn op het goed dienen van
zijn meester. Er is een groot verschil tussen een goed gevoel hebben over een vrijwillige
bijdrage aan een goed doel, en trots op onderworpen te zijn. In plaats van beledigd te zijn
door het onrecht onder dwang te worden gecontroleerd en uitgebuit – in feite, zonder dat
zelfs te erkennen als onrecht, voelen vele slachtoffers van “regerings” onderdrukking diepe
loyaliteit naar hun overheersers.
Trots te worden overheerst
Als een slaaf kan worden overtuigd dat hij een slaaf behoort te zijn, dat zijn slavernij
zowel goed als legitiem is, dat hij het rechtmatig eigendom van zijn meester is en dat hij
de plicht heeft om zoveel mogelijk te produceren voor zijn meester, dan hoeft hij niet
fysiek te worden onderdrukt. Met andere woorden, het onderwerpen van de geest maakt
onderwerping van het lichaam overbodig. En dat is precies wat het geloof in “gezag” doet:
het leert mensen dat het moreel deugdzaam is dat ze hun tijd, moeite en eigendom, evenals
hun vrijheid en controle over hun eigen leven, afgeven aan een heersende klasse.
Veel mensen tonen hun trots door “gezagsgetrouwe belastingbetaler” te zijn, wat alleen
betekent dat ze doen wat de politici hen opdragen, en dat ze de politici geld geven.
Wanneer ze geconfronteerd worden met het idee dat het verkeerd is dat ze met geweld van
een deel van de opbrengst van hun arbeid worden beroofd, zelfs als het “legaal” wordt
gedaan, zullen die mensen degenen die hen voortdurend beroven vaak heftig verdedigen,
door vol te houden dat zulke beroving essentieel is voor de menselijke beschaving.
(Natuurlijk, gebruiken ze niet de term “beroving” om de situatie te beschrijven, al zijn ze
zich wel bewust wat er gebeurt mochten ze weigeren te betalen). Evenzo als een persoon
bezwaar maakt tegen de hoogte van de belasting of een andere dwangmaatregel die hem
wordt opgelegd door de “regering”, zullen anderen die ook worden onderdrukt, degene die
bezwaar maakt meestal veroordelen, en hem vertellen dat als hij niet leuk vindt hoe hij
wordt behandeld, hij het land maar moet verlaten. Het beschimpen van een mede
slachtoffer van onderdrukking die erover klaagt, is een duidelijk signaal dat een persoon
eigenlijk trots is op zijn eigen slavernij.
73
Frederick Douglass, een voormalige slaaf, heeft dat exacte fenomeen onder zijn mede–
slaven meegemaakt en beschreven, van wie er velen trots op waren hoe hard ze werkten
voor hun meesters en hoe trouw ze deden wat hen werd opgedragen. Vanuit hun
perspectief, was een weggelopen slaaf een schandelijke dief, die zichzelf van de meester
“gestolen” had. Douglass beschreef hoe grondig veel slaven waren geïndoctrineerd, tot het
punt waarop ze werkelijk geloofden dat hun eigen slavernij juist en rechtvaardig was:
“Ik heb ontdekt dat, om een tevreden slaaf te maken, het noodzakelijk is om een
onnadenkende te maken. Het is noodzakelijk om zijn morele en mentale zicht te
verduisteren, en, voor zover mogelijk, om de kracht van de rede te vernietigen. Hij moet
niet in staat zijn om tegenstrijdigheden in de slavernij te ontdekken; Hij moet het gevoel
krijgen dat slavernij goed is; en hij kan daar alleen toe worden gebracht als hij ophoudt
een mens te zijn”.
Hoewel slavernij niet langer openlijk wordt toegepast, blijft de mentaliteit van trouwe
ondergeschiktheid. Ook nu ontdekken de meeste mensen geen tegenstrijdigheden in het
toestaan van een heersende klasse om iedereen met geweld af te persen en te reguleren. In
feite vindt men dat dergelijke afpersing en onderdrukking goed is, tot het punt waarop
velen werkelijke schande voelen als ze worden gepakt voor het niet afstaan van wat ze
verdiend hebben en hun eigen gang gaan. Het is één ding om schaamte te voelen als je
wordt gepakt bij stelen of bedriegen, of het plegen van agressie. Maar het is iets heel
anders als iemand schaamte voelt voor iets dat, als het geen politieke verordening (“wet”)
zou zijn geweest, hij het zou hebben gezien als perfect toelaatbaar om te doen. Zulke
schaamte komt niet van de immoraliteit van de daad zelf; het komt alleen van de
ingebeelde immoraliteit van ongehoorzaamheid aan “gezag”, oftewel “het overtreden van
de wet”.
Wanneer, bijvoorbeeld, de gewone burger is betrapt op “zwartwerken”, of geen gordel
dragen, of te hard rijden, of het doen van duizend andere dingen die geen agressie tegen
anderen vormt, maar die niettemin “illegaal” zijn verklaard door de heersende klasse, voelt
die persoon zich meestal toch van binnen schuldig. Zonder een verplichting tot
gehoorzamen te voelen, zou worden betrapt en gestraft door “regerings” agenten, net zo
worden beschouwd als te worden gebeten door een hond, het zou worden gezien als: een
onaangename consequentie om te vermijden, maar het zou helemaal geen moreel element
in zich hebben. In plaats daarvan, voelen de meeste mensen die worden betrapt op een
slachtofferloze “misdaad”, althans tot op zekere hoogte, een soort emotie van moreel falen
in zichzelf, omdat ze niet deden wat ze werd verteld. De wens om de goedkeuring van
“gezag” te hebben is extreem krachtig in bijna iedereen, in een mate die ze zelf niet eens
beseffen. De alomtegenwoordige boodschap van autoritarisme heeft een psychologische
impact, veel dieper dan de meeste mensen denken, zoals de Milgram experimenten hebben
aangetoond. Bijna iedereen ervaart dramatische emotionele stress en ongemak op elk
moment dat hij in conflict komt met “gezag” en zal tot het uiterste gaan, ongeacht wat voor
slechte daden hij moet plegen, om de goedkeuring van zijn meesters te verdienen.
Zelfs de terminologie die mensen gebruiken illustreert hoe effectief ze zijn getraind om
zich moreel verplicht te voelen “gezag” te gehoorzamen. Dit is te zien in zulke simpele
74
uitdrukkingen als “Je hebt geen toestemming om dat te doen” of zelfs “Dat kun je niet
doen” wanneer wordt verwezen naar bepaald gedrag dat “illegaal” verklaard is door de
heersende klasse. Dergelijke zinnen geven niet alleen vorm aan mogelijke nadelige
gevolgen, maar impliceren ook dat, omdat een handeling is verboden door de meesters, het
plegen van die daad slecht is, niet toegestaan, of zelfs onmogelijk (“Dat kun je niet
doen!”).
De statistische feiten tonen de kracht van het geloof in “gezag”. In Amerika, persen
ongeveer 100.000 belastingdienst werknemers meer dan 200.000.000 slachtoffers af. Het
aantal van hen die worden beroofd overtreft het aantal rovers met ongeveer tweeduizend
tegen één. Dit kan nooit worden bereikt door brute kracht alleen; het kan alleen maar
doorgaan omdat de meesten die beroofd worden een plicht voelen om te worden beroofd,
en zich inbeelden dat dergelijke berovingen legitiem en geldig zijn. Hetzelfde geldt voor
vele andere “wetten”, die doorgaans worden nageleefd, ondanks dat het aantal handhavers
altijd enorm overtroffen wordt door het aantal mensen die ze proberen te beheersen. Deze
hoge niveaus van “medewerking” komen niet zozeer uit angst voor straf maar vanwege het
gevoel onder degenen die worden beheerst dat ze een morele plicht hebben om mee te
werken aan hun eigen onderwerping.
De goeden financieren de kwaden
Zelfs als iemand nooit persoonlijk slachtoffer van “rechtshandhaving” is geweest, nog
nooit met de politie in aanraking is geweest, en weinig of geen directe impact van de
“regering” op zijn dagelijks leven ziet, heeft de mythe van “gezag” nog steeds een
dramatische impact, niet alleen op zijn eigen leven, maar ook op de manier waarop
“gezag” de wereld om hem heen beïnvloedt. Bijvoorbeeld, de miljoenen volgzame
onderdanen die een verplichting voelen om een deel van wat ze hebben verdiend aan de
staat af te geven, om hun “eerlijk aandeel” in de “belasting” te betalen, financieren continu
allerlei instanties en verrichtingen die ze anders niet zouden steunen – die bijna niemand
anders steunt, en die anders dus niet zouden bestaan. Door middel van “belasting”,
confisqueren zij die beweren “regering” te zijn, een bijna onbevattelijke hoeveelheid tijd
en inspanning van miljoenen slachtoffers en zetten dat om in brandstof voor de agenda van
de heersende klasse. Zo worden miljoenen mensen die tegen de oorlog zijn, gedwongen
om het te financieren via “belastingheffing”. Het product van hun tijd en moeite wordt
gebruikt om iets wat ze moreel tegenstaat, mogelijk te maken.
Hetzelfde geldt voor door de staat geregelde rijkdom herverdelingsprogramma’s (b.v.
“welzijn”), piramide programma’s (b.v. “sociale zekerheid”), de zogenaamde “oorlog
tegen drugs” en ga zo maar door. Het merendeel van de programma’s van de “regering”
zou niet bestaan als de algemene bevolking niet geloofde in een morele verplichting om
“belasting” te betalen. Zelfs “regerings” programma’s voor beweerde nobele doelen – zoals
bescherming van het publiek en helpen van de armen – worden opgeblazen, inefficiënte en
corrupte gedrochten, die bijna niemand vrijwillig zou steunen als er geen “wet” is die hen
voorschrijft dit te doen.
75
Bovenop de verspilling, corruptie, en destructieve dingen die de “regering” doet met het
geld dat het in beslag neemt, is er ook de minder voor de hand liggende vraag, wat de
mensen anders met hun geld zouden hebben gedaan. Als “regering” geld van producenten
afneemt voor hun eigen doeleinden, ontneemt het producenten ook van de mogelijkheid
om hun eigen doelen te dienen. Iemand die een bepaald bedrag via “belasting” afstaat aan
de heersende klasse financiert niet alleen een oorlog die hij moreel afkeurt, maar hij wordt
ook beroofd van de mogelijkheid om dat bedrag op een spaarrekening te zetten, of om het
te doneren aan een goed doel dat hij de moeite waard acht, of om iemand te betalen om
hovenierswerk te doen. Dus de schade door de mythe van “gezag” is tweeledig: het dwingt
mensen om dingen te financieren waarvan ze niet geloven dat die goed voor zichzelf of de
samenleving zijn, terwijl het ze tegelijkertijd verhindert dingen te financieren die ze als de
moeite waard zien. Met andere woorden, onderwerping aan “gezag” zorgt ervoor dat
mensen zich op een manier gedragen die in meer of mindere mate, direct tegen hun eigen
prioriteiten en waarden ingaan.
Zelfs de mensen die denken dat hun “belasting” geld goed wordt besteed door het bouwen
van wegen, het helpen van de armen, het betalen voor de politie, en ga zo maar door,
zouden vrijwel zeker niet de “regerings” versie van deze diensten financieren, althans niet
in dezelfde mate, als ze niet zich gedwongen voelden – door moreel plichtsgevoel en de
dreiging van straf – om dit te doen. Elk particulier goed doel dat de inefficiëntie, corruptie,
en achtergrond van misbruik heeft, dat jeugdzorg, woningstichtingen, ziekenfondsen, en
andere “regerings” programma’s hebben, zou al snel al haar donateurs verliezen. Elk
particulier bedrijf dat zo duur, corrupt en inefficiënt is als “regerings” infrastructuur
programma’s zou al zijn klanten verliezen. Iedere particuliere beveiligingsdienst die zo
vaak werd betrapt op misbruik, mishandelen en zelfs vermoorden van ongewapende,
onschuldige mensen zou geen klanten hebben. Elke privé-onderneming die beweerde
bescherming te verlenen, maar haar klanten vertelde dat het een miljard per week nodig
had om een langdurige oorlog aan de andere kant van de wereld te voeren, zou weinig of
geen donateurs hebben, ook niet de mensen die nu dergelijke militaire operaties verbaal
ondersteunen.
Het gevoel van verplichting om “belasting” te betalen lijkt weinig hinder te ondervinden
van het feit dat de “regering” berucht is om zijn verkwisting en inefficiëntie. Terwijl
miljoenen “belastingbetalers” worstelen om rond te komen, onder het betalen van hun
“eerlijk aandeel” in de “belasting”, verspillen politici miljoenen aan belachelijk domme
projecten – alles van het bestuderen van koeienscheten, tot het bouwen van bruggen naar
nergens, tot het betalen van boeren om bepaalde gewassen niet te verbouwen, en zo
verder, ad infinitum – en miljarden meer zijn gewoon “kwijtgeraakt” zonder boekhouding
van waar het heen ging. Maar veel van wat mensen mogelijk maken door “belasting” te
betalen wordt niet alleen verspild, maar is heel destructief voor de samenleving. De
“oorlog tegen drugs” is een duidelijk voorbeeld. Hoeveel mensen zouden vrijwillig
doneren aan een privé-organisatie die tot doel had miljoenen niet gewelddadige mensen bij
hun familie en vrienden weg te slepen, om in hokken te worden gezet? Zelfs de vele
mensen die nu de “oorlog tegen drugs” erkennen als een complete mislukking, blijven via
“belasting” de financiering bieden die het mogelijk maakt door te gaan met het vernietigen
van miljoenen levens.
76
Zelfs de meest uitgesproken critici van het vele misbruik dat door de steeds toenemende
politiestaat wordt gepleegd, vallen meestal onder degenen die dat misbruik mogelijk
maken, door de financiering ervan te bieden. Of het nu gaat om regelrechte onderdrukking,
corruptie, of louter bureaucratisch inefficiënt geklungel, iedereen kan op zijn minst een
paar dingen aanwijzen van de “regering” waar hij het niet mee eens is. En toch, getraind in
het gehoorzamen van “gezag”, zal men zich verplicht blijven voelen om de financiering te
verstrekken die datzelfde corrupte, onderdrukkende “regerings” geklungel mogelijk maakt,
dat men bekritiseert en waar men zich tegen verzet. Zelden ontdekt iemand de voor de
hand liggende niet te ontkennen tegenstelling tussen het zich verplicht voelen om dingen
te financieren terwijl men denkt dat het slecht is.
Natuurlijk kunnen mensen die werken voor niet-autoritaire organisaties ook inefficiënt en
corrupt zijn, maar als wat ze doen het aan het licht komt, kunnen hun klanten gewoon
stoppen ze te financieren. Dat is het natuurlijke correctiemechanisme in menselijke
interactie, maar dat is volledig verslagen door het geloof in “autoriteit”. Hoeveel mensen
zijn er momenteel, die niet worden gedwongen om een “regerings” programma of activiteit
te financieren waar zij moreel tegen zijn? Zeer weinig of geen. Dus waarom blijven die
mensen dan dingen financieren waarvan ze voelen dat die destructief zijn voor de
samenleving? Omdat “gezag” het hen vertelt, en omdat ze geloven dat het goed is om
“gezag” te gehoorzamen. Als gevolg daarvan blijven ze de opbrengst van hun arbeid
afgeven als brandstof aan de machine van onderdrukking – een machine die anders niet
bestond en niet kon bestaan.
“Regeringen” produceren geen rijkdom; wat ze besteden moeten ze eerst van iemand
anders afnemen. Elke “regering”, met inbegrip van de meest onderdrukkende regimes in
de geschiedenis, is gefinancierd door betaling van “belasting” door loyale, productieve
onderdanen. Dankzij het geloof in “gezag”, zal de rijkdom die door miljarden mensen is
gecreëerd, gebruikt blijven worden, niet om de waarden en prioriteiten van de mensen die
er voor werkten te dienen, maar om de agenda’s te dienen van degenen die, boven alles
hun medemens willen domineren. Het Derde Rijk werd mogelijk gemaakt door miljoenen
Duitse “belastingbetalers” die zich verplicht voelden om te betalen. Het Sovjetimperium
werd mogelijk gemaakt door miljoenen mensen die zich verplicht voelden om aan de staat
te geven wat het eiste. Elk binnenvallend leger, elk veroverend imperium, is opgebouwd
uit rijkdom dat werd afgenomen van productieve mensen. De vernietigers zijn altijd
gefinancierd door de creërders; de dieven zijn altijd gefinancierd door de producenten;
door het geloof in “gezag”, zijn de agenda’s van de kwaden altijd gefinancierd door de
inspanningen van de goeden. En dat zal zo blijven, tenzij en totdat het meest gevaarlijke
bijgeloof wordt ontmanteld. Wanneer de producenten niet langer een morele verplichting
voelen om de parasieten en overweldigers, de vernietigers en controleurs te financieren,
zal tirannie wegkwijnen, en uitgehongerd uit het bestaan verdwijnen. Tot dan zullen de
goede mensen de middelen blijven leveren die de slechte mensen nodig hebben om hun
destructieve programma’s uit te voeren.
77
Graven van hun eigen graf
Helaas, het geloof in “gezag” zorgt er zelfs voor dat mensen zich verplicht voelen te
assisteren in hun eigen slavernij, onderdrukking en soms de dood. In feite wordt slechts
een klein percentage van de dwang van de “regering” uitgevoerd door de handhavers van
“gezag”; het grootste deel wordt uitgevoerd door de slachtoffers. De heersende klasse
vertelt alleen maar dat mensen verplicht zijn om bepaalde dingen te doen, en de meeste
mensen gehoorzamen zonder dat enige feitelijke handhaving plaatsvindt. Als een
indrukwekkend voorbeeld, tientallen miljoenen mensen vullen elk jaar lange, verwarrende
formulieren in die bekend zijn als “belastingaangiften”, zichzelf in wezen afpersend. Als
de slachtoffers van de belastingdienst instemden om te betalen, maar alleen als de
“regering” hun vermeende belastingverplichtingen had uitgezocht, zou het systeem
instorten. Elke aangifte is in feite een getekende schuldbekentenis, waarbij het slachtoffer
van de afpersing niet alleen alles over zijn financiën onthult – in wezen zichzelf
ondervragend – maar ook zelfs uitzoekt wat het bedrag is waarvan hij zal worden beroofd,
zodat de dieven dat niet hoeven doen.
Maar al de onproductieve onaangename ongemakken en bureaucratische rompslomp
waaraan mensen zichzelf onderwerpen, simpelweg omdat ze te horen kregen dat de “wet”
het vereist, zijn niets vergeleken met de meer ernstige symptomen van het geloof in
“gezag”. Gebaseerd op de mythologie over “plicht aan het land” en de “wetten” tot
instelling van militaire dienstplicht, zijn miljoenen mensen door de geschiedenis heen
moordenaars voor de staat geworden. Slechts een kleine fractie dienstweigeraars hebben
zich ooit verzet, en ze werden over het algemeen veracht door hun landgenoten, als
lafaards of voor het gebrek aan “vaderlandsliefde”.
In het geval van vele “wetten” kan het moeilijk zijn om onderscheid te maken tussen
mensen die gehoorzamen vanwege een eenvoudige angst voor straf, en zij die uit een
gevoel van morele verplichting buigen voor de bevelen van de politici (“wetten”). Bij de
militaire dienstplicht is het echter gemakkelijk om het verschil te zien, aangezien
“gehoorzamen” meestal veel gevaarlijker is dan enige straf waarmee de “regering” hen die
weigeren te gehoorzamen dreigt. Als de keuzes zijn “gehoorzamen” en eventueel een
gruwelijke dood sterven op een slagveld aan de andere kant van de wereld, of te weigeren
en eventueel naar de gevangenis gaan, is het onwaarschijnlijk dat de dreiging alleen de
reden is waarom zo veel mensen zich “inschrijven” en opdagen voor “dienst” als ze
worden opgeroepen. Kortom, de mate van naleving van de dienstplicht, ten minste in het
verleden, laat heel duidelijk zien dat de meeste mensen liever een moord begaan of sterven
dan ongehoorzaam zijn aan “gezag”. Er is nauwelijks een betere indicatie hoe krachtig het
bijgeloof van “gezag” is: dat duizenden en duizenden anderszins beschaafde, vreedzame
mensen hun thuis verlaten, soms de halve wereld rond reizen, om te doden of te sterven
simpelweg omdat hun respectievelijke heersende klassen het hen opdragen.
Iedere soldaat is zowel een handhaver als een slachtoffer van het bijgeloof in “gezag” of
hij zichzelf nu aanmeldde of werd opgeroepen. Vechten om onschuldigen te verdedigen
tegen aanvallers is een nobele zaak, en is vaak de bedoeling van degenen die bij het leger
gaan. Maar in een hiërarchisch militair regime, is de soldaat een instrument van de
78
machine in plaats van een verantwoordelijke individu. Hij wordt niet geleid door zijn
eigen geweten, maar hij wordt volledig beheerst door de bevelen die hij via de
commandostructuur ontvangt. En elke keer dat zijn gehoorzaamheid hem ertoe brengt iets
immoreels te doen (en dat is behoorlijk vaak), is hij niet alleen tot schade voor zijn
slachtoffers, maar schaadt hij ook zichzelf. Na de oorlog in Vietnam, als één voorbeeld,
kwamen vele Amerikaanse soldaten thuis met hun lichaam intact, maar met diepe
psychische problemen. Hoeveel van de mentale schade het gevolg was van getuige zijn
van het bloedbad en hoeveel het resultaat was van het persoonlijk creëren van het
bloedbad is moeilijk te zeggen. Een langdurige angst voor de naderende dood kan
uiteraard leiden tot ernstige psychische problemen, zoals het toebrengen van de dood aan
anderen.
Gewelddadige confrontaties kunnen behoorlijk stressvol zijn, zelfs wanneer iemand zich
volkomen gerechtvaardigd voelt, zoals bij het verdedigen van zijn familie tegen een
aanvaller. Maar deelnemen aan een dodelijke strijd waar niemand, inclusief de soldaten,
een duidelijk idee lijkt te hebben wat het doel of de rechtvaardiging voor het conflict is,
zoals in Vietnam, lijkt een extra graad van psychische trauma’s toe te voegen. Zoals velen
gevechtssoldaten hebben getuigd, eenmaal in de hel van de oorlog, wordt elke vage maar
nobele reden of rechtvaardiging voor de strijd meestal vergeten, en alles wat overblijft is
de wens om in leven te blijven en je vrienden te helpen in leven te blijven – die beide
dingen worden veel beter bediend door naar huis te gaan, of door niet bij het leger te gaan
in de eerste plaats. En toch is het aantal mensen dat gewoon wegloopt vrij klein, om de
doodeenvoudige reden: dat het een daad van ongehoorzaamheid zou vormen aan een
vermeend “gezag”. En de gemiddelde soldaat heeft, hoewel de moed en de kracht om zich
in een dodelijke strijd te werpen, niet de moed en de kracht om ongehoorzaam te zijn aan
een vermeende “gezag”.
Zoals in veel gevallen van autoritaire onderdrukking, overtreft het aantal slachtoffers van
de militaire dienstplicht ver het aantal van hen die proberen om het te implementeren.
Zelfs wanneer mensen “legaal” wordt opgedragen om hun geest en lichaam op te offeren
ter wille van territoriale oorlogen tussen tirannen, zou eenvoudige passieve onge–
hoorzaamheid door een aanzienlijk deel van de “dienstplichtigen” de oorlogsmachine
knarsend tot stilstand brengen. Welke straf is er te vrezen die erger is dan het resultaat van
de naleving? De gebruikelijke resultaten van de gevechten in de oorlog zijn aanhoudende
terreur, fysieke en mentale pijn en lijden, verminking of de dood. Niettemin, zelfs na uit de
eerste hand getuige te zijn geweest van verschrikkingen van de oorlog, kunnen maar zeer
weinig mensen zich ertoe brengen om ongehoorzaam te zijn aan “gezag”, het uniform uit
te trekken en weg te lopen.
Een bewijs van de kracht van het geloof in “gezag” is het goed gedocumenteerde (hoewel
zelden besproken) feit dat de wreedheden tegen de Duitse Joden begaan door de nazi’s
vaak werden uitgevoerd met de medewerking en hulp van Joodse politie, zoals in het getto
van Warschau plaatsvond. In hun cultuur, net als in bijna elke andere cultuur, waren de
mensen er zo grondig van overtuigd dat gehoorzaamheid een deugd was, dat, hoewel er
een nieuw iemand “de baas” was, ze zich nog steeds verplicht voelden om te doen wat ze
gezegd werd, zelfs als het betekende om hun eigen bloedverwanten gewelddadig te
79
onderdrukken. Maar wat misschien nog verontrustender is (maar onbetwistbaar), is het feit
dat vele miljoenen mensen in de geschiedenis hebben meegewerkt aan hun eigen
uitroeiing, omdat “gezag” hen dat zei. Tijdens de Holocaust bijvoorbeeld, stapten vele
honderdduizenden joden, op eigen kracht, in veewagens van dezelfde treinen die ze weg
zou brengen naar hun dood, zonder te proberen zich te verstoppen, weg te lopen, of zich
ertegen te verzetten. Waarom? Omdat degenen die voorwendden “gezag” te zijn het hen
opdroeg. Hoewel het geen twijfel lijdt dat ze niet allemaal op de hoogte waren van wat aan
de andere kant voor hen in petto lag, leverden ze zich nog steeds over aan de bewaring van
een machine die duidelijk kwaad met hen in de zin had.
Er is een bepaald comfortabel en veilig gevoel dat men krijgt door zich te conformeren en
te gehoorzamen. Geloven dat dingen in andermans handen zijn, en vertrouwen hebben dat
iemand anders de dingen goed zal maken, is een manier om verantwoordelijkheid te
vermijden. Autoritaire indoctrinatie benadrukt het idee dat, wat er ook gebeurt, als je
gewoon doet wat je gezegd wordt, en doet wat iedereen doet, alles goed komt, en de
verantwoordelijken je zullen belonen en beschermen. Het grote aantal slachtoffers van de
ene na de andere gruweldaad van de “regering” laat zien hoe ondoordacht een dergelijke
overtuiging werkelijk is. Hadden de slachtoffers van “legale” onderdrukking en moord
simpelweg hun medewerking geweigerd, zelfs als ze niet een vinger hadden bewogen om
het met geweld te weerstaan, dan zou de wereld van vandaag een heel andere plaats zijn.
Als de nazi’s fysiek elke jood, dood of levend, naar concentratiekampen hadden moeten
sleuren, zou het niveau van de moord drastisch lager zijn geweest. Als elke slaaf in
slavernij geweigerd had om mee te werken, zou er weldra geen slavenhandel geweest zijn.
Als de belastingdienst voor iedereen apart de verschuldigde belasting moest berekenen en
het dan bij elke “belastingbetaler” apart op moest halen, zou er geen “belasting” meer zijn.
Kortom, als de slachtoffers van autoritaire afpersing, intimidatie, toezicht, mishandeling,
ontvoering en moord ophielden mee te werken aan hun eigen onderdrukking, zou tirannie
afbrokkelen. En als de mensen een stap verder gingen en zich met geweld zouden
verzetten, zou tirannie nog sneller instorten. Maar verzet, hetzij passief of met geweld,
vereist dat mensen ongehoorzaam zijn aan vermeend “gezag” en dat is iets waar de meeste
mensen psychologisch niet toe in staat zijn. Uiteindelijk is het zelfs meer het geloof in
“gezag” onder de slachtoffers van onderdrukking, dan het geloof van de heersende klasse
en hun handhavers, dat het mogelijk maakt dat tirannie, en de menselijke onmenselijkheid
tegen mensen, op zo’n grote schaal door kan gaan.
De effecten op feitelijke misdadigers
Ironisch genoeg, in situaties waarin gehoorzaamheid eigenlijk menselijk gedrag zou
verbeteren, heeft “gezag” geen effect. Die personen wiens eigen geweten hen niet stopt
van bijvoorbeeld, het beroven of aanvallen van hun buren, omdat de gebruikelijke normen
van goed en kwaad ze niets kan schelen, kan het ook niet schelen wat “gezag” hen
opdraagt. Het zijn alleen degenen die proberen goed te zijn die zich ooit verplicht voelen
om “gezag” te gehoorzamen. Het geloof in “gezag” is een geloof over moraal – het is het
idee dat gehoorzaamheid moreel goed is. Voor degenen die niet geven om wat als “goed”
wordt beschouwd – precies de mensen van wie het geweten niet voldoende is om zich op
80
een beschaafde manier gedragen – heeft de mythe van “gezag” geen effect. Om het anders
te zeggen, alleen degenen die niet hoeven te worden bestuurd – oftewel die al proberen om
moreel te leven – voelen de verplichting om de bestuurders te gehoorzamen. Ondertussen
voelen degenen die een reële bedreiging voor vreedzame samenleving vormen geen enkele
morele verplichting om enig “gezag” te gehoorzamen. In het algemeen, zijn alle
opdrachten van “gezag”, waaronder van nature gerechtvaardigde opdrachten als “niet
stelen” en “niet moorden”, altijd ofwel overbodig (indien gericht tegen goede mensen) of
ineffectief (indien gericht tegen slechte mensen). Het is moeilijk om een situatie te
bedenken waarin iemand die anders niet zou terugschrikken voor het plegen van diefstal,
mishandeling of moord, zich wel schuldig zou voelen over het overtreden van “wetten” die
zulke acties verbieden.
Daarbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen de morele verplichting en angst
voor vergelding. Een dief die geen morele verplichting voelt om zich te onthouden van
stelen, zal ook geen morele verplichting voelen om “wetten” tegen stelen te gehoorzamen.
Echter, als hij een bedreiging voor zijn eigen veiligheid ziet, of van de “politie” of van
iemand anders, zou hij ervan weerhouden kunnen worden iemand te beroven. Maar die
afschrikkende werking komt volledig voort uit de dreiging van geweld, niet van het
vermeende “gezag” achter de dreiging. Dit betekent dat verondersteld “gezag” nooit
hetgeen is wat werkelijke misdaden stopt, en dat een effectief afschrikmiddel helemaal
geen “gezags” systeem vereist. Dit wordt hieronder verder uitgewerkt.
81
Deel 3d
De effecten van de mythe op de toeschouwers
De zonde van geen-verzet bieden
Duidelijk is dat het geloof in “gezag” de percepties en acties van “wetshandhavers”
beïnvloedt, en ook invloed heeft op de percepties en acties van degenen aan wie “wetten”
worden opgelegd. Maar zelfs de percepties en acties van de toeschouwers, die niet direct
betrokken zijn, spelen ook een grote rol bij het vaststellen van de toestand van de
menselijke samenleving. Meer specifiek, de passiviteit van de toeschouwers, die rustig
toestaan dat “legale” onderdrukking wordt begaan tegen anderen, heeft een enorme impact.
De geschiedenis is vol van voorbeelden waaruit blijkt dat Edmund Burke gelijk had toen
hij zei dat alles wat nodig is om het kwaad te laten zegevieren is dat goede mensen niets
doen.
De massamoorden gepleegd door de regimes van Stalin, Mao, Hitler, en vele anderen
werden niet alleen mogelijk gemaakt door de bereidheid van de “handhavers” hun orders
uit te voeren, maar ook vanwege de door hun slachtoffers ingebeelde verplichting om
“gezag” te gehoorzamen en vanwege het geloof door bijna alle toeschouwers aangehangen
dat ze zich niet moesten bemoeien met situaties waarin de “wet” wordt uitgevoerd. De
daders van massale onrechtvaardigheid, waaronder massamoord, zijn altijd enorm in
aantal overtroffen door hun slachtoffers, en als je daar het aantal toeschouwers bij optelt –
al die mensen die konden hebben ingegrepen – wordt het duidelijk hoe belangrijk het
handelen (of nalaten) van louter “toeschouwers” kan zijn.
Natuurlijk zullen sommige mensen niet ingrijpen in een situatie, gewoon als gevolg van de
fundamentele angst. Een getuige van een overval die niet durft in te grijpen vergoelijkt de
overval niet met zijn passiviteit. Hij schat simpelweg het voordeel voor zijn eigen
veiligheid dat voortkomt uit inactiviteit hoger in, dan dat hij het voordeel inschat dat hij
denkt te kunnen zijn voor het slachtoffer door tussenbeide te komen. Maar er zijn veel
gevallen waarin het geloof in “gezag” maakt dat mensen aarzelen om betrokken te raken in
een conflict, niet alleen uit angst, maar uit een diepe psychologische afkeer van ingaan
tegen “gezag”. Er zijn twee manieren waarop dit ertoe kan leiden dat toeschouwers
werkeloos toezien terwijl “legaal” onrecht wordt toegebracht aan iemand anders: 1) de
toeschouwer kan geloven dat het onrecht eigenlijk een goede zaak is, vanwege de “wet”,
of 2) de toeschouwer kan het afkeuren, maar zijn bereidheid om daadwerkelijk op te
treden tegen “wetshandhavers”, of zelfs om “gezag” tegen te spreken, wordt verstikt door
zijn training in onderdanigheid. Hoe dan ook, het resultaat is hetzelfde: de toeschouwer
doet niets om het onrecht te stoppen. Maar de twee fenomenen worden afzonderlijk
behandeld.
“Legaal” kwaad als goed beschouwen
Er zijn letterlijk honderden voorbeelden die kunnen worden gebruikt om aan te tonen hoe
de perceptie van het grote publiek sterk wordt beïnvloed door het geloof in “gezag”. Denk
82
je eens in hoe de gewone man een daad bekijkt en beoordeelt wanneer het door iemand
wordt begaan die beweert te “gezag” zijn, tegenover hoe hij precies dezelfde daad bekijkt
en beoordeelt wanneer het door iemand anders wordt begaan. Hier een paar voorbeelden:
1) Scenario A: Een soldaat in een vreemd land gaat van huis tot huis, schopt deuren in,
draagt een machinegeweer en hij richt op volslagen onbekenden, commandeert iedereen en
ondervraagt hen, al zoekend naar “opstandelingen”. Scenario B: een gemiddelde burger, in
zijn eigen land, gaat van huis tot huis, schopt deuren in, draagt een machinegeweer en hij
richt op volslagen onbekenden, commandeert iedereen en ondervraagt hen, al zoekend
naar mensen die hij niet leuk vindt.
De eerste wordt door de meeste mensen bekeken als een dappere en nobele soldaat die
“zijn land dient”, terwijl de laatste wordt gezien als een verschrikkelijk gevaarlijk,
waarschijnlijk geestelijk gestoord persoon die ten koste van alles moet worden ontwapend
en overmeesterd.
2) Scenario A: Een “gezagsdrager” bemant een “alcoholcontrolepost” of een grenspost, en
houdt iedereen tegen om te vragen of ze “legaal” in het land zijn of dat ze hebben
gedronken, en kijkt verder om te zien of er aanwijzingen of bewijs van “crimineel” gedrag
kan worden gevonden. Scenario B: Een burgerman houdt elke auto tegen die in zijn straat
rijdt, en vraagt iedere bestuurder of hij een geen buitenlander is, en vraagt of hij heeft
gedronken, en kijkt in zijn auto zoekend naar alles wat verdacht lijkt.
De agent die zich bezighoudt met dergelijke opdringerige, onaangename intimidatie,
aanhouding, ondervragingen en doorzoekingen wordt door velen gezien als een brave
“wetshandhaver” die zijn werk doet, terwijl iemand anders die zich op die manier gedraagt
zou worden gezien als psychotisch en gevaarlijk.
3) Scenario A: Een “jeugdzorg” medewerker ontvangt een dossier en verschijnt, op basis
van een anonieme tip, bij een huis om de bewoners te ondervragen, met het uitgesproken
doel te beslissen of ze geschikt zijn als ouders of dat de staat hun kinderen onder dwang
van hen af moet nemen. Scenario B: Een doorsnee persoon verschijnt, op basis van een
gerucht dat hij van een onbekende hoorde, bij het huis van andere onbekenden, stelt hen
vragen en dreigt om hun kinderen af te nemen als hij niet tevreden is met de antwoorden.
Wederom, wordt de “regerings” medewerker verondersteld gewoon “zijn werk te doen”,
terwijl de doorsnee persoon die hetzelfde doet wordt gezien als een gevaarlijk,
waarschijnlijk geestelijk instabiel persoon. Dit wil niet zeggen dat er zich nooit een situatie
zou kunnen voordoen waarin een kind voor zijn eigen bescherming van zijn ouders moet
worden weggenomen, maar zulke zaken zouden uiterst serieus moeten worden genomen
door iemand die persoonlijke verantwoordelijkheid voor zijn daden moet nemen. In plaats
daarvan, zal een bureaucraat die alleen maar optreedt als een radertje in de machine van de
“regering”, zulke dingen met veel minder aarzeling en minder verantwoordelijkheids–
gevoel doen, omdat hij zal denken dat de “wet” op zichzelf verantwoordelijk is voor wat
hij doet.
83
4) Scenario A: Een piloot van de luchtmacht, die orders heeft gekregen dat te doen, vliegt
naar de juiste coördinaten en levert zijn lading af op het beoogde doel. Het resultaat is dat
een aantal huurlingen van een andere “regering” worden gedood, samen met een aantal
burgers die toevallig in de buurt waren. Scenario B: Een burger, laadt op eigen houtje een
vliegtuig met zelfgemaakte explosieven, vliegt over een gebouw in de stad waar een
gemene straatbende bekend is te verblijven, en laat het explosieve vrachtje vallen. Het
resultaat is dat een aantal bendeleden worden gedood, evenals een aantal onschuldige
omstanders die toevallig door de straat kwamen.
De meeste mensen zien de burgerslachtoffers van het eerste scenario als onfortuinlijk,
maar wijt ze aan de gevaren van de oorlog. De militaire piloot wordt gezien als een held
omdat hij zijn land heeft gediend, en krijgt een medaille. In het laatste scenario echter, zien
de meeste mensen de piloot als een gek, een terrorist en een moordenaar, en eisen dat hij
voor de rest van zijn leven in de gevangenis wordt gezet.
Of een daad formeel “legaal” is verklaard door politici, en of het wordt gedaan in opdracht
van “gezag” heeft een enorme impact op de vermeende moraliteit en de legitimiteit van die
daad. In een zeer reële zin, worden degenen die het werk voor het “gezag” doen niet eens
beschouwd als mensen, in de zin dat hun gedragingen en daden naar zo’n drastisch andere
standaard worden beoordeeld dan die van doorsnee mens. Zo zouden ook een heleboel
mensen gealarmeerd worden bij een melding van “een man met een pistool” in hun buurt,
tenzij ze hoorden dat de man ook een uniform droeg.
Mensen beoordelen gedrag grotendeels op de vraag of dergelijk gedrag is toegestaan of
verboden door de “regering” in plaats van op de vraag of het gedrag van nature legitiem is.
Wanneer bijvoorbeeld burgers worden opgeroepen om in een autoritaire rechtbank te
dienen als juryleden in een “strafzaak”, is het de routine van de “rechter” de jury te
vertellen om zich niet bezig te houden met de vraag of de verdachte iets verkeerd heeft
gedaan; ze zijn er alleen om te beslissen of zijn daden in overeenstemming waren met wat
de “rechter” verklaart de “wet” te zijn. Het is opmerkelijk dat degenen in machtsposities,
de afgelopen jaren, doelbewust en methodisch een oude traditie hebben uitgehold, die
bekend staat als “jury nullificatie”, waarbij een jury in wezen een in hun ogen slechte
“wet” omver konden werpen, door terug te keren naar de uitspraak “niet schuldig”, zelfs
als duidelijk was dat de verdachte daadwerkelijk de “wet” had overtreden. Elke jury heeft
nog steeds die macht, maar autoritaire rechters doen er alles aan om te voorkomen dat
juryleden dat beseffen.
Zelfs als ze niet in een jury zitten, beoordelen de meeste mensen anderen nog steeds door
een autoritaire gekleurde bril, het beoordelen van de goedheid van een ander is sterk
gebaseerd op de vraag of hij aan de bevelen van de politici gehoorzaamt – oftewel, of hij
een “gezagsgetrouwe belastingbetaler” is. Vergelijk hoe de doorsnee burger de twee
personen die hierna worden beschreven zouden bekijken.
Persoon A heeft geen rijbewijs, werkt “zwart” om het betalen van “belasting” te vermijden,
heeft zich nooit ingeschreven voor de “dienstplicht”, bezit een ongeregistreerd vuurwapen,
zonder licentie, rookt af en toe cannabis, gokt soms (“illegaal”), en leeft in een stacaravan
84
die hij bezit, maar waarvoor hij geen “woonvergunning” heeft, en die aan de achterzijde
een terras heeft, die hij gebouwd heeft zonder eerst een bouwvergunning aan te vragen.
Persoon B heeft een rijbewijs, betaalt belasting over wat hij verdient, is geregistreerd voor
de dienstplicht, is eigenaar van een geregistreerd vuurwapen, drinkt af en toe bier, speelt
soms mee met de staatsloterij, en woont in een door de “regering” geïnspecteerd en
goedgekeurd huis met een door de “regering” geïnspecteerd en goedgekeurd terras in de
achtertuin.
De twee leiden verder een vergelijkbaar leven, beide productief, en geen van beide
beroven of mishandelen iemand anders. Hun gedrag, keuzes en levensstijl zijn zeer
vergelijkbaar in bijna alle opzichten, behalve dat er “wetten” zijn tegen het handelen van
Persoon A, maar niet tegen dat van Persoon B. Dat alleen al, zonder enig ander
inhoudelijke verschil in wat ze doen of hoe ze andere mensen behandelen, zou zorgen dat
een heleboel mensen persoon A met een zekere minachting bekijken, terwijl ze persoon B
met respect en goedkeuring bekijken. In feite, als persoon A werd lastig gevallen,
aangehouden en zelfs fysiek werd aangevallen (b.v. getaserd, geslagen en geboeid) door
“wetshandhavers”, zelfs als hij nooit iemand had bedreigd of geschaad, zouden veel
gelovigen in de “regering” menen dat “het er aan zat te komen”, dat hij het verdiende om
te worden aangevallen en opgepakt voor ongehoorzaamheid aan de bevelen van de
politici.
Deze neiging van toeschouwers om slachtoffers van autoritair geweld de schuld te geven
is ongelooflijk sterk. Iemand die het bijgeloof van “gezag” aanvaardt – het idee dat
sommige mensen het recht hebben om met geweld anderen te domineren, en dat die
anderen de plicht hebben om te gehoorzamen – zullen veronderstellen dat als “gezag”
geweld tegen iemand gebruikt, het wel gerechtvaardigd moet zijn, en dus moet het
slachtoffer van dit geweld iets verkeerds hebben gedaan. Dit patroon laat zich in
verschillende situaties herkennen. Wanneer, bijvoorbeeld, militaire troepen in een vreemd
land burgers doden, zijn veel achterblijvers wanhopig om te geloven, en gaan er dus
automatisch van uit, zonder een spoor van bewijs, dat de gedode slachtoffers “opstan–
delingen” of collaborateurs geweest moeten zijn, of in ieder geval sympathisanten van de
“vijand”. Een ander voorbeeld: toen de Branch Davidians nabij Waco, Texas, aan een
paramilitaire aanval werden onderworpen, gevolgd door langdurige fysieke en mentale
marteling, gevolgd door massale uitroeiing, waren velen er als de kippen bij om te
veronderstellen dat iedereen bij wie de “regering” zoiets zou doen, dat wel moet hebben
verdiend. Tirannen moedigden die houding aan door allerlei geruchten en beschuldigingen
te produceren, om de geweldloze slachtoffers van die gewelddadige, fascistische aanval te
demoniseren. Het incident was eigenlijk het gevolg van een publiciteitsstunt van de
toezichthouder op wapens, op basis van geruchten dat sommigen in de groep “illegale”
wapenonderdelen bezaten.
Veel mensen gaan ervan uit dat als iemand door “regerings” dienaren wordt aangevallen,
vervolgt of gevangengezet, die persoon dan iets “verkeerds” moet hebben gedaan, en hij
moet hebben verdiend wat hem wordt aangedaan. Die aanname kan komen door weigering
van mensen om de mogelijkheid te overwegen dat de “regering” waarop ze voor hun
85
bescherming vertrouwen in feite een agressor is, of het kan komen door de mogelijkheid
niet te willen zien dat iedereen, inclusief hijzelf, het volgende hulpeloze slachtoffer zou
kunnen zijn van autoritair geweld, zelfs als hij niets verkeerds heeft gedaan. Welke
oorzaak het ook heeft, het eindresultaat is dat, wanneer kwaad wordt gepleegd in de naam
van de ‘wet’, veel omstanders onmiddellijk een hekel aan de slachtoffers hebben, en zich
verheugen over de pijn en het lijden dat aan hen toegebracht wordt.
Verplicht om het verkeerde te doen
Terwijl iedereen weet dat er “wetten” zijn tegen roof en moord (behalve wanneer ze
worden gepleegd in de naam van “gezag”), is de gemiddelde persoon zich helemaal niet
bewust van de tienduizenden pagina’s van andere door de “regering” uitgegeven statuten,
regels en voorschriften – internationale, nationale, provinciale en lokale. Maar zelfs als ze
een klein beetje een idee hebben van wat de “wet” wel en niet toestaat, hebben de meeste
mensen nog steeds een algemene overtuiging dat “gehoorzaamheid aan de wet” een goede
zaak is, en dat “overtreden van de wet” een slechte zaak is. In feite, zelfs wanneer een
persoon sterk tegen een bepaalde “wet” gekant is, en gelooft dat die onrechtvaardig is, kan
hij nog steeds blijven vasthouden aan een algemeen, tegenstrijdig geloof dat “wetten”
moeten worden nageleefd en dat het gerechtvaardigd is om hen die er ongehoorzaam aan
zijn te straffen. Dit psychologische paradox komt vrij vaak voor, in feite lobbyen veel
mensen heftig om wat zij zien als slechte “wetten” te veranderen, terwijl ze ondertussen
het idee ondersteunen dat zolang het de wet is, mensen het moeten gehoorzamen.
Zulke mentale tegenstrijdigheden komen veel voor in de context van het geloof in “gezag”,
maar zijn daarbuiten zeldzaam. Niemand zou bijvoorbeeld beweren dat het moreel
verkeerd is om te proberen de handtas van een oude dame te stelen, maar dat het ook
moreel verkeerd is voor de oude dame om zich aan haar tas vast te klampen. Maar het
concept van een “slechte wet”, komt in de geest van iemand die gelooft in “gezag” neer op
een soortgelijke paradox: een slecht bevel terwijl het ook slecht is om die niet te
gehoorzamen. De toeschouwer die in “gezag” gelooft kan een bepaalde opdracht,
vastgesteld door de meesters en uitgevoerd door de handhavers, bekijken als zijnde
onbelangrijk, onnodig, contraproductief, en zelfs dom of onrechtvaardig, maar geloven
ondertussen wel dat mensen nog steeds een morele verplichting hebben om dat bevel te
gehoorzamen, simpelweg omdat het de “wet” is. Voorbeelden van de gevolgen van een
dergelijk standpunten zijn er in overvloed, variërend van alledaagse tot gruwelijke. Hier
zijn een paar:
1) Om 2:00 uur ‘s nachts, op een brede, open, rechte, lege weg door onbewoonde gebied,
remt een bestuurder af, maar stopt niet bij het stopbord op een kruising. Een motoragent
honderd meter verderop achter een paar struiken verborgen, geeft een stopteken. Bijna
iedereen is het er, gezien deze feiten, over eens dat de bestuurder niemand, of niemands
eigendom, schaadt of in gevaar brengt, en toch zijn de meeste mensen het erover eens dat
de agent het recht zou hebben om betaling te eisen van de bestuurder, via een verkeers
“boete”. Met andere woorden, hoewel ze zouden toegeven dat het enige “slechte” wat de
bestuurder deed slechts formeel “illegaal” was, geloven ze dat alleen dat al, de gedwongen
86
beroving van de bestuurder rechtvaardigt. Als we een stap verder gaan, als de bestuurder
probeerde om de situatie te verlaten, in plaats van de “boete” te accepteren, zijn de meeste
toeschouwers het erover eens dat de agent het recht zou hebben de bestuurder te
achtervolgen, klem te rijden, en gevangen te zetten.
2) Een “regerings” inspecteur, van de “Voedsel en Waren Autoriteit”, voert een inspectie
van een restaurant uit. Het restaurant is perfect schoon en goed georganiseerd, en de
inspecteur vindt geen enkele aanwijzing dat er iets is dat risico oplevert voor de
volksgezondheid. Echter, toch vindt hij een paar formele overtredingen van de lokale
“regels” voor restaurants. Als gevolg van deze overtredingen – niet omdat ze een gevaar
voor iemand vormen, maar omdat ze “tegen de regels” zijn – krijgt de restauranteigenaar
een boete. Nogmaals, hoewel de restaurant eigenaar niemand, en niemands eigendom,
schaadt of in gevaar brengt, zouden de meeste mensen het als legitiem zien dat de eigenaar
wordt beroofd door degene die optreedt namens de “regering”. En als de eigenaar
probeerde dergelijke roof te weerstaan – door te proberen de formele “overtredingen” te
verbergen, of door de “inspecteur” om te kopen, of door te weigeren de boete te betalen –
zou hij door de meeste mensen worden gezien als immoreel, en de handhavers zouden het
recht worden toegedacht alle noodzakelijke middelen te gebruiken om naleving van de
“wet” te bereiken.
3) Een man rijdt na een feestje zijn vriend naar huis. Wetende dat hij zou moeten rijden,
had hij geen alcohol gedronken, hoewel zijn vriend dat wel deed. Hij zet zijn vriend af en
rijdt richting huis. Hij ziet dat de politie verderop bezig is met een alcoholcontrole, en
herinnert zich dat zijn vriend zijn halfvolle bierflesje in de auto heeft achtergelaten.
Wetende dat het “illegaal” is om een open alcoholverpakking de auto te hebben, legt hij er
iets overheen. Hij heeft niemand geschaad of in gevaar gebracht, en in feite heeft hij vrij
verantwoordelijk gehandeld, als BOB om ervoor te zorgen dat zijn vriend veilig thuis zou
komen. Echter, “overtreedt” hij nog steeds de “wet” (zij het per ongeluk) door een auto te
besturen met een open flesje bier erin, en hij heeft daarna geprobeerd om het bewijs van
dat feit te verbergen. Als hij was betrapt en gearresteerd, zouden weinig mensen de agent
in die situatie als de slechterik zien.
4) Een man verkoopt een jachtgeweer met een loop die een halve centimeter korter is dan
de “wet” toestaat. Het wapen is niet dodelijker dan een jachtgeweer dat een halve
centimeter langer is, en niemand die betrokken is had iemand bedreigd of geweld gebruikt
tegen wie dan ook. Maar de man, die betrapt is met het “illegale” voorwerp, wordt
onderworpen aan een paramilitaire invasie van zijn woning, gevolgd door een gewapende
confrontatie, waarbij meerdere mensen worden gedood. Helaas is dit voorbeeld niet
denkbeeldig. Het overkwam Randy Wever bij het incident bij Ruby Ridge in 1992. En hij
was niet zomaar “betrapt” op de verkoop van een “illegaal” jachtgeweer; hij werd uitgelokt
door undercover “wetshandhavers”. Het resultaat van de gewapende inval op de woning
van de Weavers, en de daaropvolgende schietpartij en het langdurig beleg, was dat de
vrouw en zoon van Weaver werden gedood, en hij en een vriend werden gewond. Hoewel
het voor iedereen absurd zou zijn om te beweren dat er een moreel verschil is tussen het
bezit van een jachtgeweer met een 45½ centimeter loop en het bezit van een jachtgeweer
met een 45 centimeter loop, en hoewel deze stelling de hele “legale” rechtvaardiging voor
87
de gewapende aanval en confrontatie was, zouden veel toeschouwers nog steeds de fout
vinden bij Randy Weaver, en hem bekijken als de slechterik voor het feit dat hij zich liet
overhalen tot het overtreden van een willekeurige, volstrekt onredelijke “wet” (om
ongrondwettelijk maar niet eens te noemen). Dat is de kracht van het geloof in “autoriteit”:
het kan veel mensen leiden tot het zien van een bende sadistische, moorddadige schurken
als de goeden, en om hun slachtoffers te zien als de slechteriken.
Voor de meeste mensen heeft de uitspraak “de wet overtreden”, ongeacht welke “wet”, een
automatische negatieve klank. Ze zien ongehoorzaamheid aan “gezag” niet alleen als
gevaarlijk, maar als immoreel. Maar voor de “regerings” gelovige, is er iets nog erger dan
het plegen van een kleine slachtofferloze “misdaad”, en dat is openlijke ongehoorzaamheid
aan een “gezagdrager”. De gewone toeschouwer, die naar de interactie tussen een
“gezagsdrager” en iemand anders kijkt, zal vaak iedereen die niet onmiddellijk en
onvoorwaardelijk alle vragen beantwoordt en meewerkt aan alle verzoeken van de man in
uniform met minachting bekijken. Zelfs als de persoon wel meewerkt, maar dat doet met
een “houding” tegenover de “gezagsdrager” – anders dan een gedweeë onderdanige
houding – zullen veel omstanders degene die niet kruipt snel veroordelen. En iemand die
wegloopt van de politie, zelfs als hij in de eerste plaats niets verkeerd had gedaan, wordt
door de meesten met verachting bekeken. En als iemand vlucht, zich verstopt, of weigert
mee te werken, en wordt geslagen, gemarteld of zelfs vermoord door “wetshandhavers”,
menen veel omstanders dat het slachtoffer maar had moeten doen wat de politie zei. En
wanneer iemand actief tegenstand biedt aan een “gezagsdrager”, onder alle omstandig–
heden, hebben weinigen de moed om de kant van die persoon te kiezen, zelfs met woorden
alleen. Net zoals een goed getrainde hond zijn meester niet zal bijten, zelfs wanneer hij
sadistisch wordt mishandeld, op dezelfde manier zijn degenen die getraind zijn om te
buigen voor “gezag” meestal psychologisch niet in staat zichzelf er toe te brengen om een
vinger uit te steken om zichzelf, laat staan iemand anders, te verdedigen tegen agressie
gepleegd in de naam van de “wet” en “regering” en “gezag”. Inderdaad, als gevolg van hun
autoritaire indoctrinatie, zouden de meesten hun medeslachtoffers liever veroordelen dan
samen met hen op te treden om de tirannie daadwerkelijk te weerstaan.
Er is natuurlijk een verschil tussen zeggen dat het niet slim is om iets te doen, en zeggen
dat het slecht is om iets te doen. Het is één ding om te zeggen dat het dom is om een “grote
bek” tegen een agent te hebben, en een ander ding om te zeggen dat dit doen eigenlijk
immoreel is, en dat iemand die dat doet daarom elke mishandeling of straf verdient die hij
krijgt. De gelovigen in “gezag” zeggen meestal dat laatste over iedereen die “de politie
uitdaagt”, ongeacht de reden.
Het idee dat de gewone man rechtvaardigheid oplegt aan onberekenbare “wetshandhavers”
is existentieel beangstigend voor staatisten, zelfs wanneer een “wetshandhaver” iets zo
ernstigs heeft begaan als het plegen van moord. In de ogen van de goed geïndoctrineerden,
is de enige “beschaafde” manier van handelen in een dergelijke situatie, om een ander
“gezag” te smeken om dingen recht te zetten, maar je mag nooit “het recht in eigen hand
nemen”. Mensen kunnen klagen over “legale” onrechtvaardigheid en het veroordelen,
maar weinigen zijn in staat om zelfs maar de mogelijkheid te overwegen mee te doen aan
weldoordacht, “illegaal” verzet, zelfs wanneer “regerings” agenten duidelijk kwaadaardige
88
wreedheid toebrengen aan ongewapende, niet-gewelddadige doelwitten. En als een volk,
door langdurige hersenspoeling, kan worden omgesmolten, zodat ze psychologisch niet
meer in staat zijn om de onderdrukkingen uit naam van “gezag” te weerstaan, dan maakt
het geen verschil of die mensen de fysieke middelen hebben om het te weerstaan. Moderne
tirannen en hun handhavers zijn altijd in de minderheid (en hebben vaak minder wapens)
dan hun slachtoffers met een factor van honderden of duizenden. Toch weten tirannen nog
steeds de macht te behouden, niet omdat mensen niet over het fysieke vermogen
beschikken om weerstand te bieden, maar omdat, als gevolg van hun diep ingeprente
geloof in “gezag”, ze het mentale vermogen missen om weerstand te bieden. Zoals Stephen
Biko zei: “Het machtigste wapen in de handen van de onderdrukker is de geest van de
onderdrukten”.
Dubbele standaard voor geweld
De dubbele standaard in de hoofden van hen die zijn geïndoctrineerd, wanneer het gaat om
het gebruik van lichamelijk geweld, is enorm. Wanneer een “wetshandhaver” bijvoorbeeld
is betrapt op video, een ongewapende onschuldige persoon bruut te mishandelen, gaat het
gesprek meestal over de vraag of de agent moeten worden berispt, of misschien zelfs zijn
baan moet verliezen. Als, aan de andere kant, een burger een “politieagent” aanvalt, zal
bijna iedereen heftig eisen – vaak zelfs zonder te bedenken of zich af te vragen waarom die
persoon het gedaan heeft – dat hij voor vele jaren de gevangenis in moet. En als iemand
zijn toevlucht neemt tot het gebruik van dodelijk geweld tegen een vermeende
“gezagsdrager”, neemt zelfs bijna niemand de moeite om te vragen waarom hij het deed.
In hun gedachten, is het nooit goed, ongeacht wat de “gezagdrager” deed, om een
vertegenwoordiger van de god genaamd “regering” te doden. Voor de gelovigen in
“gezag”, is er niets erger dan een “politiemoordenaar”, ongeacht de reden.
In werkelijkheid, is gebruik van dodelijk geweld tegen iemand die pretendeert te handelen
namens “gezag” moreel identiek aan het gebruik van dodelijk geweld tegen iemand anders.
Een agressieve daad wordt niet opeens legitiem of rechtvaardig simpelweg omdat het
“gelegaliseerd” is en wordt begaan door personen die beweren in naam van “gezag” te
handelen. En gebruik van zoveel geweld als nodig is om die agressieve daad te stoppen of
te voorkomen is gerechtvaardigd, of de agressie “legaal” is of niet, en of de agressor een
“wetshandhaver” is of niet. (Natuurlijk zijn de risico’s van verzet tegen “legale” agressie
vaak veel groter, maar dat maakt het niet minder moreel of gerechtvaardigd). Veel van de
redenen die nu gebruikt worden door “wetshandhavers” om mensen met geweld aan te
houden – zoals deelname aan vreedzame demonstraties zonder “vergunning” of “wets–
handhavers” of “regerings” gebouwen fotograferen, niet meewerken aan willekeurige
controles en ondervraging door “wetshandhavers” – hebben geen enkele rechtvaardiging
wanneer ze worden bekeken zonder de “gezag” mythe. Als zodanig, is verzet tegen zulke
fascistische misdaden, zelfs als het dodelijk geweld vereist om dat te doen, moreel
gerechtvaardigd, zij het uiterst gevaarlijk. Maar de meeste mensen zijn letterlijk niet in
staat zo’n idee zelfs maar te overwegen. Zelfs wanneer ze onrechtvaardige onderdrukking
herkennen, denken ze dat de “beschaafde” reactie is, om de onrechtvaardigheid te laten
gebeuren, en dan later een ander “gezag” te smeken het weer goed te maken.
89
Wanneer we geconfronteerd worden met “legale” agressie en onderdrukking, zijn er
slechts twee mogelijkheden: of mensen zijn verplicht om “wetshandhavers” allerlei
onrecht en onderdrukking tegen hen toe te laten (en dan later klagen), of mensen hebben
het recht om zoveel geweld als nodig is te gebruiken om zulk onrecht en onderdrukking te
laten ophouden en te voorkomen. Bijvoorbeeld, stellen dat iemand het “recht” heeft vrij te
zijn van onredelijke huiszoekingen en inbeslagnemingen door “regerings” agenten (vierde
amendement), zou niets betekenen als een slachtoffer van zulke tirannie verplicht was het
toe te laten op dat moment en er dan later maar over moet gaan klagen. Een “recht” hebben
om vrij van dergelijke onderdrukking te zijn, houdt logischerwijs ook in, dat men in de
eerste plaats het recht heeft om zoveel geweld te gebruiken als nodig is om zulke
onderdrukking tegen te houden, zelfs als dat het doden van politieagenten vereist. Maar
die gedachte beangstigt degenen die zijn getraind om altijd te buigen voor “gezag”. De
meeste mensen die van “onvervreemdbare” rechten spreken, stokken nog steeds bij de
gedachte die rechten met geweld te verdedigen tegen autoritaire aanvallen.
Zeggen dat iemand het “recht” heeft om iets te doen, en ondertussen ook zeggen dat hij
niet zou worden gerechtvaardigd een dergelijk recht met geweld te verdedigen tegen
“regerings” inbreuken, is een tegenstrijdigheid. In waarheid, wat de meeste mensen
“rechten” noemen zien ze eigenlijk als door de “regering” verleende privileges, waarvan ze
hopen dat hun meesters die zullen toestaan, maar die ze niet van plan zijn met geweld te
beschermen, indien deze “rechten” door de “regering” worden “verboden”. Bijvoorbeeld,
een onvervreemdbaar recht hebben om gedachten uit te spreken (het recht op vrijheid van
meningsuiting), betekent ook dat de persoon het recht heeft om dat met zoveel geweld als
nodig is, tot en met dodelijk geweld, te verdedigen tegen “regerings” agenten die proberen
hem tot zwijgen te brengen. Hoewel dit punt trouwe gelovigen in “gezag” een erg
ongemakkelijk gevoel geeft, impliceert het hele concept dat iemand een onvervreemdbaar
recht heeft om iets te doen, ook het recht om welke “wetshandhaver” dan ook, die probeert
om hem dat af te nemen te doden. Maar in werkelijkheid is er bijna niets dat de “regering”
kan doen, of het nu censuur, mishandeling, ontvoering, marteling of zelfs moord is, wat de
gemiddelde staatist voorstander van gewelddadig, “illegaal” verzet zou maken. (De lezer
wordt uitgenodigd om de diepten van zijn eigen loyaliteit in de mythe van de “gezag” te
testen, door de vraag te overwegen wat er zou moeten gebeuren voordat hij zichzelf
gerechtvaardigd zou voelen om een “wetshandhaver” te doden.)
“Wetshandhavers” escaleren meningsverschillen voortdurend tot het niveau van geweld,
elke keer als ze proberen om iemand te arresteren, of iemands huis binnen te dringen, of
iemands eigendom af te pakken. Autoritaire handhavers zullen het niveau van geweld dat
zij gebruiken altijd blijven verhogen, totdat ze hun zin krijgen. Het resultaat is dat de
mensen, tenzij ze bereid zijn om betrokken te raken in een openlijke opstand tegen het hele
systeem, vroeg of laat zullen buigen voor de wil van de heersende klasse, of worden
gedood. En hoewel de huurlingen van de “staat” altijd geweld, of de dreiging van geweld
gebruiken, om gewone mensen te onderwerpen en te knechten, zullen op het moment dat
hun beoogde slachtoffers met tegengeweld op dat geweld reageren, de meeste omstanders
direct het slachtoffer van de agressie – degene die alleen geweld gebruikt om zich te
verdedigen tegen een aanval – identificeren als de “slechterik”. Deze flagrante dubbele
standaard – het idee dat het goed is om doorlopend gewelddadige daden van agressie te
90
plegen voor “gezagdragers”, maar vreselijk slecht voor het gewone volk om ooit met
defensief geweld te reageren – laat zien hoe drastisch het geloof in “gezag” de perceptie
van de werkelijkheid kan vervormen.
Ironisch genoeg, wanneer mensen terugkijken naar andere plaatsen en andere tijden,
accepteert bijna iedereen het gebruik van “illegaal” geweld en prijst dat zelfs, inclusief
dodelijk geweld tegen “regeringsdienaren”. Er zijn maar weinig mensen die nog steeds
vinden dat de Joden die in 1940 in Duitsland woonden hadden moeten blijven proberen
om “binnen het systeem te werken”, door voor gerechtigheid te stemmen en een verzoek in
te dienen bij het Derde Rijk voor rechtvaardigheid. In plaats daarvan, worden zij die
“illegaal” onderdoken, wegliepen, of zich zelfs met geweld verzetten (zoals in het getto
van Warschau) nu door bijna iedereen gezien als gerechtvaardigd om dat te doen, ook al
waren ze formeel “misdadigers”, “wetsovertreders”, en zelfs “politiemoordenaars”. Maar
staatisten, in hun eigen tijd en in hun eigen land, gaan er niet alleen mee door, iedereen te
veroordelen die “legale” onderdrukking probeert te vermijden of te weerstaan, maar ze
verkneukelen zich vrolijk over het lijden van zulke mensen wanneer ze door de “regering”
worden gestraft. Genieten van een “belastingfraudeur” die wordt bestraft, is net zoiets als
een slaaf die plezier heeft in de zweepslagen aan een medeslaaf die probeerde te
ontsnappen. Er speelt misschien een zeker aspect van afgunst mee: het gevoel dat, als er
één onderdaan slachtoffer is, het niet “eerlijk” is dat een ander aan dit lijden ontsnapt. Dit
draagt bij aan het feit dat “belastingbetalers” – dat wil zeggen, degenen die onder dwang
zijn afgeperst door de heersende klasse – vaak wrok uiten tegen eenieder die vermeden
heeft op soortgelijke wijze afgeperst te worden. Vreemd genoeg, denken de slachtoffers
van “legale” diefstal vaak dat ze deugdzaam zijn omdat zij zijn beroofd, en kijken ze neer
op hen die, om welke reden dan ook, niet zijn beroofd.
Het gevaar van passiviteit
Iemand die “de wet overtreden” beschouwt als inherent slecht, ongeacht wat voor “wet”, is
er als de kippen bij om elke “illegale” activiteit waar hij weet van heeft te melden bij de
“autoriteiten”, zelfs als die activiteiten slachtofferloos zijn en geen geweld of bedrog
vormen. Ook degenen die in jury’s van “regerings” rechtsbanken zitten, zullen, als ze zich
inbeelden dat ongehoorzaamheid aan “gezag” (“de wet overtreden”) per definitie immoreel
is, vrijwel altijd hun zegen geven, als iemand voor iets wat niemand geschaad heeft, en
geen bedrog of geweld vormt, wordt gestraft, en soms heel zwaar wordt gestraft. Echter, in
de situatie van de “klikspaan” en het jurylid, heeft iemand niet de rol van een louter
toeschouwer maar heeft hij de rol van een medewerker aan onderdrukking.
De schade die wordt aangericht door het geloof in “gezag” onder de toeschouwers van
onderdrukking komt vaker vanuit hun passiviteit, dan vanuit hun optreden. Keer op keer,
zijn onderdrukkingen – groot en klein – gepleegd recht onder de neus van in principe goede
mensen die niets deden. Tot op zekere hoogte, is dit het resultaat van eenvoudig
zelfbehoud: iemand kan voorkomen betrokken te raken simpelweg omdat hij vreest voor
zijn eigen veiligheid. Maar de Milgram experimenten toonden heel duidelijk aan dat zelfs
zonder enige onderliggende bedreiging voor zichzelf, de meeste mensen zich onweer–
91
staanbaar gedwongen voelen om “gezag” te gehoorzamen, zelfs als ze weten dat wat ze
wordt verteld verkeerd en schadelijk voor anderen is. En als ze het moeilijk vinden om
vermeend “gezag” ongehoorzaam te zijn, vinden ze het nog moeilijker, zo niet onmogelijk,
om zich ertoe te brengen in te grijpen als een “gezagsdrager” zijn wil aan iemand anders
oplegt. Het resultaat van het feit dat de toeschouwers getraind zijn passief, gehoorzaam, en
niet-confronterend te zijn, is te zien in vele situaties, over de hele wereld en door de hele
geschiedenis heen, waar tientallen, honderden of zelfs duizenden toeschouwers, er als
zombies bij staan te kijken, als agenten van “gezag” onschuldige mensen mishandelen of
vermoorden. Zelfs in de Verenigde Staten, het vermeende “land van de vrijen en het thuis
van de dapperen”, komen steeds meer video’s bovendrijven, die laten zien dat politie–
geweld plaatsvindt vlak voor menigten van toeschouwers, die er gewoon bij staan en er
naar kijken, zonder een vinger uit te steken om hun medemens tegen het kwaad te
beschermen, dat wordt begaan in de naam van “gezag”.
92
Deel 3e
De effecten van de mythe op voorstanders
“Gelegaliseerde” agressie
Terwijl de meeste mensen zichzelf waarschijnlijk zien als “toeschouwers” als het gaat om
autoritaire onderdrukking en onrecht, is in werkelijkheid bijna iedereen een voorstander
van “regerings” geweld, in één of andere vorm. Iedereen die stemt, ongeacht op welke
partij, of zelfs in woorden een “regeringsbeleid” of “regeringsregeling” ondersteunt, is de
initiatie van geweld tegen zijn naasten aan het goedpraten, zelfs als hij dat niet als zodanig
herkent. Dit komt omdat de “wet” niet gaat over vriendelijke suggesties, of beleefde
verzoeken. Elke zogenaamde “wet” uitgevaardigd door de politici is een bevel, dat wordt
ondersteund door de dreiging met geweld tegen hen die niet gehoorzamen. (Zoals George
Washington het zei: “regering is geen rede, het is geen welbespraaktheid, het is geweld”.)
De meeste mensen zijn, in hun dagelijkse leven, zeer terughoudend om dreigementen of
fysiek geweld tegen hun medemens te gebruiken. Slechts een kleine fractie van de vele
persoonlijke meningsverschillen die zich voordoen leiden tot gewelddadige conflicten.
Echter, door hun geloof in de “regering”, is bijna iedereen voorstander van wijdverbreid
geweld, zelfs zonder zich dat te realiseren. En ze voelen zich er niet schuldig over, omdat
ze menen dat bedreigingen en dwang van nature legitiem zijn als ze “rechtshandhaving”
worden genoemd.
Iedereen weet wat er gebeurt als iemand wordt betrapt “de wet te overtreden”. Het kan
alleen een “boete” zijn (een eis om te betalen onder dreiging met geweld), of het kan een
“arrestatie” zijn (iemand met geweld gevangen nemen), of het kan er zelfs toe leiden dat
iemand die zich blijft verzetten gedood wordt. Maar elke “wet” is een bedreiging,
ondersteund door de mogelijkheid en de bereidheid om dodelijk geweld te gebruiken tegen
hen die ongehoorzaam zijn, en iedereen die het idee eerlijk overweegt zal dat feit
erkennen.
Maar het geloof in “gezag” leidt tot een vreemde tegenstrijdigheid in hoe mensen de
wereld zien. Bijna iedereen is er voorstander van dat de “wet” worden gebruikt om
anderen te dwingen bepaalde dingen te doen, of om bepaalde dingen te financieren.
Echter, terwijl ze dergelijk geweld bepleiten, heel goed wetende wat de gevolgen zijn voor
iedereen die betrapt wordt niet te gehoorzamen, zien diezelfde voorstanders niet in dat wat
ze bepleiten geweld is. Er zijn bijvoorbeeld miljoenen, die zichzelf als vreedzame,
beschaafde mensen zien – sommigen dragen zelfs trots het label van “pacifist” – terwijl ze
pleiten voor gewapende overvallen op iedereen die ze kennen, evenals op miljoenen
onbekenden. Zij zien geen tegenstrijdigheid, omdat de term overval is vervangen door het
eufemisme “belasting” en ze worden uitgevoerd door mensen die ingebeeld zijn om het
recht te hebben roof te plegen, in de naam van de “regering”.
93
De mate van ontkenning die het geloof in “gezag” creëert gaat diep. Als “politiek” geweld
bepleit wordt, accepteren mensen geen verantwoordelijkheid voor de gevolgen daarvan.
Bijvoorbeeld mensen die aanspraak maken op “regeringsvoordelen”, vragen om buit te
ontvangen, die via afgedwongen “belastingheffing” van hun buren gestolen is. Op dezelfde
manier is solliciteren op een baan bij de “regering” eigenlijk hetzelfde als vragen om de
buren te dwingen zijn salaris te betalen. Of iemand nu een directe betaling ontvangt of een
dienst, regeling of andere uitkering, hij zal de gestolen goederen meestal accepteren
zonder de minste zweem van schaamte of schuld. Hij kan verder prima gezelschap zijn
voor de mensen die hij de staat vroeg om te beroven. In geen enkele andere situatie zou
zo’n vreemde mentale gespletenheid optreden, niet alleen voor degene die pleit voor de
daad van agressie, maar ook voor het slachtoffer ervan. Als iemand bijvoorbeeld, een
gewapende dief had betaald om in te breken in het huis van zijn buurman en enkele van
zijn waardevolle spullen te stelen, en de buurman wist dat hij dat had gedaan, zouden
zulke buren waarschijnlijk niet op goede voet staan (op zijn zachtst gezegd). Maar
wanneer hetzelfde wordt gedaan met behulp van “gezag”, via verkiezingen, gevolgd door
“gelegaliseerde” diefstal, ziet noch de dief noch het slachtoffer meestal dat er iets mis mee
is.
(Persoonlijke noot van de auteur: ik ben de tel kwijt hoeveel mensen hun sympathie voor
mij en mijn vrouw hebben uitgesproken omdat we gevangen werden gezet voor het niet
buigen voor de belastingdienst. Maar het lijkt nooit bij onze niet-anarchistische kennissen
door te dringen dat we werden opgesloten door de dezelfde mensen waar zij voor stemden,
voor het niet gehoorzamen van bevelen die zij bepleitten. Voor zover ik weet, heeft niet één
staatist die we kennen, zelfs de schizofrenie en de hypocrisie opgemerkt van het actief
ondersteunen van de massa afpersing (“belasting”) en het vervolgens betuigen van
hartelijke medeleven aan de slachtoffers van diezelfde afpersing.)
De bovennatuurlijke essentie van geloof in “gezag” kan men zien in het feit dat, onder de
mensen die er enthousiast voor zullen stemmen dat hun buren “legaal” afgeperst en
beroofd worden, er maar weinig, gewone stervelingen iemand zouden vragen of betalen
om hetzelfde te doen. Weinig mensen zouden zich gerechtvaardigd voelen in het inhuren
van een straatbende om zijn buren te beroven om voor het onderwijs van zijn eigen kind te
betalen, maar vele miljoenen pleiten voor hetzelfde wanneer ze “onroerendgoedbelasting”
goedpraten om “openbare” scholen te betalen. Waarom voelen die beide dingen voor hen
zo moreel verschillend? Omdat degenen die in “regering” geloven, ervan overtuigd zijn
dat de “regering” uit meer bestaat dan de mensen die er in zitten. Er worden rechten aan
toegekend die geen sterveling heeft. Vanuit het perspectief van de staatist heeft vragen aan
de “regering” om iets te doen, veel meer gemeen met de goden bidden om iets te doen, dan
dat het gemeen heeft met mensen vragen om iets te doen. Een staatist die om bepaalde
“wetgeving” vraagt, zou geschokt en beledigd zijn als een bepaalde groep gewone mensen
soortgelijke diensten aan zouden bieden. Stel je voor dat een straatbende het volgende
aanbood aan een lokale bewoner:
“We zullen je buren gaan afpersen en gebruiken wat we krijgen om te betalen voor dingen
die jij wilt, dat je kind naar school kan gaan, het opknappen van de wegen, dat soort
dingen. We houden ook een deel voor onszelf natuurlijk. En vertel ons hoe jij wilt dat je
94
buren zich moeten gedragen, en wij zorgen ervoor dat ze zich op die manier gedragen. Als
ze niet doen wat we zeggen, nemen we wat van hun spullen of we sluiten ze op”.
Als gewone mensen zo’n aanbod deden, zouden ze worden veroordeeld voor hun poging
tot misdaad. Maar als dezelfde dingen in een mediacampagne wordt voorgesteld door
iemand die in de race is voor een positie in de “regering”, en wanneer zulke dingen worden
gedaan onder de noemer van vage politieke abstracte termen zoals “het algemeen belang”
of “de wil van het volk”, worden ze niet alleen gezien als toelaatbaar, maar ook als nobel
en deugdzaam. Als de politicus zegt: “We moeten zorgen voor de nodige financiële
middelen voor het onderwijs van onze kinderen, en we moeten investeren in onze
infrastructuur”, heeft hij het letterlijk over het onder dwang geld afnemen van de mensen
(via “belastingen”) en het op de manier besteden waarop hij denkt dat het zou moeten
worden besteed. Dergelijke agressie wordt aanvaard als rechtvaardig wanneer het wordt
gedaan in de naam van “gezag”, maar gezien als immoreel indien het wordt gedaan door
gewone stervelingen. Dit toont aan, dat in de geest van de staatist, “regering” meer is dan
een verzameling mensen. Paradoxaal genoeg zal de staatist volhouden dat alles wat de
“regering” toegestaan is te doen, en alles wat het is, van “het volk” komt. Alle geloof in
een “regering” vereist de absurde, cult-achtige overtuiging dat, door middel van pseudo–
religieuze politieke documenten en rituelen (grondwetten, verkiezingen, benoemingen,
wetgeving, etc.) een stelletje gewone stervelingen het bestaan kan oproepen van een
entiteit die bovenmenselijke rechten bezit – rechten die niet worden bezeten door één van
de mensen die het heeft gemaakt. En zodra de mensen het bestaan van zo’n ding
hallucineren, zullen ze dat ding enthousiast smeken hun buren met geweld te beheersen en
af te persen. Mensen erkennen dat gewone stervelingen geen recht hebben om zulke
dingen te doen, maar ze geloven echt dat de godheid genaamd “regering” het volste recht
heeft om zulke dingen te doen.
Excuses voor agressie
Hoewel de “democratie” vaak geprezen wordt als zijnde het hoogtepunt van beschaving,
samenwerking, en “met elkaar opschieten”, is het precies het tegenovergestelde. Stemmen
is een daad van agressie, en liefdevolle “democratie” komt neer op liefdevol grootschalig
geweld en voortdurende conflicten. Politieke verkiezingen gaan niet over saamhorigheid,
eenheid en tolerantie; maar het is ruziën over hoe iedereen moet worden gedwongen zich
te gedragen, en wat iedereen moet worden afgedwongen om financieel te ondersteunen,
via de controle machine genaamd “regering”. De overvloed van campagnes, aanplak–
borden en pamfletten voorafgaand aan elke verkiezing zijn niet het teken van een
verlichte, vrije samenleving; zij zijn het teken van een geestelijk en lichamelijk tot slaaf
gemaakte samenleving, gekibbel over welke slavenmeester ze willen dat de zweep
vasthoudt. Elke persoon die stemt (links, rechts, of een andere partij) doet een poging om
mensen aan de macht te brengen die grootschalige afpersing (“belasting”) zal uitvoeren om
de diverse “regerings” projecten te financieren. Elke kandidaat die suggereert al zulke
beroving helemaal af te schaffen – door alle “belastingen” in te trekken – zou belachelijk
worden gemaakt als een extremistische mafkees. Alle kiezers proberen een bende waarvan
ze weten dat die massaberoving zal plegen te machtigen, maar geen van die kiezers
95
accepteert enige verantwoordelijkheid voor die daad. Ze weten wat hun kandidaten zullen
doen als ze aan de macht komen, ze weten wat de gevolgen zullen zijn voor iedereen die
daarna ongehoorzaam aan de bevelen van die politici zal zijn, maar het geloof in “gezag”
maakt de kiezers psychologisch niet in staat te erkennen dat wat ze doen, pleiten voor
grootschalig geweld is.
In feite, ondanks de traditionele mythologie en retoriek, wil niemand die in “regering”
gelooft werkelijk dat het wordt toegepast met de zogenaamde “instemming van de
onderdanen”. Als het daadwerkelijk werd gedaan via echte instemming, zou dat betekenen
dat ieders persoonlijke politieke voorkeur alleen aan hemzelf zou worden opgelegd, tenzij
anderen toevallig exact dezelfde agenda bepleitten. Uiteraard is het doel van de kiezer niet
om zichzelf te dwingen om financieel bij te dragen aan dingen die hij wil steunen, noch is
het zijn doel om zijn eigen keuzes en gedrag te beheersen; het doel van elke kiezer is altijd
om het mechanisme van de “regering” te gebruiken om andere mensen te dwingen tot het
maken van bepaalde keuzes, het financieren van bepaalde dingen, en zich te gedragen op
een bepaalde manier. In de praktijk heeft de individuele staatist soms een vrij
gemakkelijke kijk op zijn eigen verplichting om de talloze politieke bevelen (“wetten”) te
gehoorzamen, denkend dat hij mans genoeg is om op zijn eigen gezond verstand en
oordeel te vertrouwen ongeacht de “wet”, terwijl hij ondertussen denkt dat alle anderen
wel moeten worden gecontroleerd en tot in detail worden bestuurd door “gezag”. Hij
gelooft dat hij zelf betrouwbaar is en moreel, en zijn eigen beslissingen kan nemen, en dat
de “wet” tot doel heeft om alle anderen in het gareel te houden.
De mate waarin de verschillende kiezers willen dat “gezag” anderen beheerst varieert
aanzienlijk. De constitutionalist wil dat de “regering” anderen dwingt, om alleen de dingen
die in de grondwet staan te financieren. De “progressieve”, aan de andere kant, wil dat de
“regering” anderen dwingt om allerlei dingen te financieren, van kunst, tot defensie, tot
armenzorg, tot onderwijs, tot pensioenregelingen, enzovoort, ad infinitum. Maar terwijl de
twee soorten kiezers kunnen verschillen in de mate en de aard van de agressie die ze
ondersteunen, hebben ze geen verschillen in principe: ze hebben beiden ingestemd met de
veronderstelling dat “gezag” het recht heeft om met geweld geld af te persen voor
“regerings” doeleinden die als noodzakelijk worden gezien; ze verschillen alleen over wat
telt als “noodzakelijk”.
Het denken van bijna elke staatist is paradoxaal. Aan de ene kant, weten staatisten dat elke
“wet” die ze goedpraten een bevel is, ondersteund door de dreiging met geweld. Ze zijn
zich volledig bewust van de dingen die elke “wetsovertreder” die wordt betrapt wordt
aangedaan, maar de gemiddelde staatist zal, wanneer hij wordt gevraagd, heftig ontkennen
dat hij de initiatie van geweld tegen zijn buren goedpraat. Op praktisch niveau, weet de
staatist dat de “politieke” agenda die hij steunt, indien het wordt aangenomen, zal worden
opgelegd, ongeacht de mate van intimidatie of bruut geweld dat nodig is om de
gehoorzaamheid van de mensen te krijgen. Toch zal de doorsnee staatist, terwijl hij zich
hiervan volledig bewust is, ook een enorme logische gespletenheid vertonen, en weigeren
toe te geven dat hij openlijk en direct de gewelddadige afpersing en gedwongen
beheersing van miljoenen onschuldige mensen bepleit. De reden hiervoor is dat de staatist
96
gelooft dat de entiteit genaamd “regering” het recht heeft om te regeren, en als gevolg
daarvan, als het geweld pleegt, het niet telt als geweld.
Zolang het geweld wordt begaan door hen die beweren “gezag” te zijn, en zij worden
verondersteld een vrijstelling van de gebruikelijke regels van de moraal te hebben (niet
stelen, niet aanvallen, niet moorden, etc.), kunnen zelfs de meest fervente aanhangers van
allerlei “belasting” en andere “wetten” zichzelf blijven indenken vreedzame, meevoelende,
geweldloze mensen te zijn. Sommige beelden zich zelfs in pacifisten te zijn. (Omdat alles
dat “regering” doet via geweld of dreiging met geweld wordt gedaan, is er niet zoiets, en
kan er niet zoiets zijn als een staatist die pacifist is. Hoewel natuurlijk niet alle anarchisten
ook pacifisten zijn, zijn alle ware pacifisten wel anarchisten.) Er zijn vele manieren – een
paar daarvan worden hieronder behandeld – waarop verder fatsoenlijke, deugdzame
mensen agressie, geweld, intimidatie en diefstal goedpraten, omdat ze geloven dat het voor
de bovenmenselijke, mythische godheid bekend als “regering” perfect toelaatbaar is
dergelijke daden te plegen, en daarom geloven dat het perfect moreel en deugdzaam voor
hen is, de “regering” te vragen om zulke daden te plegen.
Liefdadigheid door middel van geweld
De typische staatist is diepgaand schizofreen, zich gelijktijdig volledig bewust, en volledig
onbewust, dat hij persoonlijk pleit voor het wijdverbreide gebruik van geweld tegen
anderen. Een dramatisch voorbeeld hiervan zijn degenen die zichzelf zo liefdevol en
barmhartig vinden voor het ondersteunen van “regerings” regelingen om de armen te
helpen. Maar wat ze letterlijk bepleiten, via hun steun aan een “sociaal” plan, is een
enorme afpersingszwendel, waarin vele miljoenen mensen worden beroofd van miljarden
door middel van de dreiging te worden opgesloten. Voorstanders van dergelijke
“liefdadigheid door middel van geweld” beelden zichzelf in deugdzaam en zorgzaam te
zijn voor hetgeen de armen kunnen ontvangen, terwijl ze zich volledig distantiëren van de
bedreigingen, intimidatie, lastigvallen, gedwongen beslagleggingen en arrestaties waarvan
zij weten dat het gaat gebeuren en waarvan zij weten dat het een essentieel onderdeel is
van een “sociaal” plan. Door deze bizarre selectieve ontkenning, kunnen degenen die in de
“regering” geloven zich volledig bewust zijn van het brute geweld waarmee zulke
“wetten” worden uitgevoerd, terwijl ze zich er schijnbaar niet van bewust zijn dat ze zelf
dergelijke bruut geweld goedpraten, wanneer ze zulke “wetten” eisen.
Het geloof in “gezag” is wat deze vreemde psychologische contradictie toelaat, want het
overtuigt de voorstanders van rijkdom herverdelingsregelingen dat de slachtoffers van die
“legale” afpersing de plicht hebben om mee te werken, en dat het gebruik van geweld
tegen degenen die “hun belasting” niet betalen dus gerechtvaardigd is. Als gevolg daarvan
wordt de fundamentele maatstaf van moraliteit en deugd volledig op zijn kop gezet, met
“sociaal plan” voorstanders die zichzelf bekijken als medelevend voor het bepleiten van
diefstal met geweld, terwijl ze iedereen die dat geweld probeert te vermijden of zich
ertegen verzet, als verachtelijke misdadigers beschouwen.
97
Ook voorstanders van “sociale zekerheid”, een ponzi stijl rijkdom herverdelingsregeling,
beelden zichzelf in zorgzaam en medelevend te zijn. Verblind door hun geloof in de
“regering”, zien ze niet in dat ze mensen niet alleen dwingen tot iets dat (ten onrechte)
neergezet wordt als een pensioenregeling van de “regering”, maar ze maken het nog erger
door te insinueren dat mensen niet in staat zijn, en niet moeten worden vertrouwd, om zelf
voor hun eigen toekomst te zorgen.
Het vereist een ernstig tekort aan realiteitszin om heftig te pleiten voor het dwingen van
mensen om deel te nemen aan een “beleggingsregeling” die in niets investeert en geen
activa heeft, en die een veel slechter rendement heeft dan de meeste echte investeringen
(en eigenlijk helemaal geen rendement garandeert), en zich nobel en liefdadig te voelen als
dit vervolgens daadwerkelijk wordt afgedwongen. Niet alleen is er geen sociale zekerheid
“boekhouding” – individueel of collectief – van wat is “gestort”, maar niemand kan enige
contractuele rechten ontlenen aan sociale zekerheid, ongeacht hoeveel ze aan het systeem
hebben “betaald”, en de “regering” kan enkele of alle “voordelen” afsnijden wanneer het
maar wil.
Voorstanders van wreedheden
Door de eeuwen heen, werd gruwelijke onderdrukking heel vaak door mensen gesteund,
voor een deel omdat de mensen niet in staat waren om het kwaad als kwaad te herkennen
als het in naam van de “wet” en het “gezag” werd begaan. Als de mensen werkelijk
geloven dat de “regering” het recht heeft om te regeren, zoals bijna iedereen nu gelooft,
zullen allerlei autoritaire “oplossingen” worden gesteund, of op zijn minst passief
geaccepteerd, door de meeste mensen. Veel Duitsers in de jaren 1940 bijvoorbeeld, die
zelf nooit particuliere intimidatie of geweld, laat staan moord, zouden plegen of
goedpraten, steunden toch vurig het idee van een “legaal”, door de “regering” goedgekeurd
en door de “regering” geregelde “oplossing” van het zogenaamde “Joodse probleem”
(zoals Hitler het noemde). Het werd officieel bekrachtigd, en het gebeurde via de “wet”,
zodat de mensen zich inbeelden zelf niet verantwoordelijk te zijn voor wat er gebeurde,
zelfs als ze er vurig voorstander van waren.
Vandaag de dag, lijden mensen aan selectieve ontkenning, ze zijn snel om terecht te
veroordelen wat andere gewelddadige, onderdrukkende regimes hebben gedaan, maar als
gevolg van hun eigen geloof in “gezag”, zijn ze langzaam om te erkennen dat, ook zijzelf,
grootschalige, draconische wreedheden in de naam van de “wet” goedpraten. Zelfs
wanneer onderdrukking verder gaat dan louter dreigementen en intimidatie, en leidt tot
voortdurend, grootschalig, openlijk geweld en wreedheid, zijn de meeste mensen, als
gevolg van hun geloof in “gezag”, nog steeds niet in staat om het te herkennen als het
kwaad.
Een duidelijk voorbeeld is oorlog. Het nationalisme dat zo sterk is in autoritaire mensen
verblindt hen voor het absolute kwaad dat ze vergoelijken en steunen in naam van
“nationale defensie”. In veel gevallen is deze blindheid opzettelijk. Politici evenals
behoudende kiezers klagen als de harde realiteit van oorlog aan het volk getoond wordt.
98
Ze willen met hun vlag zwaaien en juichen voor hun team, enthousiast deelnemen aan de
kuddementaliteit, maar ze willen niet de rauwe resultaten onder ogen zien van datgene wat
ze steunen. Ze kunnen worden overgehaald om trots “de troepen te steunen”, en ze geloven
in een zogenaamde rechtvaardige oorlog in de abstracte zin, zolang ze maar afgeschermd
zijn van het moeten zien van het bloedbad – bloed, ingewanden en lichaamsdelen – die
door hun “vaderlandsliefde” wordt veroorzaakt.
Hoewel “vaderlandsliefde” nog steeds wordt afgeschilderd wordt als een grote deugd, is de
waarheid dat de moordenaars aan beide kanten van elke oorlog, met inbegrip van degenen
die vochten voor de meest wrede, meedogenloze regimes in de geschiedenis, ingegeven
zijn door het gevoel van rechtvaardigheid dat de nationalistische kuddementaliteit hen
geeft. Oorlog kan helemaal niet plaatsvinden zonder dat soldaten hun toewijding en trouw
inzetten voor hun eigen club, stam of “land”, boven te doen wat juist is. “Vaderlands–
liefde” en het geloof in “gezag” zijn de twee belangrijkste ingrediënten voor oorlog. De
eenvoudigste manier om in principe goede mensen te brengen tot het plegen van het
kwaad is door daden van agressie en verovering af te schilderen als “vechten voor het
vaderland”.
Hoewel heersers lang hebben geoefend met mind-control over hun onderdanen, is de
mind-control van degenen die in “gezag” geloven, in veel gevallen, aan henzelf te wijten.
Ze willen geloven in “hun land”, en in een rechtschapen, abstract principe, een ideaal, een
nobel doel (bijvoorbeeld: “het verspreiden van democratie”), zonder na te denken over wat
er gebeurt in eenvoudige concrete termen. Het is makkelijker om massamoord te steunen
wanneer het “oorlog” heet, en nog meer wanneer het “nationale defensie” heet. Als het in
autoritaire, kuddementaliteit terminologie is gehuld, geeft het de mogelijkheid aan de
voorstanders – en aan hen die het daadwerkelijk doen gebeuren – zich in te beelden iets
moedigs en rechtvaardigs te ondersteunen. Hoewel individuele soldaten echt kunnen
geloven dat ze vechten voor een goede zaak, is het onmogelijk om aan de goede kant te
staan en in oorlog te zijn met een heel land. Zoals eerder besproken, is de manier waarop
“overheden” oorlog voeren nooit gerechtvaardigd, en nooit moreel, daar het altijd gaat om
grootschalig geweld tegen onschuldigen. Maar dat is een feit dat nationalisten, links en
rechts, weigeren in te zien.
Een ander voorbeeld van moderne draconische wreedheid, “legaal” begaan in de “vrije
wereld”, is afkomstig van de geweldscampagne bekend als “de oorlog tegen drugs”. Onder
de noemer van het proberen een gewoonte uit te roeien – geen geweld, diefstal of fraude,
maar louter een gewoonte – zijn miljoenen geweldloze, vreedzame, productieve mensen
overvallen, mishandeld, en opgesloten. Handhaving van “narcotica wetten” gebeurt op een
bijzonder brute, wrede manier, met paramilitaire invasies van particuliere woningen, en
zijn alledaags. Meerjarige gevangenisstraffen voor slachtofferloze “misdaden” zijn er in
overvloed. En de voorstanders van de “oorlog tegen drugs” zijn goed op de hoogte, niet
alleen van de openlijk gewelddadige handhavingsacties. Maar ook van het feit dat de
enige meetbare effecten, hogere prijzen voor bepaalde geestverruimende middelen zijn, en
er meer misdaad gepleegd wordt om voor zulke middelen te betalen. En van de
gewelddadige conflicten tussen rivaliserende verkopers van die middelen, en van het feit
dat er meer geld, wapens, macht, en “gelegaliseerde” toestemming naar de politie gaat, om
99
onschuldigen lastig te vallen en geweld tegen hen te plegen. Zelfs als het echt werkte, en
het gebruik van bepaalde drugs geëlimineerd of aanzienlijk verminderd was, zou
dergelijke wreedheid absoluut onterecht en immoreel zijn. Maar ook al heeft het volstrekt
niet geholpen om ook maar één centimeter dichter bij het gestelde doel te komen, juichen
veel mensen enthousiast voor nog meer lastigvallen, terrorisme en geweld. (Om hypocrisie
bij fascisme te voegen, drinken de meeste van hen wel alcohol: een daad moreel gelijk aan
hetgeen ze willen dat het “gezag” met geweld uitroeit)
En terwijl miljoenen levens blijvend worden vernietigd door die wrede, draconische
kruistocht, geven veel staatisten graag de schuld aan de slachtoffers, door te verklaren dat
ze “de wet hebben overtreden ” en daarom verdienen wat hen wordt aangedaan. Dus,
volgens die zogenaamd morele en verantwoorde persoon, zelfs als niemand is geschaad, er
geen geweld of bedrog is gepleegd, maar iemand simpelweg niet luistert naar de
willekeurige besluiten van zijn meesters, verdient hij het om te worden overvallen,
opgesloten of gedood. En, natuurlijk, zien zulke personen het als onvergeeflijk als een van
de doelwitten van deze fascistische schurkenstreken beslist om terug te vechten. Vanuit
het verwrongen, verwaande gezichtspunt van die vrome nationalistische autoritairen, is het
nobel en deugdzaam voor staatshuurlingen om gewelddadig overvallen te plegen, en een
productieve, vredelievende cannabisroker, trachten te ontvoeren en gevangen te zetten,
maar is het een verschrikkelijk kwaad voor die cannabisroker geweld te gebruiken om zich
te verdedigen tegen zulke agressie. Dat is de waanzin die wordt veroorzaakt door het
bijgeloof genaamd “gezag”.
Gedwongen voordelen
Staatisten verdedigen “belasting” vaak door te stellen dat het gedwongen afnemen van
geld door de “regering” met terugwerkende kracht wordt gerechtvaardigd, als een deel van
het afgenomen geld wordt besteed op een manier die degene van wie het geld was
afgenomen voordelen biedt, of in ieder geval de samenleving in het algemeen ten goede
komt. Een staatist kan bijvoorbeeld beweren dat, als iemand op een weg rijdt die deels
werd gefinancierd door geld afkomstig van die persoon, of er indirect van profiteert dat
anderen de weg kunnen gebruiken, dan die persoon niet mag klagen over “belast” te zijn
om het te financieren. Door de ware aard van de situatie te negeren, maken staatisten de
fout dit te karakteriseren als simpelweg betalen voor de diensten. Niemand zou een
soortgelijk argument maken als “gezag” er niet bij is betrokken. Bijvoorbeeld, stel dat een
restaurant een maaltijd leverde aan iemand die niet had besteld, en vervolgens gewapende
kerels stuurde om een belachelijk hoge prijs op te halen bij die persoon. Als de persoon, na
op die manier te zijn afgeperst, besloot de maaltijd op te eten, zou geen weldenkend mens
beweren dat dit de acties van het restaurant moreel aanvaardbaar zou maken. Toch is dat
precies vergelijkbaar met de gebruikelijke kijk van staatisten: dat als iemand profiteert van
“regerings” diensten, hij niet mag klagen over “belasting”. De onuitgesproken aanname is
dat “legale” beroving volstrekt legitiem is, zolang het “gezag” achteraf een aantal
voordelen biedt aan degene die beroofd werd. En het lijkt voor staatisten weinig verschil te
maken of een dergelijk “voordeel” slechts indirect is, of verschrikkelijk duur, of
gecombineerd wordt met allerlei andere dingen die helemaal niet ten goede komen aan die
100
persoon, of waar de persoon moreel tegen gekant is, (b.v. financiering van oorlog, abortus,
een religieuze, of een antireligieuze agenda). Dit komt omdat staatisten geloven dat het
uiteindelijk het voorrecht is van degenen in “gezag”, en niet van degenen die het geld
hebben verdiend, om te beslissen hoe het geld moet worden besteed, en dat, zolang de
heersende klasse beweert de mensen voor hun eigen bestwil te beroven en te overheersen,
gewone arbeiders niet het recht hebben zich te verzetten tegen elke dwang en elk geweld
dat de meesters maar nodig achten.
Geweld voor bescherming
Een uitloper van het idee dat de “voordelen” die de “regering” biedt met terugwerkende
kracht allerlei diefstal en afpersing rechtvaardigt, is het veelgenoemde belachelijke
argument dat het nodig is dat de mensen onder dwang worden beheerst en beroofd, zodat
de “regering” hen kan beschermen tegen slechte mensen die hen anders met geweld
zouden kunnen beheersen en beroven. Deze absurde, verwrongen redenering komt vrij
vaak voor, of de discussie nu gaat over een militair “gezag” of over de binnenlandse
“rechtshandhaving”. En staatisten vertrouwen op angst zaaien om deze krankzinnigheid te
versterken, door het doen van sombere voorspellingen over al de nare dingen die in theorie
zouden kunnen gebeuren, als de mensen niet met geweld worden beroofd via een massale
“regerings” afpersingzwendel.
Nogmaals, zulke domme argumenten worden nooit gebruikt in situaties waarbij geen
“gezag” is betrokken. Niemand zou accepteren dat het goed is als een restaurant iemand
dwingt te betalen voor voedsel dat hij niet heeft besteld, op grond van het feit dat de
persoon anders zouden kunnen verhongeren. Niemand zou accepteren dat het goed is als
een aannemer iemand dwingt te betalen voor een gebouw dat hij niet heeft besteld, met het
argument dat de persoon anders dakloos zou kunnen zijn. Maar nog belachelijker zou zijn
om te beweren dat het goed is als een straatbende een “beschermingszwendel” opzet, zodat
ze de middelen hebben om alle andere gevaarlijke straatbendes buiten hun stad te houden,
maar dat is precies de poging tot rechtvaardiging voor alle “regering”: dat het moet worden
toegestaan om agressie te plegen tegen iedereen, zodat het de mensen kan beschermen
tegen anderen die misschien agressie tegen hen zouden kunnen plegen. Voorstanders van
een sterke politiemacht of een machtig leger – die beide met een gedwongen ontneming
van welvaart worden gefinancierd – hebben het uitgangspunt geaccepteerd dat het niet
alleen goed is, maar zelfs noodzakelijk dat mensen worden onderdrukt, beheerst en
afgeperst door de “regering” zo lang als het wordt gedaan voor hun eigen bestwil. Het feit
dat autoritaire “beschermers” nalaten misdaad of oorlog te voorkomen, en dat zelfs
drastisch vermeerderen, zowel via oorlogszucht als het creëren van “illegale” markten,
lijkt onopgemerkt aan de voorstanders van bescherming door een “regering” voorbij te
gaan. Nogmaals, alleen maar omdat men “gezag” het recht toekent om agressie te plegen,
gebruikt iemand ooit het krankzinnige argument, dat het gepast is geweld tegen mensen te
beginnen om hen te “beschermen”.
101
Bij twijfel, voor geweld gaan
In de meeste gevallen zullen mensen zelfs voor met geweld opgelegde autoritaire plannen
pleiten omdat ze simpelweg niet zeker zijn wat er zou gebeuren als ze dat niet deden, of
niet zeker zijn hoe iets zou worden bereikt als de mensen in vrijheid bleven. Bijvoorbeeld,
als iemand moeite heeft zich voor te stellen hoe een volstrekt privaat wegenstelsel zou
functioneren, zal hij meestal voor een “regerings” plan pleiten, onder dwang gefinancierd.
Als hij niet zeker weet hoe vrije mensen zichzelf goed zouden kunnen verdedigen zonder
een permanent leger, zal hij waarschijnlijk een autoritaire militaire oplossing bepleiten,
onder dwang gefinancierd middels “belastingheffing”. Degenen die in “regering” geloven
zullen standaard geweld bepleiten. Alles wat nodig is, is een beetje onzekerheid en
onwetendheid om te zorgen dat gewone mensen om een dwingend plan van de “regering”
pleiten voor zo ongeveer alles.
Dit is niet hoe mensen zich in hun dagelijkse leven gedragen. De gemiddelde persoon
loopt niet iedereen te dwingen, en tegen iedereen die hij tegenkomt geweld te gebruiken,
omdat hij niet helemaal zeker weet of iedereen zich anders wel correct gedraagt en de
juiste beslissingen neemt. Maar dat is precies wat de meeste staatisten doen via de
“regering”: ze pleiten voor de wijdverbreide, gedwongen beheersing van miljoenen
mensen, simpelweg omdat ze er niet helemaal zeker van zijn dat mensen, als ze in vrijheid
leven, hun geld uit zouden geven op de manier waarop ze dat zouden moeten, en anderen
zouden behandelen zoals het hoort, vreedzame, effectieve oplossingen voor problemen
zouden vinden, etc. Door middel van het bijgeloof van “gezag”, kunnen staatisten
comfortabel pleiten voor de gewelddadige onderdrukking van hun buren, simpelweg
omdat ze niet helemaal zeker zijn hoe hun buren zich anders zouden gedragen.
En de machtslustigen benutten dat feit in hun voordeel. Alles wat de politicus hoeft te
doen, om steun te krijgen voor een autoritair ingrijpen, is aan het publiek te vertellen dat
de dingen wel eens niet zo goed zouden kunnen werken als hij de mensen in vrijheid liet.
Hij hoeft niet eens te wachten tot iemand daadwerkelijk iets oneerlijks, kwaadaardigs,
nalatigs of anderszins destructiefs doet. Het enige wat hij hoeft te doen is de mogelijkheid
suggereren dat als de mensen nog in vrijheid zijn, er nare dingen zouden kunnen gebeuren.
Omdat voorstanders van de “regering” een “wet” niet als geweld herkennen, is de drempel
om een autoritaire, gedwongen “oplossing” te steunen zeer laag. Degenen die de macht
zoeken kunnen eenvoudig suggereren dat een “plan” ergens iemand zou kunnen helpen, en
veel mensen zullen “legaal” geweld op basis van alleen die veronderstelling al goedpraten.
Heel wat “regerings” geweld is gebaseerd op gissingen over wat er zou kunnen gebeuren
als gevolg van wat mensen zouden kunnen doen. Bijvoorbeeld, veel van de “staats” dwang
in naam van “milieubewustzijn” is gebaseerd op het idee dat de “staat” onder dwang de
keuzes van iedereen moet regelen, omdat mensen anders keuzes zouden kunnen maken die
bijdragen aan opwarming van de aarde, het einde van het regenwoud, het uitsterven van
dieren, enzovoort. Weinig mensen zouden, op eigen houtje, agressie plegen op basis van
een vermoeden over de mogelijke indirecte gevolgen van de niet kwaadwillende, niet
gewelddadige acties van anderen. Toch is dat gemeengoed in “regerings” beleid.
102
Als een ander voorbeeld van het standaard bepleiten van “regerings” geweld, kunnen we
denken aan de praktijk van het met geweld voorkomen dat buitenlanders een voet in een
heel “land” zetten, zonder de schriftelijke toestemming van de heersende klasse van dat
“land”. Zulke immigratie “wetten” creëren net zoiets als een oorlogsmentaliteit, waar een
hele demografische groep mensen wordt gecriminaliseerd en gedemoniseerd, en
onderworpen aan daden van agressie, op basis van bezorgdheid over wat sommige van die
mensen zou kunnen doen. Mensen menen dat veel “illegalen” misdadigers zijn, of gewoon
naar het land komen voor een “uitkering”. Ongeacht hoe vaak zulke beschuldigingen
kloppen, is het resultaat dat alle “illegalen” – iedereen die in het land verblijft zonder
toestemming van de politici – gedwongen onder controle zijn. Dit is het resultaat van
kuddementaliteit, schuld door associatie. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat het
gebruik van geweld tegen een persoon omdat hij van hetzelfde ras is, of uit hetzelfde land
komt, of op een andere manier vergelijkbaar is met iemand die daadwerkelijk schade heeft
veroorzaakt, volkomen onterecht is. Merk op dat de pogingen van de “regering” om
“illegale immigratie” tegen te gaan, ook leiden tot agressie tegen veel “legale” bewoners
(naast “illegalen”) bij “grensposten”, waarvan er veel niet eens op de grenzen staan.
Iedereen die op een weg rijdt tegen te houden en te ondervragen omdat er iemand
misschien “illegaal” is, is precies het soort van ongerechtvaardigde agressie dat vaak wordt
gepleegd door “regerings” agenten, en maar zelden door iemand anders.
De “geweld als standaard” oplossing, kan ook worden gezien in de opdringerige door–
zoekingen en ondervragingen van iedereen die probeert op een vliegtuig te stappen in het
“land van de vrijen”. Om als eigenaar van een vliegtuig voorwaarden te stellen aan
iedereen die mee wil in zijn vliegtuig (en als dit zou ook gelden voor een trein, een auto, of
iets anders) is iets heel anders dan dat een derde partij met geweld gaat voorkomen dat wie
dan ook meevliegt, met welk vliegtuig dan ook, waar dan ook in een heel land, tenzij de
kandidaat passagiers zich eerst onderwerpen aan ondervraging, het doorzoeken van hun
bagage, en zelfs visitaties, door de agenten van de derde partij. Mensen zouden nooit
tolereren dat enig particulier zich op deze manier gedraagt (met de houding van “ik kan
maar beter iedereen dwingen, stel dat…”), maar voor de agenten van “gezag”, is die
tactiek gemeengoed. En mensen beelden zich in dat het legitiem is. In feite eisen ze zelfs
vaak dat “gezag” zulke dingen doen.
In hun dagelijks leven, is het “standaard” type gedrag van de meeste mensen
geweldloosheid. Hoewel er af en toe fysieke conflicten zijn, gaan de meeste mensen tot het
uiterste om ze te vermijden, niet alleen door te proberen om geen gevecht te beginnen,
maar ook door te proberen om gespannen situaties te ontzenuwen. Zelfs als een gevecht
zich voordoet, lopen meestal beide kanten uiteindelijk weg. Elke dag, vinden miljarden
mensen manieren om vreedzaam naast elkaar bestaan, zelfs al hebben zij significant
verschillende standpunten, overtuigingen en houdingen. Maar dat is in hun persoonlijke
leven. Als het gaat om “politiek”, is geweld de standaard. Iedere kiezer probeert, in meer
of mindere mate, zijn eigen opvattingen en ideeën aan iedereen met geweld opgelegd te
krijgen, via het mechanisme van “regering”. De standaard is niet om anderen “hun eigen
ding te laten doen”, of om te proberen vreedzaam met elkaar om te gaan; de standaard is
om agressie bepleiten tegen absoluut iedereen, door middel van de autoritaire dwang
genaamd de “wet”. Er is een verbijsterend grote discrepantie tussen wat de gemiddelde
103
persoon op individuele basis als “beschaafd gedrag” beschouwd, en wat hij als een
legitiem en beschaafd ziet als het gaat om de acties van “gezag”. Het is moeilijk voor te
stellen dat iemand zich in zijn persoonlijke leven zou gedragen op de manier waarop
kiezers zich gedragen als het gaat om “politiek”. Zo’n persoon zou voortdurend anderen –
vrienden en vreemden gelijk – beroven van grote sommen geld om dingen te financieren
die hij van belang acht, alsmede het gebruik van bedreigingen, fysiek geweld, en zelfs
ontvoeringen om anderen te dwingen tot het nemen van de beslissingen die hij denkt het
beste te zijn voor zijn slachtoffers en voor de samenleving in het algemeen. In het kort,
zou iedereen die zich in zijn privé leven op de manier gedroeg waarop alle staatisten zich
in de “politieke” arena gedragen, zou onmiddellijk worden herkend als een misdadiger,
een dief en een gek. Maar het doen van precies dezelfde dingen via de “regering”, pleiten
voor massa afpersing en schurkenstreken, wordt door de meesten aanvaard als iets dat
normale, beschaafde mensen horen te doen. In feite verwijzen ze soms naar de stemgang
als een plicht, alsof het eigenlijk immoreel is om geen voorstander te zijn van
dwangmatige overheersing van de buren. Verbazingwekkend, en ironisch is dat, de enige
mensen die voortdurend grootschalig geweld en dwang via de “regering” niet bepleiten –
anarchisten en voluntaristen – door de meerderheid meestal bekeken worden als raar,
onbeschaafd en gevaarlijk.
Hoe de mythe de deugd verslaat
Bijna alle ouders geven hun kinderen routinematig twee totaal tegenstrijdige bood–
schappen: 1) het is per definitie verkeerd om te stelen, te slaan, te pesten, etc. en 2) het is
goed om “gezag” te gehoorzamen. Bijna alles dat “gezag” doet vormt pesten, intimidatie
met behulp van geweld of dreiging met geweld om het gedrag van anderen te beheersen en
hun eigendom af te nemen. Elke “gezagsdrager”, van een onderwijzer tot aan de dictator
van een land, beheerst niet alleen onder dwang zijn ondergeschikten op een regelmatige
basis, maar spreekt en doet ook alsof hij het absolute, onbetwistbare recht heeft om dat te
doen. Dus de leraar is altijd onder dwang zijn wil aan het opleggen aan de leerlingen,
terwijl hij hen op hetzelfde moment vertelt dat het verkeerd is als zij onder dwang hun wil
aan anderen opleggen. Het is het ultieme voorbeeld van de hypocriete boodschap “Doe wat
ik zeg, niet wat ik doe”.
Als kinderen werden opgevoed met het idee dat het van nature verkeerd is om te stelen, te
slaan, te pesten, etc., waarom zou er dan nog een maatschappelijke behoefte voor hen zijn
om ook te worden geleerd “respect voor gezag” te hebben? Het traint hen alleen om
gemakkelijker te worden beheerst en bestuurd, dat is in het voordeel van degenen die
heerschappij over hen zoeken (ouders, leraren, of politici), maar het traint hen niet om nog
beschaafder, meelevender, of humaner te zijn. Het doet precies het tegenovergestelde,
zoals de Milgram experimenten hebben aangetoond. Kortom, de kinderen wordt eerst
geleerd hoe ze een beschaafd mens kunnen zijn, en dan wordt hen een krankzinnig
bijgeloof geleerd, dat alles wat ze over beschaafdheid hebben geleerd overschrijft en
uitwist. Deze bizarre paradox is overal terug te zien in deze moderne samenleving.
104
Een normaal mens zou schaamte en schuld voelen als hij geld van zijn buurman stal, maar
hij heeft er geen moeite mee, om door middel van verkiezingen, te bepleiten dat de
“regering” nog veel meer geld van diezelfde buurman afneemt. De gemiddelde persoon zal
een deur openhouden voor een onbekende, maar zal er ondertussen voor pleiten dat
diezelfde onbekende een groot deel van zijn leven onder dwang wordt beheerst via de
“wet”. De oppervlakkige beleefdheid en inachtneming die de meeste mensen vertonen, is
nietszeggend en waardeloos geworden door het enorme niveau van staatsdwang en
agressie dat ze bepleiten. Zelfs de nazi’s hadden goede tafelmanieren, en zeiden:
“alstublieft” en “dank je wel” (in het Duits), en toonden de juiste etiquette en waren over
het algemeen hoffelijk, wanneer ze geen massamoord begingen.
Er is een schril contrast tussen hoe bijna alle staatisten anderen in hun persoonlijke leven
behandelen en hoe ze bepleiten dat de “regering” anderen moet behandelen via de “wet”.
Miljoenen mensen die zeer terughoudend zouden zijn om fysiek een ander mens te slaan
vergoelijken toch trots de gewelddadige onderwerping of regelrechte moord op duizenden
mensen. Ze noemen het “steunen van de troepen”. Sommige staatisten zeggen zelfs dat ze
tegen de oorlog zijn, maar de troepen steunen. Dit is vergelijkbaar met zeggen dat men
tegen verkrachting is, maar verkrachters steunt. Omdat “regerings” troepen altijd dwang en
geweld gebruiken tegen onschuldigen, wat bijkomstig is aan het defensieve geweld dat ze
gebruiken, betekent “steunen van de troepen” noodzakelijkerwijs steunen van
onderdrukking. Maar vanwege hun kuddementaliteit en een emotionele gehechtheid aan
de eigen landgenoten, proberen veel mensen om “de troepen” te distantiëren van wat het is
dat alle “troepen” doen.
Als een ander voorbeeld van hoe het geloof in “gezag” waarneming vervormt, geven veel
“bijstand” ontvangers openlijk toe, dat als ze moeten kiezen tussen het aanvaarden van
vrijwillig geschonken giften van mensen die ze kennen, of iets te ontvangen dat “regering”
onder dwang van volslagen onbekenden afnam, ze de voorkeur geven aan het laatste,
omdat het, in hun hoofd, het minst beschamende is van de twee opties. Het feit dat iemand
ooit liever gestolen eigendom zou accepteren dan mededogen en vrijgevigheid te
accepteren toont aan hoe diep het geloof in “gezag” het gevoel van moraliteit vervormt.
In het kort, elke staatist – iedereen die in “regering” gelooft – bedriegt zichzelf door te
geloven dat hij een goed persoon is die goede dingen steunt en zich verzet tegen onrecht,
en beeldt zichzelf respect voor zijn medemens in, terwijl hij ondertussen bepleit dat zijn
medemensen onder dwang worden bestuurd, afgeperst, gevangengezet of zelfs gedood.
Het bijgeloof van “gezag” heeft zich zo diep in de geest van de massa genesteld, dat ze
kwaad kunnen bepleiten op een gigantisch, bijna onbevattelijk niveau, terwijl ze zich toch
verbeelden liefdadig en medelevend te zijn. Ze eisen dat de “regering” dingen doet, die ze
nooit zouden durven dromen op eigen houtje te doen. Ze houden zichzelf voor, on–
gewelddadige, beschaafde, verlichte wezens te zijn, terwijl ze bepleiten dat al hun buren
routinematig worden beroofd en met geweld beheerst, en in hokken gestopt of gedood als
ze zich verzetten. In waarheid, de menselijke oppervlakkige naastenliefde, hun mededogen
en beleefdheid is niets anders dan een wrede grap in vergelijking met wat bijna iedereen
doet, of wat ze anderen vragen te doen, in de naam van “gezag”.
105
Veel ouders en leerkrachten herhalen regelmatig hetgeen misschien wel de meest
fundamentele regel van de mensheid is, ook wel “de gouden regel” genoemd: Behandel
anderen zoals je zelf behandeld wilt worden. Echter, geen van die leraren, en bijna geen
van de ouders, die deze regel uitkramen, leven werkelijk bij deze regel, want door middel
van “gezag”, bepleiten ze dat afpersing en dwang wordt opgelegd aan iedereen die ze
kennen. “De gouden regel” is in wezen een formule voor anarchie: als iemand niet graag
gedomineerd wil worden en onder dwang beheerst door anderen, moet hij er geen
voorstander van zijn dat anderen worden gedomineerd en onder dwang beheerst. Als men
met rust gelaten wil worden, moet hij anderen met rust laten. Indien hij de vrijheid wenst
om zijn eigen leven te leiden, moet hij anderen de vrijheid laten om hetzelfde te doen. Om
het bot te zeggen, pleiten voor agressie tegen anderen, ook al is het via enige vorm van
“regering”, is volkomen onverenigbaar met het zijn van een liefdadig, zorgzaam,
medelevend, vriendelijk, fatsoenlijk, liefdevol mens. En de enige reden waarom zo veel
anderszins goede mensen voortdurende grootschalige agressie via de “regering” blijven
bepleiten, is omdat ze zijn verleid de leugen te accepteren dat er een wezen is dat “gezag”
heet, dat niet gebonden is door morele normen die van toepassing zijn op mensen.
“Linkse” lafheid
Bot gezegd, willen de mensen dat “gezag” bestaat omdat ze zelf onvolwassen lafaards zijn.
Ze willen een almachtige entiteit om hun wil aan anderen op te leggen. Dit neemt
verschillende vormen aan in verschillende variaties van politieke pleidooien, maar de
basismotivatie is altijd hetzelfde. De politiek “linkse”, bijvoorbeeld, heeft een hekel aan de
realiteit. Hij wil niet dat er een wereld bestaat waarin lijden en onrecht mogelijk zijn. Maar
in plaats van te doen wat hij als mens kan, wil hij een “regering” om het voor hem te doen.
Hij wil een magische entiteit die ervoor zorgt dat iedereen, zichzelf inbegrepen, wordt
gevoed, gehuisvest en verzorgd, ongeacht hoe lui of onverantwoordelijk ze zijn. In plaats
van mensen te vertrouwen om voor elkaar zorg te dragen, wil hij een bovenmenselijk
“gezag” dat huisvesting, voedsel, gezondheidszorg, en allerlei andere dingen, voor
iedereen garandeert. Hij wil het zo graag, dat hij weigert om de voor de hand liggende
waarheid te accepteren dat een dergelijke garantie nooit mogelijk is, en dat als gewone
stervelingen de zorg voor zichzelf en elkaar niet op zich nemen, niets anders voor hen zal
zorgen.
De “linkse” ziet de wereld als een voortzetting van het klaslokaal, waar er altijd een
“gezag” de leiding en de controle heeft die ervoor zal zorgen dat de goede kinderen
worden beloond en ze worden beschermd tegen de slechte kinderen. Elk kind wordt
verteld wat te doen en wordt verzorgd, en alles wat er van hem gevraagd wordt is dat hij
doet wat hem wordt opgedragen. Er wordt niet van hem verwacht dat hij enige
verantwoordelijkheid draagt voor zijn eigen welzijn, behalve zijn gehoorzaamheid aan het
“gezag”. Hij voorziet niet in zijn eigen voedsel, of zijn eigen onderdak, of zijn eigen
bescherming, of iets anders. Hij vertrouwt er gewoon op dat het “gezag” (b.v. leerkrachten
en ouders) voor hem zullen zorgen. Hij is opgegroeid in een omgeving die geen gelijkenis
vertoont met de werkelijkheid en hem wordt geleerd om te kijken naar “gezag” voor al zijn
behoeften.
106
En de “linkse” blijft precies datzelfde doen, lang nadat hij de school verlaten heeft. Hij
spreekt over iedereen die “recht” heeft op huisvesting, voedsel, gezondheidszorg, en
andere dingen, alsof een reusachtige sinterklaas verplicht is om ervoor te zorgen dat
dergelijke dingen op magische wijze verschijnen voor iedereen. De realiteit van de natuur,
hoewel het hem elke dag in het gezicht staart, is te storend voor hem om te erkennen,
omdat het zo anders is dan de wereld waarin hij opgroeide, waar het “gezag” voor alles
verantwoordelijk was. De partijprogramma’s die worden ondersteund door “linksen” zijn
een manifestatie van hun eigen waanzinnige angst voor de werkelijkheid en hun weigering
om de wereld te zien zoals het is. Ze zijn zo bang voor onzekerheid dat ze proberen zich
het bestaan in te beelden van een bovenmenselijke entiteit (“regering”), dat op één of
andere manier alle onzekerheden van de werkelijkheid kan overwinnen en een altijd
veilige, altijd voorspelbare wereld kan creëren. En als de mythologische redder niet alleen
faalt om de wereld te repareren, maar alles veel erger maakt (zoals gebeurde met de
collectivistische regimes van de Sovjet-Unie, Cuba, China, en vele anderen), weigert de
“linkse” nog steeds zijn blinde geloof in de alwetende, almachtige god genaamd “regering”
te laten vallen.
Een eenvoudige vergelijking doet alle “linkse” politieke theorieën instorten. Als honderd
mensen schipbreuk lijden op een eiland, hoe inhoudsloos zou het dan zijn om te zeggen
dat iedereen daar “recht” heeft op eten, of op gezondheidszorg, of op een baan, of op een
“leefbaar loon”? Als, bijvoorbeeld, iemand “recht” heeft op huisvesting, en huisvesting
komt alleen van de kennis, vaardigheden en inspanningen van andere mensen, betekent dit
dat die ene persoon het recht heeft om een andere persoon te dwingen om een huis voor
hem te bouwen. Dit is precies wat er in een groter verband gebeurt, wanneer “linksen”
bepleiten dat sommige mensen met geweld beroofd worden via de “belasting” om te
voorzien in “behoeften” van anderen. Het idee dat mensen op grond van hun loutere
bestaan recht hebben op allerlei dingen – dingen die alleen ontstaan als gevolg van
menselijke kennis en inspanning – is waanzinnig. Het logische gevolg van dit zogenaamd
liefdevolle en barmhartige oogpunt is geweld en slavernij, want als “behoefte” iemand het
recht geeft op iets, moet datgene eerst met geweld worden afgenomen van iedereen die het
heeft of het kan produceren, als hij het niet vrijwillig zal leveren.
Het feit dat een dergelijke kortzichtige, dierlijke houding (“collectivisme”) wordt
neergezet als een progressieve medelevende filosofie verandert niets aan het feit dat het in
werkelijkheid niet te onderscheiden is van de “filosofie” van ratten en kakkerlakken:
ongeacht wie iets produceerde, als iemand anders het wil (of beweert het “nodig te
hebben”), moet hij het met geweld nemen. (Het Communistisch Manifest spreekt hierover
als “van ieder naar zijn vermogen, aan ieder naar zijn behoefte”.) Natuurlijk, is er een
fundamenteel verschil tussen suggereren dat mensen die iets over hebben, vrijwillig de
minder bedeelden zouden moeten helpen, en het bepleiten dat er geweld moet worden
gebruikt om dingen “eerlijk” te maken. “Regerings” regelingen gaan nooit over het vragen
aan mensen om elkaar te helpen; ze gaan altijd over het gebruik van bedreiging en agressie
om mensen te dwingen om bepaalde dingen te doen en zich te gedragen op een bepaalde
manier. Maar de mythe van “gezag” staat “linksen” toe te pleiten voor grootschalig,
voortdurend geweld en intimidatie, terwijl ze zich ondertussen verbeelden zorgzaam en
medelevend te zijn. Wat politiek “linksen” in feite willen, is een alwetende, almachtige
107
“mama” om mensen te dwingen om te delen en leuk te spelen, en ze negeren het feit dat
zoiets niet bestaat, en dat zoiets inbeelden alleen bijdraagt aan geweld, lijden en ellende
voor de samenleving.
“Rechtse” lafheid
Net zoals politiek “linksen” willen dat een gigantische mama-staat iedereen beschermt en
voor iedereen zorgt, willen politiek “rechtsen” een gigantische papa-staat om hetzelfde te
doen. De resultaten verschillen enigszins, maar het achterliggende waanidee is hetzelfde:
het verlangen naar een almachtig “gezag” om de mensheid te beschermen tegen de
realiteit, het “rechtse” waanidee richt zich minder op moederlijke vertroeteling en het bij
de hand nemen, maar richt zich meer op vaderlijke bescherming en discipline. “Rechtsen”
willen een “regering” gebruiken om een grote, krachtige beschermende machine te
creëren, en om stevig de moraal op te leggen aan de bevolking, waarvan zij zich inbeelden
dat dit nodig is voor het overleven van de mensheid. Hun ontkenning van de werkelijkheid
is net zo sterk als die van de “linksen”. Ook de eilandvergelijking demonstreert het punt
goed. Als honderd mensen schipbreuk lijden op een eiland, wie kan zich dan voorstellen
dat het dwingen van de meerderheid een “beschermer” te dienen en te gehoorzamen, nodig
of nuttig zou zijn? En wie kan zich voorstellen dat het met geweld opleggen van de moraal
van één of twee van hen op de rest, een dergelijke groep deugdzamer zou maken?
Een “rechtse” papavorm van “regering” is het equivalent van een strenge vader, die
optreedt als beschermer van de familie tegen krachten van buitenaf (het equivalent van een
“regerings” leger), en de beschermer van elk lid van de familie tegen anderen in de familie
(het equivalent van binnenlandse “rechtshandhaving”), en degene die “ongewensten” uit de
buurt van de familie houdt (het equivalent van de immigratie “wetten”), alsmede de
handhaver van de moraal, die familieleden die ongehoorzaam zijn aan de regels straft. Dit
laatste komt overeen met “wetten” tegen pornografie, prostitutie, gokken, drugsgebruik, en
andere gewoonten en gedragingen die, hoewel zij geen geweld of bedrog vormen tegen
wie dan ook, door velen wordt geacht destructief te zijn – fysiek, moreel of geestelijk –
voor diegenen die zich ermee inlaten.
Maar proberen om de moraal onder dwang op te leggen is schadelijker dan het gedrag zelf.
Afgezien van het feit dat niemand het recht heeft om met geweld geweldloze keuzes van
een ander te beheersen, is het ook vreselijk gevaarlijk om het precedent te scheppen, dat
het goed is om geweld te gebruiken om onbetamelijk of onaangenaam gedrag uit te
bannen. Zodra zo’n uitgangspunt in principe aanvaard wordt, zal de hele menselijke
samenleving een voortdurende oorlog van iedereen tegen iedereen zijn. Er zal nooit een
tijd zijn waarin iedereen dezelfde waarden en standpunten deelt. Vrede en vrijheid kunnen
niet bestaan als ieder verschil van mening, en ieder verschil in levensstijl of gedrag, leidt
tot gewelddadige conflicten via “regerings” dwang. Beschaving, een toestand van vreed–
zaam samenleven, komt niet doordat iedereen hetzelfde gelooft, maar doordat mensen
overeenkomen af te zien van het initiëren van geweld, zelfs tegen mensen die niet dezelfde
dingen geloven. “Rechts” staatisme garandeert, net zo goed als de “linkse” versie,
voortdurende strijd en conflict, omdat het ernaar streeft de vrije wil en het individuele
108
oordeel, te overschrijven met de zogenaamde moraal van een heersende klasse, wier eerste
principe gedwongen overeenstemming en eenvormigheid is. Natuurlijk kan geweld geen
deugd creëren ook al creëert het soms gehoorzaamheid, zodat alle pogingen van “gezag”
om mensen te dwingen moreel en deugdzaam te worden, gedoemd zijn te mislukken, en
het uiteindelijk niets anders oplevert dan de toename van geweld en conflicten in de
samenleving.
Echte tolerantie
Het geloof in “gezag” is zo sterk dat veel mensen het afkeuren van iets automatisch
associëren met willen dat de “regering” het “illegaal” maakt. In hun privé-leven, zouden de
meeste mensen zelfs in hun wildste dromen nooit overgaan tot geweld tegen iedereen die
ze tegenkomen die een onaangename gewoonte of levensstijl heeft. Bijna iedereen
tolereert, op een regelmatige basis, keuzes en gedrag van anderen dat hij niet goedkeurt.
Natuurlijk, iets “tolereren” betekent alleen maar iets toelaten om te bestaan (d.w.z. niet
proberen het met geweld uit te bannen); het betekent niet het goedpraten of goedkeuren
ervan. Echte tolerantie is wat mensen met verschillende standpunten en overtuigingen
vreedzaam naast elkaar laat bestaan.
Ironisch genoeg wordt de term “tolerantie” door staatisten vaak gebruikt als een excuus om
intolerantie te begaan. Bijvoorbeeld, als een werkgever ervoor kiest om geen zaken te
doen met iemand op basis van iemands ras, religie, seksuele geaardheid, of een ander
algemeen kenmerk, noemen sommigen dat “intolerantie” (wat het niet is). En dan willen ze
dat de “regering” gebruikt maakt van de macht van de “wet” om de werkgever te dwingen
wie dan ook aan te nemen die de “regering” goeddunkt. En dat is intolerantie, omdat het
neerkomt op weigeren iemand zijn eigen keuzes te laten maken, met wie hij zich wil
associëren en met wie hij wil handelen.
Dit is slechts één van de vele voorbeelden van hoe het geloof in “gezag” de verschillen
verergert, en geweld introduceert waar het anders niet zou plaatsvinden. Er zijn
verschillende geweldloze manieren waarop mensen het gedrag dat zij afkeuren kunnen
ontmoedigen. Neem het voorbeeld van een ondernemer die weigert om zwarten aan te
nemen (wat misschien weerzinwekkend is, maar het is niet een daad van agressie).
Degenen die een dergelijk beleid aanstootgevend vonden, kunnen zijn bedrijf boycotten,
of zich uitspreken tegen zijn werkwijzen of overtuigingen. In plaats daarvan, is voor
staatisten de gebruikelijke reactie op zo’n situatie, een verzoekschrift in te dienen bij het
“gezag” om zogenaamd eerlijke en verlichte keuzes op te dringen aan iedereen.
Hetzelfde geldt voor vele andere maatschappelijke problemen. De strijd over de vraag of
het homohuwelijk “legaal” moet worden erkend of “verboden” is niets anders dan een
wedstrijd in onverdraagzaamheid van beide kanten. Het is niet gerechtvaardigd om met
geweld te voorkomen dat twee mannen zeggen dat ze getrouwd zijn, noch is het
gerechtvaardigd om iemand anders te dwingen om een dergelijke relatie als “huwelijk” te
erkennen. Het idee dat iedereen hetzelfde moet denken over wat een huwelijk (of iets
anders) vormt, is een symptoom van conformiteitfascisme. Op dezelfde manier trachten
109
“onzedelijkheidswetten” onder dwang te beperken wat mensen kunnen lezen of bekijken,
en “opiumwetten”, evenals veel van wat de voedsel en waren autoriteit doet, zijn pogingen
om met geweld te beperken welke stoffen mensen kunnen innemen. “Minimumloon–
wetten” proberen met geweld te controleren wat twee mensen mogen afspreken.
“antidiscriminatiewetten” proberen mensen te dwingen tot het maken van deals en
associaties die ze niet willen maken. “Invaliditeitswetten” zijn pogingen om geweld te
gebruiken, in de naam van “eerlijkheid”, om te regelen welke diensten mensen kunnen
bieden, zoals het sluiten van een bedrijf als de eigenaar zich niet kan veroorloven om een
rolstoeloprit of een mindervaliden toilet te installeren.
Al zulke “wetten”, en al zulke daden van “gezag” en “regering”, zijn daden van agressie,
exact het tegenovergestelde van tolerantie. Het is absurd om te proberen mensen te
dwingen aardig, eerlijk, of meelevend te zijn, niet alleen omdat agressie van nature
verkeerd is, maar ook omdat er nooit slechts één idee is van wat aardig, eerlijk en
medelevend zijn inhoudt. Dat miljoenen mensen constant vechten om het zwaard van het
“gezag”, elk in de hoop om met geweld zijn visie op “goedheid” op te leggen aan iedereen,
is de directe oorzaak van het grootste deel van het geweld en de onderdrukking in de
geschiedenis geweest. Hoewel het misschien tegen de intuïtie lijkt in te gaan, is dit feit
historisch onbetwistbaar: het merendeel van het kwaad begaan door de geschiedenis heen
is afkomstig van pogingen om “gezag” te gebruiken om goede dingen te bereiken.
De grondwet van de Sovjet-Unie, bijvoorbeeld, beschreef een “gezag” dat iedereen gelijk
zou behandelen, ongeacht ras, religie, beroep of geslacht, en de individuele rechten van
alle burgers in hun economische, politieke en sociale leven in stand zou houden. De
“rechten” in de Sovjet grondwet opgesomd bevatten ook de vrijheid van meningsuiting,
vrijheid van godsdienst, het recht op werk, het recht op rust en vrije tijd, het recht op
huisvesting. het recht op onderwijs, het recht op gezondheidszorg, en het recht van de
burgers om te worden verzorgd op hun oude dag, onder andere. Het werkelijke gevolg van
dit nobel klinkende experiment was echter voortdurende, gewelddadige onderdrukking,
lastigvallen, intimidatie, economische slavernij, gedwongen onderdrukking van gedachten
en meningen, grootschalige armoede, en moord op tientallen miljoenen mensen, velen via
opzettelijk georkestreerde hongerdood. De grondwet van de Volksrepubliek China is zeer
vergelijkbaar met die van de Sovjet-Unie, en de resultaten waren dat ook: grootschalige
gewelddadige onderdrukking en tirannie, en ook massamoord. (Vooral de poging van de
Chinese “regering” om de dwang van de staat te gebruiken om de bevolkingsgroei te
beperken heeft tot verschrikkelijke en betreurenswaardige resultaten geleid.)
Tirannen hebben altijd gepredikt de nobelste intenties te hebben voor wat ze doen. Maar
zelfs die goede bedoelingen, wanneer het geloof in “gezag” erbij komt, leiden altijd tot
immoreel geweld, soms tot een bijna onbevattelijk niveau. Zelfs zonder alle historische
voorbeelden, moet het duidelijk zijn dat proberen medeleven, eerlijkheid, liefde, deugd,
samenwerking en broederschap te bereiken door middel van autoritaire agressie en geweld
krankzinnig is, en dat een “regering”, van nature, als instrument van dwangmatige
overheersing nooit kan, en nooit zal leiden tot gerechtigheid, vrede en harmonie.
110
Het is ook het vermelden waard dat de politiek linkse en rechtse allebei verliefd zijn op het
concept van “gelijkheid”, de politiek rechtse is voor “gelijkheid onder de wet”, en de
linkse is voor “gelijke behandeling”. Maar geen van beiden wil eigenlijk echte gelijkheid,
omdat ze beide de heersende klasse uitzonderen van die “gelijkheid”. Echte gelijkheid sluit
het bestaan van alle “regering” uit, omdat een heerser en een onderdaan natuurlijk nooit
gelijken kunnen zijn. Wat staatisten eigenlijk willen is gelijkheid onder de slaven, maar
enorme ongelijkheid tussen de slaven en de meesters. Dit laat opnieuw zien dat ze
“regering” zien als bovenmenselijk, want het komt nooit bij hen op, als ze “gelijkheid voor
iedereen” voorstellen, dat die gelijkheid ook de politici en de politie zou insluiten.
Groot of klein, links of rechts, de staat is slecht
Alle personen die voorstander zijn van een “regering” in welke vorm dan ook, – links,
rechts, gematigd, onafhankelijk, communistisch, fascistisch, religieus, of een andere
smaak – gelooft dat vertegenwoordigers van de “regering” op grote schaal daden moeten
begaan die, indien ze zouden worden begaan door een ander, algemeen zou worden erkend
als onrechtvaardig en immoreel. Alle staatisten geloven dat de mensen die voor “regering”
werken, een vrijstelling hebben van de fundamentele menselijke moraal, en niet alleen
dingen mogen doen waartoe anderen geen recht toe hebben, maar zulke dingen zullen en
moeten doen, voor het (veronderstelde) belang van de samenleving. Het soort en de mate
van agressie varieert, maar alle staatisten zijn voorstander van agressie.
In de mythologie van staatisten, zijn politiek “links” en “rechts” tegenpolen. In werke–
lijkheid, zijn het twee kanten van dezelfde medaille, het verschil zit alleen in wat de
verschillende kiezers hopen dat de machthebbers zullen doen met die macht. Maar in de
praktijk, houden “linkse” en “rechtse” politici zich allemaal bezig met herverdeling van
geld, oorlogszucht, gecentraliseerde controle van de handel, en tal van dwingende
beperkingen op het gedrag van hun onderdanen. Als “rechtse” en “linkse” regeringen
volledige macht benaderen, zijn ze absoluut niet meer van elkaar te onderscheiden. Hitlers
zogenaamd “extreem rechtse” regime, en Stalins zogenaamd “extreem linkse” regime,
waren vrijwel identiek. Wat het oorspronkelijke afgekondigde doel van die beide ook was,
het eindresultaat was totale macht en controle voor de politici, en volledige hulpeloosheid
en slavernij van alle anderen.
Het mogen kiezen tussen de verschillende politieke partijen geeft de mensen precies
evenveel macht en vrijheid als kiezen tussen de dood door opknoping of executie door een
vuurpeloton. En het toevoegen van een derde partij voegt alleen de optie dood door
elektrocutie toe. Zolang de mensen alleen maar kibbelen over welke bende iedereen tot
slaaf moet maken (“democratie”), zullen de mensen in slavernij blijven.
Ironisch genoeg, klagen staatisten van allerlei pluimage over de invloed die “lobbyisten”
en “speciale belangengroepen” hebben op politici, en negeren het feit dat elke kiezer een
speciaal belang is, en elke campagnemedewerker een lobbyist is. Zodra mensen de
veronderstelling geaccepteerd hebben dat de “regering” het recht heeft om onder dwang de
samenleving op microniveau te regelen, is het onvermijdelijk dat er voortdurende
111
competitie tussen groepen zal zijn, die allemaal geld en gunsten aan politici geven om hun
zin te krijgen. Het is dom om eerst voorstander te zijn van autoritair bestuur (“regering”)
en dan te klagen over het onvermijdelijke effect van autoritair bestuur: mensen die
proberen om invloed te kopen. Politici kunnen alleen worden gekocht omdat ze de macht
hebben om te verkopen, en zij hebben alleen maar de mogelijkheid om te verkopen omdat
de mensen in “regering” geloven. Staatsmacht zal altijd worden gebruikt om de agenda
van één persoon te dienen ten koste van een ander (hoe kan dwang anders worden
gebruikt?), wat het probleem van “corruptie bij de regering” irrelevant maakt. Elke staatist
wil dat de “regering” met geweld zijn wil aan anderen oplegt, maar noemt het “corruptie”
als de agenda van iemand anders wint, de hypocrisie is verbazingwekkend.
Zo ook rechtse geleerden, die in radio-interviews en elders, schijnheilig linkse politici
afbranden voor het bepleiten van gedwongen herverdeling van rijkdom, terwijl de
geleerden precies hetzelfde doen voor iets andere doeleinden. Kritiek leveren op bijstand
en ondertussen voorstander zijn van zakelijke subsidies, of het bekritiseren van
wetsvoorstellen voor “eerlijkheid”, maar ondertussen voorstander zijn van de “oorlog
tegen drugs”, of het bekritiseren van linkse plannen om de industrie te nationaliseren,
terwijl hij zelf voorstander is van een gigantisch, onder dwang gefinancierd “regerings”
leger toont een volledige afwezigheid van filosofische principes. Op hetzelfde moment, is
het net zo hypocriet van linksen om heel rechtschapen rechtse oorlogszucht te veroordelen
en ondertussen een reusachtige, opdringerige, venijnige afpersing zwendel (“belasting”) te
steunen, of om te klagen over de “intolerantie” van de rechtse, en ondertussen allerlei
autoritaire gedragscontroles te bepleiten. In werkelijkheid is er geen echt verschil tussen
de filosofische principes van de ene staatist en de andere, omdat ze beiden instemmen met
de vooronderstelling dat een heersende klasse, met het recht om de bevolking te beheersen
en te beroven, noodzakelijk en legitiem is. Het enige argument daarna is niet één van
principe, maar gewoon een debat over de vraag hoe de buit verdeeld moet worden en
welke keuzes de arbeiders moeten worden opgedrongen. Er is niet zoiets als een tolerante
linkse of een tolerante rechtse omdat niet één van hen tolereert dat mensen hun eigen geld
besteden en hun eigen leven beheren.
Het is waar dat de mate van het kwaad en de soorten immorele agressie die bepleit worden
variëren op basis van de verschillende stijlen van staatisme. Voorstanders van de grondwet
bepleiten bijvoorbeeld relatief lage niveaus van diefstal en afpersing (“belastingen”) en
willen dat alleen bepaalde, beperkte activiteiten en gedragingen moeten worden geregeld
door middel van dreiging en dwang (“regulering”). Maar elke macht die elke grondwet
pretendeert te verlenen aan een wetgever is macht die niet in het bezit is van gewone
stervelingen. Wie zou de moeite nemen om een regel in een grondwet te schrijven die
pretendeert om aan bepaalde mensen een recht te verlenen, terwijl alle anderen dat al
bezitten? Al zulke “verlening van macht”, elk document dat beweert “regering” te creëren
of enige “wetgever” te bekrachtigen om iets te doen, zijn pogingen om een vergunning uit
te geven om kwaad te plegen. Echter, zoals overduidelijk voor zichzelf zou moeten
spreken, geen mens of groep van mensen – ongeacht welke documenten ze creëren of
welke rituelen ze uitvoeren – kan aan iemand anders morele toestemming verlenen om
kwaad te plegen. En het stellen van vermeende “grenzen” aan een dergelijke toestemming
112
maakt het niet meer zuiver of legitiem. Kortom, bepleiten van “regering” is altijd bepleiten
van het kwaad.
Linksen en rechtsen houden beiden vol dat iemand “de leiding” moet hebben, want dat is
de realiteit waar ze in opgegroeid zijn: het enige wat van hen verlangd werd was dat ze
gehoorzaam zijn aan het “gezag”, door die training, hebben ze weinig of geen idee wat te
doen als ze aan hun lot worden overgelaten, als er niemand is om hen te vertellen wat te
doen. Dus weigeren ze op te groeien, en proberen een bovenmenselijke “gezag” in bestaan
te hallucineren. Paradoxaal genoeg, aangezien er geen aardse soort boven de mens is,
willen zij deze bovenmenselijke entiteit fabriceren uit niets anders dan mensen, en
proberen dan om er bovenmenselijke kwaliteiten, rechten en deugden aan te geven.
Het hele concept is een waanvoorstelling, maar het wordt gedeeld door de overgrote
meerderheid van de mensen over de hele wereld, die weigeren het feit te accepteren dat er
geen kortere weg is naar het vaststellen van goed en kwaad, dat er geen magische truc
bestaat die waarheid en rechtvaardigheid automatisch zal laten prevaleren, dat er geen
“systeem” bestaat dat de veiligheid of eerlijkheid kan garanderen, en dat de dagelijkse
sterfelijke mensen, met al hun gebreken en tekortkomingen, de beste en de enige hoop zijn
voor de beschaving. Er is geen tandenfee, of sinterklaas, of magische entiteit genaamd
“regering”, die een immorele soort zich moreel kan laten gedragen, of een groep van
onvolmaakte mensen perfect kan laten functioneren. En het geloof in een dergelijke
entiteit, meer dan alleen maar zinloos en ineffectief, verhoogt drastisch de algemene
domheid, conflicten, onrecht, intolerantie, geweld, onderdrukking en moord in de
menselijke samenleving. Toch, de meeste van hen, geïndoctrineerd in de verering van de
“regering”, houden liever vast aan hun vertrouwde, verschrikkelijk destructieve, gruwelijk
slechte, diep antimenselijke bijgeloof dan volwassen te worden en het feit te accepteren
dat er niemand boven hen is. En dat er geen reuze papa of mama is om alles goed te
maken, dat ze zelf aan het roer staan, en dat elk van hen zelf verantwoordelijk is om te
bepalen wat hij moet doen en dat vervolgens doen. Helaas, ze lijden liever in de hel van
eeuwigdurende oorlog en totale onderwerping dan dat ze de onzekerheid en de verant–
woordelijkheid onder ogen zien die komt met de vrijheid.
Het geloof in “gezag” ontkracht, en heeft voorrang op bijna alle positieve effecten van
religieuze en morele overtuigingen. Wat de meeste mensen hun “religie” noemen is een
lege huls, en wat de meeste mensen uitkramen als hun morele deugd is irrelevant, zolang
ze in de mythe van “gezag” geloven. Christenen, bijvoorbeeld, wordt dingen geleerd als
“Als iemand je slaat, keer hem de andere wang toe”, en “heb je naaste lief” (en zelfs “heb
je vijanden lief”) en “behandel anderen zoals je wilt dat ze jou behandelen”. Maar elke
zogenaamde christen die in de “regering” gelooft laat deze principes voortdurend varen, en
bepleit voortdurende agressie tegen iedereen – vriend en vijand, buurman en onbekende –
via de cultus van “regering”. Om een show op te zetten als zijnde vroom, religieus,
meelevend, liefdevol en deugdzaam en ondertussen te “stemmen” voor een “regerings”
bende, die belooft geweld te gebruiken om het handelen van iedereen die je kent te
beheersen is het toppunt van hypocrisie. Zich onthouden van persoonlijk beroven van de
naaste, en ondertussen voorstander te zijn dat iemand anders het doet, is zowel laf als
113
hypocriet. Maar bijna elke christen (en elk lid van elke andere religie) doet zulke dingen
doorlopend, door middel van “politieke” ondersteuning.
Zoals eerder genoemd, is het geloof in “regering” een puur religieus geloof. Als zodanig,
zijn verreweg de meeste mensen die het label “atheïst” dragen niet echt atheïsten, omdat
zij in de god genaamd “regering” geloven. Natuurlijk herkennen ze het niet als een
religieuze overtuiging, maar hun geloof in die etherische, bovenmenselijke redder van de
mensheid (“gezag”) is net zo diep en net zo op geloof gebaseerd als elke andere religieuze
overtuiging. Ironisch genoeg, wijzen atheïsten vaak snel naar de gruweldaden die in de
geschiedenis begaan zijn in de naam van religie, maar ze verzuimen de gruwelijke
resultaten van de god waarvoor zij buigen op te merken: de “regering”. Atheïsten zijn
absoluut correct om erop te wijzen dat toen kerken het geaccepteerde “gezag” waren – de
organisaties verondersteld het recht te hebben om anderen met geweld te regeren – velen
van hen op grote schaal, gruwelijke daden, terrorisme, marteling en moord pleegden. Maar
wat de meeste moderne atheïsten zich niet realiseren, ondanks duidelijke bewijzen die
recht voor hun neus liggen, is dat zij lid zijn van de meest destructieve kerk in de
geschiedenis, de kerk van de “regering”, die erin geslaagd is om gruweldaden, dood en
verderf aan te richten op niveau dat veel verder gaat dan wat zelfs de meest wrede kerken
in het verleden deden. Bijvoorbeeld, in de tijdsspanne van tweehonderd jaar, werden rond
één of twee miljoen mensen gedood in de godsdienstoorlogen die bekend staat als “de
kruistochten”, ter vergelijk, in de helft van die tijdsduur in de twintigste eeuw, werden
meer dan honderd keer zoveel mensen gedood door “progressief beleid” van collectivist–
ische “regeringen”. Vooruitgang in de technologie zal ongetwijfeld een grote rol gespeeld
hebben in de toename van het aantal doden, maar het punt is, of het masker van “gezag” nu
gedragen wordt door een kerk of een staat, het bijgeloof is verschrikkelijk gevaarlijk, en
het resultaat verschrikkelijk destructief. Het feit dat er zoveel atheïsten één vorm van
bijgeloof hartstochtelijk veroordelen, en ondertussen heftig voorstander zijn van een
andere vorm, toont een verbazingwekkende mate van selectieve blindheid, vaak zijn
degenen die het meest kritisch zijn over de onderdrukking door “religie”, een deel van de
meest vrome “ware gelovigen” van de god genaamd “regering”.
Nogmaals, in de ogen van hen die in de “regering” geloven, is er een wereld van verschil
tussen aanvaardbaar individueel gedrag en aanvaardbaar “regerings” gedrag. Wanneer een
individu iets steelt, wordt het gezien als een immorele misdaad; wanneer degenen in de
“regering” miljarden per jaar stelen, wordt het als acceptabel gezien. Als de gemiddelde
persoon zijn eigen geld drukt, en uitgeeft, wordt dat gezien als fraude en valsemunterij –
een immorele daad verwant aan diefstal. Wanneer de “regering” aan een particuliere bank
“legale” toestemming geeft om hetzelfde te doen, maar met biljoenen fiatgeld, uit het niets
gecreëerd papiergeld, wordt dat gezien als acceptabel, zelfs nuttig en nodig. Terwijl
verschillende “overheden” hebben verklaard dat het de gewone man niet is “toegestaan”
om vuurwapens te bezitten, mogen de “regerings” huurlingen geweren, bommen, tanks,
straaljagers, raketten en zelfs kernwapens hebben.
Ironisch genoeg, worden zulke wapens – met uitzondering van kernwapens – routinematig
in de handen gestopt van dezelfde mensen, die voordat zij huurlingen voor de staat
werden, verboden werd om wapens te bezitten. Met andere woorden, als die mensen hun
114
eigen oordeel gebruiken, verklaren politici dat ze te onbetrouwbaar zijn en te veel een
gevaar voor de samenleving, om te worden vertrouwd met een vijfshots revolver. Maar
wanneer diezelfde mensen blindelings orders opvolgen, en de commandostructuur
gehoorzamen, verklaren diezelfde politici dat ze kunnen worden vertrouwd met geweren,
sluipschuttersgeweren, granaten, geplaatste machinegeweren, tanks, gevechtsvliegtuigen,
bommenwerpers, zware artillerie, en talloze andere instrumenten van grootschalige
vernietiging.
Naast de grote kloof tussen wat de massa waarneemt als aanvaardbaar individueel gedrag
en aanvaardbaar “regerings” gedrag, lijkt het publieke gevoel wanneer de “regering” te ver
is gegaan bijna willekeurig. De normen waarop de gemiddelde mensen worden beoordeeld
zijn eenvoudig en constant: als ze stelen, bedriegen, mishandelen of moorden, is dat slecht.
Maar de maatstaf van goed en kwaad voor de “regering” lijkt grotendeels willekeurig. Het
is nu bijvoorbeeld algemeen aanvaard dat het “verbod” op alcohol niet gerechtvaardigd
zou zijn, maar het “verbieden” van het telen van cannabis – en het gebruik van
grootschalig, voortdurend geweld om dat verbod af te dwingen – is legitiem. Als een nog
meer bizarre tegenstrijdigheid, zouden de meeste mensen terecht beledigd zijn als de
“regering” probeerde iedereen te dwingen tot het oprapen van zwerfvuil in zijn eigen
buurt, maar de meesten accepteren het als legitiem wanneer de “regering”, via de militaire
“dienstplicht”, mensen dwingt mee te gaan naar een ander land om ofwel mensen te doden
of gedood te worden. Bizar, dit uiterst gruwelijke voorbeeld van dwangarbeid – het
dwingen van mensen om de halve wereld rond te gaan om wildvreemden te vermoorden –
werd zelfs door een “regering” gepleegd wiens eigen regels “onvrijwillige dienstbaarheid”
verbiedt (het dertiende amendement).
Het is duidelijk dat de grenzen van wat de “regering” toegestaan is om te doen, wat het
grote publiek betreft, niet gebaseerd zijn op welk principe dan ook. Eén reden waarom de
mensen, over de hele wereld en in de hele geschiedenis, zo traag zijn om tirannie te
weerstaan, is dat, zolang de groei van tirannie langzaam en gestaag is, de tirannen nooit
gezien worden “een grens te overschrijden”. Dit is omdat, zonder enige onderliggende
principes om goed en kwaad aan af te meten, er geen lijn kan zijn om over te steken. Het
geloof in “gezag” is volledig onverenigbaar met morele principes, juist omdat de essentie
van het geloof, het idee is dat degenen in “gezag” niet door dezelfde gedragsregels als hun
onderdanen gebonden worden. Logisch gezien, hoe kunnen onderdanen zich ooit
gerechtvaardigd voelen in het dicteren van gedragsnormen aan hun meesters? En als
“belasting” (gedwongen inbeslagname van welvaart) stijgt van 62% naar 63%, hoe kan een
staatist principieel verklaren dat enige lijn werd overschreden, of dat de “regering” zijn
grenzen heeft overschreden? Er kan geen principieel bezwaar tegen beroving zijn, tenzij
het een bezwaar is tegen elk niveau van beroving, zelfs als het “legaal” is. Als in principe
1% gedwongen inbeslagname van de welvaart door de “regering” legitiem is, dan is 99%
dat dus ook. Ofwel de heersers bezitten de mensen, en hebben het recht om zo veel te
nemen als ze willen, of de mensen bezitten zichzelf, en de heersers hebben niet het recht
om met geweld iets van hen te nemen. Er kan geen principe zijn ergens daar tussenin. Hoe
zou dat er kunnen zijn? Welke mogelijke rationele basis zou er kunnen zijn om te geloven
dat 46% slavernij goed is, maar dat 47% slavernij slecht is? Hoe er kan ergens tussen 0%
en 100% enige principiële lijn zijn?
115
Wanneer het geweld van de “regering” te grootschalig, te willekeurig en te wreed wordt,
beginnen staatisten heel langzaam te twijfelen. Maar er is geen echte principiële leidraad
voor hoe zij oordelen over de rechtvaardigheid van de daden van de heersende klasse, als
eenmaal is aanvaard dat een groep mensen het natuurlijke recht heeft om daden van
agressie tegen anderen te begaan, is er geen objectieve norm voor het beperken van een
dergelijk recht. Als de “regering” mensen kan verplichten een “rijbewijs” te hebben om
naar de buurtwinkel te rijden waarom kan het mensen dan niet verplichten een
“vergunning” te hebben om over straat te lopen? Als het legitiem is voor “wetgevers” om
te eisen dat particuliere vuurwapens worden geregistreerd en gereguleerd, waarom is het
dan niet ook legitiem voor hen om te eisen dat alle vormen van meningsuiting en expressie
worden geregistreerd en gereguleerd? Als het goed is voor politici om een “regerings”
monopolie op het bezorgen van brieven af te dwingen (US Postal Service), waarom is het
dan niet goed voor hen om een “regerings” monopolie op telefoondiensten af te dwingen?
De reden dat de “regering” altijd een hellend vlak is, dat constant wegdrijft van de vrijheid
in de richting van totalitarisme, is dat zodra iemand het uitgangspunt van een heersende
klasse accepteert, er geen enkele objectieve basis meer is voor het toepassen van eventuele
beperkingen op de bevoegdheden van die heersende klasse. Er kan geen rationele morele
standaard zijn om te zeggen dat een bepaalde persoon het recht heeft om daden van
agressie te plegen – diefstal, intimidatie, mishandeling en onderdrukking – maar dat hij
dergelijke daden slechts tot op zekere hoogte kan plegen, of alleen als het “nodig” is. Om
als slaven toe te geven dat zij het rechtmatig eigendom van iemand anders zijn, en dan
beweren dat er grenzen zijn aan wat hun eigenaars met hen mogen doen, is een logische
tegenstrijdigheid. Om als een onderdaan enige meester te accepteren (inclusief de
zogenaamde “regering”), en zich dan in te beelden dat hij – de onderdaan – zal beslissen
over de omvang van de macht van de meester, gaat tegen alle logica en realiteit in. Toch is
dat wat alle gelovigen in “representatieve regering” proberen te doen.
Kortom, wie in “gezag” geloven, hebben op het meest fundamentele niveau, aanvaard dat
ze eigendom zijn van iemand anders: de mensen die beweren “gezag” te zijn. Na dat idee
aanvaard te hebben, gaan ze verder hun meesters om gunsten te bedelen. Door dat te doen,
versterken ze echter voortdurend het idee dat het uiteindelijk aan de meesters is wat er met
de onderdanen zal worden gedaan. De enige constante boodschap die weergalmt in het
hele “politiek proces” is dit: “Hier zijn de dingen die wij, de mensen, vragen dat u, de
heersers, ons toestaat te doen”. De impliciete boodschap die ten grondslag ligt aan alle
politieke actie is dat de enige macht die mensen hebben, is de macht om te zeuren en
smeken, en dat het uiteindelijk altijd aan de meesters is wat er zal gebeuren. Aandringen
op een wijziging in de “wet” is accepteren dat de “wet” legitiem is.
In contrast, als een gewapende automobilist overvallen werd door een autodief met een
mes, zou de automobilist geen behoefte voelen om de agressor te vragen, om hem te
smeken toestemming te geven dat hij zijn eigen auto mag houden. Als de automobilist de
middelen had om de aanvaller met geweld af te weren, zou hij het volste recht hebben om
dat te doen. Ergens om vragen is accepteren dat de beslissing bij de ander ligt. Aan
degenen in de “regering” vragen om een beetje meer vrijheid, is toegeven dat het is aan
hen is of de mensen wel of niet vrij kunnen zijn. Met andere woorden, vragen om vrijheid
116
is toegeven niet vrij te zijn, maar om iemands onderwerping aan een ander te accepteren.
Bedenk hoe tegenstrijdig het voor iemand is om te beweren een “onvervreemdbaar recht”
te hebben om iets te doen, en dan toch aan de politici te vragen om hun wettelijke
toestemming te geven om dat te doen. Het geloof in “gezag” leidt uiteindelijk zelfs
degenen die denken dat ze vurige voorstander van vrijheid zijn, ertoe om hun eigen
onderwerping te vergoelijken. Het maakt niet uit hoe hard ze “eisen” dat politici een “wet”
moeten veranderen, degenen die beweren vrijheid lief te hebben, terwijl ze nog steeds
lijden aan het bijgeloof in “gezag” versterken alleen maar de legitimiteit van de heersende
klasse die hen regeert, door er impliciet mee in te stemmen dat mensen hun “wetgevende”
toestemming nodig hebben om het recht te krijgen iets te doen.
Het effect van de mythe op vrijheidsstrijders
“Regering” zelf doet geen kwaad, want het is een fictieve entiteit. Maar het geloof in
“regering” – het idee dat sommige mensen daadwerkelijk het morele recht hebben om over
anderen te heersen – heeft onmetelijke pijn en lijden, onrecht en onderdrukking, slavernij
en dood veroorzaakt. Het fundamentele probleem huist niet in bepaalde gebouwen, of in
een groep politici, of in een bende soldaten of handhavers, het fundamentele probleem is
niet een organisatie die kan worden weggestemd, of omvergeworpen, of “hervormd”. Het
fundamentele probleem is het geloof zelf – de waan, het bijgeloof en de mythe van “gezag”
– dat woont in de hoofden van een paar miljard mensen, met inbegrip van degenen die het
meest hebben geleden als gevolg van dat geloof. Ironisch genoeg, heeft het geloof in
“gezag” zelfs een dramatische invloed op de perceptie en de acties van degenen die actief
strijden tegen een bepaald regime. Het bijgeloof verandert, en beperkt drastisch de manier
waarop dissidenten onderdrukking “bestrijden”, en maakt bijna al hun inspanningen
vruchteloos. Bovendien, in het zeldzame geval dat een bepaalde tiran wordt omver–
geworpen, wordt de ene vorm van onderdrukking vrijwel altijd vervangen door een andere
– dikwijls één die nog erger is dan de vorige.
In plaats van te strijden tegen een niet-bestaand beest, is wat “vrijheidsstrijders” moeten
doen, erkennen dat het niet echt is, dat het niet bestaat, dat het niet kan bestaan, en
vervolgens naar dat besef te handelen. Natuurlijk, zolang slechts een paar mensen het
bijgeloof overwinnen, zullen ze waarschijnlijk worden uitgelachen, veroordeeld, aan–
gevallen, opgesloten of vermoord door degenen die nog steeds sterk in de mythe geloven,
maar als zelfs een significante minderheid van de mensen het bijgeloof ontgroeien, en hun
gedrag veranderen zal dienovereenkomstig de wereld drastisch veranderen. Als mensen
daadwerkelijk ware vrijheid willen, zullen ze dat voor elkaar krijgen zonder de noodzaak
van een verkiezing of revolutie.
Het probleem is dat bijna niemand eigenlijk wil dat de mensheid vrij is, en haast niemand
zich principieel verzet tegen onderdrukking. Te weten, de effecten van de mythe van
“gezag” blijven intact, zelfs in de hoofden van de meeste mensen die zichzelf beschouwen
als rebellen, non-conformisten en vrijdenkers. Tijdens hun tienerjaren, gaan veel mensen
door een periode van schijnbare opstandigheid, die voornamelijk bestaat uit het doen van
alles wat degenen in “gezag” hen vertellen niet te doen: zich inlaten met roken, seksuele
117
losbandigheid, drugsgebruik, dragen van rare kleding en kapsels, nemen van tatoeages of
body piercings, enzovoort. Als zodanig, worden hun acties nog steeds beheerst, zij het op
omgekeerde wijze, door de mythe van “gezag”. In plaats van te gehoorzamen omwille van
gehoorzaamheid, zijn ze ongehoorzaam omwille van ongehoorzaamheid, maar ze vertonen
nog steeds geen tekenen voor zichzelf te kunnen denken. Ze gedragen zich als boze
kinderen in plaats van als zelfbewuste kinderen, maar gedragen zich nog steeds niet als
volwassenen. En in de meeste gevallen, duurt hun natuurlijke verlangen om de ketens van
het “gezag” te breken niet lang, ze “ontgroeien” hun antiautoritaire neigingen, en
transformeren geleidelijk terug in “modelburgers”, oftewel gehoorzame onderdanen.
Zo ook, de zogenaamd radicale, antiautoritaire hippies van de jaren zestig, die min of meer
de nieuwe “regering” werden in Amerika onder Bill Clinton. Zelfs de “vredesactivisten”,
die als mantra hadden “leven en laten leven”, kozen tegen de tijd dat ze in de gelegenheid
waren om het nieuwe “gezag” te worden, ervoor om zich met geweld te bemoeien met het
leven van anderen net zoveel of zelfs meer dan hun voorgangers, ondermeer via militaire
verovering. Ook die van “Generation X”, de “MTV-crowd”, enzovoort, hebben altijd hun
best gedaan mensen aan de macht te brengen die met hen eens zijn, in plaats van eraan te
werken daadwerkelijke vrijheid te realiseren. Er is een fundamenteel verschil tussen het
hebben van bezwaren tegen een bepaalde heersende klasse, en het principieel erkennen
van, en verzet tegen de waanzin van “gezag”. Kortom, van alle diverse maatschappelijke
manifestaties van zogenaamde opstandigheid en non-conformisme, is er bijna geen één
feitelijk aan de mythe van “gezag” ontsnapt. Integendeel, ze hebben alleen maar
geprobeerd om een nieuw “gezag” te maken, een nieuwe heersende klasse, een nieuwe
“regering” een nieuwe gecentraliseerde dwangmachine, waardoor zij hun buren met
geweld zouden kunnen onderwerpen en beheersen. Kortom, bijna alle zogenaamde
“rebellen” zijn bedriegers, die doen alsof ze in verzet zijn tegen “de baas”, maar in
werkelijkheid gewoon “de baas” willen zijn.
En dit was te verwachten, als men al begint met de veronderstelling dat er wel “gezag” is
en moet zijn, en dat een “regering” die controle over een populatie uitoefent een legitieme
situatie is, waarom zou iemand dan niet de baas willen zijn? Elke persoon wil, per
definitie, dat de wereld is op de manier waarop hij denkt dat het zou moeten zijn, en op
welke manier kan iemand dat beter bereiken dan door zelf koning te zijn? Als iemand het
idee dat autoritaire macht geldig is heeft geaccepteerd, waarom zou hij dan niet willen dat
het wordt gebruikt om te proberen een wereld te creëren zoals hij het wil? Dit is waarom
de enige mensen die echt principieel voorstander van vrijheid zijn, anarchisten en
voluntaristen zijn – mensen die begrijpen dat het met geweld over anderen heersen niet
rechtvaardig is, zelfs niet wanneer het “wet” genoemd wordt, en zelfs niet wanneer het
wordt gedaan in de naam van “het volk” of “het algemeen belang”. Er is een groot verschil
tussen het streven naar een nieuwe, wijzere, nobelere meester, en het streven naar een
wereld op voet van gelijkwaardigheid, waar er geen meesters en geen slaven zijn. Evenzo
is er een groot verschil tussen een slaaf die in het principe van vrijheid gelooft, en een
slaaf waarvan het uiteindelijke doel is om de nieuwe meester te worden. En dit is zelfs
waar, als die slaaf echt van plan is een vriendelijk en gul meester te zijn. Zelfs degenen die
pleiten voor een relatief beperkte, goedaardige vorm van “regering” pleiten tegen de
vrijheid. Zolang de mensen geloven in de mythe van “gezag”, zal elke ondergang van de
118
ene tiran worden gevolgd door de oprichting en groei van een nieuwe tiran. De
geschiedenis is vol met voorbeelden, zoals Fidel Castro en Guevara, die zichzelf
neerzetten als “vrijheidsstrijders” net lang genoeg om de nieuwe onderdrukkers te worden.
Ze waren ongetwijfeld heel oprecht in hun felle verzet tegen de onderdrukking waar zij en
hun vrienden onder te lijden hadden, maar ze waren niet tegen autoritaire onderdrukking in
principe, zoals duidelijk blijkt uit hun gedrag toen ze zelf de macht kregen. Dit patroon
herhaalt zich keer op keer door de geschiedenis heen, waarin de afkeer van het ene
tirannieke regime het zaad wordt van het volgende tirannieke regime. Zelfs de opkomst
van Hitler was grotendeels te wijten aan de woede over de gevoelde onrechtvaardigheid en
onderdrukking via het Verdrag van Versailles opgelegd aan Duitsland. Natuurlijk zullen
opstandelingen, zolang ze aan het bijgeloof van “gezag” lijden, en ze de ene “regering”
omvergeworpen hebben, als eerste prioriteit een nieuwe “regering” op gaan zetten. Dus
zelfs daden van grote dapperheid en heldhaftigheid, onder hen die nog steeds geloven in
“regering”, hebben weinig meer opgeleverd dan het vervangen van de ene tiran door een
andere. Velen zijn in staat geweest specifieke handelingen van tirannie door bepaalde
regimes te herkennen en hebben zich ertegen verzet, maar zeer weinigen hebben ingezien
dat het onderliggende probleem niet is wie op de troon zit; het probleem is dat er een troon
is om op te zitten.
Hetzelfde falen om het echte probleem te herkennen treedt ook op in meer alledaagse,
relatief vreedzame “hervorming”. In Amerika is bijvoorbeeld een groot deel van de
bevolking prima in staat om het onrecht te zien als gevolg van de “oorlog tegen drugs”,
wereldwijde oorlogszucht, en andere schendingen van burgerrechten gepleegd door
rechtse tirannen. Ze herkennen echter niet het geloof in “gezag” als het echte probleem, de
door hen bedachte oplossing is om de teugels van “regering” dan maar aan linkse tirannen
te geven. Ondertussen is een ander groot deel van de bevolking prima in staat om het
onrecht als gevolg van zware “belastingen”, “regerings” bemoeienis met de industrie,
rijkdom-herverdelingsregelingen, ontwapening van burgers etc. te zien. Maar, ze
herkennen niet het geloof in “gezag” als het echte probleem, degenen die zulke
onrechtvaardigheden herkennen zien als oplossing om de teugels van “regering” terug te
geven aan rechtse tirannen. En dus, decennium na decennium, gaat de machine van
onderdrukking in andere handen over, terwijl de individuele vrijheid, in alle aspecten van
het leven, blijft slinken. En toch, alles dat de meeste Amerikanen nog kunnen overwegen
als een oplossing is nog een andere verkiezing, of een andere politieke partij, of een andere
lobbypoging, hopend dat de heersende klasse deze keer meer wijs of welwillend zal zijn.
Sommigen die de ramp, veroorzaakt door het tweepartijen systeem zien, geven de schuld
voor de negatieve effecten van “de regering” aan “extremisme”. Ze menen dat dingen
alleen zouden verbeteren, als mensen een vorm van dwingende controle ergens tussen
“uiterst links” en “uiterst rechts” in zouden steunen. Zulke mensen beweren dat ze
onafhankelijk, ruimdenkend en gematigd zijn, maar in werkelijkheid zijn ze slechts
algemene voorstanders van onderdrukking in plaats van voorstanders van een bepaalde
smaak van onderdrukking. “Links” en “rechts” zijn slechts twee maskers, die de enige
heersende klasse om beurten draagt, en het maken van een nieuw masker dat een
compromis is tussen de andere twee zal geen enkel effect hebben op de aard van het beest,
of op de verwoesting die het veroorzaakt. Een positie halverwege tussen “linkse” en
119
“rechtse” tirannie innemen resulteert niet in vrijheid; het resulteert in tweeledige tirannie.
Van degenen die links of rechts stemmen – of op iedere andere partij – herkent niemand het
onderliggende probleem, en als gevolg daarvan, komt niemand ooit dichter bij een
oplossing. Ze blijven slaven, omdat hun gedachten en discussies beperkt zijn tot de zinloze
vraag wie de meester moet zijn. Ze overwegen nooit – en durven zich dat ook niet toe te
laten – de optie dat ze helemaal geen meester zouden moeten hebben. Als gevolg daarvan
richten ze zich volledig op allerlei politiek handelen, maar de basis van alle politieke
handelingen is het geloof in “gezag”, wat zelf het probleem is. Dus de inspanningen van
staatisten zijn, en zullen altijd zijn, gedoemd te mislukken.
Helaas geldt dit ook voor de minder gangbare “politieke bewegingen”, die vermoedelijk
meer pro-vrijheid zijn, met inbegrip van Constitutionalisten, de Libertarische partij, en
anderen. Zolang ze denken en handelen binnen de grenzen van het “regerings” spel, zijn
hun inspanningen niet alleen volledig onbekwaam om het probleem op te lossen, maar
verergeren het probleem in feite door onbedoelde legitimering van het systeem van
overheersing en onderwerping, dat het label “regering” draagt.
De regels van het spel
Zelfs de meeste mensen die beweren vrijheid lief te hebben en geloven in
“onvervreemdbare” rechten laten het bijgeloof van “gezag” toe hun effectiviteit drastisch
te beperken. Het meeste van wat deze mensen doen, op de een of andere manier, bestaat
uit tirannen vragen om hun “wetten” te veranderen. Of ze voeren campagne voor of tegen
een bepaalde partij, of ze lobbyen voor of tegen een bepaald stuk van de “wetgeving”, zo
versterken ze alleen maar de veronderstelling dat gehoorzaamheid aan het “gezag” een
morele noodzakelijkheid is.
Wanneer activisten proberen politici te overtuigen om “belastingen” te verlagen of een
“wet” in te trekken, geven die activisten stilzwijgend toe dat ze toestemming van hun
meesters nodig hebben om vrij te zijn. En iemand die “probeert verkozen te worden”, en
belooft voor de mensen te strijden, impliceert ook dat het aan degenen in de “regering” is
om te beslissen wat de arbeiders zal worden toegestaan. Daniel Webster zei: “Er zijn
mannen in alle leeftijden die beloven goed te regeren, maar ze bedoelen te regeren; ze
beloven goede meesters te zijn, maar ze bedoelen meesters te zijn”. Activisten besteden
enorm veel tijd, geld en moeite om hun meesters te bedelen hun bevelen te veranderen.
Velen gaan zelfs zover om te benadrukken dat ze ” binnen het systeem werken “, en dat ze
niets “illegaals” bepleiten. Dit toont aan dat, ongeacht hun ongenoegen over de
machthebbers, ze nog steeds in de mythe van “gezag” geloven en zullen samenwerken met
“legale” onrechtvaardigheid, tenzij en totdat zij de meesters kunnen overtuigen om de
regels te veranderen – rechtvaardigheid te “legaliseren”. Hoewel de bedoelde boodschap
van dissidenten zal zijn dat ze afkeuren waar de meesters mee bezig zijn, is de werkelijke
boodschap die elk politieke optreden afgeeft naar machthebbers “We wensen dat u uw
bevelen verandert, maar we zullen blijven gehoorzamen of u het nu doet of niet”. De
waarheid is, iemand die vrijheid probeert te bereiken door een verzoek aan de macht–
hebbers om het hem te geven, heeft al gefaald, ongeacht de respons. Smeken om de zegen
120
van “gezag”, is accepteren dat de beslissing alleen aan de meester is, wat betekent dat de
persoon, per definitie, al een slaaf is.
Iemand die smeekt om lagere “belastingen” is stilzwijgend akkoord dat het aan de politici
is hoeveel een mens mag houden van wat hij heeft verdiend. Iemand die de politici smeekt
om hem niet te ontwapenen (via een “wapenwet”) heeft, door dit te doen, toegegeven dat
het aan de meester is om de man gewapend te laten of niet. In feite, mensen die lobbyen
bij politici om één van de “onvervreemdbare rechten” van mensen te respecteren, gelooft
helemaal niet in onvervreemdbare rechten. Rechten die “regerings” goedkeuring vereisen
zijn niet inherent, en zijn niet eens rechten, het zijn voorrechten, verleend of geweigerd
volgens de grillen van de meesters. En degenen die machtsposities hebben weten dat ze
van mensen die niets anders doen dan zielig bedelen om vrijheid en rechtvaardigheid niets
te vrezen hebben. Hoewel de dissidenten hardop praten over “opeisen” van hun rechten, is
de boodschap die ze daadwerkelijk afgeven dit: “We zijn het erover eens, meester, dat het
aan u is wat we wel en niet mogen doen”.
Die onderliggende boodschap is in allerlei activiteiten te zien waarvan ten onrechte wordt
gedacht dat ze vormen van verzet zijn. Bijvoorbeeld, mensen die vaak deelnemen aan
protesten bij “regerings” gebouwen, met borden lopen, slogans roepen, soms zelfs bij
geweld betrokken raken, om hun ongenoegen te uiten over wat de meesters aan het doen
zijn. Maar zelfs zulke “protesten” doen, voor het grootste deel, weinig meer dan het
versterken van de machthebbers. Optochten, demonstraties, protesten, en zo verder, zijn
ontworpen om een boodschap te zenden naar de meesters, met als doel om de meesters te
overtuigen hun slechte manieren te veranderen. Maar die boodschap impliceert nog steeds
dat het aan de meesters is wat de mensen mogen doen, wat een zichzelf vervullende
profetie wordt: als de mensen zich aan een “gezag” gebonden voelen, zijn ze aan een
“gezag” gebonden. Degenen in de “regering” ontlenen al hun macht uit het feit dat hun
onderdanen zich inbeelden dat ze de macht hebben.
Legitimeren van onderdrukking
Hoe harder mensen proberen om binnen een politiek systeem te werken om vrijheid te
bereiken, hoe meer ze, in hun eigen gedachten en in de gedachten van iedereen die het
ziet, het idee zullen versterken dat het “systeem” legitiem is. Een verzoekschrift aan
politici om hun “wetten” te veranderen houdt in dat die “wetten” iets uitmaken, en zouden
moeten worden gehoorzaamd. Niets laat de kracht van het geloof in “gezag” beter zien dan
het schouwspel van honderd miljoen mensen die enkele honderden politici bedelen om
lagere “belastingen”. Als mensen echt begrepen dat de opbrengst van iemands arbeid van
zichzelf is, zouden ze nooit deelnemen aan zulke waanzin; ze zouden gewoon stoppen met
het inleveren van hun bezit aan politieke parasieten. Hun aangeleerd verlangen naar de
goedkeuring van “gezag” creëert een mentaliteit in hen die niet anders is dan de mentaliteit
van een slaaf: ze voelen zich letterlijk slecht over het houden van hun eigen geld en het
maken van hun eigen keuzes, zonder dat ze eerst toestemming krijgen van hun meester om
dat te doen. Zelfs wanneer de vrijheid aan hen is om te nemen, blijven staatisten kruipen
121
voor de voeten van megalomanen om vrijheid bedelend, en zichzelf dus garanderent dat ze
nooit vrij zullen zijn.
De waarheid is, dat iemand niet in “gezag” kan geloven en tegelijk vrij zijn, omdat het
accepteren van de mythe van “regering” ook het accepteren van de eigen verplichting een
meester te gehoorzamen is, en dat betekent het accepteren van de eigen slavernij. Jammer
genoeg geloven veel mensen dat de meester bedelen, via “politieke actie”, alles is wat ze
kunnen doen, dus nemen ze steeds deel aan rituelen die alleen de slaaf-meester relatie
legitimeert, in plaats van gewoon ongehoorzaam te zijn aan de tirannen. Het idee van
ongehoorzaamheid aan “gezag”, het “overtreden van de wet”, en het “misdadiger” zijn, is
voor hen meer verontrustend dan het idee een slaaf te zijn.
Degenen die een aanzienlijk lager niveau van autoritaire controle en dwang willen, worden
er soms van beschuldigd “tegen de regering” te zijn, een bewering die de meesten heftig
ontkennen, door te zeggen dat ze niet per se tegen “regering” zijn, maar alleen een betere
“regering” willen. Maar door hun eigen woorden erkennen ze dat ze niet geloven in
werkelijke vrijheid, maar nog steeds geloven in het goddelijke recht van politici, en het
idee hebben dat een heersende klasse een goede en legitieme zaak kan zijn. Alleen iemand
die nog steeds een blijvende verplichting voelt om bevelen van politici te gehoorzamen,
zou willen voorkomen dat het label “tegen de regering zijn” op hem wordt geplakt.
Aangezien “regering” altijd bestaat uit agressie en overheersing, kan men niet echt pro
vrijheid zijn zonder anti “regering” te zijn. Het feit dat zoveel activisten dat label
(“antiregering”) verwerpen, laat zien hoe diepgeworteld het bijgeloof van “gezag” blijft,
zelfs in de hoofden van degenen die denken dat ze fervente voorstanders van individuele
vrijheid zijn.
(Eén bijzonder fascinerend fenomeen is ook nog de moeite waard hier te vermelden.
Verontwaardigd over het autoritaire onrecht, maar nog steeds niet bereid om zelf het
bijgeloof van “gezag” op te geven, blijven velen in de groeiende patriottenbeweging /
vrijheidsbeweging / militie zoeken naar, of claimen te hebben gevonden, een “legale”
oplossing die tirannen zal overtuigen om hen met rust te laten. In de loop der jaren, is de
ene na de andere theorie opgedoken over het bestaan van een geheim formulier, of een
“wettelijke” truc of een officiële procedure, die iemand van de “regerings” controle kan
bevrijden. Jammer genoeg toont dit alleen maar aan dat zulke mensen nog steeds niets
meer aan het doen zijn dan zoeken naar een manier om toestemming te krijgen om vrij te
zijn. Maar de weg naar werkelijke vrijheid is nooit een nieuw politiek ritueel geweest, en
zal ook nooit een nieuw “wettelijke” document of argument zijn, of enige andere vorm van
“politieke” actie. De enige weg naar werkelijke vrijheid is dat iemand zijn eigen
gehechtheid aan het bijgeloof van “gezag” opgeeft.)
De libertarische tegenstrijdigheid
Misschien wel het beste voorbeeld van hoe het geloof in “gezag” denken vervormd en het
bereiken van vrijheid in de weg staat, is het feit dat er een “Libertarische” politieke partij
is. Het hart en de ziel van het libertarisme is het non-agressie principe: het idee dat het
122
initiëren van geweld of bedrog ten nadele van een ander altijd verkeerd is, en dat geweld
alleen is toegestaan als het wordt gebruikt ter verdediging tegen agressie. Het principe is
volkomen gezond, maar het proberen om het werkelijkheid te maken via een politiek
proces, is volledig met zichzelf in tegenspraak, omdat “regering” en non-agressie volstrekt
onverenigbaar zijn. Als de organisatie met de naam “regering” zou stoppen met elke vorm
van bedreiging of geweld, behalve om zich tegen agressors te verdedigen, zou het
ophouden “regering” te zijn. Het zou geen recht hebben om te “regeren”, geen recht op
“wetgeving” hebben, geen monopolie op bescherming hebben, en geen recht hebben op
iets anders dan elk mens voor zichzelf ook mag doen.
Eén excuus voor libertariërs om politiek actief te zijn is de bewering dat de samenleving
alleen van zijn huidige autoritaire opstelling naar een werkelijk vrije samenleving kan
transformeren als dit langzaam en geleidelijk gebeurt. Echter, dat is nog nooit gebeurd, en
zal ook nooit gebeuren, om een heel eenvoudige reden: of er is zoiets als “gezag” of het is
er niet. Ofwel er is een legitieme heersende klasse met het recht om iedereen te regeren, of
ieder individu bezit zichzelf en is uitsluitend gebonden aan zijn eigen geweten. De twee
zijn een elkaar wederzijds uitsluitend paradigma. Het is onmogelijk om er ergens tussenin
te zijn, want elke keer dat er een conflict is tussen wat het “gezag” beveelt en wat iemands
individuele beoordeling dicteert is het onmogelijk om beiden te gehoorzamen. De ene
moet boven de ander gaan. Als “gezag” boven het geweten gaat, dan zijn de gewone
mensen allemaal het rechtmatige eigendom van de heersende klasse, in dat geval kan en
zal vrijheid niet bestaan. Als, aan de andere kant, het geweten boven “gezag” gaat, dan
bezit ieder mens zichzelf, en moet ieder mens altijd zijn eigen oordeel over goed en kwaad
volgen, ongeacht wat enig zelfbenoemd “gezag” of enige “wet” zou bevelen. Er kan geen
“geleidelijke verschuiving” tussen die twee zijn, noch kan er een compromis bestaan.
Proberen om het libertarisme om te zetten in een politieke beweging vereist een verminkte,
verwrongen hybride van twee opties: het idee dat een systeem van overheersing
(“regering”) kan worden gebruikt om individuele vrijheid te bereiken. Telkens wanneer
een “libertariër” gaat lobbyen voor wetgeving of probeert verkozen te worden, geeft hij
door zijn eigen daden toe, dat “gezag” en door mensen gemaakte “wetten” legitiem zijn.
Maar als iemand werkelijk in het non-agressie principe geloofde, zou hij begrijpen dat
bevelen van de politici (“wetten”) dat principe niet overtroeven, en dat iedere “wet” die in
strijd met het principe is onrechtmatig is. Dit geldt ook voor het idee van “onver–
vreemdbare rechten”, als iemand een inherent recht heeft om iets te doen, dan heeft hij, per
definitie, geen toestemming van tirannen nodig om het te doen. Hij hoeft niet te lobbyen
voor een “wetswijziging” en hoeft niet te proberen om een meester te verkiezen die zijn
rechten zal respecteren.
Iedereen die daadwerkelijk in het principe van non-agressie gelooft – het fundamentele
beginsel van libertarisme – moet wel een anarchist zijn, want het is logisch gezien
onmogelijk zich tegen de initiatie van geweld te verzetten, en tegelijk voorstander te zijn
van enige vorm van “regering”, die niets anders dan geweld is. En libertariërs kunnen ook
niet voor de grondwet zijn, daar die heel duidelijk beweert aan een aantal mensen het recht
te geven geweld te initiëren, via de “belastingen” en “regulering”, enzovoort. Het principe
van het libertarisme sluit logisch alle “regering” uit, zelfs een constitutionele republiek.
123
(Iedereen die probeert een “regering” te omschrijven die geen daden van agressie pleegt,
beschrijft, in het beste geval, een particulier beveiligingsbedrijf.) Desondanks zijn zo veel
mensen zo grondig getraind in de autoritaire denkwijze dat zelfs wanneer ze de voor de
hand liggende morele superioriteit van het leven door het non-agressie principe (de basis
van het libertarisme) kunnen zien, ze nog steeds weigeren het absurde idee op te geven,
dat het recht om te regeren (“gezag”) als een instrument voor vrijheid en rechtvaardigheid
kan worden gebruikt.
Er is een fundamenteel verschil tussen twisten over wat de meester zou moeten doen – en
dat is waar alle “politiek” uit bestaat – en stellen dat de meester helemaal geen recht heeft
om te regeren. Een Libertarische kandidaat probeert die beide tegenstrijdige dingen
tegelijk te doen. Het legitimeert uiteraard de zetel die de kandidaat wenst in te nemen,
zelfs terwijl de kandidaat beweert te geloven in de principes van non-agressie en
zelfeigenaarschap die de mogelijkheid van elk legitiem “openbaar ambt” volledig uitsluit.
Kortom, als individuele vrijheid het doel is, dan is “politieke actie” niet alleen waardeloos,
maar ook enorm contraproductief, omdat het vooral de macht van de heersende klasse
legitimeert. De enige manier om vrijheid te bereiken is om eerst geestelijke vrijheid te
bereiken, door te beseffen dat niemand enig recht heeft om een ander te regeren, wat
betekent dat “regering” nooit legitiem is, het nooit moreel is, en zelfs nooit echt is.
Degenen die zich dat nog niet hebben gerealiseerd, en blijven proberen om “het systeem”
te verzoeken om hen vrij te maken, spelen de tirannen recht in de kaart. Zelfs een
verzoekschrift voor lagere “belastingen” of “regerings” uitgaven, of vragen om dingen te
“legaliseren” of te “dereguleren”, of bedelen voor andere verlagingen in “regerings” druk
op het volk, doet nog steeds niets om het echte probleem aan te pakken, en voegt in feite
toe aan het echte probleem, door onbewust het idee te herhalen en te versterken dat als
mensen vrijheid willen, ze vrijheid “gelegaliseerd” moeten hebben. Politieke actie, door
zijn aard, bekrachtigt altijd de heersende klasse en ontkracht de mensen.
Als genoeg mensen de “gezag” mythe herkennen en loslaten, is er geen noodzaak voor een
verkiezing, een politieke actie, of een revolutie. Als mensen zich niet langer inbeelden dat
ze verplicht zijn om politici te gehoorzamen, zouden de politici letterlijk tot irrelevantie
worden genegeerd. In feite vermindert het geloof in “democratie” drastisch het vermogen
van mensen om tirannie te weerstaan, door de manieren waarop ze zich verzetten te
beperken. Stel dat 49% van de bevolking lagere “belastingen” wilde, maar bij hun geloof
in “gezag” bleven, konden ze via “democratie” exact niets bereiken. Aan de andere kant,
als zelfs maar 10% van de bevolking helemaal geen “belastingheffing” wilde, en aan de
mythe van “gezag” (incl. de “democratische” soort) waren ontsnapt, konden ze hun doel
makkelijk bereiken door simpele niet-naleving. Met Amerika als voorbeeld, als twintig
miljoen mensen – minder dan 10% van de “belastingbetalers” – openlijk weigerde mee te
werken aan pogingen van de belastingdienst om hen af te persen, zou de heersende klasse
machteloos zijn om er iets aan te doen, en de beruchte belastingdienst, samen met de
massale afpersingszwendel die zij beheert, zou knarsend tot stilstand komen. Het zou voor
100.000 belastingdienst medewerkers volstrekt onmogelijk zijn, om continu miljoenen
mensen die geen verplichting tot betalen voelen te beroven. In feite, zou het voor iedere
organisatie onmogelijk zijn om een “wet” af te dwingen, waar zelfs maar een fractie van
124
het publiek ongehoorzaam aan kon zijn zonder gevoel van schaamte of schuld. Brute
kracht alleen zou opvolging niet kunnen afdwingen.
Elke grote populatie van mensen die gehoorzaamheid, in en op zichzelf, niet als een deugd
beschouwen, en geen inherente plicht voelen om aan de bevelen van hen die beweren
rechtmatig te regeren te gehoorzamen, zou volstrekt onmogelijk te onderdrukken zijn.
Oorlogen vinden alleen plaats omdat mensen zich verplicht voelen de strijd aan te gaan als
“gezag” het ze vertelt. (Zoals het gezegde gaat: “Wat als ze een oorlog hadden, en er kwam
niemand?”) Zolang mensen verleid kunnen worden om continu te bedelen dat vrijheid
“gelegaliseerd” wordt, zullen ze gemakkelijk te onderwerpen en te beheersen zijn. Zolang
iemands vermeende plicht om “gezag” te gehoorzamen boven zijn eigen persoonlijke
overtuigingen en individuele beoordeling gaat, zijn die overtuigingen en meningen in de
praktijk irrelevant. Tenzij en totdat een vrijheidsstrijder bereid is om de meester
ongehoorzaam te zijn – om “de wet te overtreden” – is zijn vermeende liefde voor vrijheid
een leugen, en zal hij niets bereiken.
Net zo als de oude baas
Velen hebben gesteld dat samenleving zonder heersers onmogelijk is, want op het moment
dat een “regering” instort of omvergeworpen wordt, zal er onmiddellijk een nieuwe
“regering” in het gat springen. Op één bepaalde manier is dat waar. Als mensen blijven
vasthouden aan de mythe van “gezag”, zullen ze na elke beroering van een bepaald regime
gewoon een nieuw stel meesters inzetten om het oude stel te vervangen. Maar de reden
hiervoor is noch de noodzaak van “regering” noch de basisnatuur van de mens. Wat
“vrijheidsstrijders” zich bijna nooit realiseren, omdat ze tekeer gaan tegen tirannie en
onderdrukking, is dat het onderliggende probleem nooit is welke specifieke mensen aan de
macht zijn. Het onderliggende probleem zit in de hoofden van de mensen die worden
onderdrukt, met inbegrip van de hoofden van de meeste “vrijheidsstrijders”. Zolang
mensen de mythe van “gezag” blijven accepteren, zal zelfs openlijke revolutie, op lange
termijn, niets helpen om onderdrukking te verminderen. Wanneer een groep heersers en
uitbuiters valt, zullen de mensen gewoon een ander opzetten. (Hoewel weinig mensen die
met hun vlaggen zwaaien op “onafhankelijkheidsdag” het zullen beseffen, was het niveau
van de onderdrukking onder koning George III, net voor de Amerikaanse Revolutie,
onbeduidend vergeleken met het huidige niveau van “belastingen”, “regelgeving”, dwang,
intimidatie en andere autoritaire inbreuken die routinematig optreden in het Amerika van
vandaag.)
Het is gemakkelijk voor mensen om bepaalde onrechtvaardigheden gepleegd in de naam
van een bepaald regime te zien, maar het is voor diezelfde mensen veel moeilijker te
erkennen dat de oorzaak van dergelijke onrechtvaardigheden in het geloofssysteem van het
grote publiek ligt. Geschiedenisboeken staan vol met voorbeelden van lange, bloedige
bewinden van tirannen, uiteindelijk gevolgd door bloedige revolutie, gevolgd door de
zalving van een nieuwe tiran. De aard van de tiran kan veranderen – een monarch
vervangen door een communistisch regime, een “rechtse” tiran vervangen door een
“linkse” tiran, een onderdrukkende theocratie vervangen door een onderdrukkend
125
“populistisch” regime, en ga zo maar door – maar zolang het geloof in “gezag” blijft, zal
ook onderdrukking blijven.
Zelfs de meest gruwelijke voorbeelden van de onmenselijkheid van de mens, gepleegd in
naam van “gezag”, overtuigen zelden iemand om het idee van “gezag” op zichzelf te
betwijfelen. In plaats daarvan leidt het hen er alleen maar toe zich te verzetten tegen een
bepaald stel tirannen. Als een ontmoedigend voorbeeld, veel van het meest fervente verzet
tegen de nazi’s kwam van de communisten, die zelf voorstander waren van een vorm van
onderdrukking dat net zo wreed en destructief is als het regime van Hitler. Vanwege hun
autoritaire denkwijze, hadden de Duitsers geen kans om vrede of rechtvaardigheid te
bereiken, aangezien hun volledige nationale debat alleen maar ging over welk soort
almachtige heersers de leiding zouden moeten hebben, zonder zelfs maar een hint naar de
mogelijkheid dat niemand dergelijke macht zou moeten hebben. Het publieke debat is over
het grootste deel van de wereld, door het grootste deel van de tijd, vergelijkbaar geweest,
gefocust op wie moet regeren, in plaats van te vragen of er eigenlijk wel heersers zouden
moeten zijn.
Een mix van wijsheid en waanzin
In de late achttiende eeuw is er iets heel ongewoons gebeurd, iets dat leek alsof het de
eeuwige cyclus van seriële tirannen zou kunnen breken. Die gebeurtenis was de
ondertekening van de onafhankelijkheidsverklaring. Wat dat geval ongewoon maakte, was
niet dat de mensen zich verzetten tegen een tiran – wat talloze malen eerder was gebeurd –
maar dat de opstandelingen een aantal fundamentele filosofische principes tot uitdrukking
brachten, tot afwijzing van niet alleen een bepaald regime, maar tot afwijzing van
onderdrukking in principe. Bijna…
De Onafhankelijkheidsverklaring en de Grondwet die enkele jaren later volgde, waren een
combinatie van diep inzicht en schrille tegenstrijdigheden. Aan de zonnige kant, ging de
discussie van die tijd niet alleen over wie de baas zou zijn, maar richtte zich sterk op het
concept van individuele rechten en het beperken van de macht van de “regering”. Maar
tegelijkertijd, beweerde de Onafhankelijkheidsverklaring ten onrechte dat “regering” een
legitieme rol in de samenleving kan hebben: ter bescherming van de rechten van het
individu, dit is echter in de praktijk nooit waarheid geworden, en het kan in theorie niet
eens waar zijn. Zoals hierboven uitgelegd, zou een organisatie die niets meer deed dan
individuele rechten te verdedigen geen “regering” zijn, in geen enkele betekenis van het
woord.
De Verklaring sprak ook van onvervreemdbare rechten, en beweerde dat “alle mensen
gelijk geschapen zijn” (wat hun rechten betreft). Maar de auteurs realiseerden zich niet dat
zulke concepten de mogelijkheid van een legitieme heersende klasse volledig uitsluiten,
zelfs een zeer beperkte. Dezelfde principes die ze tot uitdrukking brachten werden
vervolgens onmiddellijk tegengesproken door hun inspanningen om een beschermer te
creëren, een “regering”. Op één dag verklaarden ze dat “alle mensen gelijk geschapen zijn”
(de onafhankelijkheidsverklaring), en de volgende dag ze verklaarden ze dat sommige
126
mensen, zichzelf “congres” noemend, het recht had alle anderen te beroven (“belasting”)
(art. I, sec. 8, lid 1). De Amerikaanse revolutie was het gevolg van een mengeling van
tegenstrijdige ideeën, sommigen waren voorstander van individuele soevereiniteit, en
sommigen voorstander van een heersende klasse. De verklaring stelt dat wanneer een
“regering” inbreuk maakt op individuele rechten – zoals iedere “regering” altijd doet op
hetzelfde moment dat het wordt opgericht – de mensen de plicht hebben om die te
veranderen of af te schaffen. Maar de grondwet beweert aan het congres de macht te geven
om “opstanden te onderdrukken” (art. 1, sec. 8, lid 15). Dit houdt in dat de mensen het
recht hebben zich tegen “regerings” onderdrukking te verzetten, maar dat de “regering” het
recht heeft om hen met geweld te verpletteren wanneer ze dat doen. Kortom, de werken
van de “Founding Fathers” zijn een combinatie van diepe wijsheid en volslagen waanzin.
Op sommige plaatsen beschreven ze heel goed het concept van zelfeigenaarschap; op
andere plaatsen, probeerden ze een heersende klasse te creëren. Ze leken niet op te merken
dat deze twee agenda’s volstrekt onverenigbaar met elkaar zijn.
Het resultaat van hun inspanningen was, in zekere zin, een gigantische mislukking. Het
regime dat ze creëerden groeide veel groter dan wat zowel de federalisten als de
antifederalisten gezegd hadden te willen. De Verklaring en de Grondwet hebben volstrekt
gefaald de macht van de “regering” beperkt te houden. De belofte van een “regering” die
een dienaar van het volk zou zijn, en hun rechten zou beschermen, maar ze verder met rust
zou laten, groeide uit tot het grootste, machtigste autoritaire rijk dat de wereld ooit gekend
heeft, met de grootste en meest indringende afpersingszwendel ooit gekend, de grootste en
machtigste oorlogsmachine uit de geschiedenis, en de meest opdringerige en inbreuk–
makende bureaucratie uit de geschiedenis.
In waarheid was het idee vanaf het begin gedoemd te mislukken. Misschien wel het meest
waardevolle wat het “Grote Amerikaanse Experiment’ bewerkstelligd heeft, is aantonen
dat “beperkte regering” onmogelijk is. Er kan geen meester zijn die zijn slaven antwoordt.
Er kan geen heer zijn die zijn onderdanen dient. Er kan geen heerser zijn die zowel boven
de mensen staat en aan hen ondergeschikt is. Jammer genoeg zijn er nog steeds veel
mensen die weigeren om deze les te leren, en in plaats daarvan blijven volhouden dat de
grondwet niet is mislukt, maar dat de mensen faalden – door het niet goed te doen, door
onvoldoende waakzaamheid, of door een andere verwaarlozing of corruptie. Eigenaardig
genoeg is ditzelfde excuus ook door communisten gebruikt om te verklaren waarom hun
gebrekkige filosofie, wanneer in de echte wereld in praktijk gebracht, altijd uitdraait op
gewelddadige onderdrukking. De waarheid is dat elke vorm van autoritaire controle – elk
type “regering” of het nu constitutioneel, democratisch, socialistisch, fascistisch, of iets
anders is, – zal resulteren in een stel meesters die met geweld een groep slaven onder–
drukken. Dat is wat “gezag” is, alles wat het ooit geweest is, en alles wat het ooit zou
kunnen zijn, ongeacht hoeveel lagen van eufemismen en aangename retoriek worden
gebruikt in een poging om het te verbergen.
127
De contract mythe
De mythologie rond de grondwet stelt dat het diende als een soort contract tussen de
mensen in het algemeen en hun nieuwe “dienaren” in het congres. Maar daar zit geen
greintje waarheid in. Iemand kan, door het ondertekenen van een contract, niet iemand
anders binden aan een “overeenkomst”. Het idee dat een paar dozijn blanke, mannelijke,
rijke landeigenaren een overeenkomst konden invoeren voor rekening van meer dan twee
miljoen mensen is absurd, maar de absurditeit stopt daar niet. Geen enkel contract kan ooit
een recht creëren dat geen van de deelnemers heeft, en dat is wat alle “regerings”
grondwetten pretenderen te doen. Ook de vorm van het document maakt duidelijk dat het
niet om een echt contract gaat, maar om een poging het recht om te regeren uit het niets te
fabriceren, hoe “beperkt” het ook bedoeld was te zijn.
Een daadwerkelijke overeenkomst door contract verschilt fundamenteel van elk document
dat beweert een “regering” te creëren. Stel dat duizend Amerikaanse kolonisten een
overeenkomst hadden getekend dat zegt “We gaan akkoord één tiende te geven van alles
wat we produceren, in ruil voor beveiliging door de George Washington Protection
Company”, dan zouden ze moreel gebonden kunnen zijn door zo’n overeenkomst. (Het
maken van een overeenkomst en het niet nakomen ervan is een vorm van diefstal, zoals
naar een winkel gaan en iets meenemen zonder te betalen.) Maar ze konden niet iemand
anders aan de overeenkomst binden, noch konden ze een dergelijke overeenkomst
gebruiken om de “George Washington Protection Company” het recht te geven om
mensen die niets met het contract te maken hadden, te gaan beroven of anderszins te
beheersen. Bovendien, terwijl de grondwet pretendeert het “congres” te machtigen om
diverse dingen te doen, is het congres niet werkelijk vereist om iets terug te doen. Wie zou
bij zijn volle verstand een contract tekenen dat de andere partij niet bindt om iets te doen?
(In Shaney v. Winnebago, 489 US 189, heeft het Amerikaanse hooggerechtshof zelfs
officieel verklaard dat de “regering” geen werkelijke plicht heeft om de bevolking te
beschermen.) Het resultaat is, dat de grondwet, in plaats van een briljant, nuttig, geldig
contract, een krankzinnige poging was van een handvol mannen, om eenzijdig miljoenen
andere mensen te onderwerpen aan besturing door een machine van agressie, in ruil voor
geen enkele garantie op wat dan ook. Het feit dat miljoenen grondwetaanhangers
wanhopig proberen om daarnaar terug te keren, in de hoop dat het hun “land” kan redden
als de mensen het opnieuw proberen – na deze volledig mislukte eerste poging – is een
bewijs van de kracht en de waanzin van het bijgeloof van “gezag”.
128
Deel 4
Leven zonder het bijgeloof
De oplossing
Bijna iedereen kan op zijn minst een aantal problemen zien bij de “regering” waar hij
onder leeft, of het nu de corruptie, oorlogszucht, socialistische herverdeling, inbreuk door
politie, of andere onderdrukking is. En velen zijn wanhopig op zoek naar een oplossing
voor zulke problemen. Dus stemmen ze op deze of gene persoon, ondersteunen deze of
gene politieke beweging of partij, lobbyen ze voor of tegen deze of die wetgeving, en bijna
altijd eindigt het in teleurstelling over de resultaten. Ze kunnen gemakkelijk allerlei
problemen identificeren en erover klagen, maar een echte oplossing ontgaat hen altijd.
De reden dat ze altijd teleurgesteld zijn, is omdat het probleem niet bij de mensen in de
“regering” zit: het zit in de hoofden van hun slachtoffers. Knutselen met de “regering” kan
niet een probleem verhelpen dat niet afkomstig is van de “regering”. De ontevreden kiezer
beseft niet dat het zijn eigen kijk op de werkelijkheid, zijn eigen geloof in “gezag” is, wat
de oorzaak is van het grootste deel van de problemen in de samenleving. Hij gelooft dat
een heersende klasse een natuurlijk, noodzakelijk, en nuttig onderdeel van de samenleving
is, en dus richten al zijn inspanningen zich op het gekibbel over wie de leiding moet
hebben, en over hoe de macht van de “regering” moet worden gebruikt. Als hij denkt aan
“oplossingen”, denkt hij binnen de grenzen van staatisme. Daardoor is hij vanaf het begin
al machteloos. De meesters bedelen om aardig te zijn, of om een nieuwe meester vragen,
leidt nooit naar vrijheid. In plaats daarvan, zijn zulke gedragingen graag geziene indicators
dat de persoon niet eens vrij is in zijn eigen geest. En een man wiens geest niet vrij is, zal
ook nooit vrij in het lichaam zijn.
Mensen zijn zo gewend mee te doen met de cultus rituelen samengevat onder de noemer
“de politiek” (stemmen, lobbyen, verzoekschriften, campagnes, etc.) dat iedere suggestie
dat ze zich niet zouden moeten vermoeien aan dergelijke zinloze en machteloze pogingen
deel te nemen, in hun ogen neerkomt, op de suggestie dat ze “niets moeten doen”. Omdat
ze de partijprogramma’s lezen, verkiezingsuitslagen bekijken, zeuren en bedelen zien als
het hele spectrum van mogelijkheden waarover zij beschikken als het gaat om “regering”,
zijn ze niet in staat om nog iets anders dat werkelijk naar vrijheid zou kunnen leiden te
begrijpen. Dus wanneer een voluntarist of anarchist zowel het probleem als de oplossing
uitlegt, maar zonder een nieuwe kandidaat te presenteren om op te stemmen, of een
nieuwe politieke partij om te steunen, of een nieuwe beweging om achter aan te lopen –
met andere woorden, niets voor te stellen dat samenvalt met het bijgeloof (van “regering”
en “gezag”) zal de gemiddelde staatist klagen dat er geen oplossing werd aangeboden.
Vanuit hun perspectief, iedereen die het “politieke” spel niet speelt, binnen de door de
heersende klasse vastgestelde regels, “doet niets”. Ze verklaren geëmotioneerd, “Je moet
meedoen!” Ze realiseren zich niet dat deelname aan het spel gemaakt en gecontroleerd
door tirannen “niets doen” is, niets nuttigs tenminste.
129
In waarheid, in plaats van dat er een gebeurtenis plaats moet vinden, of een bepaald ding
gedaan moet worden, is de echte oplossing – de enige oplossing voor de problemen met
betrekking tot “regering” – om bepaalde zaken niet te doen, en dat bepaalde zaken niet
gebeuren. In zekere zin is er geen positieve, actieve oplossing voor “regering”. De ultieme
oplossing is negatief en passief:
Stoppen met bepleiten van agressie tegen je buren. Stoppen met de uitoefening van
rituelen die initiatie van geweld goedpraten en het idee dat sommige mensen het recht
hebben om te regeren te versterken. Stoppen met denken, spreken en handelen op een
manier die de mythe versterkt dat normale mensen aan een meester gebonden zouden, en
moeten, zijn, en zo’n meester zouden moeten gehoorzamen in plaats van hun eigen
geweten te volgen.
Wanneer mensen ophouden te buigen voor het altaar van de “regering”, ophouden de
spelletjes van tirannen mee te spelen, ophouden willekeurige regels te respecteren,
geschreven door megalomanen, zal het probleem vanzelf verdwijnen. Omdat het een
mythische entiteit is, hoeft “gezag” niet te worden omvergeworpen, of weggestemd, of
“hervormd”. De mensen moeten alleen ophouden zich in te beelden dat er iets is dat er niet
is, en nooit was. Als de mensen ophouden een irrationeel bijgeloof hun waarnemingen te
laten vervormen, zouden hun acties onmiddellijk en drastisch verbeteren. De meeste
agressie, die nu wordt begaan in naam van “autoriteit” zou verdwijnen. Niemand zou
opdrachten geven, bevelen afdwingen, of een verplichting om bevelen te gehoorzamen
voelen, tenzij de bevelen als inherent gerechtvaardigd werden gezien op basis van de
situatie, niet op basis van degene die de opdracht geeft, of zijn vermeende “gezag”. Dat
alleen al zou het overgrote merendeel van diefstal, afpersing, intimidatie, lastigvallen,
dwang, terrorisme, mishandeling en moord elimineren die de mensen nu tegen elkaar
begaan. Als mensen geen meester erkennen en aanvaarden, zullen ze geen meester hebben.
Uiteindelijk bestaat hun slavernij, en de middelen om eraan te ontsnappen, geheel binnen
hun eigen geest.
Om het merendeel van de problemen op te lossen heeft de samenleving niets extra’s nodig,
niet de instelling van een nieuw “systeem” noch de implementatie van een nieuw
masterplan. In plaats daarvan is het nodig om één ding – één allesdoordringend, uiterst
destructief ding – weg te doen uit de samenleving: het geloof in “gezag” en “regering”,
Wat “dingen zal laten werken” is geen gecentraliseerd plan, geen autoritaire agenda, maar
de wederzijds vrijwillige interactie van vele mensen, die elk hun eigen waarden en hun
eigen geweten volgen. Natuurlijk past dit helemaal niet bij de manier waarop bijna
iedereen getraind is om te denken: dat de samenleving een masterplan nodig heeft met
“leiders”, die het zullen laten gebeuren. In werkelijkheid is wat de samenleving het meest
nodig heeft, het volledig ontbreken van een masterplan, en het volledig ontbreken van
autoritaire “leiding” aan wie de mensen hun vrije wil en oordeel moeten overgeven. De
oplossing is niet om iets nieuws toe te voegen aan de maatschappij, maar om eenvoudig
het meest gevaarlijke bijgeloof te begrijpen en uit de weg te ruimen.
130
Realiteit is anarchie
Veel mensen zijn anarchisten geworden – voorstanders van een samenleving zonder
heersende klasse – nadat ze tot de conclusie zijn gekomen dat de samenleving welvarender
en vreedzamer zou zijn, en meer rechtvaardigheid en veiligheid zou genieten, zonder enige
“regering”. Echter, dat is ongeveer hetzelfde als dat iemand na zorgvuldige analyse zou
beslissen, dat het kerstfeest beter zou werken zonder kerstman. Maar als de kerstman niet
echt is, is het zinloos om te discussiëren over de vraag of hij “nodig” zou zijn om het
kerstfeest te laten “werken”. Als het kerstfeest al werkt, werkt het nu al zonder kerstman.
En zo is het met het gebruikelijke debat tussen “regering” en “anarchie”. “Regering”
bestaat niet. Het heeft nooit bestaan en zal ook nooit bestaan, en dat kan worden bewezen,
met behulp van logica die in het geheel niet afhankelijk is van individuele morele
overtuigingen.
Kort samengevat, kunnen mensen rechten die ze niet hebben ook niet delegeren, wat het
voor iedereen onmogelijk maakt om het recht te verwerven om te “regeren”. Mensen
kunnen de moraal niet veranderen, wat de “wetten” van de “regering” zonder enig inherent
“gezag” maakt. Ergo, “gezag” – het recht om te regeren – kan logischerwijs niet bestaan.
Het concept is tegenstrijdig in zichzelf, zoals het concept van een “militante pacifist”. Een
mens kan geen bovenmenselijke rechten hebben, en daarom kan niemand het inherente
recht om te regeren hebben. Iemand kan niet moreel verplicht zijn om zijn eigen morele
oordeel te negeren; Daarom kan niemand de inherente verplichting hebben om anderen te
gehoorzamen. En deze twee ingrediënten – het recht van de heerser om te bevelen en de
plicht van de onderdaan om te gehoorzamen – zijn het hart en de ziel van het begrip
“gezag”, zonder dat kan het niet bestaan.
En zonder “gezag” is er geen “regering”. Als de controle die de bende genaamd “regering”
over anderen uitoefent geen legitimiteit heeft, is het geen “regering” zijn bevelen geen
“wetten” zijn handhavers geen “rechtshandhavers”. Nogmaals, zonder het recht om te
regeren, en de gelijktijdige morele plicht om te gehoorzamen aan de kant van de massa, is
de organisatie genaamd “regering” niets meer dan een bende misdadigers, dieven en
moordenaars. “Regering” is een onmogelijkheid; het is gewoon geen optie, net zo min als
de kerstman een optie is. En volhouden dat het “nodig” is, terwijl dit niet het geval is en
zelfs niet zo kan zijn, of kommer en kwel voorspellen, als we die mythische entiteit niet
hebben, verandert niets aan dat feit. Beweren dat mensen het nodig hebben om een
rechtmatige heerser te hebben, één met het morele recht om alle anderen met geweld te
overheersen, en iemand die alle anderen verplicht om te gehoorzamen, verandert niets aan
het feit dat zoiets niet bestaat, en er niet zoiets kan zijn.
Als zodanig, is het doel van dit laatste hoofdstuk niet alleen bedoeld om te betogen dat de
samenleving zonder de fictie genaamd “regering” beter zou werken, maar om de lezer de
wegen te laten zien waarop mensen de werkelijkheid anders zullen waarnemen, anders
zullen denken, zich anders zullen gedragen, en anders zullen communiceren – heel anders,
inderdaad – als ze afstand doen van het meest gevaarlijke bijgeloof: het geloof in “gezag”.
Anarchie, dat afwezigheid van “regering” betekent, gaat over wat is. Het is wat er altijd
geweest is en er altijd zal zijn. Wanneer mensen die waarheid zullen aanvaarden en
131
ophouden een wezen genaamd “gezag” te hallucineren, zullen ze ophouden zich te
gedragen op de irrationele en destructieve manier waarop ze zich nu gedragen.
Bijna iedereen heeft, in elk geval in het begin, moeite om helder over zo’n concept te
denken. Omdat elke politicus en elke “regering”, voortdurend “oplossingen” voorstelt, die
gaan over hoe de maatschappij georganiseerd, beheerd en gecontroleerd moet worden via
een gecentraliseerd, autoritair “systeem”, kunnen de meeste mensen het idee van een
complete afwezigheid van een dwangmatig opgelegd “systeem”, in het begin verstandelijk
niet eens verwerken. Ze vragen instinctief dingen zoals “hoe zouden de wegen worden
aangelegd?” of “hoe zouden we ons verdedigen”? De waarheid is dat niemand kan weten
hoe alles zou werken of wat er allemaal zou gebeuren. Mensen kunnen voorspellingen
doen over hoe de dingen zouden moeten werken, of suggesties doen over hoe de dingen
zouden kunnen werken, maar iemand kan onmogelijk al de beste manieren weten om alles
te laten werken. Ondanks de enorme hoeveelheid onzekerheid dat dit creëert, is het
historisch track record van mensen die in vrijheid leven veel beter dan enige centraal
geregelde “oplossing” ooit geweest is.
Echter, staatisten zijn getraind om doodsbang te zijn voor deze oneindig meer complexe
vorm van samenleving, waar er niet één masterplan is, maar er miljarden individuele
plannen zijn, en er interactie met elkaar is op ontelbare verschillende manieren. Voor hen,
betekent dat chaos. En op een bepaalde manier, is het chaos, in de zin dat er geen enkele
leidende gedachte en geen enkele besturende entiteit is. Dit betekent niet dat mensen geen
afspraken kunnen maken, of niet samen kunnen werken, of geen samenwerking kunnen
aangaan en compromissen kunnen vinden. In plaats daarvan, betekent het dat elke persoon
het leven zal zien als een volwassene, in plaats van zijn vrije wil en verantwoordelijkheid
weg te gooien om blindelings de agenda van iemand anders te volgen.
Even terzijde, zelfs zonder het bijgeloof in “gezag”, zouden er nog steeds leiders en
volgers zijn. Maar het zou doorgaans werkelijk leiderschap zijn, waar een persoon leidt
door bijvoorbeeld een niveau van intelligentie, mededogen of moed te laten zien, wat
anderen inspireert om zich op dezelfde wijze te gedragen. Dat is een heel ander fenomeen
dan wat tegenwoordig gewoonlijk “leiderschap” genoemd wordt. Wanneer mensen
spreken van de “leiders” van landen, hebben ze het over mensen die onder dwang
miljoenen anderen beheersen. De term “leider” voor een iemand in de “regering”
gebruiken is onjuist en tegenstrijdig, politici geven niet het goede voorbeeld. Als ze al een
voorbeeld geven, is dat hoe je oneerlijk, samenzwerend, narcistisch en machtsbelust kunt
zijn. Ze zeggen wat mensen willen horen, om hen te domineren en te beheersen. Zulke
mensen “leiders” noemen, is even belachelijk als dieven “producenten” noemen, of
moordenaars “genezers” noemen. In afwezigheid van geloof in “regering”, kunnen echte
leiders ontstaan: mensen die geen recht om te regeren claimen, geen recht om iemand
anders te dwingen hen te volgen, maar met deugden en daden die anderen herkennen als
zijnde waard om mee te wedijveren.
Niemand kan alles voorspellen, en niemand zal de controle hebben over wat er allemaal
zal gebeuren in een wereld zonder de mythe van “regering”. Het volgende is dan ook niet
bedoeld als een volledige uitleg over hoe elk stukje van de samenleving ooit zou gaan
132
werken als de “gezag” mythe is verdwenen. In plaats daarvan, is het een introductie tot een
paar van de manieren waarop de mens zou kunnen ophouden een irrationeel bijgeloof toe
te staan om hun denken te vervormen en hun gedrag te verdraaien, zodat ze zich misschien
gaan gedragen als rationele, vrije wezens, gedreven door hun eigen vrije wil en individuele
beoordeling, zoals ze behoren te zijn.
Angst voor vrijheid
De meeste mensen leiden hun leven omringd door autoritaire hiërarchieën, van gezinnen,
tot scholen, tot bedrijven, tot in alle niveaus van “regering”. Als gevolg daarvan, hebben
de meeste mensen het moeilijk om zich zelfs maar een begin van een “leiderloze”
beschaving voor te stellen, een samenleving van gelijken, een bestaan gespeend van
heersers, een wereld zonder “wetgevers” en hun “wetten”. De gedachte alleen al roept, in
de hoofden van de meeste mensen, beelden op van chaos en onrust.
Mensen voelen zich beter bij wat ze gewend zijn, en vrezen het onbekende. Mensen zijn
zo gehecht aan wat hen vertrouwd is, dat zelfs degenen die in zeer hoge misdaadgebieden
of oorlogsgebieden leven, zelden de wereld die ze kennen verlaten om naar iets beters te
zoeken. Op dezelfde manier, en dat is een goed gedocumenteerd feit, ontwikkelen
sommige langdurig gevangenen een angst voor vrijlating, en als ze vrij zijn, begaan ze
opnieuw misdaden met de bedoeling om naar de gevangenis te worden teruggestuurd.
Zelfs slaven kunnen een angst voor bevrijding vertonen. Dit komt omdat het leven van een
gevangene of een slaaf, hoewel het waarschijnlijk geen vervulling geeft, voorspelbaar is,
en het denken aan een nieuw, drastisch veranderd leven, in een vreemde plaats, onder
vreemden, met alle onzekerheden die daarmee verband houden, – hoe zal ik eten? waar zal
ik leven? wat zal het zijn? zal ik veilig zijn? – verschrikt bijna iedereen. Zo is het dus, als
de meeste mensen denken over de menselijke samenleving zonder een heersende klasse.
Het concept is zo vreemd aan alles wat ze ooit hebben gekend, en vreemd aan alles waar
ze ooit over hebben nagedacht, en vreemd aan alles wat ze hebben geleerd dat
noodzakelijk en goed is, dat ze nauwelijks weten hoe ze moeten beginnen zich dat in te
beelden. Zelfs onze taal illustreert onze angst voor het leven in de samenleving als vrije
gelijken, omdat een dergelijke toestand wordt omschreven als “anarchie” – een term die
ook gebruikt wordt om chaos en verwoesting te beschrijven. We zijn zo gewend geraakt
aan de mentale kooi, die de mythe van “gezag” heeft gevormd rond elk van ons, dat de
meesten van ons doodsbang zijn voor het idee van een leven zonder die kooi. We zijn
letterlijk bang voor onze eigen vrijheid.
En sommige mensen werken er hard aan om die angst te versterken. Degenen die het
meeste van de mythe van “gezag” profiteren – zij die hunkeren naar heerschappij over
anderen, en de onverdiende rijkdom en macht die het hen geeft – benadrukken voortdurend
de boodschap dat het leven zonder hen aan de leiding constante pijn en het lijden voor
iedereen zou betekenen. Zo ongeveer alles waar mensen bang voor kunnen zijn – misdaad,
armoede, ziekte, invasie, milieu, ramp, etc. – is door tirannen gebruikt om mensen door
angst in onderdanigheid te jagen. De details verschillen, maar het model van de boodschap
van de tirannen is altijd hetzelfde: “Als je ons geen macht over je geeft, zodat wij je
133
kunnen beschermen, zul je vreselijk lijden”. Die boodschap, in combinatie met de
natuurlijke menselijke angst voor het onbekende, heeft de mogelijk geschapen voor een
onbegrijpelijk niveau van onderdrukking, diefstal, en regelrechte moord, gedurende
generatie op generatie, over de hele wereld. Ironisch genoeg is het die loze belofte van
bescherming tegen lijden en onrecht geweest, die zo veel mensen heeft verleid tot het
accepteren van het precieze ding dat door de eeuwen heen meer leed en onrecht heeft
veroorzaakt dan iets anders: het geloof in “regering”.
Het lijkt vreemd dat een denkend mens van nature niet open en ontvankelijk is voor het
idee dat hij eigenaar van zichzelf is en de leiding over zijn eigen leven dient te hebben,
niet gehinderd door enig menselijk “gezag”. Echter, de gemiddelde persoon die zo’n
boodschap hoort, haalt vaak uit naar de boodschapper, en staat erop dat werkelijke
vrijheid, een wereld zonder meesters en onderdanen, chaos en verderf zou betekenen, en is
dan groot voorstander van de voortdurende slavernij van de gehele mensheid, waaronder
hijzelf. Hij doet dat niet gebaseerd op een rationele gedachte of een bewijs of ervaring,
maar op basis van zijn eigen diepgewortelde, existentiële angst voor het onbekende – het
onbekende is in dit geval van een samenleving van gelijken in plaats van meesters en
onderdanen. – Hij heeft het nog nooit op een grote schaal in actie gezien en heeft er nog
nooit over nagedacht, en hij kan zich dat niet voorstellen, en is daarom bang. En zij die
heerschappij over anderen wensen zijn voortdurend bezig die angst te versterken en te
stimuleren in de mensen die ze proberen te onderwerpen.
Zien van een andere wereld
Wanneer iemand die in de cultus van “gezag” geïndoctrineerd was zich uiteindelijk los
maakt van het bijgeloof, is het eerste wat er gebeurt dat hij een drastisch andere wereld
ziet. Als hij de effecten van het bijgeloof in “gezag” observeert, die bijna elk aspect van
het leven van de meeste mensen infiltreert, ziet hij de dingen zoals ze werkelijk zijn, niet
zoals hij ze vroeger had gedacht. Het meeste van de tijd, wanneer hij zogenaamde
“rechtshandhaving” in actie ziet, herkent hij het als ruw, onwettig en immoreel geweld dat
wordt gebruikt om de mensen af te persen en te beheersen om de wil van politici te dienen.
(De uitzondering hierop is wanneer de politie geweld gebruikt om anderen te stoppen die
zich daadwerkelijk schuldig hebben gemaakt aan daden van agressie – ironisch genoeg,
zijn dit juist handelingen die de politie voor de heersende klasse zelf routinematig pleegt.)
Als de herstellende staatist allerlei politieke rituelen bekijkt, een toespraak van de premier,
verkiezingen, een politiek debat, of een lokale gemeenteraad die een nieuw “voorschrift”
uitvaardigt, ziet hij het voor wat het is: het acteren van wanen en hallucinaties door
mensen die geïndoctrineerd zijn in een compleet irrationele cultus. Eventuele discussies in
de media van wat “de openbare orde” moet zijn, of welke “vertegenwoordigers” moet
worden gekozen, of welke “wetgeving” moet worden vastgesteld, schijnen, iemand die het
bijgeloof is ontsnapt, zo nuttig en rationeel als goed geklede, aantrekkelijke, respectabele
uitziende mensen die serieus bespreken hoe de kerstman om zou moeten gaan met de
volgende kerst.
134
Voor degene die de mythe van “gezag” ontsnapt is, verkruimeld het uitgangspunt waarop
alle politieke discussie berust, en elk stukje van de retoriek dat voortvloeit uit het bijgeloof
wordt herkend als zijnde volkomen krankzinnig. De niet langer geïndoctrineerde persoon
ziet elke campagnetoespraak, elk politiek argument, elke discussie in het nieuws over alle
politiek, elke nieuwsuitzending van één of ander debat van het kabinet over een nieuw
stuk “wetgeving” als een kenmerk van de symptomen van diepe wanen als gevolg van de
blinde acceptatie van volstrekt stompzinnige, cult-achtige dogma’s. Alle verkiezingen,
campagnes, schrijven en ondertekenen van petities, zijn plotseling niet rationeler, of
nuttiger dan bidden tot een vulkaangod om zijn zegen aan de stam te geven. Iemand die is
gedeprogrammeerd ziet niet alleen de futiliteit in alle “politieke” actie, maar ziet dat
dergelijke acties, ongeacht wat hun beoogde doelen zijn, eigenlijk het bijgeloof versterken.
Net als dat iedereen in een stam bidt tot een vulkaangod het idee versterkt dat er een
vulkaangod bestaat, zo versterkt bedelen om gunsten van politici het idee dat er een
rechtmatige heersende klasse is, dat hun bevelen “wet” zijn, en dat gehoorzamen aan
dergelijke “wetten” een morele verplichting is.
Degenen die de meesten nu met veel respect bekijken, en die vaak “eerbaar” worden
genoemd, worden door de mensen die uit de “gezag” mythe ontwaakt zijn herkend als
waanzinnige, gekken met een godcomplex. De niet geïndoctrineerden zouden niet meer
trots voelen in het schudden van de hand van de “president” dan in het schudden van de
hand van een andere psychotische, narcistische massamoordenaar. De mannen die zwarte
jurken dragen en houten hamers hanteren en naar zichzelf verwijzen als “de rechter”
worden gezien als de dwazen die ze zijn. Degenen die wapenstokken en uniformen dragen,
en zichzelf iets anders wanen dan louter mensen, worden door de ontwaakten niet gezien
als nobele strijders voor “recht en orde”, maar als verwarde zielen die lijden aan één of
andere psychische stoornis.
Degenen die het bijgeloof van “gezag” hebben opgegeven kunnen natuurlijk nog steeds
bang zijn voor de schade die de megalomanen en hun huursoldaten en hun politie in staat
zijn toe te brengen, maar de acties van de huurlingen worden niet langer gezien als op
enigerlei wijze legitiem, rationeel of moreel. Degenen die de mythe zijn ontsnapt beginnen
in te zien dat degenen wiens acties door hun “officiële” functie worden beïnvloed net zo
gevaarlijk zijn als mensen die high zijn van PCP, en om dezelfde reden: omdat ze een
werkelijkheid hallucineren die er niet is, die hen ertoe leidt gewelddadig te handelen,
ongeremd door een rationeel denkproces. Degenen die het bijgeloof ontsnapt zijn, en die
met een “politieagent” worden geconfronteerd, kunnen nog steeds net zo optreden als ze
zouden doen wanneer ze worden geconfronteerd met een hondsdolle hond: zacht spreken,
op een onderdanige manier gedragen, en geen plotselinge handbewegingen maken. Maar
het is niet uit respect voor zowel de “politie” als de hondsdolle hond; het is uit angst voor
het gevaar van een brein dat slecht functioneert, omdat het is geïnfecteerd door een
destructieve ziekte, of het nu hondsdolheid is of het geloof in “gezag”.
Als gelovigen in “gezag” agressie plegen, zich verbeeldend dat dergelijke handelingen te
rechtvaardigen zijn, omdat ze “wettelijk” worden genoemd, hebben hun doelwitten weinig
opties. Als een “belasting” controleur, of een politieagent, of een andere handhaver van de
wil van politici, degenen die de mythe van “gezag” zijn ontsnapt probeert af te persen, te
135
controleren, te overheersen of te mishandelen kunnen de doelwitten van die “legale”
agressie, meegaan in wat ze weten dat onrecht is, of ze kunnen proberen het op één of
andere manier te omzeilen, of proberen iets te verbergen voor de “legale” agressors, of ze
kunnen zich met geweld verzetten tegen de agressors. Het is jammer dat de laatste optie is
ooit nodig is, want hoewel het gebruik van defensief geweld moreel gerechtvaardigd is
(zelfs wanneer “illegaal”), is het triest dat een goed mens ooit geweld tegen een ander goed
persoon gebruikt, simpelweg omdat de laatste zijn perceptie van goed en kwaad verdraaid
en verwrongen heeft door een irrationeel bijgeloof. Zelfs de moorddadige misdadigers van
de meest brute regimes in de geschiedenis, dachten als gevolg van hun geloof in de mythe
van “gezag” dat ze hun plicht deden; zij dachten tot op een bepaald niveau, dat hun acties
nobel en rechtvaardig waren, anders zouden zij ze niet hebben gepleegd. Dergelijke
gedachteloze loyaliteit aan “gezag” laat vaak de beoogde slachtoffers met slechts twee
opties: onderwerpen aan tirannie of de misleide “wetshandhavers” doden. Het zou voor
iedereen veel beter zijn als, voordat gewelddadige weerstand noodzakelijk wordt, de
huurlingen van de staat konden worden gedeprogrammeerd uit hun waan, om zo de
noodzaak te vermijden ze van het plegen van het kwaad te weerhouden, door afschrikken,
verwonden of zelfs doden.
(Persoonlijke noot van de auteur: Het mooiste wat je voor iemand kunt doen die verleid is
tot het fungeren als een pion van de onderdrukkingsmachine genaamd “regering” is, om te
doen wat je kunt om hem te overtuigen zijn loyaliteit aan de mythe van “gezag” te
heroverwegen. Als al het andere faalt, geef hem dan een exemplaar van dit boek. Hoe
onplezierig dat ook kan zijn, je zou veel van zijn potentiële toekomstige slachtoffers een
grote dienst bewijzen, en je kan zelfs de handhaver zelf een grote dienst bewijzen door hem
de noodzaak te ontnemen één van zijn toekomstige beoogde slachtoffers te verminken of te
vermoorden.)
Een wereld zonder regels
Iemand die gedeprogrammeerd is en naar de wereld kijkt, ziet in plaats van hiërarchieën
van de verschillende heersende klassen in verschillende rechtsgebieden, een wereld van
gelijken – niet in talent, bekwaamheid, of rijkdom natuurlijk, maar in rechten. – Hij ziet een
wereld waarin ieder mens zichzelf bezit, en hij komt tot het besef dat hij geen rechtmatige
meester heeft, dat er niemand boven hem staat, en dat ook voor alle anderen geldt. Hij is
aan geen “regering”, geen “land”, en geen “wet” verplicht. Hij is een soevereine entiteit.
Hij is door zijn eigen geweten gebonden, en nergens anders door.
Een dergelijk besef is ongelooflijk bevrijdend, maar kan ook heel verontrustend zijn voor
degenen die altijd hun gedrag afgemeten hebben aan hoe goed zij anderen gehoorzaamden.
Gehoorzaamheid is niet alleen gemakkelijk, omdat het iemand anders alle beslissingen laat
nemen, maar het laat degene die blindelings gehoorzaamt ook toe zich in te beelden dat de
gevolgen, wat ze ook mogen zijn, altijd andermans verantwoordelijkheid zijn. Te moeten
uitzoeken wat goed en kwaad is, en te weten dat jij alleen verantwoordelijk bent voor je
beslissingen en handelen, kan voelen als een enorme last. In wezen, is het verliezen van
het geloof in “gezag” volwassen worden, wat voordelen en nadelen heeft. De ontwaakte
136
persoon kan de wereld niet langer bekijken als een onbezorgd, onverantwoordelijk kind,
maar op hetzelfde moment, zal hij een niveau van vrijheid en zelfbeschikking hebben die
hij zich eerder niet kon indenken.
Staatisten hebben vaak een diepgewortelde angst voor een wereld waarin ieder mens zelf
bepaalt wat hij moet doen. Helaas voor hen, is dat alles wat ooit bestaan heeft, en alles wat
ooit zal bestaan. Iedereen beslist al voor zichzelf wat hij zal doen. Dat heet “de vrije wil”.
Veel mensen nemen aan dat als iemand niet gebonden is door een “gezag”, en de houding
heeft “Ik kan doen wat ik wil”, hij zich zal gedragen als een egoïstisch dier. Sommige
stellen zich zelfs voor dat ze zelf dieren zouden worden als ze niet beheerst werden door
een meester. Zo’n geloof impliceert dat mensen een sterke morele verplichting voelen om
te doen wat ze wordt verteld, maar voor de rest helemaal geen moreel kompas hebben.
Maar de meeste mensen gehoorzamen de “wet” omdat ze geloven dat het goed is om dat te
doen. Er is geen reden om aan te nemen dat diezelfde mensen, zonder ondergeschikt te
zijn aan een meester, er niet meer om zouden geven of ze goed doen. Maar velen denken
nog steeds dat mensen domme wilden zijn, die alleen in toom gehouden worden door
heersers. Dus verwachten ze dat de meeste mensen, niet langer geremd door een geloof in
“gezag”, zouden worden als ontketende dieren.
Degenen die het waanidee van “gezag” opgegeven hebben weten wel beter. Er zijn
natuurlijk consequenties van acties, met of zonder “gezag”. Afgezien van morele kwesties,
kiezen de meeste mensen meestal om zich te gedragen op een manier die niet de woede
van anderen oproept. Zelfs als niemand in goed en kwaad geloofde, zou het gevaarlijk zijn
om een gewone dief of moordenaar te zijn. En manieren vinden om vreedzaam samen te
leven heeft voordelen voor het individu en voor de groep. Maar afgezien daarvan,
proberen de meeste mensen om goed te zijn. In feite is dat waarom ze de “wet”
gehoorzaamden: omdat ze werd geleerd dat het goed is om dat te doen. Het probleem is
niet dat mensen niet goed willen zijn; het is dat hun oordeel over wat goed en wat slecht is
verschrikkelijk verdraaid en verwrongen is door het geloof in “gezag”. Ze leren dat het
financieren en gehoorzamen van een bende misdadigers een deugd is, en verzet een zonde
is. Ze worden geleerd dat aan die misdadigers vragen om hun buren te beroven en te
beheersen (via “wetgeving”) volkomen moreel en legitiem is. Kortom, als het om “gezag”
gaat, wordt ze geleerd dat goed kwaad is en dat kwaad goed is. Het initiëren van geweld
via de “wet” wordt gezien als goed, en verzet tegen zulke aanvallen (“de wet overtreden”)
wordt gezien als slecht. Zonder de mythe van “gezag” zouden mensen nog steeds
meningsverschillen hebben, en sommigen zouden nog steeds kwaadaardig of nalatig zijn,
en nog steeds domme of vijandige dingen doen. Het belangrijkste verschil in de manier
waarop mensen zonder het “gezag” bijgeloof zouden communiceren is heel simpel:
Wanneer iemand zich niet gerechtvaardigd voelt om zelf iets te doen, zal hij zich niet
gerechtvaardigd voelen iemand anders te vragen om het te doen, noch zou hij zich
gerechtvaardigd voelen om het namens iemand anders doen. Het concept is zo eenvoudig,
dat het bijna triviaal klinkt, maar het zou tot een grote verandering in het menselijke
gedrag leiden.
137
Als iemand zich niet gerechtvaardigd voelt voor het onderwijs van zijn kinderen te betalen
door met geweld zijn buren te beroven, zal hij zich ook niet gerechtvaardigd voelen op de
lokale “regering” te “stemmen” om een “onroerendgoedbelasting” op te leggen om voor
“openbare” scholen te betalen. En als iemand zich niet gerechtvaardigd voelt geld van zijn
buurman te stelen om een school te financieren, zou hij zich nog steeds niet
gerechtvaardigd voelen zelfs als hij een bepaalde functie kreeg, (en hem dat werd
opgedragen), in de naam van de “wet”. Een ander voorbeeld: als iemand zich niet
gerechtvaardigd voelt iemands deur in te trappen en hem weg te slepen en hem voor jaren
op te sluiten, voor het bezit van een plant met bewustzijnsveranderende eigenschappen,
dan zou hij zich ook niet gerechtvaardigd voelen in het steunen van “antidrugswetten”.
Ook zou hij zich niet plotseling gerechtvaardigd voelen in de uitoefening van een
dergelijke huisvredebreuk, mishandeling en ontvoering, alleen maar omdat een “gezag”
hem een functie gaf en hem vertelde om dat te doen, in de naam van een “wet”. Nog een
ander voorbeeld: als iemand zich niet gerechtvaardigd voelt geweld te gebruiken om een
complete onbekende de toegang tot een heel “land” te onthouden, dan zou hij zich nog
steeds niet gerechtvaardigd voelen als iemand hem een functie gaf bij een immigratie
dienst, noch zou hij zich gerechtvaardigd voelen “immigratiewetten” te ondersteunen die
anderen opdragen dit te doen.
In een samenleving zonder de mythe van “gezag” zouden er nog steeds dieven, moorde–
naars en andere agressors zijn. Het verschil is dat alle mensen die diefstal en moord als
immoreel beschouwen geen “legale” diefstal en moord zouden bepleiten en goedpraten,
zoals elke staatist nu doet. Nogmaals, voorstander zijn van om het even welke “wet”, is
ook voorstander zijn van het gebruik van elk niveau van autoritair geweld dat nodig is om
de naleving te bereiken, tot en met dodelijk geweld. En mensen die diefstal en moord als
immoreel zien zouden zulke daden niet simpelweg begaan omdat een “gezag” of “wet” hen
dat opdraagt.
Hoeveel van wat de politie dagelijks doet zouden ze vanuit zichzelf doen, zonder dat een
“wet” of een “gezag” het ze opdraagt? Zeer weinig. Hoeveel van hetgeen “soldaten”
routinematig doen zouden ze vanuit zichzelf doen, zonder dat een autoritaire militaire
leider het ze commandeert? Zeer weinig. Hoeveel van wat “belastingdeurwaarders” nu
doen zouden ze vanuit zichzelf doen, zonder dat enige “regering” het ze vertelt? Niets van
dit alles. Al het goede dat de zogenaamde “wetshandhavers” nu doen, – dat wil zeggen
proberen om werkelijk vijandige, destructieve mensen die schade aan onschuldigen
toebrengen stoppen – kunnen ze blijven doen zonder de mythe van “gezag”. En zij kunnen
dat doen uit de goedheid van hun hart, of als betaald werk, aangezien andere mensen
waarschijnlijk vrijwillig zouden willen betalen om dat te doen. Op hetzelfde moment, alles
wat slecht is dat “wetshandhavers” en soldaten nu doen – bijvoorbeeld, het terroriseren
van, of schieten op onbekenden, agressief optreden tegen mensen die slachtofferloze
“misdaden” plegen, het vasthouden, ondervragen en aanvallen van volslagen vreemden –
zouden de meeste van hen niet meer willen doen.
Hoeveel mensen zijn mishandeld, gemarteld en vermoord door de bevolking van Duitsland
als geheel, of de bevolking van Rusland als geheel, of de bevolking van China als geheel,
voordat de respectievelijke “overheden” van deze landen, onder de regimes van Hitler,
138
Stalin en Mao, “wetten” hadden uitvaardigd die voorwendden om zulke wreedheden te
legitimeren? Bijna geen. En hoeveel wreedheden werden begaan nadat de “regeringen”
hun bevelen uitvaardigden die de mensen aanstuurden om ze te plegen? De cijfers zijn
onthutsend: tientallen miljoenen vermoord, honderden miljoenen mishandeld, onderdrukt
of gemarteld. Uiteraard, waren de mensen van die landen (en zowat elk ander land) veel
minder geneigd om vanuit zichzelf daden van agressie te plegen dan dat ze ertoe bereid
waren na bevolen te zijn om dit te doen door een ingebeelde “gezag”.
Ironisch genoeg, wanneer staatisten worden geconfronteerd met het concept van een puur
vrijwillige samenleving, waarbij elke dienst, zelfs verdediging en bescherming, door
vrijwillige klanten gefinancierd wordt in plaats van door afgedwongen “belastingen”,
voorspellen veel van hen dat particuliere beveiligingsbedrijven tot nieuwe, mishandelende,
onderdrukkende “overheden” zouden evolueren of dat concurrerende beveiligings–
bedrijven uiteindelijk voortdurende gewelddadige conflicten met elkaar zouden krijgen.
Dergelijke voorspellingen erkennen niet dat de meeste mensen geen behoefte hebben hun
buren aan te vallen en te beroven, en zelf niet willen worden aangevallen en beroofd, en
het is alleen door het geloof in “gezag” dat de meerderheid ooit voor beroving via
“belastingen” stemt, of zich ooit verplicht voelt om in te stemmen zelf aangevallen en
beroofd te worden via “gehoorzamen aan de wet”. Zonder het idee dat de “regering”
rechten heeft die mensen niet hebben, zou geen enkele kwaadaardige, agressieve private
bewakingsfirma ooit steun van de bevolking hebben. Als ze alleen maar werden gezien als
particuliere medewerkers van gewone mensen, zou geen van de betrokkenen, noch de
klanten, noch hun ingehuurde beschermers, zich voorstellen dat de medewerkers enig
recht zouden hebben om te stelen, lastig te vallen, te terroriseren, of om iets anders te doen
waartoe niemand het recht heeft.
Om het op een ander manier te bekijken, en om het meer persoonlijk te maken, stel je voor
in een wereld te leven waar niemand van je buren zich gerechtvaardigd voelt te bepleiten
dat jij met dingen wordt “belast” waar jij bezwaar tegen hebt om die te financieren. Stel je
voor dat elke oorzaak, elk plan, elk programma, elk idee, elke voorgestelde oplossing voor
allerlei problemen, iets was wat je vrijwillig zou kunnen ondersteunen, of niet. Stel, je
woont in een wereld waar niemand van je buren vindt dat zij het recht hebben om met
geweld hun ideeën, keuzes en levensstijl aan jou op te leggen. Ze zouden zich alleen
gerechtvaardigd voelen (zoals ze al doen) in het gebruik van geweld om je te stoppen als je
besluit om hun te beroven of hen aan te vallen, maar heel weinig zouden zich er goed bij
voelen om enige vorm van agressie tegen jou te plegen.
In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, is dat precies hoe een “wereld zonder
regels” eruit zou zien. Elke persoon zou zich laten leiden door zijn eigen geweten, wat als
zelfopgelegde “regels” of “zelfregering” kan worden gezien – en hoewel sommige mensen
uit zichzelf nog steeds domme of kwaadaardige keuzes zouden maken en agressie zouden
plegen, zou niemand zich meer voorstellen dat iets een “wet” of “regel” noemen, een van
nature ongerechtvaardigde daad in iets goeds kan veranderen. En als je zo’n daad van
agressie zou weerstaan, zouden je buren je ervoor prijzen, in plaats van je te veroordelen
als een “misdadiger”, zoals bijna iedereen van hen vandaag zou doen als je een agressieve
daad weerstaat die toevallig “legaal” is.
139
Anders denken, anders praten
Veel van de termen die mensen in hun dagelijkse gesprekken gebruiken zijn gebaseerd op
de aanname dat “gezag” bestaan kan. Door voortdurend op bijgeloof gebaseerde dogma’s
te horen en te herhalen, versterkt bijna iedereen onbewust de mythe, in hun eigen geest en
in de hoofden van degenen met wie ze te praten. Autoritaire propaganda is zo alomtegen–
woordig dat het bij de massa helemaal niet meer als een “boodschap” voelt, maar het voelt
gewoon als “praten over wat er is”.
Het meeste in alle geschiedenisboeken gaat over wie wanneer welk gebied regeerde, welk
autoritair regime een ander autoritair regime veroverde, welke personen of politieke
partijen aan de macht kwamen, welke vormen van “regering” en vormen van “beleid”
verschillende rijken hebben gehad, enzovoort. Ze spreken over de verkiezingen, wie de
macht achter de schermen had, welke “wetten” ingevoerd werden, welke “belastingen”
opgelegd werden, en hoe de mensen over hun “leiders” dachten. De achterliggende
gedachte, die luid en duidelijk doorkomt, zelfs al wordt het nooit openlijk uitgesproken, is
dat het onvermijdelijk en legitiem is dat een heersende klasse bestaat – een variatie op een
opperheer, met het recht om alle anderen met geweld te beheersen.
Die boodschap blijft het constante onderliggende thema van bijna alles wat in de kranten
geschreven wordt of wat op de radio of televisie komt. De nieuwsberichten, zowel lokaal
als nationaal, praten over wat voor “wetgeving” welke “kamerleden” of “kabinetsleden”
goedgekeurd hebben, welke “wetshandhavers” die dag wat deden, en welke mensen er
misschien verkozen gaan worden, welk “regeringsbeleid” zij ondersteunen, enzovoort. De
manier waarop elk stukje gemeld wordt is zwaar aangetast door het bijgeloof van “gezag”.
Natuurlijk, heeft de manier waarop mensen denken invloed op de manier waarop ze
praten, en elke persoon geeft voortdurend uiting aan zijn fundamentele overtuigingen,
zelfs in ogenschijnlijk triviale gesprekken.
Vergelijk hoe exact dezelfde situatie en gebeurtenis zou worden weergegeven, eerst door
iemand die in “gezag” gelooft en dan door iemand die dat niet doet:
Met bijgeloof: “Vandaag heeft de plaatselijke regering van Springfield de kosten van
bouwvergunningen met vier procent verhoogd, waarvan de opbrengsten bedoeld zijn om
een bepaalde medische bijstandsregeling voor ouderen te financieren”.
Zonder bijgeloof: “Vandaag hebben de plaatselijke afpersers een formele bedreiging
afgegeven aan iedereen die bouw of renovatie doet in Springfield, ze eisen vier procent
meer dan die bende eerder al van hen eiste. Die dieven zeggen dat ze van plan zijn om een
deel van het geld dat ze in beslag nemen aan de ouderen te geven”.
Wanneer iemand het bijgeloof van “gezag” ontsnapt, veranderen zijn denkpatronen, en
daarom zijn spreekpatronen, ingrijpend. Hij maakt geen gebruik van eufemistische termen
die rechtmatigheid aan “legaal” geweld toewijzen. Hij beschrijft “belastinginners” als wat
ze zijn: professionele afpersers. Hij beschrijft “wetshandhavers” als wat ze eigenlijk zijn:
huurlingen van politici. Hij beschrijft “wetten” als wat ze eigenlijk zijn: dreigementen van
140
politici. Hij is omschrijft zichzelf niet trots als een “gezagsgetrouwe belastingbetaler”,
omdat hij erkent wat die term eigenlijk betekent: iemand die zich laat beroven en
beheersen door op macht beluste megalomanen.
De meeste staatisten vinden het moeilijk zich een wereld voor te stellen waarin er geen
centrale machine probeert iedereen te beheersen. Maar sommige vinden het even moeilijk
zich een wereld voor te stellen waarin ze zelf niet met geweld worden bestuurd. De
gedachte naar de wereld te kijken en zich volkomen onafhankelijk te voelen, geen
verplichting te voelen om “wetten” van anderen te gehoorzamen, is volkomen vreemd aan
alles wat ze ooit hebben overwogen. Zo triest als het is, vinden veel mensen het zelfs erg
moeilijk om zich een wereld voor te stellen waarin er niemand is waar ze voor moeten
buigen, geen wetgever waar ze zich aan moeten onderwerpen, geen “wet” of “regel” die
ooit hun eigen geweten terzijde kan schuiven. Zulke ideeën zijn werelden weg van wat
bijna iedereen heeft geleerd te geloven, en het aanvaarden van zo’n drastisch andere kijk
op de werkelijkheid voelt als een diep, existentieel ontwaken. Hij die de mythe is ontsnapt
zegt tegen zichzelf iets als dit:
“Heeft enig mens, of enige groep mensen, het recht om mij te laten betalen voor iets waar
ik niet om heb gevraagd en niet wil financieren? Natuurlijk niet. Als ik geen agressie pleeg
tegen iemand (via dwang of bedrog), heeft iemand dan het recht om mij te dwingen om
keuzes te maken die zij willen dat ik maak? Natuurlijk niet. Heb ik het recht om zulke
agressie te weerstaan? Natuurlijk heb ik dat. Bezit enig mens, of enige groep mensen,
rechten die ik niet bezit? Natuurlijk niet. (Hoe en van waar zouden ze die rechten gekregen
hebben?) Heb ik, op enig moment of op enige plaats, onder enige omstandigheid, ooit een
verplichting om iets anders te doen dan wat mijn eigen geweten mij dicteert? Is er enige
situatie waarin de bevelen of “wetten” van verondersteld “gezag” mij ooit zouden
verplichten, op enige wijze en in enige mate, om mijn vrije wil op te geven, of mijn eigen
gevoel van goed en fout te negeren? Natuurlijk niet”.
Onderwijzen van moraal vs. onderwijzen van gezag
Het wordt algemeen aangenomen dat, tenzij kinderen wordt geleerd “gezag” te respecteren
en te gehoorzamen, ze zich als wilde dieren zullen gaan gedragen, stelen, mishandelen, en
ga zo maar door. Maar gehoorzaamheid, in en van zichzelf, betekent alleen maar, dat in
plaats van dat iemand zijn eigen oordeel gebruikt, hij zich naar het oordeel zal voegen van
degenen die machtsposities zoeken en verwerven – enkele van de meest ongevoelige,
immorele, corrupte, kwaadaardige, oneerlijke mensen hier op aarde. Het trainen van
mensen om gehoorzaam te zijn voorkomt alleen maar dierlijk gedrag als het veronder–
stelde “gezag” niet zelf diefstal en geweldpleging goedpraat en beveelt, zoals elke
“regering” in de geschiedenis heeft gedaan onder het mom van “rechtshandhaving” en
“belastingen”. Onderwijzen van gehoorzaamheid helpt de beschaving natuurlijk niet als
degenen die de orders geven juist dat gedrag bevelen dat de samenleving schade doet:
daden van agressie tegen onschuldigen. Het idee dat grootschalige onderdanigheid goed
voor de samenleving is berust op de overduidelijk valse veronderstelling dat mensen in
machtsposities moreel superieur zijn aan alle anderen. Het zou vanzelfsprekend moeten
141
zijn dat de wereld inrichten zodat de meeste mensen hun eigen geweten negeren, en in
plaats daarvan politici toevertrouwen hun keuzes te maken, de samenleving niet veiliger of
meer deugdzaam gaat maken. In plaats daarvan zal het juist die handelingen legitimeren
die vreedzaam menselijk samenleven in de weg staan.
Vergelijk het eens met een robot, die geprogrammeerd is om te doen wat de eigenaar zegt
dat hij moet doen, of productief of destructief, of beschaafd of gewelddadig. Dit is te
vergelijken met een kind dat leert “gezag” te respecteren. Of de gehoorzame robot of het
kind uiteindelijk een instrument voor de vernietiging en onderdrukking wordt, is volledig
afhankelijk van degene die uiteindelijk de orders geeft. Als in plaats daarvan, de kinderen
het principe van zelfeigenaarschap wordt geleerd – het idee dat ieder mens zichzelf
toebehoort, en daarom niet moet worden beroofd, bedreigd, mishandeld of vermoord – dan
is de vermeende deugd van gehoorzaamheid volstrekt overbodig. Overweeg welke van de
volgende scenario’s meer waarschijnlijk tot een rechtvaardige, vreedzame samenleving
leidt: miljarden mensen wordt de basis van de menselijke moraal geleerd (bijvoorbeeld het
non agressie principe), of miljarden mensen wordt geleerd alleen maar te gehoorzamen, in
de hoop dat de enkelingen die uiteindelijk de leiding zullen hebben goede orders zullen
geven. Als het moeite kost om voor te stellen wat er in die beide scenario’s zou gaan
gebeuren, hoeft men alleen maar naar de geschiedenis te kijken om te zien wat er is
gebeurd.
Zelfs willekeurig gekozen “leiders” zullen, wanneer hen toestemming wordt gegeven om
alle anderen met geweld te beheersen snel gecorrumpeerd raken, en ze zullen tirannen
worden. Maar het zijn niet de gemiddelde, fatsoenlijke mensen die de macht over anderen
verlangen. Degenen die streven naar de macht en het ook verkrijgen, zijn meestal al
narcisten en megalomanen, mensen met een nooit eindigende lust naar macht, die houden
van het idee anderen te domineren. En het verlangen naar heerschappij wordt nooit
gedreven door een verlangen om de mensen die worden gedomineerd te helpen, maar
altijd door een verlangen om de heerser macht te geven, ten koste van degenen die hij
beheerst. Maar mensen blijven de bewering napraten dat de gemiddelde persoon, als hij
zich louter laat leiden door zijn eigen geweten, minder betrouwbaar, minder beschaafd en
minder moreel zou zijn, dan wanneer hij zijn eigen geweten aan de kant zet, en gewoon
blindelings doet wat de tirannen van de wereld hem opdragen. Als iedereen op zijn eigen
oordeel zou vertrouwen, zou dat, per definitie “anarchie” zijn, terwijl grootschalige
gehoorzaamheid aan autoritaire tirannen per definitie “openbare orde” is. Let op het
schrille contrast tussen de normale bijklank van die termen – “anarchie” klinkt eng en
gewelddadig, “recht en orde” klinkt beschaafd en netjes – en let op de werkelijke resultaten
van het volgen van het geweten versus het volgen van heersers. Het niveau van het kwaad
door individuen op zichzelf gepleegd valt volledig in het niet bij het kwaad dat wordt
gepleegd door mensen die een verondersteld “gezag” gehoorzamen.
Hoewel velen denken dat het onderwijzen van gehoorzaamheid aan “gezag” synoniem is
aan het onderwijzen van goed en kwaad, zijn de twee eigenlijk tegenpolen. Onderwijzen
van kinderen om de rechten van ieder mens te respecteren, en hen te leren dat het plegen
van agressie van nature verkeerd is, is zeer belangrijk. Maar door hen te leren dat
gehoorzaamheid een deugd is, en dat “respect voor gezag” een morele verplichting is,
142
zullen ze opgroeien tot ofwel voorstander van wijdverbreide, grootschalige agressie, of tot
een deelnemer aan wijdverbreide, grootschalige agressie. Elke staatist doet het ene of het
andere (of beide). In feite belemmert het onderwijzen van gehoorzaamheid de sociale en
geestelijke ontwikkeling van kinderen dramatisch. Na in een situatie te zijn opgegroeid
waar ze door anderen werden bestuurd, voor gehoorzaamheid beloond en voor
ongehoorzaamheid gestraft, zullen ze, als ze ooit die situatie ontsnappen, weinig of geen
opleiding hebben, en weinig of geen ervaring en oefening hebben gehad in hoe ze kunnen
denken en handelen vanuit moraal en principes. Dan hebben ze nog nooit hun eigen
oordeel en persoonlijke verantwoordelijkheid uitgeoefend, en weten ze alleen te doen wat
ze wordt opgedragen, ze zullen zijn als getrainde apen die zijn ontsnapt, maar geen manier
hebben om het hoofd te bieden aan een leven in vrijheid. Als hun opvoeding voornamelijk
onder beheer van “gezags” figuren is gevormd, raken mensen existentieel verloren als die
controle wegvalt. Kortom mensen die getraind zijn om “gezag” te gehoorzamen weten niet
hoe onafhankelijke, soevereine verantwoordelijke mensen te zijn, omdat ze hun hele leven
opzettelijk en specifiek opgeleid zijn, hun eigen geweten niet te volgen en hun eigen
oordeel niet te gebruiken. Dus als de geïndoctrineerden, aan een geïnstitutionaliseerde
controle-instelling (“school”) ontsnappen, hallucineren ze er een ander “gezag” voor in de
plaats: “regering”. De ontsnapte apen bouwen gewoon een nieuwe kooi, en springen er
enthousiast in, want dat is alles wat ze kennen, en alles wat ze ooit gekend hebben.
Aan de andere kant, zouden kinderen in een wereld zonder de “gezag” mythe, onderwezen
kunnen worden moreel te zijn, in plaats van alleen maar gehoorzaam. Ze zouden geleerd
kunnen worden om mensen te respecteren, in plaats van dat onmenselijke, gewelddadige
monster genaamd “regering” te respecteren. Ze zouden geleerd kunnen worden dat het aan
hen is, om niet alleen het juiste te doen, maar om erachter te komen wat “het juiste ding”
is. Als resultaat daarvan zouden ze kunnen opgroeien tot verantwoordelijke, denkende,
bruikbare volwassenen, leden van een vreedzame en productieve gemeenschap, in plaats
van op te groeien tot iets meer dan vee op de boerderijen van tirannen.
Geen masterplan
Als morgen, door een wonder, iedereen in de wereld het geloof in “gezag” zou loslaten,
zou het overgrote deel van diefstal, mishandeling en moord in de samenleving
onmiddellijk ophouden. Alle oorlogen zouden eindigen; alle berovingen in de naam van
“belastingheffing” zou stoppen; alle onderdrukking uitgevoerd in naam van de “wet” zou
ophouden. Het volk als geheel – met inbegrip van de daders, slachtoffers en toeschouwers
van onderdrukking – zouden zulke daden van agressie niet langer zien als legitiem.
Maar er zou ook een andere, minder directe verandering zijn. Het geloof in “gezag” is, in
essentie, een psychologische kooi. Het traint mensen te geloven dat het niet nodig is om te
beoordelen wat goed en kwaad is; dat het niet nodig is om de verantwoordelijkheid op zich
te nemen om de samenleving te verbeteren; dat alles wat van hen gevraagd wordt is dat ze
“volgens de regels spelen” en te doen wat ze wordt opgedragen, terwijl ze “leiders” en
“wetgevers” zoeken om de problemen van de samenleving te behandelen. Kortom, het
geloof in “gezag” leidt mensen ertoe om nooit volwassen te worden, om de wereld altijd te
143
zien zoals kinderen het zien: een onbegrijpelijk ingewikkelde plaats die is, en altijd zal
zijn, een ander zijn verantwoordelijkheid. Wat het probleem ook is, armoede, misdaad,
ziekte, economische of ecologische problemen – de geïndoctrineerde staatisten zijn altijd
op zoek naar een nieuwe “leider” om te verkiezen, die zal beloven om dingen te repareren.
In zekere zin, functioneert een wereld van staatisten exact op dezelfde manier als een
kleuterklas doet: als er iets mis gaat – als iets buiten de voorspelbare, vooraf geplande,
centraal gestuurde agenda plaatsvindt – roepen de “kinderen” de “juf” om alles te op te
lossen. De hele autoritaire omgeving van een klaslokaal leert de kinderen dat ze nooit de
leiding hebben; het is nooit aan hen om te beslissen wat te doen. In feite worden ze sterk
ontmoedigd ooit vanuit zichzelf te denken of te handelen. Immers, als ze zouden mogen
denken en hun eigen beslissingen mochten nemen, zou de eerste beslissing van de meeste
van hen zijn om de klas uit te lopen.
Ook volwassen staatisten wordt voortdurend verteld dat men niet “het recht in eigen hand”
mag nemen. De mensen zijn getraind om de “autoriteiten” te bellen wanneer er een
conflict of een ander probleem ontstaat, en vervolgens gedwee te doen wat de “regerings”
handhavers hen opdragen. Als er een geschil is tussen mensen, wordt de mensen verteld
dat ze altijd naar de meesters moeten rennen, of door de “politie” te bellen, of door naar
autoritaire “rechtbanken” te gaan om meningsverschillen te schikken. Bij het bespreken
van maatschappelijke problemen, praten de goed opgeleide onderdanen van de staat in
termen als: “Ze moeten een wet maken …” of “Dat zouden ze moeten verbieden…” Zij
zien hun leven als een onderdeel van een gigantisch, gecentraliseerd masterplan, dus is het
logische gevolg dat als ze hun leven verbeteren willen, de oplossing is om een verzoek
aan de plannenmakers te doen om het plan te wijzigen. Deze visie is zo ingebakken in de
massa’s dat veel mensen letterlijk het idee niet kunnen bevatten dat individuen hun leven
leiden, zonder deel uit te maken van iemand anders zijn masterplan.
Dit wordt gedemonstreerd door de gebruikelijke reactie die autoritairen geven op het idee
van een samenleving zonder heersers. Bijna zonder uitzondering, zal een staatist die een
staatloze samenleving overdenkt beginnen met de vraag hoe de dingen zullen “werken”
zonder een heersende klasse. Hij vraagt het niet gewoon omdat hij nieuwsgierig is hoe
wegen, defensie, handel, geschillenbeslechting, en andere dingen zonder “regering”
zouden kunnen functioneren. Hij vraagt dit omdat hij altijd werd getraind het menselijk
bestaan binnen het kader van een gecentraliseerd, met geweld opgelegd masterplan te
bekijken, en is letterlijk niet in staat buiten dat paradigma te denken. En dus zal hij vragen
hoe het zal werken “onder anarchie” en zal ernaar verwijzen als een “systeem”, zich
inbeeldend dat het als een nieuw soort masterplan zal worden opgelegd aan de massa’s,
terwijl het natuurlijk is precies het tegenovergestelde is: een complete afwezigheid van een
centraal, onder dwang opgelegd plan. Maar een totaalplan voor de mensheid is alles wat de
staatist ooit heeft overwogen, en het is vaak alles wat hij kan bevatten. Het idee dat
niemand “de leiding” zal hebben, dat niemand de “regels” zal maken voor iedereen anders,
dat niemand de mensheid als geheel zal plannen of beheren, en dat niemand de staatist zal
vertellen wat te doen, is simpelweg iets wat de meeste autoritairen zich zelfs nog nooit
voorgesteld hebben. Het concept is zo vreemd dat ze niet eens weten hoe ze het moeten
verwerken, zodat ze wanhopig proberen om het idee van “anarchie” (een statenloze
maatschappij) te vatten in de vorm van een masterplan.
144
(Zulk tegenstrijdig denken wordt alleen maar versterkt door degenen die het label
“anarchocommunisten” dragen. De term houdt in dat er geen heersende klasse zou zijn, en
dat de samenleving zou worden georganiseerd in een collectivistisch systeem. Als een
bepaalde groep het recht claimt om zo’n systeem onder dwang aan iedereen op te leggen, is
dat natuurlijk autoritarisme, en dus zou het “anarcho” deel van de term niet van toepassing
zijn. Een andere optie is dat degenen die zich “anarchocommunisten” noemen slechts
hopen dat, bij het ontbreken van een heersende klasse, ieder individu op de planeet vrij zal
kiezen om deel te nemen aan communes of collectieven – wat natuurlijk, niet zou
gebeuren. Als een laatste mogelijkheid, zouden de “anarchocommunisten” er wellicht zelf
voor kiezen om deel uit te maken van een commune, maar dan zouden toestaan dat
anderen voor iets anders kiezen. Uiteindelijk is de term “anarchocommunisten” weinig
zinvol, en is eigenlijk een symptoom van autoritarisme: zelfs als voorstanders van een
staatloze samenleving, stellen sommige mensen zich automatisch voor dat er sprake moet
zijn een overkoepelend systeem of plan, een grote blauwdruk, een bepaalde vorm van
maatschappelijk management dat de mensheid moet worden opgelegd als een geheel.)
De waarheid is dat met of zonder de mythe van “gezag”, niemand gerechtigheid of
welvaart kan garanderen, of alles wat er zou kunnen gebeuren voorspellen, of elk
probleem dat zou kunnen ontstaan weten, of weten hoe ze allemaal op te lossen. Het
verschil is dat degenen die in “gezag” geloven, ondanks voortdurend overweldigend
bewijs van het tegendeel, blijven doen alsof een autoritair controlesysteem de veiligheid,
verdediging, welvaart, eerlijkheid en rechtvaardigheid kan garanderen. Aan de andere
kant, doen degenen die het meest gevaarlijke bijgeloof hebben opgegeven niet langer alsof
het mogelijk is om alles en iedereen te besturen via enig “systeem”. Bizar, ondanks de
bijna onbegrijpelijke mate van economische rampen, menselijk lijden, en massale
onderdrukking, wat het geloof in “regering” herhaaldelijk heeft veroorzaakt, blijven
voorstanders van autoritarisme nog steeds volhouden dat tegenstanders van staatisme tot in
detail moeten kunnen beschrijven hoe alles in de samenleving exact zou werken, als er
geen “regering” is, zodat er niet mogelijk iets ergs zou kunnen gebeuren. En als ze dat niet
kunnen – zoals natuurlijk niemand kan – dan verklaart de staatist dat als bewijs dat
“anarchie zal nooit werken”.
In plaats van een rationele conclusie, is zo’n idee het symptoom van diepgewortelde
psychische afhankelijkheid en angst voor het onbekende. Staatisten willen de belofte dat
een alwetende, almachtige entiteit voor hen zal zorgen en hen zal beschermen tegen alle
mogelijke tegenslagen en van alle slechte mensen in de wereld. Het feit dat politici
doorlopend zulke beloften maken, en nog nooit één keer daadwerkelijk aan zo’n belofte
voldaan hebben (want de belofte is duidelijk belachelijk), houdt staatisten niet tegen te
verlangen die belofte te horen. Ongeacht hoe vaak autoritaire “oplossingen” verschrik–
kelijk mislukken, denken de meeste mensen nog steeds dat een ander “regerings” plan de
enige oplossing is. Wat ze willen is een garantie dat een almachtige entiteit buiten henzelf
ervoor zal zorgen dat hun leven comfortabel en veilig is. Het lijkt ze niet te kunnen
schelen, of ze hebben niet eens in de gaten, dat zulke “garanties” nooit uitkomen, en dat
iemand die claimt de macht te hebben een dergelijke garantie te geven een ongelooflijk
vette leugenaar of een gek is. En toch, omdat anarchisten en voluntaristen nooit de absurde
145
belofte zouden geven dat, zonder “regering”, er nooit iets ergs zal gebeuren, blijven de
meeste staatisten doodsbang voor het idee van een staatloze samenleving.
(persoonlijke noot van de auteur: ik heb ontdekt dat, wanneer het onderwerp van een
staatloze samenleving opkomt in mijn gesprekken met staatisten, ze bijna zonder
uitzondering beginnen vragen te stellen in de passieve vorm: hoe zal dit voor elkaar
komen, hoe zal dat worden gedaan? Ze spreken, zelfs als het gaat om hun eigen leven,
alsof ze weinig meer dan toeschouwers zijn, afwachtend wat er zal gebeuren. Dit is omdat,
veel van hun vormende jaren, vooral tijdens hun “school” periode, ze niet veel meer dan
toeschouwers waren. De scripts van hun leven werden door anderen geschreven; hun lot
werd bepaald en beslist door “gezag”, niet door henzelf. Dus, in een poging om hen aan
die manier van denken te laten ontsnappen, wanneer ze mij iets vragen als, “Onder
anarchie, hoe zal dit worden aangepakt?” reageer ik, “hoe zou jij ermee omgaan?” Als ze
vragen: “Wat zou worden gedaan aan dit mogelijke probleem?” vraag ik, “Wat zou jij
doen?” En zij kunnen meestal met ideeën komen, uit blote hun hoofd, die beter zijn dan
een autoritaire oplossing. Het probleem is niet dat ze niet in staat zijn om de leiding te
hebben over zichzelf, hun toekomst, en in feite de toekomst van de wereld; het probleem is
dat het gewoon nooit bij hen opgekomen is dàt ze al verantwoordelijk zijn voor zichzelf,
hun toekomst, en de toekomst van de wereld.)
Iemand die begrijpt dat “gezag” een mythe is, heeft geen enkele verplichting om uit te
leggen hoe elk aspect van een vrije samenleving zou werken, net zomin als iemand die
zegt dat de kerstman niet echt is geen enkele verplichting heeft om uit te leggen hoe het
kerstfeest zonder hem zal werken. Echter, staatisten dringen vaak aan, als voorwaarde om
zelfs maar de mogelijkheid te overwegen van een staatloze samenleving, dat iemand hen
vertelt hoe ieder aspect van het leven van iedereen zal werken zonder “regering”.
Natuurlijk weet niemand – met of zonder de mythe van “regering” – wat er allemaal zal
gebeuren. Het vastklampen aan een bewijsbaar onjuiste, tegenstrijdige mythe, die zelf
heeft geleid tot grootschalige moord, afpersing en onderdrukking, omdat iemand niet in
detail een perfecte wereld zonder de mythe kan beschrijven, is absurd. Mensen kunnen
suggesties of voorspellingen doen over hoe diverse aspecten van een vrije samenleving
zouden kunnen werken zonder “gezag” – en vele wetenschappelijke verhandelingen doen
precies dat – maar zodra iemand echt de waanzin begrijpt, inherent aan elk geloof in
“gezag”, zal hij nooit meer terug gaan naar het accepteren van de mythe, ongeacht wat hij
denkt dat er zonder dat bijgeloof zou kunnen gebeuren, net zomin als dat een volwassene
terug naar het geloof in de kerstman zou gaan, omdat hij niet weet of het kerstfeest zou
werken zonder hem.
146
Jij regeert jou, ik regeer mij
In de afwezigheid van “gezag”, zou per definitie, niemand de macht of het recht hebben
om te verkondigen, “Dit is hoe de dingen zullen worden gedaan”. Maar dat is het enige
denkmodel dat de meeste autoritairen ooit hebben overwogen. Degenen die zich realiseren
dat zij noch de mogelijkheid, noch het recht hebben om de hele mensheid te regeren,
denken niet in termen van een masterplan voor het menselijk ras. In plaats daarvan,
denken ze in termen van het enige wat ze echt kunnen controleren: hun eigen acties. Ze
denken in termen van: “Wat moet ik doen?” In plaats van: “Wat moet ik de meesters
vragen te doen?” Ze zijn niet zo arrogant of verwaand om te denken dat ze het recht of de
mogelijkheid hebben om keuzes voor de hele mensheid te maken. Ze maken hun eigen
keuzes, en accepteren de onvermijdelijke realiteit dat andere mensen andere keuzes zullen
maken.
Op praktisch niveau is het absurd om te verwachten dat een systeem van gecentraliseerde
controle, waarin een handvol politici, met hun beperkte kennis en ervaring, die met een
masterplan komen en het vervolgens aan iedereen opleggen, beter zou werken dan het
vergelijken en het combineren van alle kennis, vindingrijkheid en expertise van honderden
miljoenen mensen, via een netwerk van wederzijds vrijwillige handel en samenwerking.
Ongeacht wat het doel is – voedselproductie, de aanleg van wegen, bescherming tegen
aanvallers, of iets anders – de ideeën die komen uit de “chaos” van miljoenen mensen die
verschillende uitvindingen en oplossingen proberen, zullen altijd beter zijn dan de ideeën
die een handjevol politici verzinnen. Dit geldt met name in het licht van het feit, dat terwijl
de politici hun ideeën aan iedereen opleggen, zelfs als het waardeloze ideeën zijn die
niemand anders wil, moeten vrije markt ideeën goed genoeg zijn zodat anderen ze
vrijwillig willen steunen.
Ondanks de geweldige welvaart die reeds gecreëerd is door relatief vrije, “anarchistische”
handel en onderlinge samenwerking, is de gedachte dat mensen samenleven zonder dat ze
allemaal worden bestuurd en gereguleerd door een masterplan voor de meeste staatisten
nog steeds onbevattelijk. De meeste staatisten zijn zelfs nog nooit begonnen met het
overdenken van de mogelijkheid echt de leiding over hun eigen leven te hebben. Alles aan
de moderne autoritaire samenleving leidt mensen ertoe om trouwe onderdanen te zijn van
een bestuurssysteem, in plaats van mensen op te leiden tot wat ze zouden moeten zijn:
soevereine entiteiten, die zelf dingen uitzoeken, die met anderen omgaan als gelijken,
verantwoording aan hun eigen geweten afleggen boven alles. Voor de meesten, is het idee
van een wereld waar zij degenen zijn die problemen oplossen, geschillen beslechten, de
behoeftige helpen, zichzelf en anderen beschermen, zonder naar een almachtig “gezag” te
kunnen rennen, een volkomen vreemd en angstaanjagend concept. Ze houden ervan om
autoritaire oplossingen te bepleiten, maar willen eigenlijk zelfs niet de leiding over zichzelf
hebben, laat staan persoonlijk verantwoordelijkheid dragen voor het functioneren van de
samenleving. En hun geloof in “gezag” gebruiken ze in een poging die verantwoordelijk–
heid te ontlopen en de realiteit van het leven te vermijden.
Het leven van een gekooid dier is in veel opzichten makkelijker dan het leven in het wild.
Evenzo kan het leven als een onnadenkende menselijke slaaf meer voorspelbaar zijn en
147
veiliger voelen dan een leven met verantwoordelijkheid. Maar net als in het wild levende
dieren sterker en slimmer zijn en ze veel beter in staat zijn om voor zichzelf te zorgen, zal
het loslaten van de “gezags” mythe mensen dwingen om slimmer, creatiever, meelevender,
en meer moreel te zijn. Dat wil niet zeggen dat alle mensen zonder geloof in “regering”
wijs, vriendelijk en gul worden. Maar als miljoenen mensen allemaal begrepen dat het aan
henzelf is om een betere wereld te maken, in plaats van alleen maar braaf een toegewezen
rol in andermans masterplan te spelen, onderwijl de “regering” zeurend om alles op te
lossen, zou er een niveau van menselijke creativiteit, vindingrijkheid, en samenwerking
loskomen ver voorbij ieders verbeelding.
Een andere samenleving
Tegenwoordig associëren de meeste mensen het idee van “iedereen doet wat hij wil” met
chaos en dood, en associeert iedereen gehoorzaam en “gezagsgetrouw zijn” met orde en
beschaving. Zonder de “gezags” mythe echter, zouden mensen een heel andere mentaliteit
hebben. Zonder een “gezag” om blindelings te volgen en te gehoorzamen, zonder te
kunnen zeuren tegen “machthebbers” om alles op te lossen, zouden mensen voor zichzelf
moeten uitzoeken wat goed en fout is, en hoe je problemen op kunt lossen. Sommigen
zullen beweren dat de mensen te kortzichtig zijn, te lui en te onverantwoordelijk om hun
eigen leven te leiden, maar het is juist het geloof in “gezag”, dat hen toegestaan heeft om
zo lui en hulpeloos te zijn. Zolang ze geloofden dat dingen rechtzetten niet hun taak was,
dat het oplossen van problemen niet hun taak was, en dat alles wat ze hoefden te doen was
om hun meesters te gehoorzamen, als onnadenkende pionnen in andermans masterplan,
hadden ze geen behoefte aan opgroeien. Maar het afstoten van het bijgeloof dwingt
iemand in de positie van realiseren dat er niets op aarde boven hem is, wat betekent dat hij
verantwoordelijk is voor zijn eigen doen (of nalaten); hij is degene wiens taak het is om de
wereld een betere plaats te maken; hij is degene die de samenleving moet laten werken.
Er zijn zeker al staatisten die proberen om een positief verschil te maken, maar vaker wel
dan niet worden hun goede bedoelingen door het geloof in “gezag” omgezet in slechte
daden, hun medeleven veranderd in geweld, en hun productiviteit tot brandstof van
onderdrukking gemaakt. Bijvoorbeeld, veel mensen die bij het leger gaan beginnen met
het nobele doel hun landgenoten te verdedigen tegen vijandige buitenlandse machten, en
veel van degenen die “politieagenten” worden doen dat met de bedoeling om mensen te
helpen, en goede mensen te beschermen tegen slechte mensen. Echter, zodra zij agenten
worden van het mythische beest bekend als “regering”, houden ze onmiddellijk op hun
eigen waarden en hun eigen percepties van goed en kwaad na te streven, in plaats daarvan
worden ze handhavers van de willekeurige grillen van politici. In iedere “regering” in de
geschiedenis, zijn die ogenschijnlijke “verdedigers” snel, zo niet onmiddellijk, omgevormd
tot agressors. De eerste daad van bijna elke regime is een soort van “belasting” op te
leggen, om met geweld haar onderdanen te beroven, meestal met het stompzinnige excuus
dat het zo moet handelen om de mensen te kunnen beschermen tegen rovers. Het is dan
ook ironisch dat zoveel mensen het idee accepteren dat een “regering” de enige entiteit is
die in staat is tot het beschermen van de goeden tegen de slechten. In waarheid kunnen
148
alleen in de afwezigheid van het geloof in “gezag” de goede bedoelingen van zogenaamde
beschermers en verdedigers werkelijk de mensheid dienen.
Een privé-militie bijvoorbeeld, opgezet met het doel een bepaalde bevolking te verdedigen
tegen vreemde indringers – welke niet wordt ingebeeld, door haar leden of door wie dan
ook, één enkel bijzonder “gezag” te hebben – zal geleid worden door het persoonlijke
geweten van elk individueel lid. Een dergelijke organisatie kan een zeer effectief middel
zijn voor het uitoefenen van rechtmatig defensief geweld, terwijl het immuun is voor de
gebruikelijke omkoopbaarheid van autoritaire “beschermings” zwendel. Een privé-militie
lid die geen last heeft van de “gezags” waan kan niet en zou nooit het excuus van “gewoon
orders volgen” gebruiken om te proberen de verantwoordelijkheid voor zijn eigen daden te
ontkennen. Als hij geweld gebruikt, weet hij, en iedereen om hem heen, dat hij persoonlijk
de keuze gemaakt heeft, en dat hij er persoonlijk verantwoordelijk voor is, en persoonlijk
verantwoordelijk voor zijn daden dient te worden gehouden. De enige manier waarop een
particuliere, niet-autoritaire militie onderdrukkend kan worden is als elk individu daarin er
persoonlijk ervoor kiest om op die manier te handelen. In tegenstelling daarmee kan een
“regerings” leger onderdrukkend worden als gevolg van maar één echt kwaadaardige
persoon in de commandostructuur, als degenen onder hem effectief werden getraind om
trouw orders te volgen.
Zonder de mythe van “gezag”, zal niet iedereen verantwoordelijk en liefdevol handelen.
Maar als iedereen aanvaardt dat hij de leiding over zichzelf heeft, is het veel minder
waarschijnlijk dat goede mensen het werk voor slechte mensen zullen doen, zoals nu
voortdurend gebeurt, door middel van het geloof in “gezag”. Staatisten zijn vaak bang voor
wat sommige mensen zouden kunnen doen als ze niet weerhouden worden door de
“regering”. Wat ze werkelijk moeten vrezen, is echter wat die mensen kunnen doen als ze
“regering” worden. De hoeveelheid schade die een vijandig, kwaadaardig individu op
zichzelf kan doen is niets vergeleken met de schade die een vijandige, kwaadaardige
“gezagsdrager” kan doen, door middel van gehoorzame, maar verder goede mensen. Om
het anders te zeggen, als het kwaad alleen werd gepleegd door slechte mensen zou de
wereld een veel betere plaats zijn dan het nu is, met in principe goede mensen die constant
slechte daden begaan, omdat een vermeend “gezag” het hen opdraagt.
149
Een ander soort regels
Zonder geloof in “regering”, zouden gemeenschappen vrijwel zeker “regels” ontwikkelen
die op het eerste gezicht op “wetten” zouden lijken. Maar er zou een fundamenteel verschil
zijn. Het is zowel rechtmatig als nuttig uitspraken te doen over wat de gevolgen zijn van
bepaalde handelingen, en die op te schrijven en te publiceren zodat iedereen ze kan zien.
Bijvoorbeeld, mensen kunnen in een stad bekend maken dat als je in hun stad betrapt
wordt op stelen, je onderworpen zult worden aan dwangarbeid totdat jij je slachtoffer
drievoudig hebt terugbetaald wat je gestolen hebt. Of de mensen van een wijk kunnen
bekendmaken dat als je daar betrapt wordt op dronken rijden, zij je auto zullen afpakken
en het een meer inrollen. Maar, terwijl dergelijke decreten bedreigingen zouden vormen,
zouden ze fundamenteel verschillend zijn van wat nu “wetten” genoemd worden, om
verschillende redenen:
1) Degenen die daadwerkelijk de bedreiging maken – degenen die hebben besloten welke
vergelding zij persoonlijk gerechtvaardigd vinden voor de mensen die gevaar of schade
toebrengen aan hun buren – zouden alleen zelf de verantwoordelijkheid dragen voor het
maken en uitvoeren van een dergelijke bedreiging.
2) De bedreiging zou geen verkiezing of consensus nodig hebben. Eén persoon, of duizend
mensen samen, kunnen een waarschuwing in die vorm geven, “Als ik je te pakken krijg
dat te doen, zal ik dit aan jou doen”. De bedreiging zou niet worden gezien als “de wil van
het volk”, maar alleen als een verklaring van de bedoeling van degene die daadwerkelijk
die waarschuwing geeft.
3) De legitimiteit van een dergelijke bedreiging zou worden beoordeeld, niet naar wie het
dreigement uit, maar of het dreigement (in de ogen van de waarnemer) in verhouding staat
tot de gepleegde misdaad. Niemand zou zich verplicht voelen in te stemmen met, of zich
te houden aan, een dreigement dat oneerlijk of ongerechtvaardigd voelt.
4) Zo’n waarschuwing zou niet pretenderen de moraal te veranderen, of een nieuwe
“misdaad” te creëren, noch zou iemand denken dat zo’n waarschuwing legitiem zou zijn
simpelweg omdat het werd uitgesproken (zoals mensen een autoritaire “wet” nu zien).
Maar men zou het zien als wat de mensen terplekke gerechtvaardigd achten. Daarom, in
plaats van de autoritaire formule, “Wij maken hierbij het volgende illegaal”, past zo’n
waarschuwing in deze sjabloon. “Ik vindt dat als je dit doet, ik het recht heb om op deze
manier te reageren”.
Veel mensen, die zijn opgeleid in “gezagsaanbidding”, zouden doodsbang zijn voor zulke
niet gecentraliseerde “vrijheid voor allen” methode van menselijke interactie. “Maar wat
als”, zal de staatist vragen, “iemand een dreigement schrijft dat zegt, als ik niet van je
religie of je haarstijl, of je dieetkeuzes houdt, schiet ik je dood?” Het onderzoeken van die
vraag, in de context van een samenleving die nog steeds aan het bijgeloof van “gezag”
lijdt, en in een samenleving zonder zulk geloof, toont aan hoe gevaarlijk de mythe van
“gezag” echt is. Het is waar dat in de afwezigheid van het geloof in “regering”, iemand in
ongerechtvaardigde situaties met geweld kan dreigen. Het punt is niet dat iedereen
150
automatisch naar behoren zal denken en zich goed zal gedragen als er geen heersers zijn,
maar dat zulke kwaadaardige neigingen in de mens veel ongevaarlijker en minder
destructief zouden zijn zonder dat het geloof in “gezag” het legitimeert.
Vergelijk eens wat er gebeurt als sommige mensen zich heftig tegen alcoholgebruik
verzetten, en als een “gezag” het verbiedt. Het is mogelijk (maar onwaarschijnlijk) dat een
individu in een staatloze samenleving, vanuit zichzelf, zou verklaren, “Ik beschouw het
nuttigen van alcohol als een zonde, en als ik erachter kom dat je hebt gedronken, kom ik
met een pistool naar je huis om het recht te zetten”. Iedere persoon die dat doet zou vrijwel
zeker worden overtuigd, zo niet door beleefd redeneren, dan door de dreiging van
tegengeweld, dat hij zijn dreigement niet zou moeten doorvoeren, en moet stoppen met het
maken van dergelijke bedreigingen. Uiteraard kan die ene persoon niet, vanuit zichzelf,
miljoenen bierdrinkers onderdrukken. Zelfs niet met anderen die het drinken van alcohol
ook als een zonde zien, ook al was het een meerderheid, er zouden maar weinig zijn die
zich gerechtvaardigd voelden om hun visie met geweld aan anderen proberen op te leggen.
Of ze nu erkenden dat zulke agressie niet gerechtvaardigd is of dat ze gewoon bang waren
voor wat hun kan worden aangedaan als ze het probeerden, hoe dan ook gewelddadige
conflicten zouden worden vermeden.
In contrast, stel dat een groep mensen, in de “regering”, alcohol “illegaal” verklaarde en
een zwaar bewapende bende handhavers creëerde om op iedereen te jagen die werd betrapt
op alcoholbezit, en hen gevangen te nemen. Aangezien dit echt gebeurd is, hoeft er niet te
worden gespeculeerd over de resultaten. Met de belofte de meeste maatschappelijke
problemen op te lossen, en met steun van het publiek, vaardigde de Amerikaanse
heersende klasse in 1920 een verbod uit op alcohol. Alcoholgebruik bleef, zij het iets
minder, en meteen ontstond er een zwarte markt voor alcoholproductie en distributie. Een
enorm winstgevende, maar “illegale” markt leidde tot gewelddadige conflicten, een
nieuwe hoogte in de georganiseerde misdaad en andere criminaliteit, en grootschalige
corruptie in de “regering”, maar ook wrede pogingen om de alcoholhandel uit te roeien.
Bij het zien van de werkelijke resultaten, was de meerderheid van de mensen al snel tegen,
en eiste de intrekking van het achttiende amendement, dat dit verbod op federaal niveau
“legitimeerde”. En zoals te verwachten was, toen het verbod was opgeheven, stopte ook al
het aanverwante geweld, zowel het “regerings” geweld als het particuliere geweld.
In dit voorbeeld, en in talloze andere, is te zien dat als mensen aan zichzelf worden
overgelaten, de meeste mensen niet zullen proberen om hun voorkeuren met geweld aan
anderen op te leggen, maar ze zullen flexibel zijn om gewelddadige conflicten te
voorkomen. Echter, als er een “regering” is die mensen kunnen gebruiken om hun normen
onder dwang aan anderen op te leggen, zullen ze die graag smeken dat te doen, en voelen
geen schaamte of schuld dat te hebben gedaan. Als het maken en uitvoeren van een
dreigement (of “regel” zoals men vaak zegt) voor eigen persoonlijke verantwoordelijkheid
en risico zou zijn, zouden heel weinig mensen zo graag hun buren bedreigen. Maar door
het voertuig van “gezag”, bedreigen al degenen die in “regering” geloven voortdurend al
hun buren, terwijl men daar geen enkele verantwoordelijkheid voor neemt, en geen enkel
risico voor aanvaardt. Kortom, het geloof in “autoriteit” verandert iedereen die erin gelooft
in een misdadiger en een lafaard.
151
Organisatie zonder “gezag”
Na de manieren te hebben genoemd waarop de menselijke samenleving in afwezigheid
van de “gezag” mythe zou veranderen, is het eveneens belangrijk om de dingen te noemen
die niet zouden veranderen. Om één of andere reden, schijnen sommige mensen te denken
dat “anarchie” – een samenleving zonder een heersende klasse – gelijk staat aan “ieder voor
zich”, met elke persoon die zijn eigen voedsel verbouwt, zijn eigen huis bouwt, en ga zo
maar door. De implicatie van zo’n overtuiging is dat menselijke samenwerking en handel
alleen plaatsvindt omdat iemand “de leiding” heeft. Natuurlijk is dit niet het geval, en is dit
nooit het geval geweest. Mensen ruilen en werken samen voor wederzijds voordeel, zoals
te zien is in de vele miljoenen bedrijven en transacties die al plaatsvinden, zonder enige
“regerings” bemoeienis.
Supermarkten zijn voorbeelden van goed georganiseerde, verbazingwekkend efficiënte
manieren om voedsel te verspreiden, waarin vele duizenden mensen betrokken zijn, die
geen van allen tot deelname worden gedwongen, maar ieder van hen doet dit voor zijn
eigen voordeel. Iedereen, van boeren, tot vrachtwagenchauffeurs, tot vakkenvullers, tot
kassamedewerkers, tot winkelmanagers, tot aan eigenaars van hele winkelketens, doen wat
ze doen, omdat ze er persoonlijk voordeel bij hebben om dat te doen. Niemand is “legaal”
verplicht om een hap voedsel te produceren voor iemand anders, en toch worden
honderden miljoenen mensen gevoed, en goed gevoed, met een grote verscheidenheid aan
voedselproducten, van hoge kwaliteit, maar tegen een lage prijs, door wat in wezen een
anarchistisch systeem is, van voedselproductie en distributie.
Dit is het resultaat van de menselijke natuur en simpele economie. Indien er een behoefte
aan een product of dienst is, valt er geld te verdienen door erin te voorzien. En waar geld
te verdienen is, zullen mensen zijn – of groepen van mensen – die concurreren voor dat
geld, door te proberen om de producten beter en goedkoper te maken. Zo’n “systeem” –
wat in werkelijkheid helemaal geen systeem is – “straft” automatisch degenen van wie de
producten minderwaardig of te duur zijn, en beloont degenen die een manier vinden om
mensen te voorzien van wat ze willen tegen een betere prijs. En het opgeven van de mythe
van “gezag” zou dat niet in de geringste mate hinderen.
In feite, verstoort het bijgeloof in “gezag” constant mensen die iets proberen te organiseren
voor wederzijds voordeel, door het opwerpen van “belastingen”, vergunningsvereisten,
regelgeving, inspecties en andere “legale” obstakels. Zelfs de “wetten” die zogenaamd
bedoeld zijn om consumenten te beschermen, beperken over het algemeen alleen maar de
keuzemogelijkheden voor de consument. Het eindresultaat is dat veel ondernemers die
zich anders op het maken van een beter product tegen een betere prijs zouden richten, zich
in plaats daarvan richten op het lobbyen bij de “regering” om dingen te doen die de
concurrentie belemmert of kapotmaakt. Omdat het mechanisme van “regering” altijd het
gebruik van geweld is, kan het nooit helpen in de competitie; het kan alleen hinderen. Met
andere woorden, in plaats van een essentieel belang te zijn voor een georganiseerde
samenleving, is de mythe van “gezag” het grootste obstakel voor menselijke organisatie
voor wederzijds voordeel.
152
Verdediging zonder “gezag”
Zij die blijven volhouden dat de “regering” noodzakelijk is, brengen vaak de kwestie van
verdediging en bescherming naar voren, en beweren dat samenleving zonder “regering”
zou betekenen dat iedereen alles maar zou kunnen doen. Dat als er geen normen van
gedrag, geen regels, en geen straffen zijn voor degenen die kiezen diefstal of moord te
plegen, de samenleving zou afglijden naar constant geweld en chaos. Zulke zorgen zijn
echter gebaseerd op een grondige misvatting van de menselijke natuur, en wat “regering”
is, en wat het niet is.
Verdedigen tegen agressors vereist geen speciaal “gezag” geen “wetgeving” geen “wet”, en
geen “wetshandhavers”. Defensief geweld is van nature gerechtvaardigd, ongeacht wie het
doet, en ongeacht wat enige “wet” zegt. En het hebben van formele, georganiseerde
middelen voor zo’n defensieve macht voor een gemeenschap, vereist ook geen “regering”
of “wet”. Iedereen heeft het recht om zichzelf te verdedigen, of om iemand anders te
verdedigen. Hij kan ervoor kiezen om iemand anders in te huren om verdedigingsdiensten
te verlenen, hetzij omdat hij fysiek niet in staat om zichzelf te verdedigen, of gewoon
omdat hij liever iemand anders betaalt om het te doen. En als een aantal mensen ervoor
kiezen om een organisatie van getrainde vechters te betalen, met de wapens, voertuigen,
bouwwerken, en andere dingen die ze nodig hebben om een hele stad te verdedigen,
hebben mensen dat recht ook.
Op dit punt, zullen de meeste gelovigen in de “regering” protesteren, en zeggen: “Dat is
immers alles wat een regering is”. Maar dat is niet het geval. En dit is waar het verschil
duidelijk wordt. Waartoe een individu het recht niet heeft – waartoe geen enkele groep
mensen het recht heeft, maakt niet uit hoe groot, – is om iemand anders (individueel of in
een groep) iets op te dragen waartoe elke persoon zelf het recht niet heeft om te doen. Ze
kunnen niet rechtmatig iemand inhuren om beroving te plegen, ook al noemen ze het
“belastingen”, omdat het individu geen recht heeft om te stelen. Ze kunnen niet rechtmatig
iemand inhuren om anderen te bespioneren en om met geweld de keuzes en het gedrag van
hun buren te beheersen, ook al noemen ze het “regelgeving”. Mensen in een staatloze
samenleving zouden zich alleen gerechtvaardigd voelen iemand in te huren om geweld te
gebruiken in de zeer beperkte mogelijkheden, en in de zeer beperkte situaties, waarin elk
individu het recht heeft om geweld te gebruiken: om te verdedigen tegen aanvallers. In
tegenstelling tot wat de meeste zogenaamde “beschermers” in de “regering” doen, en dat is
plegen van agressie, niet het verdedigen ertegen.
Een deel van wat nu aangemerkt wordt als “politiewerk” – in feite, alles wat de “politie”
doet dat werkelijk rechtmatig, edel, rechtvaardig, en nuttig is voor de maatschappij – zou
ook zonder de “gezags” mythe bestaan. Onderzoek naar wangedrag en aanhouding van
echte criminelen – dus mensen die anderen schaden, niet mensen die louter ongehoorzaam
zijn aan politici – zouden zonder de “gezag” mythe blijven, als iets dat bijna iedereen zou
willen, en waar ze voor zouden willen betalen. Dit wordt aangetoond door het feit dat er
nu ook al privé-detectives en particuliere beveiligingsbedrijven zijn, in aanvulling op de
“beschermingsdiensten” van de “regering” die iedereen gedwongen moet financieren.
153
Er zou slechts één verschil zijn, al is het een groot verschil: degenen die in de afwezigheid
van het “gezag” bijgeloof zouden onderzoeken en beschermen, zouden altijd geacht
worden precies dezelfde rechten te hebben als ieder ander. Hoewel ze vermoedelijk beter
uitgerust en beter toegerust zouden zijn om hun werk te doen dan de gemiddelde burger,
zouden hun acties volgens dezelfde normen worden beoordeeld, waarop de acties van
iemand anders zou worden beoordeeld, wat helemaal niet het geval is bij zogenaamde
“wetshandhavers”. Particuliere beveiligingsbedrijven zouden ook hun eigen acties toetsen,
niet naar of bepaald “gezag” hen iets had opgedragen, of dat hun acties als “legaal” werden
beschouwd door de “regering”, maar of al die acties, naar hun eigen persoonlijke mening,
van nature gerechtvaardigd zouden zijn. Niet alleen zou een excuus van “gewoon orders
volgen” het grote publiek niet overtuigen, maar de agenten zelf zouden, zelfs in hun eigen
verstand niet, een excuus kunnen gebruiken om de verantwoordelijkheid voor hun daden
te ontlopen, want niemand zou beweren een “gezag” over hen te zijn.
Niet autoritaire “politie” – als ze al zo genoemd zouden worden – zou heel anders worden
gezien dan de “regerings”agenten van nu. Ze zouden niet geacht worden het recht te
hebben om iets te doen waar een andere persoon het recht niet toe heeft. Ze zouden alleen
ergens naartoe kunnen, mensen kunnen ondervragen, geweld kunnen gebruiken, of iets
anders kunnen doen, in situaties waarin ook iemand anders gerechtvaardigd zou zijn
hetzelfde te doen. Als gevolg daarvan zou de gewone man geen reden hebben om enige
nervositeit of alertheid te voelen in hun aanwezigheid, zoals bij de meeste mensen nu het
geval is in de aanwezigheid van “wetshandhavers”. Mensen zouden zich niet méér
verplicht voelen zich te onderwerpen aan ondervraging, of zoekacties, of iets anders op
verzoek van particuliere beschermers, dan als een onbekende op straat zoiets verzocht. En
als een particuliere beveiliger beledigend werd, of zelfs gewelddadig, zou zijn slachtoffer
het recht hebben om op dezelfde manier te reageren als waarop hij anders zou doen als
iemand zich zo gedroeg. Wat nog belangrijker is, de persoon die de agressie van een
particuliere beveiliger weerstond, zou de steun van de omstanders hebben als hij dit deed,
omdat die omstanders zich niet zouden inbeelden enige verplichting te hebben om te
buigen voor iemand vanwege een uniform of een “wet”.
De beste garantie tegen corruptie of ontsporing van een beveiligingsbedrijf is de
mogelijkheid van klanten om gewoon te stoppen met betalen. Uiteraard wil niemand
betalen voor een bende die hem onderdrukt, maar de meeste mensen willen net zo goed
niet betalen voor een bende die iemand anders onderdrukt. Net zoveel als de gemiddelde
persoon wil zien dat dieven en moordenaars worden gepakt en gestopt, wil hij er ook op
toezien dat onschuldigen niet worden geschaad. Als de klanten van een particulier
beveiligingsbedrijf ontdekten dat hun “beschermers” onschuldige mensen lastig vielen en
aanvielen – het soort gedrag waarvoor ze waren ingehuurd om het te voorkomen – zou het
klantenbestand meteen verdwijnen, en de misdadigers zouden failliet zijn. En als, zonder
enig vermeend “gezag”, misdadigers besloten hun voormalige klanten te dwingen om te
blijven betalen, zou de tegenstand van de mensen onmiddellijk en hevig zijn, omdat
niemand een “legale” verplichting zou voelen om zichzelf te laten onderdrukken.
Een niet autoritair verdedigingssysteem zou ook een ander bijzonder belachelijk aspect
missen van bijna alle “regerings” vormen van “verdediging”. Het is standaard voor
154
“regeringen”, niet alleen mensen te dwingen “verdediging” programma’s te financieren,
maar zelfs te weigeren om de mensen te vertellen wat ze allemaal financieren. De
Amerikaanse “regering” en in het bijzonder de CIA (hoewel veel andere bureaus zich ook
bezig houden met geheime operaties), heeft tientallen jaren, en biljoenen dollars, waarvan
een groot deel nog steeds onverantwoord is, besteed aan operaties waarvan het de
“klanten” – het Amerikaanse volk – verboden is om er iets over te weten. Sterker nog,
iedereen die zou proberen het Amerikaanse volk te vertellen wat ze allemaal financieren
zou worden opgesloten – of erger – voor het schenden van de “nationale veiligheid”. Met
bijna onbeperkte macht, bijna ongelimiteerde fondsen, en toestemming om al hun daden in
het geheim te doen, is het volkomen absurd om te denken dat het leger en de CIA alleen
nuttige, rechtvaardige dingen doen. Inderdaad, meer en meer leert het Amerikaanse volk
dat de CIA al decennia bezig is met drugssmokkel en wapensmokkel, marteling, moord,
kopen van invloed bij buitenlandse regeringen, installeren van marionetdictators, en
allerlei andere destructieve en kwade praktijken. Zelfs president Harry Truman, die de
CIA oprichtte, verklaarde later dat hij dat nooit zou hebben gedaan als hij geweten had dat
het een “Amerikaanse Gestapo” zou worden. Elk particulier bedrijf dat beveiliging of
verdedigingsdiensten aanbood zou geen enkele klant krijgen als zijn verkooppraatje was:
“Als jullie ons gewoon enorme sommen geld betalen, zullen wij jullie beschermen; we
zullen jullie niet vertellen waar jullie voor betalen, en we zullen jullie niet vertellen wat we
doen en hoe we het doen”. De enige reden dat de “regering” op basis van zo’n belachelijke
veronderstelling wordt gefinancierd is omdat het haar geld krijgt door middel van
gewelddadige dwang, en niet door vrijwillig handel. De mensen hebben niet de keuze om
het al dan niet te financieren.
Er is nog een belachelijk aspect van “beveiliging” via de “regering” dat nooit zou gebeuren
met particuliere verdediging en beveiligingsdiensten. Onder het mom van “wapenwetten”,
voorkomen autoritaire regimes vaak met geweld dat de mensen in staat zijn om zichzelf te
verdedigen, met de belachelijke bewering dat het wordt gedaan voor de veiligheid van
mensen die zelf worden ontwapend. Machthebbers weten heel goed dat een ontwapend
volk een hulpeloos volk is, en dat is precies wat tirannen willen. Het idee dat iemand die
het niet kan schelen “wetten” te overtreden tegen diefstal of moord wel geeft om het
schenden van “wapenwetten” is absurd. Misdaad statistieken en gezond verstand tonen
beide aan dat het invoeren van een “wet” tegen particulier wapenbezit alleen effect zal
hebben op de “gezagsgetrouwe” met als gevolg dat in principe goede mensen uiteindelijk
minder goed in staat zullen zijn zich te verdedigen tegen agressors. En dat is precies wat
politici willen, omdat ze de grootste, machtigste bende agressors zijn die rondlopen.
Onnodig te zeggen, dat als iemand op zoek is naar bescherming tegen agressors, hij niet
vrijwillig een bedrijf zal betalen om met geweld zijn eigen manier van zelfverdediging
weg te nemen.
Meer nog, gewelddadige botsingen tussen de politie en burgers zouden natuurlijk worden
verminderd of niet bestaan als de mensen gewoon konden stoppen te betalen voor zulke
“beschermers” die in agressors veranderen. Als voorbeeld, een groot deel van de raciale
spanningen en het geweld in de Amerikaanse geschiedenis waren het resultaat van blanke
“wetshandhavers” die zwarte burgers onderdrukten en mishandelden. In plaats dat de
“wet” als een beschavende invloed werkte, werd het gebruikt als excuus voor geweld–
155
dadige agressie. Als ze de keus hadden, zouden bewoners van een zwarte wijk uiteraard
niet vrijwillig betaald hebben aan racistische, sadistische blanke misdadigers die hen
voortdurend intimideerden en aanvielen. Veel andere gewelddadige botsingen, in Amerika
en elders, zijn het resultaat van mensen die boos waren op wat hun heersende klasse hen
aandeed. Hieronder vallen ook de slachting op duizenden demonstranten op het
Tiananmenplein door het Chinese leger in 1989, en de moord op een aantal antioorlog
demonstranten door de Nationale Garde op Kent State in Ohio in 1970, en zo verder.
Steeds vaker eindigen demonstraties en protesten tegen “regerings” beleid in autoritaire
aanvallen tegen demonstranten met traangas, wapenstokken, tasers, rubber kogels, en
dergelijke. Geen groep mensen zou uiteraard vrijwillig een bende betalen die diezelfde
mensen met geweld tegenhoudt hun mening te uiten. Belangrijker is dat de motivatie
achter deze protesten bijna altijd ongenoegen is over wat de “regering” doet tegen de wil
van het volk (althans een deel van de mensen). Als iedereen zijn eigen geld uit mocht
geven, in plaats van te worden gedwongen om een gecentraliseerde, autoritaire agenda te
financieren, zou er geen reden zijn voor de meeste van dit soort protesten, en de daaruit
voortvloeiende conflicten.
Een niet autoritaire beveiliging zou alleen maar dingen doen die hij en zijn klanten zien als
verantwoord, wat waarschijnlijk in contractvorm zou worden uitgewerkt, waarbij de
beveiliging overeenkomt specifieke diensten te leveren tegen een specifieke vergoeding.
Vergelijk dit met de standaard “regerings” versie van “bescherming”: “We zullen met
geweld zoveel van jou geld afnemen als we willen, en wij zullen beslissen of, en wat, we
voor je zullen doen”. De meeste mensen willen dat agressors gestopt worden en
onschuldigen bescherming krijgen. In een vrije markt is de manier om als bedrijf te slagen
de klanten te leveren wat ze willen. In tegenstelling tot de “regering”, moet een particulier
beveiligingsbedrijf vertrouwen op vrijwillige klanten, en dat zou een enorme stimulans
zijn om niet onzorgvuldig, verkwistend, beledigend, of corrupt te zijn. Als mensen hun
zaken bij een ander zouden kunnen onderbrengen, zou er altijd competitie zijn, voor wie
het meest effectief werkelijke rechtvaardigheid zou kunnen bieden. Om als particulier
beveiligingsbedrijf te slagen, zou het de klanten het volgende moeten aantonen: 1) het is
heel goed in het uitzoeken wie schuldig is en wie niet; 2) het is heel goed in het
voorkomen dat onschuldigen worden lastig gevallen, mishandeld, of belasterd; 3) het is
heel goed in het garanderen dat echt gevaarlijke mensen gevangen zijn en geen verdere
schade aanrichten; 4) het is heel goed in het zorgen dat slachtoffers van misdaden elke
terugbetaling ontvangen die mogelijk is; en 5) het is erg goed in rehabiliteren van daders
door hen in een omgeving te brengen waar hun houding en gedrag daadwerkelijk kunnen
verbeteren.
In tegenstelling tot “regerings” officieren van justitie die zich specialiseren in altijd de
verdachte te demoniseren, en altijd een stimulans hebben om bekentenissen te krijgen (of
afgedwongen bekentenissen bekend als “pleidooikoopjes”), ongeacht de schuld of
onschuld van de verdachte; en “regerings” rechters die al maar mensen die nog steeds een
duidelijk gevaar voor anderen vormen vrijlaten, terwijl er miljoenen mensen opgesloten
zijn die niemand hebben geschaad; en “regerings” gevangenissystemen, de manier waarop
gevangenen worden afgebroken, misbruikt en mishandeld, door “bewakers” en andere
gevangenen, maakt gefrustreerde, boze mensen tot mensen die nog meer gefrustreerd en
156
boos zijn, maakt onschuldige mensen tot criminelen, en maakt criminelen tot ergere
criminelen. En de mensen worden gedwongen dit destructieve systeem te betalen, of ze
willen of niet.
Een ander belangrijk punt, in het geval van een particulier beveiligingsbedrijf is, dat als
één “beveiliger” zich misdraagt, de reputatie en de carrière van elke andere beveiliger
afhangt van het blootstellen en wegwerken van de misdadiger. In contrast daarmee, is het
nu welbekend dat “regerings” politie, in de eerste plaats zichzelf zal beschermen. Wanneer
een agent wordt betrapt op iets corrupts, “illegaals” of gewelddadigs, zullen bijna zonder
uitzondering alle andere agenten helpen het te verdoezelen of te verdedigen. Zij
functioneren op basis van bendementaliteit, omdat de mensen die gedwongen worden hun
salarissen te betalen niet de mensen zijn waaraan ze verantwoording moeten afleggen. Net
als de meeste “regerings” werknemers, leggen ze verantwoording af aan de politici, en
bekijken ze het grote publiek als vee, niet als klanten. In tegenstelling daaraan, zou het
grote publiek particuliere beveiligers als hun vrienden zien, hun bondgenoten, en hun
werknemers, en wat nog belangrijker is, als hun gelijken. Ze zouden hen niet zien als
“gezag” waarvoor ze moeten kruipen, noch als een constante potentiële bedreiging om te
vrezen. Iedereen, ook de ingehuurde beveiliger, zou erkennen dat de beveiliger niet meer
rechten heeft dan iemand anders. Iedereen zou weten dat als een ingehuurde beveiliger
ooit diefstal of geweldpleging, of moord zou begaan, hij net zo zou worden bekeken en
precies zo behandeld als elke andere misdadiger.
Een echte beveiliger, die vrijheid en eigendom verdedigt, heeft niet alleen geen geloof in
“gezag” nodig, hij heeft nodig om daar niet in te geloven. Iemand die zich inbeeldt het
recht te hebben iedereen met geweld te beheersen – al was het maar op een “beperkte”
manier – gaat mensen ook zo behandelen. De “wetshandhaver” die boetes uitdeelt voor
onduidelijke overtredingen, mensen arresteert en ondervraagt zonder geldige reden, en
altijd op zoek lijkt naar een reden om zich te bemoeien met het dagelijks leven van
mensen, is geen beveiliger, en verdient geen respect of medewerking. Een niet-autoritaire
beveiliger, aan de andere kant, zou niets meer zijn dan een normaal mens, met dezelfde
rechten als ieder ander, hoewel misschien vaker bewapend en beter getraind in fysieke
gevechten dan de meesten. Hij zou worden gezien als de buurman die je belt als er
problemen zijn, in plaats van de agent van een bende gangsters die, in de eerste plaats de
heersende klasse dient. En de taak van een beveiliger, zonder speciaal “gezag”, macht of
status zou voornamelijk degenen aantrekken die echt de onschuldigen willen beschermen,
maar zou niet degenen aantrekken die alleen maar de kans willen om de macht en controle
over anderen uit te oefenen – een menselijke tekortkoming – die het werk van de moderne
“rechtshandhaving” voedt. Dit wil niet zeggen dat particuliere beveiligers nooit iets
verkeerd zouden doen. Ze zouden nog steeds mensen zijn, in staat tot slecht oordeel,
nalatigheid, en zelfs kwade opzet, net als iedereen. Zij zouden echter geen “legale”
toestemming hebben het verkeerde te doen, en er zou geen “systeem”, geen “wet” en geen
“gezag” zijn, die ze de schuld voor hun daden kunnen geven of waar zij zich achter kunnen
verschuilen om de toorn van hun slachtoffers te ontwijken. Als ze zich ooit als agressors
zouden gedragen, zou vergelding tegen hen zeker en snel zijn. In een populatie die het
bijgeloof van “gezag” is ontgroeid, zou een groep van beveiligers die besluit een groep
afpersers, schurken en tirannen te worden, niet “weggestemd” worden, en ze zouden niet
157
aangeklaagd worden, en er zou niet over geklaagd worden bij het “gezag”, maar ze zouden
worden doodgeschoten. Het enige dat langdurige, grootschalige onderdrukking van enige
gewapende bevolking veroorzaakt is het geloof in “gezag” bij de slachtoffers van onder–
drukking. Zonder dat, is het onmogelijk ze voor lang te onderwerpen of te domineren.
Afschrikmiddelen en stimulansen
Sommigen gaan ervan uit dat, als er geen “regering” was, oplichters zouden kunnen doen
wat ze willen zonder enige gevolgen. Nogmaals, dit geeft een diep misverstand van de
menselijke natuur weer, en van wat “regering” is. In waarheid, het geloof in “gezag” voegt
niets toe aan de effectiviteit van enig systeem van verdediging en bescherming.
Mensen die agressie tegen anderen gebruiken, zoals mishandeling, diefstal en moord,
worden uiteraard niet tegengehouden door hun eigen moraal of hun respect voor het
zelfeigendom van hun slachtoffers. Echter, zij kunnen ervoor kiezen om een bepaald
misdrijf niet te plegen als ze denken aan een risico op schade aan zichzelf. Dat heet
“afschrikmiddel”. En, per definitie, zijn afschrikmiddelen niet afhankelijk van een beroep
op het geweten van de aanvaller, maar in plaats daarvan maken ze gebruik van het instinct
voor zelfbehoud van de aanvaller. Om het bot te zeggen, de boodschap die werkt op echte
criminelen is niet: “Doe dat niet, want het is verkeerd”; de boodschap is “Doe dat niet, of
je zal gewond raken”. De vermeende morele rechtschapenheid of “gezag” van de dreiging
tegen een aspirant agressor is niet relevant voor de effectiviteit van de afschrikking. Of het
nu een “politieagent”, een hond, een boze bewoner, of zelfs een andere dief is, de enige
vraag in het achterhoofd van de aanvaller is of hij kans heeft om pijn te lijden of dood te
gaan als hij iemand probeert aan te vallen of te beroven.
Afschrikmiddelen tegen andere vormen van slecht gedrag, die niet zo ernstig of duidelijk
zijn als diefstal of geweldpleging, behoeven ook geen “gezag”. Sommigen beweren dat
zonder “regerings” inspecteurs en toezichthouders, elk bedrijf onwaardige, en gevaarlijke
producten zou produceren. Maar ook zo’n bewering is gebaseerd op een diepgaand
misverstand van de menselijke natuur en economie. Het maakt niet uit hoe hebzuchtig of
zelfzuchtig een zakenman kan zijn, hij kan op de lange termijn niet succesvol zijn als hij
producten verkoopt die zijn klanten niet aanstaan. Iemand die een gebrekkig product of
bedorven voedsel welbewust verkoopt, zal weinig of geen klanten overhouden. De vele
peperdure “terugroepacties” die veel bedrijven vrijwillig uitvoeren, zelfs voor relatief
onbeduidende defecten of problemen, getuigt van dit feit. In tegenstelling tot de huidige
situatie, waarin de macht van de “regering” wordt gebruikt om onverantwoordelijke en
destructieve bedrijven overeind te houden en ze te beschermen, zou in een werkelijk vrije
markt, met geïnformeerde consumenten en open concurrentie, corruptie en misdaad niet
lonen, en bedrijven zouden niet in staat zijn om zichzelf te isoleren van de gevolgen van
hun onverantwoordelijkheid.
“Regerings” inspecteurs en toezichthouders worden gedreven door de prikkel om mensen
boetes op te leggen en “wetten” en “regels” af te dwingen ongeacht of ze enige zin hebben.
In tegenstelling tot een systeem van particuliere inspecteurs, die zich alleen verantwoorden
158
aan mensen die weten willen wat veilig is, en wat geen bevoegdheid heeft om dingen op te
leggen, en geen stimulus heeft zich te bemoeien met bedrijven of dingen te verzinnen om
over te klagen. Bedrijven zouden klanten vrijwillig kunnen uitnodigen om particuliere
beoordelingen van hun producten of faciliteiten te geven, zoals nu ook al gebeurt met
vergelijkingssites en consumenten beoordelingen, om het publiek een objectieve mening te
kunnen laten geven over hoe veilig en betrouwbaar hun producten zijn. Veel bedrijven
doen dit tegenwoordig al, bovenop het nemen van alle bureaucratische hordes die de
“regering” hen in de weg legt. Vele andere zaken zouden ook op soortgelijke, nietautoritaire
wijze behandeld kunnen worden. Particuliere bouwinspecteurs, al gebruikt door
vele makelaars, zouden de taak hebben, om in opdracht van potentiële kopers, te bepalen
hoe veilig en goed een gebouw is. Naast particuliere inspecteurs zouden restaurants
gewoon potentiële klanten kunnen uitnodigen om zelf hun faciliteiten te onderzoeken. Al
deze acties zouden vrijwillig zijn. Een bedrijf zou ervoor kunnen kiezen een inspectie niet
toe te staan, en potentiële klanten zouden kunnen kiezen om al dan niet zaken te doen met
dat bedrijf.
Het feit dat zo veel dingen worden gezien als een probleem voor het “gezag” om op te
lossen, is een teken van intellectuele luiheid. Klanten willen kwaliteitsproducten, en
ondernemers die succesvol willen zijn moeten kwaliteitsproducten leveren. Het is dan ook
in beider belang om de kwaliteit van de aangeboden producten objectief te kunnen meten.
Anders dan het stereotype van de kwaadaardige, hebzuchtige, winstbeluste zakenman, is in
een vrije samenleving de manier om rijk te worden, producten en diensten te leveren die
werkelijk voordeel voor de klant opleveren. Bijna alle oneerlijke concepten die op de
lange termijn geld opleveren, zijn gedwongen opgelegd of door de “regering” gepromoot,
zoals de “fractioneel bankieren” zwendel, de “legale” valsemunterij bekend als “monetair
beleid”, de “gerechtelijke procedure” oplichterij, enzovoort.
Zelfs zonder “regering” kunnen er in sommige gevallen ernstige conflicten optreden. Stel
dat een fabriek zijn giftige afval in een rivier loosde, waardoor stroomafwaarts alle vis in
het eigendom van anderen stierf, wat een vorm van schending en bezitsvernietiging zou
inhouden. Dan zou afwezigheid van “gezag” geen beletsel zijn voor de slachtoffers om er
iets aan te doen; in feite, wordt het er eenvoudiger op. In plaats van te klagen bij “justitie”
waar de officier van justitie of de rechter omgekocht kan worden om het miljardenbedrijf
te bevoordelen, zou de reactie iets meer doeltreffend zijn, ook al lijkt het minder
beschaafd. De mensen die aan de rivier wonen, zouden iets eenvoudigs kunnen doen als de
fabriekseigenaar te vertellen dat als hij zijn vervuiling in hun bezit blijft lozen, ze fysiek
zijn fabriek zullen vernietigen. Uiteraard kunnen er meer beleefde, en vreedzame wijzen
zijn waarop het probleem zou kunnen worden opgelost, zoals boycots of het publiceren
van de misstanden. Hoe dan ook, het volk kan een effectief afschrikmiddel creëren om
ongepast gedrag te bestrijden, met name als er geen “regering” bij betrokken is die kan
worden omgekocht en gecorrumpeerd. Veel campagnebijdragen zijn weinig meer dan
steekpenningen om toezichthouders van de “regering” de andere kant op te laten kijken.
Ook het “openbaar ministerie” en “regerings” rechters kunnen gemakkelijk redenen vinden
om bijna elke rechtszaak te traineren, te seponeren of af te wijzen, waardoor rijke
misdadigers (de soort met echte slachtoffers) welig blijven tieren.
159
Het cliché van de hebzuchtige, kwaadaardige zakenman verbloemt het feit dat
grootschalige misdaden meestal met medewerking van “regerings” functionarissen gedaan
worden. Zonder bescherming van de “regering”, zou zelfs de meest hebzuchtige, harteloze
zakenman een enorme stimulans hebben om zijn klanten niet boos te maken tot het punt
waarop ze stoppen zijn producten te kopen, of tot het punt waarop ze met geweld tegen
hem reageren.
De meeste mensen, zouden over het algemeen, terughoudend zijn om geweld te gebruiken,
wetende dat zij alleen zelf de verantwoordelijkheid en de risico’s hiervan zouden dragen.
Er zou een enorme stimulans zijn om geschillen en onenigheden onderling op vreedzame
wijze op te lossen. Maar wanneer het geloof in “regering” heerst, zoals nu, is er geen
prikkel om dingen vreedzaam te beslechten, omdat het winnen van een politieke strijd
geen risico’s heeft voor degenen die voorstander zijn van geweld via “regering”. Zonder
een heersende klasse om bij te zeuren om wetgeving via een centrale agenda aan iedereen
op te leggen, zouden mensen gedwongen worden met elkaar om te gaan als rationele
volwassenen, in plaats van als zeurderig, onverantwoordelijke kinderen. Mensen zouden
veel beter worden gediend door pogingen tot samenwerking en een vreedzaam compromis,
dan door te vechten om in de gunst te komen van degene die het zwaard van de “regering”
hanteert. Als intimidatie en agressie niet langer als legitieme vormen van menselijke
interactie erkend worden, zal de mens, uit noodzaak, leren “lief te spelen”.
Anarchie in actie
Hoewel veel mensen bang zijn voor de gedachte van “anarchie”, is de waarheid dat bijna
iedereen doorlopend anarchie ervaart. Wanneer mensen boodschappen doen, of uit
winkelen gaan, zien ze de resultaten van niet-autoritaire, onderlinge samenwerking.
Niemand wordt gedwongen één van de aangeboden producten te produceren, niemand is
gedwongen om iets te verkopen, en niemand is gedwongen om iets te kopen. Elke persoon
handelt in zijn eigen belang, en iedereen die betrokken is – producent, verkoper en koper –
profiteert van de regeling. Alle betrokkenen profiteren en de samenleving in het algemeen
profiteert, zonder dat er enige dwang of “heerser” bij komt kijken. Er zijn talloze
voorbeelden van wederzijds vrijwillige, samenwerking, vreedzame, efficiënte en nuttige
gebeurtenissen en organisaties waar geen “regering” aan te pas komt. Ook al zijn er al
talloze direct beschikbare voorbeelden van hoe efficiënt, georganiseerd en productief
anarchistische interactie is vergeleken met bijna alle “regerings” inspanningen, denken
mensen nog steeds dat menselijke interactie met elkaar als gelijken, altijd tot chaos en
verwoesting zal leiden.
Wanneer auto’s elkaar tegenkomen op een kruispunt, of wanneer mensen elkaar passeren
op de stoep, is dat “anarchie” in actie. Miljarden keren per dag wijken mensen uit, laten
ruimte voor anderen, en zo verder, zonder dat enig “gezag” hen dat opdraagt. Soms zijn
mensen onoplettend, maar zelfs dat levert slechts zeer zelden een serieus conflict op –
ernstiger dan een grof gebaar, of een lelijk woord. – Potentiële conflicten, van hele kleine
dingen tot meer serieuze zaken, gebeuren miljarden keren per dag, en in bijna alle gevallen
worden ze opgelost zonder geweld en zonder betrokkenheid van “gezag”. Zelfs voor meer
160
belangrijke problemen, vinden mensen vaak wel een manier om tot onderlinge afspraken
te komen. Hoewel er georganiseerde, vrijwillige methoden van geschillenbeslechting zijn,
die gebruik maken van arbiters, onderzoeken en onderhandelingen – en die vreedzaam,
zelfs grote meningsverschillen kunnen oplossen, komen de meeste belangenconflicten
nooit zo ver. Over het algemeen gaan mensen uit van hun eigen manieren om potentiële
conflicten met anderen te voorkomen, of snel af te wikkelen.
Hoewel sommige mensen zulke dingen als aanwijzing van de inherente goedheid van de
mens zouden zien, speelt er vaak nog een heel ander aspect mee. De meeste mensen willen
gewoon niet het gedoe en de stress die komt kijken bij confrontaties, en willen vooral de
risico’s die met gewelddadige confrontaties meekomen niet. Veel mensen zullen heel vaak
“de andere wang toekeren”, niet altijd omdat ze geduldig en liefdevol zijn, maar gewoon
om zichzelf niet lastig te vallen met tijdverlies en zinloos gekibbel. Veel mensen laten
onaangenaamheden van anderen gewoon van zich afglijden, omdat ze belangrijkere
dingen aan hun hoofd hebben. Er is, bij de meeste mensen, een sterke neiging om met
elkaar overweg te kunnen, al was het maar voor je eigen voordeel. En als er geen “gezag”
is om naar toe te rennen – geen reuze mama- of papa “staat” om uit te huilen – zouden
mensen zaken veel vaker als volwassenen behandelen dan nu het geval is. Dit wil niet
zeggen dat zonder “gezag”, elk verschil van mening vreedzaam en eerlijk zou eindigen,
maar de beschikbaarheid van de gigantische “regerings” club is een constante verleiding
voor iedereen die wrok koestert, of iemand anders wil kwetsen, of onverdiende rijkdom
wil verkrijgen via “rechtszaken”. Als het er niet was, zouden minder mensen geschillen of
twisten laten voortslepen of laten escaleren. Of het nu vanwege liefde, lafheid, of gewoon
om de hoofdpijn van een langdurig conflict te vermijden is, veel mensen – zelfs degenen
die een legitieme klacht tegen iemand anders hebben – zouden gewoon denken, gebeurd is
gebeurd, en verder gaan met hun leven.
Ook zonder zulke voorbeelden is het volstrekt irrationeel om te beweren dat mensen niet
met elkaar zouden kunnen opschieten zonder “regering”, alles wat de “regering” doet, is
geweld en het dreigen geweld te gebruiken om mensen te besturen, precies het tegendeel
van goed met elkaar opschieten. Het idee dat vreedzaam samenleven agressie en dwang
vereist is logisch gezien belachelijk. Het enige dat “gezag” in een situatie brengt, is de
garantie dat er geen geweldloze, vreedzame oplossing van de zaak zal zijn. Wanneer
iemand de samenleving die hij zou willen zien beschrijft, zal hij bijna altijd een toestand
van geweldloosheid beschrijven, van onderlinge samenwerking en tolerantie. Met andere
woorden, wat hij zal beschrijven is de complete tegenpool van het geweld en de dwang
van gezag. Maar toch, na grootgebracht te zijn met het denkbeeld dat “gezag” een vitaal en
positief deel van de samenleving is, proberen mensen nog steeds om vrede te bereiken
door oorlog, proberen ze om samenwerking te bereiken door middel van dwang, proberen
ze tolerantie te bereiken door intolerantie, en proberen ze menselijkheid te bereiken door
middel van geweld. Zulke krankzinnigheid is het directe gevolg van het feit dat mensen
wordt geleerd “gezag” te respecteren en te gehoorzamen.
161
Anti-autoritaire opvoeding
Opvoeding is zo vaak gebaseerd op autoritarisme dat veel mensen zich zelfs niet kunnen
voorstellen hoe niet autoritaire opvoeding eruit zou zien. Het is belangrijk om het effect te
onderscheiden, dat het verliezen van het “gezag” bijgeloof op opvoeding zou hebben. Het
wil niet zeggen dat ouders geen beperkingen op kunnen leggen aan het doen en laten van
hun kinderen, noch zou het uitsluiten dat ouders in veel situaties kinderen tegen hun wil in
onder controle houden. Maar het zou de mentaliteit van zowel de ouders als de kinderen
drastisch veranderen.
Kinderen het verschil tussen goed en kwaad leren, en hen leren om gehoorzaam te zijn,
wordt tegenwoordig door de meeste mensen beschouwd hetzelfde te zijn. Echter, een
ouder kan een kind net zo gemakkelijk opdragen iets verkeerds te doen als dat hij hem kan
opdragen iets goed te doen. In tegenstelling tot wat autoritaire opvoeding leert, betekent
het feit dat een ouder een opdracht geeft niet automatisch dat het goed is, en maakt het
kind niet verplicht om te gehoorzamen. Stel dat, een ouder zijn kind opdraagt winkel–
diefstallen te plegen, dan heeft het kind geen morele verplichting om dat te doen, en
ongehoorzaamheid zou volkomen gerechtvaardigd zijn (hoewel waarschijnlijk gevaarlijk).
Natuurlijk, zou het kind misschien niet begrijpen dat stelen verkeerd is, als zijn ouders
hem vertelden te stelen.
Aan de andere kant, zou een ouder een noodzakelijke, gerechtvaardigde beperking op
kunnen leggen aan zijn kind, terwijl het kind dat niet leuk vindt en gelooft dat het niet juist
is. In beide gevallen is het kind alleen verplicht te doen wat hij zelf goed acht. Het
alternatief zou zijn dat hij de morele plicht heeft om te doen wat hij denkt dat verkeerd is,
wat onmogelijk is. En dit is waar het verschil ligt: de autoritaire ouder leert het kind dat
gehoorzaamheid, in en op zichzelf, een morele verplichting is, ongeacht de opdracht (b.v.
“Omdat ik je vader ben en ik het zeg!”). De niet-autoritaire ouder kan ook beperkingen
opleggen aan het kind, maar hij eist niet dat het kind het leuk moet vinden, noch doet hij
alsof zulke beperkingen rechtvaardig zijn, simpelweg omdat de ouder het zegt. Met andere
woorden, de niet-autoritaire ouder kan het nodig vinden om beperkingen op te leggen,
omdat het kind nog niet over de kennis of inzicht beschikt en niet voldoende bekwaam is,
om al zijn eigen keuzes te maken, (zoals bedtijd, eten, etc.), maar hij beweert niet dat het
kind een morele plicht heeft om te gehoorzamen zonder vragen te stellen. Hoe eerder het
kind de reden voor de “regel” kan worden geleerd, hoe eerder hij kan begrijpen waarom
doen wat zijn ouders zeggen hem ten goede zal komen. Natuurlijk, is dat niet altijd
mogelijk, zeker als de kinderen nog erg klein zijn. De ouder die het kind weerhoudt van
het leeg eten van een doos snoep dient het belang van het kind, dat nog niet genoeg begrip
of zelfbeheersing heeft om zijn eigen belangen te dienen. Maar het kind leren dat hij een
morele plicht zou moeten voelen om zich aan regels te houden die in zijn ogen oneerlijk,
overbodig, zinloos, dom, of zelfs schadelijk zijn, alleen maar omdat “gezag” hem dat
opdraagt, is dat kind de gevaarlijkste les te leren die er kan zijn: dat hij moreel verplicht is
om in te stemmen met oneerlijke, onnodige, zinloze, domme, schadelijke dingen, wanneer
die worden opgedragen door “gezag”.
162
Om doorgeven van bijgeloof in “gezag” te voorkomen, moeten de ouders nooit “omdat ik
het zeg” aanhalen als reden waarom een kind iets moet doen of laten. De ouder moet
uitspreken dat er rationele redenen zijn voor de beperkingen, zelfs als het kind die redenen
nog niet kan begrijpen. Met andere woorden, de rechtvaardiging van de regels is niet dat
ouders het recht hebben om alle regels die ze willen onder dwang aan hun kinderen op te
leggen, maar dat de ouders (hopelijk) zo veel meer begrip en kennis hebben dan de
kinderen, dat de ouders veel van de keuzes van een kind voor hem moet maken, totdat hij
zelf bekwaam is om zijn eigen keuzes te maken.
Nog belangrijker is de manier waarop een ouder het gedrag van zijn kind stuurt ten
opzichte van anderen. Het is uiterst belangrijk om een kind te leren dat het inherent
verkeerd is om opzettelijk schade toe te brengen aan een ander (behalve als dat nodig is
om een onschuldige te verdedigen). Maar als de ouder, in plaats van dat principe, “luister
naar mij” onderwijst, en dan het kind verbiedt om anderen te schaden, leert hij het kind
wel gehoorzaamheid, maar niet de moraal. Als het kind zich onthoudt van het schaden van
anderen, omdat het hem werd opgedragen, en niet omdat hij begrijpt dat dit verkeerd is om
te doen, dan functioneert hij op dezelfde manier als een niet-morele robot, en heeft niets
geleerd over menszijn. Het praktische resultaat op korte termijn kan er hetzelfde uitzien –
het kind onthoudt zich ervan anderen te schaden – maar de lessen zijn zeer verschillend.
Wanneer een kind dat alleen maar geleerd heeft om te gehoorzamen opgroeit, en een ander
“gezag” hem wel opdraagt anderen te schaden, zal hij dat vrijwel zeker doen, omdat hem
werd geleerd om te doen wat hem gezegd wordt. Aan de andere kant, zal een kind dat
werd geleerd om de rechten van anderen te respecteren, en de principes van zelfeigenaar–
schap en non-agressie heeft geleerd, deze beginselen niet lichtvaardig opgeven alleen maar
omdat iemand die beweert “gezag” te zijn het hem opdraagt.
Kinderen leren door voorbeelden te zien. Als een kind ziet dat zijn ouders zich altijd als
kritiekloze onderdanen van een heersende klasse gedragen, zal het kind leren om een slaaf
te zijn. Als in plaats daarvan, de ouders in hun dagelijks leven laten zien hoe eigen hart en
geest te volgen, zal het kind leren om hetzelfde te doen. Het kind moet begrijpen dat het
niet alleen zijn plicht is, om de regels van een goed mens te volgen, maar voor zichzelf uit
te vinden wat de regels van een goed mens zijn. De normen waar een “zelfeigenaar” bij
leeft kunnen nog steeds als “regels” worden omschreven, maar de waarde van zulke
“regels” is niet afkomstig van het feit dat een “gezag” ze heeft uitgevaardigd, maar omdat
de individuele mening is dat zulke “regels” inherent moreel gedrag beschrijven. Dit wil
niet zeggen dat iedereen het eens is over wat moreel is, al is er brede consensus over een
aantal basisprincipes. Maar zelfs als elke persoon zijn gedrag laat bepalen door zijn eigen
onvolmaakte, onvolledige kennis van goed en kwaad, zouden de algemene resultaten
drastisch verbeteren ten opzichte van het autoritaire alternatief, waarbij in principe goede
mensen dingen doen waarvan ze weten dat ze verkeerd zijn, omdat ze zich verplicht
voelen om te doen wat “gezag” hen opdraagt (zoals door de Milgram experimenten
aangetoond).
Nogmaals, hoewel veel mensen ten onrechte veronderstellen dat een samenleving zonder
een gecentraliseerd, regelgevend “gezag” neerkomt op “ieder voor zich”, vereist afspraken
maken en groepssamenwerking geen “gezag”. Kinderen die in hun vormende jaren leren
163
met allerlei mensen van alle leeftijden om te gaan op een wederzijds vrijwillige basis, in
plaats van te leren blindelings te doen wat hen gezegd wordt, zijn veel beter toegerust om
relaties aan te gaan en in gezamenlijke doelen te treden op basis van overeenstemming,
compromissen en samenwerking. Dergelijke vrijwillige interactie kan plaatsvinden tussen
twee personen, of tussen twee miljoen. Zelfs de beperkte vrijheid die Amerikanen hebben
ervaren heeft aangetoond dat zelfs uiterst complexe industrieën volledig gebaseerd kunnen
worden op bereidwillige deelname en vrijwillige medewerking van alle betrokkenen. De
geschiedenis heeft ook aangetoond dat wanneer een organisatie een methode op basis van
centraal afgedwongen beheersing gebruikt, zoals in een zogenaamd “planeconomie”
gebeurt, de productiviteit inzakt en armoede en slavernij verschijnt. Toch worden de
meeste kinderen nog steeds in autoritaire omgevingen opgevoed, met de veronderstelling
dat dit de beste voorbereiding is op het leven in de echte wereld. Maar in werkelijkheid
bereidt het hen alleen voor op een leven van slavernij.
Halverwege
In elke groep mensen die de “gezag” mythe heeft opgegeven – of het nu een kleine groep
vrienden is, de inwoners van een stad, of de bevolking van een heel continent – zal binnen
die groep de frequentie en ernst van gewelddadige conflicten en agressie drastisch lager
zijn, dan op plaatsen waar de meeste mensen, door middel van “verkiezingen” en andere
“politieke” acties, doorlopend agressie bepleiten en plegen. Echter, hoewel de individuen
in zo’n groep weinig van elkaar te vrezen zouden hebben, zouden ze waarschijnlijk nog
steeds te maken krijgen met agressie van buitenaf, waar men nog steeds in “regering”
gelooft. Iemand die zijn geest heeft bevrijd, maar nog steeds in een samenleving leeft die
aan de waan van “gezag” lijdt, zal constant het risico lopen doelwit van autoritaire agressie
te worden. Vrij zijn van geest en het concept van zelfeigenaarschap begrijpen, leidt niet
per se tot fysiek vrij zijn. Maar het kan een enorm positief verschil maken, door het
openen van tal van nieuwe wegen waarop mensen kunnen proberen om te gaan met
autoritaire pogingen hen te onderwerpen, om ze te vermijden, te voorkomen, of zelfs te
weerstaan.
Iemand die er trots op is een “gezagsgetrouwe burger” te zijn, heeft maar één manier om te
proberen vrijheid te bereiken, en dat is bijna nooit effectief: het bedelen van zijn meesters
om hun “wetten” te veranderen. Aan de andere kant, heeft iemand die begrijpt dat hij
zichzelf bezit, geen trouw verschuldigd is aan enige veronderstelde meester en geen “wet–
telijke” toestemming nodig heeft om vrij te zijn, veel meer opties. En hoe meer mensen uit
het bijgeloof ontwaken, hoe makkelijker vermijding of verzet wordt. Bijvoorbeeld, zelfs
een klein aantal “zelfeigenaars” kunnen handelskanalen opzetten die de gebruikelijke
controles en afpersingsregelingen van de “regering” omzeilen.
Ironisch genoeg, wordt deze volstrekt legitieme en morele vorm van vrijwillige interactie,
vaak aangeduid als de “zwarte markt” en “zwart werken”, terwijl het gebruikelijke systeem
van agressie, dwang en afpersing door gelovigen in “regering” wordt gezien als legitiem
en rechtvaardig. In werkelijkheid is de legitimiteit van elke handel (of andere menselijke
interactie) niet afhankelijk van de vraag of een “gezag” op de hoogte is, en het regelt, zoals
164
de term “zwarte markt” impliceert, maar het hangt alleen af van de vraag of het wederzijds
vrijwillig is. Degenen die dit begrijpen kunnen vele manieren vinden om pogingen van de
“regering” hen met dwang te beheersen en uit te buiten, te omzeilen of te weerstaan.
Veel agressie in de naam van de “wet” begaan, kan door een relatief klein aantal mensen
vrij gemakkelijk worden voorkomen of weerstaan, als ze geen automatische morele plicht
meer voelen om te doen wat wordt opgedragen. Natuurlijk is dit niet altijd het geval. Als
de bende genaamd “regering” ergens goed in is, dan is het wel het in uitoefenen van bruut
geweld, hetzij in de vorm van militaire acties of binnenlandse “rechtshandhaving”. Echter,
in bijna alle gevallen is het grootste deel van de macht van de “regering” niet het resultaat
van geweren en tanks en bommen, maar van de percepties van hun slachtoffers. Als 99%
van een populatie aan de heersende klasse gehoorzaamt uit een gevoel van verplichting om
dat te doen, kan de resterende 1% meestal worden beheerst door brute kracht (met
goedkeuring van de 99%). Maar als een aanzienlijk percentage van de bevolking zich niet
verplicht voelt om te gehoorzamen, wordt de hoeveelheid brute kracht die nodig is om hen
te beheersen enorm. Te weten, veel van de inwoners van Amerika betalen nu ongeveer de
helft van wat ze verdienen aan “belastingen” op verschillende niveaus, en de meesten
voelen zich verplicht om dat te doen. Maar als een vreemde mogendheid op één of andere
manier het land binnenviel en veroverde, zou 50% “belasting” volstrekt onmogelijk zijn
omdat de mensen geen morele, juridische, of vaderlandlievende plicht zouden voelen om
te voldoen. Tweehonderd miljoen werknemers zouden tweehonderd miljoen manieren
vinden om fraude, geheimhouding, misleiding, of zelfs regelrecht geweld te gebruiken, om
zulke pogingen van buitenlandse dieven om de mensen tot slaaf te maken, te voorkomen
of te weerstaan.
Vandaag de dag, is er maar één bende in staat het Amerikaanse volk te onderdrukken, en
dat is de Amerikaanse “regering”. Dit is omdat het de enige bende is die door de meeste
mensen ingebeeld wordt het recht te hebben om het Amerikaanse volk te dwingen en te
beheersen (“reguleren”), en te beroven en af te persen (“belasten”). Een veel voorkomende
ongerustheid bij staatisten is dat zonder sterke “regering” om hen te beschermen, een
buitenlandse macht het land gewoon zou binnenvallen en overnemen. Maar zulke angsten
zien volledig voorbij aan de grote rol die perceptie speelt in het vermogen om te
onderdrukken. Een stuk land ter grootte van Amerika, bewoond door honderd miljoen
wapenbezitters – in aanvulling op tweehonderd miljoen andere mensen die waarschijnlijk
wapenbezitters zouden worden als een invasie plaatsvond – zou onmogelijk te bezetten en
onder controle te houden zijn door brute kracht alleen. De geschiedenis geeft vele
voorbeelden (het getto van Warschau in de tweede wereldoorlog, de oorlog in Vietnam, en
de nasleep van de oorlog in Irak) van hoe zelfs een reusachtig, technologisch geavanceerd
permanent leger, voor onbepaalde tijd kan worden gefrustreerd door een relatief klein
aantal gewapende “opstandelingen”. En een land bewoond door “zelfeigenaars” heeft nog
een groot voordeel, omdat het letterlijk onmogelijk voor hen is om zich collectief over te
geven. Als er geen “regering” is die doet alsof het de bevolking vertegenwoordigt, en
niemand beweert namens het volk als geheel te spreken, is er letterlijk geen manier voor
hen om “op te geven”, zonder dat elk individu zich apart overgeeft.
165
Een goede manier om de realiteit van de situatie te begrijpen is om de zaak te overwegen
vanuit het perspectief van de leider van de indringers. Hoe zou hij zelfs maar beginnen te
proberen om een gebied binnen te vallen en permanent te bezetten waarin vele miljoenen
inwoners, die overal verstopt kunnen zitten, en alles binnen ten minste honderd meter
kunnen doden, zoals elke fatsoenlijke jager kan doen? Een aspirant-tiran zou een veel
betere kans hebben de macht over de mensen te verwerven door zich te laten verkiezen,
waardoor hij het vermeende recht, in de hoofden van zijn slachtoffers zou verkrijgen, om
te heersen en ze te beheersen.
Grootschalige onderdrukking, vooral sinds de komst van vuurwapens, hangt veel meer af
van het beheersen van de geest, dan dat het afhangt van de beheersing van het lichaam.
Degenen die naar heerschappij hunkeren krijgen veel meer macht door hun slachtoffers te
overtuigen dat het verkeerd is om hun bevelen niet te gehoorzamen, dan door hun
slachtoffers te overtuigen dat het slechts gevaarlijk (maar moreel) is om ongehoorzaam te
zijn. Het maakt niet uit hoeveel de mensen klagen en protesteren, zolang de mensen de
“wet” (de commando’s van de politici) blijven gehoorzamen, hebben de tirannen weinig te
vrezen. Zolang hun pogingen om te beheersen en af te persen worden gezien als “legale”
daden van “gezag” en zolang de mensen zich dan ook verplicht voelen te voldoen tenzij en
totdat de heersende klasse zulke “wetten” verandert, zullen de mensen slaaf blijven in het
lichaam, omdat ze geestelijk slaaf blijven. Ironisch genoeg, geloven veel mensen nog
steeds dat een sterke “regering” het enige is wat de mensen als geheel kan beschermen,
terwijl het geloof in de “regering” eigenlijk het enige is wat de mensen als geheel kan
onderdrukken. Brute kracht alleen kan het niet op grote schaal, of voor langere tijd. Zelfs
een bende met tanks, vliegtuigen, bommen en andere wapens is niet in staat om een
gewapende bevolking voor lang beheersen, tenzij het eerst de mensen misleidt door hen te
laten geloven dat zij het recht hebben om ze te beheersen. Met andere woorden, alleen een
bende die als “gezag” gezien wordt kan wegkomen met langdurige onderdrukking en
slavernij. Hierdoor is de “regering” (of het geloof daarin), in plaats van essentieel te zijn
voor de bescherming van individuele rechten, alleen maar essentieel voor langdurige en
wijdverbreide schending van individuele rechten.
Het is ironisch dat zelfs de meeste mensen die vandaag de dag “regering” herkennen als de
grootste bedreiging voor de vrijheid, nog steeds blijven volhouden dat er in enige vorm
“regering” nodig is voor bescherming. Het geloof in “gezag” is zo sterk dat het anderszins
rationele mensen kan overtuigen dat het precieze ding dat hen routinematig berooft,
dwingt en mishandelt, nodig is om hen te beschermen tegen diefstal, dwang en mis–
handeling. Het feit dat de “regering” altijd een agressor is geweest, en nog nooit louter een
beschermer is geweest, overal in de wereld op elk moment in de geschiedenis, ontdoet ze
nog niet van hun cult-achtige geloof in de magische krachten en deugden van de abstracte,
mythische entiteit dat “gezag” wordt genoemd.
De weg naar gerechtigheid
Veel grootschalige onrechtvaardigheden in de geschiedenis zouden snel zijn ingestort – of
zouden nooit zijn begonnen – als “gezag” zulke onrechtvaardigheden niet goedpraatte en
166
handhaafde. Het kwaad van de slavernij bijvoorbeeld, wordt vaak toegeschreven aan
racisme en hebzucht, maar het “gezag” speelde een grote rol in het economisch haalbaar
maken van slavernij. Als er niet een enorm, georganiseerd netwerk van “wetshandhavers”
was om ontsnapte slaven en een ieder die hen hielp ontsnappen te vangen, hoe lang zou
slavernij dan doorgegaan zijn? Als het bevrijden van slaven niet “illegaal” was, en dus in
de ogen van de autoritairen immoreel, hoe veel groter en effectiever zou het “onder–
grondse netwerk” dan niet zijn geweest? (Het zou waarschijnlijk niet als “ondergronds”
bekend zijn, als het niet “illegaal” was.)
De “abolitionistische” beweging bestond uit mensen die vonden dat slavernij immoreel is,
en die de “wetten” wilden veranderen om slavernij officieel immoreel en “illegaal” te
verklaren. Als de abolitionisten, in plaats van de formele weg te bewandelen om de “wet”
te veranderen, actief slaven waren gaan bevrijden, zou de slavenhandel waarschijnlijk
tientallen jaren eerder zijn ingestort, als het ooit helemaal zou zijn gebeurd. Slaven de
halve wereld rond verschepen zou immers een zeer riskante zaak zijn als op het moment
dat je bent aangeland, jouw “lading” met geweld zou worden bevrijdt. Het probleem is dat
de meeste mensen geloven dat zelfs immorele, onrechtvaardige “wetten” moeten worden
gehoorzaamd, totdat de “wet” wordt gewijzigd. Het toont duidelijk aan dat de trouw aan de
mythe van “gezag” van zulke mensen sterker is dan hun loyaliteit aan de moraal, en dat
doen wat de meesters hen opdragen belangrijker voor hen is, dan doen van wat ze weten
dat goed is. En de mensheid heeft daar sterk onder geleden.
Het vermogen van mensen om tirannie te weerstaan, hangt grotendeels af van de vraag of
zij instemmen met de mythe van “gezag” of niet. Degenen die het onrecht kunnen zien dat
door de “regering” wordt begaan, maar blijven geloven dat ze “de wet moeten volgen” en
“binnen het systeem moeten werken”, zullen nooit rechtvaardigheid tot stand brengen. Aan
de andere kant, hebben zij die de politieke megalomanen niet als rechtmatige heersers
zien, degenen die zich niet verplicht voelen om een immorele “wet” te gehoorzamen, zij
die niet de behoefte voelen om wat eigenlijk een parasieten klasse is – een bende van
politieke dieven en misdadigers – als onaantastbaar, respectabel en eerbaar te behandelen,
een veel betere kans “legale” tirannie te verslaan. (En de meeste tirannie en onderdrukking,
die zich heeft voorgedaan in de geschiedenis is “legaal” uitgevoerd.)
Er zijn vele methoden beschikbaar voor degenen die bereid zijn om “illegaal” onrecht en
tirannie te weerstaan, waaronder alles van passief verzet, tot niet-gewelddadige sabotage,
tot dingen als moord en ander gewelddadige verzet. Afhankelijk van de ernst van de
onderdrukking, en de eigen waarden, het geweten en de overtuigingen van iemand, over
wanneer (indien ooit) het gebruik van geweld nodig is, kan men een aantal manieren
kiezen om de tirannie te verslaan. Sommigen zullen gewoon proberen “onder de radar” te
blijven leven op een manier die niet de aandacht van de “gezagshandhavers” trekt.
Sommigen kiezen voor openlijke burgerlijke ongehoorzaamheid, zoals de honderden
mensen die openlijk wiet roken voor een politiebureau. Sommigen kunnen een actievere,
maar niet gewelddadige methode kiezen, zoals het kapotsnijden van de banden van de
politie pantservoertuigen, of het vernielen van andere middelen die worden gebruikt om
daden van autoritaire agressie te plegen. Anderen kunnen de methode van openlijk
gewelddadig verzet kiezen, zoals gebeurde in de Amerikaanse Revolutie.
167
Zo zou het doelwit van een beroving (de niet “regering” soort) kunnen proberen om de dief
te omzeilen, hem te slim af te zijn, of hem zelfs te doden als het er op aankomt – wat maar
nodig is om te voorkomen het slachtoffer te worden. Ook degenen die erkennen dat
“legaal” kwaad nog steeds kwaad is, en verzet ertegen nog steeds gerechtvaardigd is,
zouden geen tijd verspillen aan verkiezingen en lobbyen bij politici voor een wijziging van
de wet; ze zouden gewoon doen wat ze konden om zichzelf en eventueel anderen te
beschermen, om te voorkomen slachtoffer te worden van zulke “legale” agressie. Hoe
meer mensen zich verzetten, voorbij een bepaald punt, hoe minder geweld nodig is om dit
te bereiken. Als een lokaal politiekorps een tiental “narcoticaambtenaren” heeft – mensen
wiens belangrijkste taak het is om daden van agressie tegen anderen te plegen, die zelf
geen geweld of bedrog hebben gepleegd – en een paar honderd burgers laten weten dat ze
geloven het recht te hebben om alles te doen wat nodig is, met inbegrip van dodelijk
geweld, bij elke poging tot ontvoering, huisvredebreuk, of andere daden van agressie
gepleegd door “narcotica ambtenaren”, zouden de agressors (de politie), stoppen als ze
geen grotere autoritaire bende hadden om hen te helpen, ze zouden het gewoon opgeven
om te voorkomen dat ze uitgemoord zouden worden. De afschrikkende werking die tegen
particuliere criminelen werkt kan net zo goed werken tegen de “regerings” criminelen.
In India, gebruikten Mahatma Gandhi en zijn volgers grootschalige passieve ongehoor–
zaamheid om de Britse controle over dat land te ondermijnen. Het alcoholverbod in
Amerika is een ander voorbeeld van een immorele “wet” die in feite door ongehoorzaam–
heid uit bestaan werd gedrukt. De grote hoeveelheid ongehoorzaamheid, samen met de
weigering van de meeste juryleden om mee te werken aan de “legale” agressie, samen met
gewelddadig verzet (b.v. pek en veren tegen “belastinginners”) maakte de immorele “wet”
niet afdwingbaar. De wetgevers trokken het uiteindelijk maar in, om hun gezicht te redden,
omdat het hebben van een niet afdwingbare wet in de boeken aardig de kant op gaat van
het verliezen van de legitimiteit van de heersende klasse in de ogen van de slachtoffers.
Overal waar de mensen geen morele verplichting voelen om aan autoritaire eisen te
voldoen, kan elke “legale” daad van agressie uit bestaan worden genegeerd. Echter als het
aantal zelfeigenaars kleiner is, wordt geweld soms noodzakelijk om “legale” daden van
agressie te weerstaan. (Als maar weinig mensen de onwettigheid van “legale” onderdruk–
king zien, werkt gewelddadig verzet vaak averechts.)
Waar onderdrukking is, is altijd geweld. Het is meestal eenzijdig, waar de agenten van het
“gezag” het meeste of al het geweld plegen. Degene die beweert tegen geweld te zijn maar
passief meewerkt beloont in feite het geweld van de staat. Als een daad van agressie is
gepleegd – door “gezag” of wie dan ook – is non-geweld, per definitie, geen optie meer. De
enige vraag is of het agressieve geweld onbestreden zal blijven, of dat defensief geweld
gebruikt zal worden om het tegen te gaan. Hoe dan ook, geweld zal optreden. Natuurlijk,
zullen dieven, misdadigers en moordenaars die hun misdaden “legaal” verklaren – zoals
elke tiran in de geschiedenis heeft gedaan – altijd de mensen die zich verzetten
brandmerken als misdadigers en terroristen. Alleen degenen die zich niet schamen voor
het etiket “misdadiger”, omdat ze de mythe van “gezag” hebben afgeworpen en erkennen
dat de term “wet” vaak wordt gebruikt om te proberen iets kwaads als iets goeds te
karakteriseren, hebben enige kans op het bereiken van de vrijheid. Nogmaals, enigszins
168
ironisch, hoe meer mensen het zelfeigenaarschap en het mythische karakter van “gezag”
begrijpen en bereid zijn om te vechten voor wat juist is, en te vechten tegen wat “legaal”
maar verkeerd is, hoe minder gewelddadig de weg naar ware beschaving (vreedzaam
samenleven) zal zijn.
Bijwerkingen van de mythe
Terugkijkend op de geschiedenis, is er geen gebrek aan voorbeelden van de onmenselijk–
heid van de mens, van onderdrukking en lijden, geweld en haat, en gebeurtenissen en
situaties die geen goede indruk geven van de mensheid in het algemeen. En hoewel veel
van de onbetwistbare onrechtvaardigheden in de geschiedenis voor de hand liggende
uitkomsten van het geloof in “regering” waren, zoals oorlog en openlijke onderdrukking,
zijn er ook veel andere onrechtvaardigheden die meestal niet worden toegeschreven aan
acties van de “regering”, maar die zonder de betrokkenheid van “gezag” ook niet mogelijk
zouden zijn geweest.
Naast de vraag of slavernij had kunnen bestaan als het niet “legaal” was toegepast (zoals
hierboven vermeld), kunnen soortgelijke vragen ook over de behandeling van indianen
worden gesteld. Zou er zonder autoritaire “regerings” bevelschriften en staatshuurlingen
om ze te handhaven ook zo’n grootschalige, gezamenlijke inspanning zijn geweest om de
oorspronkelijke inwoners uit te roeien of hen met geweld verdrijven van het land dat ze al
generaties lang hadden bewoond? Ongetwijfeld zouden er nog steeds kleinere conflicten
zijn geweest als gevolg van de botsing van culturen en behoeften voor de landbouw en
jachtgronden, maar zou het in iemands persoonlijk belang zijn geweest deel te nemen aan
grootschalige gewelddadige gevechten?
Nadat openlijke slavernij beëindigd werd in de Verenigde Staten (op ongeveer hetzelfde
moment dat “legale” slavernij, de “inkomstenbelasting”, voor het eerst tot stand kwam),
gingen raciale spanningen en gewelddadige conflicten door. Velen zijn van mening dat de
“regering” voorbij kwam en vervolgens de dag heeft gered. In werkelijkheid, werden de
gewelddadige conflicten tussen de rassen door de “regering” aangemoedigd. Jarenlange
rassenscheiding werd met geweld opgelegd via “wetten”. En later werden die raciale
spanningen door de “regering” verder verergerd via opgelegde integratie, die tot doel had
om mensen te dwingen verschillende rassen en culturen te mengen, of ze wilden of niet.
Opnieuw was het resultaat geweld. Als ze gedurende het hele fiasco in vrijheid waren
gelaten, zouden sommige bedrijven en scholen voor segregatie hebben gekozen en
sommigen voor integratie hebben gekozen. Als de “regering” niet had geprobeerd om met
geweld een “officieel beleid” aan iedereen op te leggen, konden ouders gewoon gekozen
hebben naar welke scholen ze hun kinderen stuurden (gescheiden of niet), en het
winkelend publiek kon gewoon hebben gekozen welke bedrijven aan te doen (gescheiden
of niet). Niet alleen werd een groot deel van het geweld tegen zwarten rechtstreeks door de
“regerings” handhavers (“de politie”) gepleegd, maar ook een groot deel van het
particuliere geweld was het gevolg van de woede van mensen die door “regering” werden
gedwongen om te gaan met mensen van ander ras en cultuur. Het is dom om te denken dat
mensen uit elkaar te dwingen, of bij elkaar te dwingen, de mensen gelukkiger, mooier, of
169
onbevooroordeeld en toleranter zal maken. In geen van beide gevallen werd de vrede of de
veiligheid van één van beide rassen gediend door autoritaire interventie. Hoewel het
onmogelijk is om precies te zeggen hoe wijdverbreid of langdurig segregatie en racisme
zou zijn geweest zonder “regerings” betrokkenheid, zegt het gezond verstand dat als
mensen van alle rassen en religies toegestaan zouden zijn in vrijheid te kiezen waarmee ze
geassocieerd worden, ze in ieder geval merken het mogelijk is dat heel verschillende
culturen vreedzaam naast elkaar bestaan. Maar als de “regering” erin betrokken wordt, en
de discussie gaat tussen het dwingen rassen apart te blijven, of het dwingen rassen te
mengen, zullen sommige mensen uiteraard ook boos worden, en terecht.
Dit wil niet zeggen dat elk standpunt even geldig is. Het punt is dat mensen met zeer
verschillende visies op de wereld – hoe wijs of dom, onbevangen of bekrompen,
geïnformeerd of onwetend hun standpunten ook mogen zijn – meestal vreedzaam kunnen
samenleven, ook in de directe nabijheid van elkaar, tenzij de “regering” erin wordt
betrokken. Verschillende mensen vinden elkaar misschien niet leuk en kunnen elkaars
overtuigingen en levensstijlen misschien afkeuren, en kunnen andere culturen misschien
hardvochtig bekritiseren of veroordelen. Maar dat betekent niet dat ze niet vreedzaam
naast elkaar kunnen bestaan, waar beide zijden afzien van gewelddadige agressie. Maar als
de “regering” erin wordt betrokken, met de dwang die inherent is aan alle “wetten”, zorgt
dat ervoor dat mensen gewoon niet met elkaar kunnen opschieten.
Een ander voorbeeld van de indirecte schadelijke effecten van “regerings” handelen is het
feit dat het geweld in verband met de “drugshandel” alleen bestaat vanwege de “antidrugswetten”.
Door het “verbod” op stoffen of gedragingen, zelfs wanneer alle deelnemers
vrijwillige volwassenen zijn, creëren politici een zwarte markt, die als gevolg van het
beperken van het aanbod niet alleen een enorm winstpotentieel heeft, maar een situatie
creëert die specifieke klanten en leveranciers een “legale” bescherming ontneemt.
Bijvoorbeeld, als een drugsdealer wordt beroofd of mishandeld, door de politie of door
iemand anders, is het onwaarschijnlijk dat hij “wetshandhavers” belt om hem te helpen.
Een “verbod” op iets vrijwilligs – of het nu prostitutie, gokken, of druggebruik is – is zo
goed als een garantie dat de markt zal worden beheerst door de meest gewelddadige
bende, of die de meeste agenten en andere ambtenaren heeft omgekocht. Nogmaals, een
perfect “voor en na” voorbeeld hiervan is het alcoholverbod in Amerika. Toen alcohol
“illegaal” werd, was de markt onmiddellijk overgenomen door de georganiseerde misdaad,
die niet alleen bekend was voor zijn geweld, maar ook vanwege hun vermogen “regering”
agenten en ambtenaren om te kopen. Toen alcohol weer “legaal” werd, hield ook al het
gerelateerde geweld bijna direct op.
Ondanks dat glasheldere voorbeeld van de verschrikkelijke resultaten van het aannemen
van “wetten” om “ondeugden” te verbieden, staan de meeste mensen nog steeds achter
“wetten” tegen gedrag en gewoonten die ze onsmakelijk vinden. Hierdoor blijft ook het
geweld. In plaats van het te zien als een probleem dat door de “regering” en haar “wetten”
veroorzaakt is, wordt het nog steeds gezien als een probleem waartegen de “regering” iets
moet doen. Hetzelfde kan worden gezegd van het beruchte geweld van woekeraars die
zich bezighouden met het “illegale” gokken, en het geweld van “pooiers” op plaatsen waar
prostitutie “illegaal” is. Ter vergelijking: leidt het gokken tot meer geweld in Atlantic City
170
waar het “legaal” is, of op plaatsen waar het “illegaal” is? Vormt prostitutie een grotere
bedreiging voor alle betrokkenen in Amsterdam waar het “legaal” is, of in alle plaatsen
waar het “illegaal” is? Dit wil niet zeggen dat prostitutie, gokken en drugs (inclusief
alcohol) goede dingen zijn, maar dat de introductie van “regerings” dwang in zo’n situatie,
zulke “ondeugden” niet wegneemt, maar het alleen meer gevaarlijk maakt voor iedereen
die erbij betrokken is, en vaak ook voor mensen die er niet bij betrokken zijn.
Opdat niemand zich nog inbeeldt dat zulke “ondeugdwetten” het resultaat zijn van goede
bedoelingen, moet men weten dat de politici zich er terdege van bewust zijn dat gokken,
prostitutie, en “illegaal” druggebruik zelfs nog in “regerings” gevangenissen voorkomt. De
politici weten heel goed dat wanneer zelfs voortdurende gevangenschap, surveillance,
willekeurige zoekopdrachten en strenge straffen zulk gedrag niet kunnen voorkomen bij
mensen die worden vastgehouden in cellen en op de voet gevolgd worden, zulke “wetten”
dergelijk gedrag uiteraard niet in een heel land uitroeien. Maar ze voorzien de tirannen van
een kant en klaar excuus voor steeds grotere macht, en dat is van meet af aan, precies de
reden waarom “regeringen” “ondeugdwetten” uitvaardigen: het creëren van “misdaad”,
waar het er niet was, in een poging om het bestaan van hun autoritaire macht en controle te
rechtvaardigen.
In een wereld zonder de mythe van “gezag”, zouden veel mensen (en ook deze auteur)
drugsgebruik, prostitutie, en andere “ondeugden”, nog steeds sterk afkeuren maar ze
zouden waarschijnlijk geen pogingen om dergelijke gedrag gewelddadig te onderdrukken
steunen. Niet alleen zouden ze als ze het excuus van “gezag” niet hebben om zich achter te
verbergen, zich niet gerechtvaardigd voelen in het bepleiten van geweld maar ze zouden
waarschijnlijk ook de kosten niet willen dragen voor een grootschalige, gewelddadige
campagne tegen zulke wijdverbreide activiteiten. Zelfs de meest oordelende persoon zou
zowel economische als morele prikkels hebben om anderen met rust laten, evenals de
angst voor represailles van degenen die hij zijn mening op zou willen leggen. Natuurlijk, is
openlijke kritiek op de levensstijl en het gedrag van mensen, en pogingen om hen te
overtuigen om hun gedrag te veranderen, een perfect aanvaardbaar deel van de menselijke
samenleving. Misschien zouden de doelwitten meer openstaan om te luisteren, als mensen
verbale overtuigingskracht gebruikten en zouden proberen te redeneren om mensen voor
zich te winnen, in plaats van de brute kracht van de “regering” te gebruiken. Op zijn minst
zouden de mensen niet langer een kwestie van slechte gewoonten veranderen in een
kwestie van bloedvergieten en geweld, zoals nu met alle pogingen om moraal door
“wetten” op te leggen gebeurt.
De keerzijde van het idee “als het illegaal is, moet het wel slecht zijn” is: “Als het legaal is,
moet het wel goed zijn”. Misschien wel het grootste voorbeeld hiervan is het feit dat, de
“regering” in 1913 niet alleen slavernij heeft “gelegaliseerd” door middel van “inkomsten–
belasting”, het direct en met geweld in beslag nemen van de opbrengst van de arbeid van
mensen, maar ook via de Federal Reserve Act, een verbijsterende mate van valsemunterij
en bankfraude “gelegaliseerd” heeft. Kortom, de politici hebben de bankiers “legale”
toestemming gegeven om geld uit het niets te maken, en om dergelijk verzonnen nepgeld
tegen rente uit te lenen, aan anderen met inbegrip van “regeringen”. Hoewel de meeste
mensen zich niet bewust zijn van de details van hoe zulke grote fraudes en diefstallen via
171
“fiatvaluta’s” en “fractioneel bankieren”, plaatsvinden hebben veel mensen nu wel een
onderbuikgevoel dat de “banken” iets misleidends en corrupts doen. Wat ze zich niet
beseffen is dat het de “regering” was, die de banken toestemming gaf om het publiek voor
letterlijk biljoenen te bedriegen en te belazeren.
Een ander bijzonder controversieel voorbeeld hoe een debat van “legaliteit”, een debat
over feiten en moraal kan overtroeven, is de kwestie van abortus. De ene kant lobbyt
ervoor dat het “gezag” abortus “legaal” maakt of houdt, en verdedigt dan de praktijk op
basis van de “legaliteit”. De andere kant wil abortus “verbieden”, en probeert het geweld
van “gezag” te gebruiken om de praktijk te voorkomen. In logische termen is de enige
relevante vraag, dat is een religieuze / biologische / filosofische vraag en niet een “legale”
vraag: op welk punt een foetus gaat tellen als een persoon. Het antwoord op die vraag
bepaalt of abortus geldt als vermoorden, of dat het een equivalent is van het verwijderen
van een nier. Echter, in plaats van de enige vraag die er echt toe doet te behandelen, – zo
complex en controversieel als het kan zijn – richten beide partijen zich zoals gewoonlijk op
het proberen om het geweld van het “gezag” aan hun kant te krijgen.
Een ander voorbeeld van “gelegaliseerde” onrechtvaardigheid. Bijna iedereen is er zich
van bewust hoe schandalig en irrationeel “rechtszaken” zijn geworden (b.v. indringers die
met succes huiseigenaren aanklagen voor verwondingen tijdens een inbraak opgelopen),
maar ze realiseren zich vaak niet dat het de decreten van de “regering” zijn – benoemde
“rechters” – die dit mogelijk maakt. Naast het feit dat de “regering” “legaal” van de ene
persoon kan stelen om het aan een ander te geven, creëert de “regering” via het huidige
systeem van procesvoering ook een mechanisme waarbij de ene persoon rechtstreeks en
“legaal” anderen kan beroven.
Ook “Wetten” in naam van milieubewustzijn worden gebruikt om op een immorele manier
macht te verkrijgen in beide richtingen. Met genoeg geld, kan een bedrijf dat eigenlijk
vervuilt, en zodoende inbreuk maakt op de eigendomsrechten van anderen, “campagne
bijdragen” leveren voor “legale” toestemming om te vervuilen. Op hetzelfde moment,
kunnen ze milieu “wetten” gebruiken om de concurrentie te breken, door het creëren en
handhaven van een doolhof van milieu “regelgeving” – veel daarvan is onnodig of
contraproductief, soms idioot – om kleinere bedrijven uit de markt te houden. Daarnaast
kunnen politici vage dreigingen van gevaren voor het milieu gebruiken, als excuus om
controle over particuliere industrie te krijgen, om het gedrag van miljoenen beheersen of
om meer geld af te persen voor hun eigen doeleinden.
In vele industrieën hangt succes nu minder af van het leveren van een waardevolle service
tegen een redelijke prijs, dan van speciale gunsten en voorkeursbehandeling van de
“regering”. Dit kan zijn in de vorm van directe hulp (b.v. ondersteuning of subsidies),
politieke handel (b.v. exclusieve “regerings” contracten), vergunningenstelsels (zoals in de
medische industrie), de tarieven op internationale handel, wettelijke controles,
vriendjespolitiek en vele andere dingen. De resultaten van al deze hogere prijzen,
inferieure producten en diensten, minder keuzes, enzovoort, wordt vaak gezien als het
resultaat van tekortkomingen van de particuliere sector, in plaats van te worden erkend
voor wat het is: de negatieve gevolgen van autoritaire controle over menselijke interactie.
172
Grote economische crashes zijn altijd het resultaat van “regeringen” die knoeien met
handel, krediet en valuta’s, op de rand van totale fysieke vernietiging. De enige manier om
een hele economie te vernietigen is door met het ruilmiddel, het “geld” te knoeien, door
middel van “gelegaliseerde” valsemunterij, via de uitgifte van gefabriceerde leningen en
de uitgifte van fiatvaluta. De meeste mensen, onwetend van zelfs elementaire economie,
zien inflatie en andere economische problemen als natuurlijke, onfortuinlijke maar
onvermijdelijke gebeurtenissen. Maar in werkelijkheid zijn het de symptomen van
grootschalige, “gelegaliseerde” fraude en diefstal.
Immigratie “wetten” geven een ander voorbeeld van indirecte schade en secundaire
problemen door de “regering” worden veroorzaakt. Naast de voor de hand liggende directe
dwang die ermee gemoeid gaat, leiden zulke “wetten” tot andere problemen die anders niet
zouden bestaan, waaronder: 1) de lucratieve, vaak vicieuze zwendel om “illegalen” het
land in te smokkelen; 2) “illegalen” zijn een makkelijk doelwit voor mensenhandel en
andere vormen van uitbuiting omdat ze zich niet durven uit te spreken of hulp te zoeken;
en 3) mensen worden gedwongen onder tirannieke regimes te leven omdat ze fysiek niet
kunnen ontsnappen. En omdat “illegalen” al als “misdadigers” geclassificeerd zijn en vaak
als “ongewenste personen” gezien worden gewoon omdat ze in het land zijn, en omdat ze
respect noch bescherming hebben van een groot deel van de burgers, is er minder een
prikkel voor hen om zich anderszins op een “gezagsgetrouwe” manier te gedragen.
Zelfs vele problemen die niet regering gerelateerd lijken te zijn, bestaan vanwege een
“wet”. Er zijn natuurlijk ook gevallen van fraude en diefstal gepleegd door gewetenloze
individuen die op eigen houtje werken, en die zullen er altijd zijn. Maar de meeste mensen
zijn zich volkomen onbewust van hoeveel schijnbaar particuliere oplichting, opzetjes en
zwendel niet alleen door “gezag” zijn toegestaan, maar door de “wetten” van de “regering”
aangemoedigd en beloond worden, opzettelijk of onbedoeld. Doordat er geen echt vrije
markt is om mee te vergelijken, blijven velen aannemen dat staatsdwang noodzakelijk is,
terwijl alles wat het eigenlijk doet, het belemmeren en verstoren van menselijke
productiviteit en vooruitgang is.
173
Hoe het had kunnen zijn
Het is onmogelijk om zelfs een begin te maken met het denken op hoeveel manieren de
geschiedenis anders zou zijn geweest als het geloof in “gezag” lang geleden was
overwonnen. Uiteraard zouden de gruweldaden van nazi-Duitsland, het Rusland van
Stalin, Mao’s China, Pol Pot’s Cambodja en nog veel meer, nooit gebeurd zijn. Bovendien,
ook al zouden er nog gewelddadige regionale culturele of religieuze conflicten geweest
kunnen zijn, grootschalige oorlogen konden gewoon niet en zouden niet plaatsvinden
zonder soldaten die blindelings een vermeend “gezag” gehoorzamen. Als de enorme
hoeveelheid middelen, inspanningen en vindingrijkheid die in massavernietigingswapens
(oorlog) zijn gestopt, ingezet waren voor iets productiefs, waar zouden we vandaag dan
zijn? Als in plaats van zo’n enorme hoeveelheid tijd en moeite te steken in vechten over de
vraag wie de teugels van de macht mag vasthouden, en waar die macht voor moet worden
gebruikt, mensen al die jaren inventief en productief hadden doorgebracht, hoe zou de
wereld er nu uitzien? Wat als iedereen had mogen ondersteunen wat hij wilde, in plaats
van een “regering” te hebben die iedereen berooft en dan een nooit eindigende discussie te
voeren over hoe die “publieke middelen” moeten worden besteed? Wat als, in plaats van te
ruziën over hoe het gecentraliseerde, autoritaire plan aan iedereen met geweld opgelegd
moet worden, mensen hun eigen leven leefden, en hun eigen dromen nastreefden? Wie kan
zich zelfs voorstellen hoever de mensheid nu als geheel gevorderd zou kunnen zijn?
Dat wil niet zeggen dat er zonder het geloof in “gezag” nooit persoonlijke conflicten
zouden ontstaan. Ze zouden ontstaan, en zouden soms uitlopen op geweld. Het verschil is
dat, met het geloof in “regering”, ze altijd eindigen in geweld, want dwang is alles dat de
“regering” ooit doet. Terwijl mensen, zelfs mensen met heel verschillende standpunten en
achtergronden, meestal manieren kunnen vinden om vreedzaam naast elkaar bestaan, zal
elke situatie waarin “gezag” betrokken wordt, automatisch worden “opgelost” met geweld.
Met betrekking tot het onderwerp van het “homohuwelijk”, wat als in plaats van een
slepend conflict over welke standpunten en keuzes bij iedereen moet worden opgedrongen,
elke predikant, elke werkgever, en elke andere persoon, voor zichzelf kon beslissen hoe te
leven, hoe hij het “huwelijk” wil noemen, enzovoort? En het onderwerp van “bidden op
school” wat als in plaats van dat de “regering” een vijandige conflict creëert en met geweld
geld afneemt van alle huiseigenaren, om een groot, homogeen “openbaar” schoolsysteem
te financieren, elke persoon (christelijk, joods, moslim, atheïst, etc.) zelf mocht kiezen
welke, of geen enkele, school hij wilde steunen? Dit houdt niet in dat mensen met
verschillende standpunten elkaar leuk gaan vinden, of uiteindelijk dezelfde dingen gaan
geloven. Het betekent wel dat zonder dezelfde dingen te geloven, ze nog wel vreedzaam
naast elkaar kunnen bestaan – een situatie die de “regering” niet toestaat. – Wat als in plaats
van dat “regerings” instanties beslissen welke medicijnen en medische behandelingen
mensen “legaal” kunnen proberen, en welke artsen “licentie” verleend wordt om dat te
doen, mensen hun eigen keuzes zouden kunnen maken? (In een dergelijk scenario, zouden
de bedrijven die klanten onpartijdige informatie over de verschillende producten en
diensten leveren floreren.)
174
“Regerings” oplossingen zijn altijd politici die beslissen wat met verschillende situaties zal
gebeuren, en die daarna hun beslissingen met geweld opleggen aan alle anderen. Maar het
is noch moreel legitiem, noch praktisch effectief, dat politici de keuzes voor alle anderen
maken. En dat geldt voor alle aspecten van de menselijke samenleving. Hoe zou de wereld
eruit zien als in de afgelopen honderd jaar, in plaats van te ruziën over hoe je met geweld
de mogelijkheden van mensen moet beperken (dat is wat elke “wet” doet), al die mensen
hun tijd en moeite besteed hadden aan het uitproberen van nieuwe ideeën en het bedenken
van nieuwe benaderingen om problemen op te lossen, als elke persoon toegestaan was om
zijn eigen tijd, moeite en geld te besteden aan zijn eigen keuzes?
Wat als in plaats van een gecentraliseerd systeem van gedwongen herverdeling
(“uitkeringen”), mensen de vrijheid was gelaten om zelf te beslissen wat de beste, meest
meelevende manieren zijn om behoeftigen te helpen? In plaats van een systeem dat luiheid
en oneerlijkheid beloont en afhankelijkheid kweekt, zouden we een systeem kunnen
hebben dat daadwerkelijk mensen helpt. Wat als in plaats van dat de “regering” bedrijven
dwingt te doen wat de politici en bureaucraten “veilig” verklaren, mensen met nieuwe
ideeën en uitvindingen konden komen, hun eigen prioriteiten stellen, hun eigen keuzes
maken over hoe ze zich het beste beschermen? Wat als in plaats van een gecentraliseerde
controlemachine te hebben dat mensen probeert te dwingen “eerlijk” te zijn, mensen zelf
konden kiezen met wie ze zich willen associëren en welke afspraken ze maken, en ga zo
maar door?
Alles wat door de “regering” wordt betaald creëert een conflict. Elk “openbaar” project –
van “subsidies” gegeven door een culturele instelling tot subsidies voor bepaalde onder–
zoeken of bedrijven, scholen, parken, tot al het andere “openbare” – komt neer op het
beroven van duizenden of miljoenen mensen om het geld aan een paar mensen te geven.
Waarom zou iemand verwachten dat iedereen in een heel land – of zelfs honderd mensen –
het allemaal precies eens zijn over hoe hun geld besteed moet worden? Wat als in plaats
van elk jaar vele miljarden aan koopkracht te onttrekken en te kapen om de agenda’s van
politici en hun bureaucratieën te financieren, die rijkdom in om het even wat werd
gestoken, waar de mensen die het geld verdienden zich werkelijk om bekommerden, en
wilden steunen? Wat als over de laatste paar duizend jaar, elke persoon op zijn eigen
zaken had gelet, en niet had geprobeerd om de “regering” te gebruiken om zijn ideeën en
prioriteiten aan iedereen op te leggen? Wat als niet een gigantisch, gecentraliseerd monster
met geweld ieders keuzes limiteerde, ieders mogelijkheden, creativiteit en vindingrijkheid
beperkte, in een poging om conformiteit en gelijkheid af te dwingen, en ook nog eens de
producenten hun ideeën en hun rijkdom afnam, maar dat verschillende mensen en
verschillende groepen nieuwe ideeën hadden uitgeprobeerd, en de beste manieren hadden
uitgevonden om problemen op te lossen en een betere wereld hadden gecreëerd, geleid
door hun eigen overtuigingen en waarden?
Jammer genoeg beangstigt die gedachte nog steeds veel mensen, die zich steeds blijven
inbeelden dat een wereld onder dwang bestuurd door politici veiliger en beschaafder zou
zijn, dan een wereld die bewoond wordt door vrije mensen die hun vrije wil en individuele
oordeel beoefenen. Het feit is dat de mensen die hun geloof in de “regering” stellen om de
dingen te laten werken, hoewel ze veruit in de meerderheid zijn, en hoewel ze het
175
misschien goed bedoelen, het probleem zijn. Als gevolg van de indoctrinatie in de cultus
van “gezag”, blijven ze het diep krankzinnige idee geloven en doorduwen, dat de enige
weg naar vrede, gerechtigheid en een harmonieuze beschaving komt van constante,
grootschalige onderdrukking en gedwongen “regerings” overheersing, eeuwigdurende
onderdrukking en slavernij in de naam van de “wet”, en door het offeren van de vrije wil
en moraliteit op het altaar van overheersing en blinde gehoorzaamheid. Hoe hard dat ook
mag klinken, dat is de basis van alle geloof in de “regering”.
Het accepteren van de realiteit
Staatisten zeggen vaak: “Toon me één voorbeeld waar de samenleving zonder regering
(anarchie) heeft gewerkt”. Natuurlijk, aangezien zij praten over samenlevingen die bijna
geheel uit grondig geïndoctrineerd autoritairen bestaan, is menselijke samenleving zonder
een heersende klasse zelfs zelden overwogen, en nog veel minder uitgeprobeerd. Toch
maken de staatisten gebruik van het feit dat echte vrijheid nooit is uitgeprobeerd – omdat
het concept volledig vreemd is aan hun manier van denken – als bewijs dat een staatloze
samenleving “nooit zou werken”. Dit zou te vergelijken zijn met een groep middeleeuwse
artsen die allemaal voor elke kwaal bloedzuigers gebruiken, met het argument, “Toon me
één geval waarin een arts een hoofdpijn heeft genezen zonder het gebruik van
bloedzuigers”. Natuurlijk, als geen van hen ooit een andere behandeling dan bloedzuigers
had overwogen, zou er niet één voorbeeld zijn van alternatieve methoden die “werken”.
Maar dit zou een bewijs zijn van de onwetendheid van de artsen, en dat is geen bewijs van
de ineffectiviteit van behandelingen die nooit geprobeerd zijn.
Maar belangrijker is dat “anarchie” is wat de werkelijkheid is. Om te zeggen dat de
samenleving niet kan bestaan zonder “regering” is precies zo redelijk als zeggen dat het
kerstfeest niet kan plaatsvinden zonder de kerstman. De samenleving bestaat al zonder
“regering”, en heeft vanaf het begin bestaan. Het zijn de mensen die zich een entiteit met
het recht om te regeren inbeelden – een ding genaamd “gezag” hallucineren – wat er voor
heeft gezorgd dat het verhaal van de mensheid grotendeels bestaat uit onderdrukking,
geweld, lijden, moord en doodslag.
Ironisch genoeg wijzen staatisten vaak naar dood en lijden dat ontstaat wanneer twee of
meer groepen vechten over wie “de baas” zou moeten zijn, labelen dat als “anarchie” en
brengen het naar voren als bewijs dat er zonder “regering” chaos en dood zou zijn. Maar
zulk bloedvergieten en onderdrukking is het directe, voor de hand liggende gevolg van het
geloof in “gezag”, en niet het gevolg van een gebrek aan “regering”. Het is waar dat het
leven in een land waar de mensen vechten over wie het nieuwe “gezag” moet zijn (door
opstanden, burgeroorlogen, veroveringen, etc.) een stuk gevaarlijker en onvoorspelbaarder
kan zijn in vergelijking met het leven onder een stabiel, gesetteld autoritair regime,. Als
gevolg daarvan, willen mensen in oorlogsgebieden vaak alleen maar dat er een einde aan
het conflict komt, dat één kant wint en de nieuwe “regering” wordt. Voor zulke mensen
kan een stabiele “regering” relatieve rust en veiligheid vertegenwoordigen, maar de
onderliggende oorzaak van de onderdrukking gepleegd door stabiele regimes en het
bloedvergieten dat optreedt tijdens de strijd om de macht, is het geloof in “gezag”.
176
Als niemand in een legitieme heersende klasse geloofde, zou niemand vechten over wie
zou moeten regeren. Als er geen troon was, zou ook niemand er om vechten. Alle
burgeroorlogen en bijna alle revoluties, berusten op de aanname dat iemand de leiding
moet hebben. Zonder het bijgeloof van “gezag”, zou er überhaupt geen reden zijn dat zulke
dingen gebeuren.
Door zijn werkelijke aard, voegt “regering” niets positiefs aan de maatschappij toe. Het
creëert geen welvaart en genereert geen deugd. Het voegt alleen immoreel geweld toe en
de illusie dat dit geweld legitiem is. Waardoor het sommige mensen toestaat alle anderen
met geweld te overheersen – en dat is alles dat de “regering” ooit doet. Het draagt niets bij
aan de samenleving, niet één spatje talent, bekwaamheid, productiviteit, inventiviteit,
vernuft, creativiteit, kennis, mededogen, of enige andere positieve kwaliteit, die mensen
bezitten. In plaats daarvan, verstikt en beperkt het al die dingen voortdurend door zijn
dwingende “wetten”. Het is destructief en krankzinnig om het idee te aanvaarden, dat de
beschaving gedwongen beperking van de mogelijkheden vereist, en het gewelddadig
weerhouden van het menselijke verstand en de menselijke geest – dat de civiele
samenleving alleen kan bestaan, als de macht en de deugd van ieder individu met geweld
is overwonnen en onderdrukt door een bende van meesters en uitbuiters, – dat de
gemiddelde mens niet kan worden vertrouwd om zichzelf te regeren, maar dat politici wel
vertrouwd kunnen worden om alle anderen te regeren, – dat de enige manier dat de moraal
en deugd van de mensheid kan schitteren is, door de vrije wil en zelfbeschikking van
miljarden mensen te verpletteren, en om ze allemaal om te zetten in gedachteloze,
gehoorzame marionetten van een heersende klasse, als een bron van kracht voor tirannen
en megalomanen – dat de weg naar beschaving de vernietiging van de individuele vrije
wil, beoordeling, en zelfbeschikking is.
Dat is het fundament, het hart en de ziel van het bijgeloof genaamd “gezag”. Als mensen
bereid zijn om die gruwelijke leugen te herkennen voor wat het is, en beginnen om
persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen daden, en voor de staat van de
samenleving, dan – en geen moment eerder – kan ware menselijkheid beginnen. Mensen
kunnen wanhopig “vrede op aarde” wensen tot ze blauw in het gezicht zien, maar ze zullen
het nooit zien, tenzij en totdat ze bereid zijn de prijs te betalen, door het opgeven van een
afgeleefd, oud bijgeloof.
De oplossing voor de meeste misstanden in de samenleving is aan jou, beste lezer. Het is
aan jou om de mythe van “gezag” te erkennen voor wat het is, het op te geven in jezelf, en
je vervolgens in te gaan spannen om alle mensen die je kent te deprogrammeren en wakker
te maken, die als gevolg van hun indoctrinatie in de cultus van “gezags” aanbidding, en
ondanks hun deugden en nobele bedoelingen, instemmen met, en deelnemen aan de
gewelddadige, antimenselijke, destructieve en kwaadaardige onderdrukkings-, en agressie
machine die bekend staat als “regering”.
177
Terug naar de kern
In tegenstelling tot wat bijna iedereen geleerd heeft te geloven, is “regering” niet nood–
zakelijk voor de beschaving. Het is niet bevorderlijk voor de beschaving. Het is in feite het
tegendeel van beschaving. Het is geen samenwerking, of samen werken, of vrijwillige
interactie. Het is niet vreedzaam samenleven. Het is onderdrukking; het is dwang; het is
geweld. Het is dierlijke agressie, gecamoufleerd door pseudo-religieuze cult-achtige
rituelen die ontworpen zijn om het legitiem en rechtvaardig te doen voorkomen. Het is
brute gewelddadigheid, vermomd als toestemming en organisatie. Het is het tot slaaf
maken van de mensheid, de onderwerping van de vrije wil, en de vernietiging van de
moraal, in de vermomming van “beschaving” en “samenleving”. Het probleem is niet
alleen dat “gezag” voor het kwaad kan worden gebruikt; het probleem is dat, het in zijn
meest elementaire aard, het kwaad is. In alles wat het doet, verslaat het de vrije wil van de
mens, en beheerst het door dwang en angst. Het overstijgt en vernietigt het morele
geweten, en vervangt het door gedachteloze blinde gehoorzaamheid. Het kan niet worden
gebruikt voor het goede, meer dan een bom kan worden gebruikt om een lichaam te
genezen. Het is altijd agressie, altijd de vijand van de vrede, altijd de vijand van
gerechtigheid. Op het moment dat het ophoudt een aanvaller te zijn, past het ook niet meer
in de definitie van “regering”. Het is, door zijn aard, een moordenaar en een dief, de vijand
van de mensheid, een gif voor de mensheid. Als overheerser en bestuurder, heerser en
onderdrukker, kan het niets anders zijn.
Het vermeende recht om te regeren, in elke mate en in elke vorm, is het tegenovergestelde
van de mensheid. De initiatie van geweld is het tegenovergestelde van harmonieus
samenleven. Het verlangen naar heerschappij is het tegenovergestelde van liefde voor de
mensheid. Het verbergen van het geweld onder lagen van complexe rituelen en innerlijk
tegenstrijdige redenaties en het benoemen van brute gewelddadigheid als deugd en
mededogen, kan dat feit niet veranderen. Beweren edele doelen te hebben, zeggen dat het
geweld “de wil van het volk” is, of dat het wordt gepleegd “voor het algemeen belang” of
“voor de kinderen”, kan kwaad niet in goed veranderen. “Legaliseren” kan het verkeerde
niet in orde te maken. De ene mens die met geweld een andere onderwerpt, het maakt niet
uit hoe het wordt omschreven of hoe het wordt uitgevoerd, is niet beschaafd en immoreel.
De verwoesting die het veroorzaakt, de onrechtvaardigheid die het creëert, de schade die
het doet aan iedere ziel die het raakt – daders, slachtoffers en toeschouwers – kan niet
ongedaan gemaakt worden door het “wet” te noemen, of door te beweren dat het nodig
was. Kwaad, in elke naam, is nog steeds kwaad.
De uiteindelijke boodschap is heel eenvoudig. Alles in de geschreven geschiedenis
schreeuwt het, maar tot nu toe hebben weinigen zichzelf toegelaten het te horen. Die
boodschap is deze:
Als je houdt van dood en verderf, onderdrukking en lijden, onrecht en geweld,
repressie en marteling, hulpeloosheid en wanhoop, voortdurend conflict en
bloedvergieten, leer dan je kinderen om “gezag” te respecteren: en leer ze dat
gehoorzaamheid een deugd is.
178
Als je, aan de andere kant, waarde hecht aan vreedzaam samenleven, medeleven en
samenwerking, vrijheid en rechtvaardigheid, leer dan je kinderen de principes van
zelfeigenaarschap, leer ze de rechten van ieder mens te respecteren, en leer hen het
geloof in “gezag” te herkennen en te verwerpen voor wat het is: het meest irrationele,
innerlijk tegenstrijdige, antimenselijke, kwaadaardige, destructieve en gevaarlijke
bijgeloof dat de wereld ooit heeft gekend.
179
TOEWIJDING
Dit boek is toegewijd aan twee mensen: de eerste persoon die, als gevolg van het lezen
van dit boek, niet gehoorzaamt aan een order die iemand anders schaadt, en de persoon
die, als resultaat, niet wordt geschaad.
Over de auteur
Larken Rose, beschrijft zichzelf als een “vijand van de staat”, leeft met zijn vrouw en
dochter in het oosten van Pennsylvania. De auteur van diverse andere boeken, waaronder
The Iron Web en How to Be a Successful Tyrant (The Megalomaniac Manifesto), meneer
Rose is een uitgesproken, nationaal bekende voorstander van individuele vrijheid,
zelfeigenaarschap, en een vrijwillige samenleving. Voor meer informatie, bezoek:
http://www.larkenrose.com
Een opmerking over auteursrecht …
Een “auteursrecht” is meestal een impliciete bedreiging (“Kopieer dit niet, of anders!”).
Terwijl ik hoop dat iedereen die dit boek waardeert meerdere exemplaren van mij zal
kopen, zou ik me, als iemand dit boek kopieert zonder mijn toestemming, niet
gerechtvaardigd voelen om geweld te gebruiken tegen die persoon, vanuit mezelf, of via
de “regering”.

Ik ( Larken Rose ) heb dit boek voornamelijk auteursrechtelijk beschermd, zodat niemand
anders het auteursrecht kan claimen en daarmee het geweld van de staat gebruikt om te
voorkomen dat ik het distribueer .

Het boek is ook online te downloaden in zowel de engelse , als de nederlandse taal .

klik hier om naar de download pagina te gaan !

 

Advertisements

About Vrijheids strijder

Dat gaat echt niemand , maar dan ook niemand iets aan . aangezien er door koppeling van computers al veel te veel bekend is over mensen !
This entry was posted in banken, bijgeloof, commercieele maffia, de Bilderbergers / NWO, dieven, EU NAZI's & consorten, geloven, kerken, Moslims, schorum, Valse profeten, Vrije mens, Wandaden van ROOD annex LINKS, Zichzelf legaliserende STAATSMAFFIA and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s